interview

Joost en Claudia Callens: ‘Spanningen moet je gewoon even benoemen’

©Wouter Van Vooren

Ze zijn broer en zus, ondernemers, knuffelaars en verkavelingsverdedigers. De Vlaamse droom van een huis met tuin gaf hun bouwbedrijf Durabrik een coronaboost. Ontbijt met De Tijd.

Het gebeurt niet vaak dat een directeur de confituur voor het ontbijt heeft gemaakt. Maar op de lange tafel in de eetruimte van het bouwbedrijf Durabrik in Drongen staat een potje frambozen- jam met handgeschreven label: Claudia. Daarnaast een potje honing: Dirk. ‘Iemand die al heel lang bij ons werkt’, verduidelijkt Claudia Callens (51).

Haar broer Joost Callens (53), de boomlange CEO van het bedrijf, doet sinds kort aan intermittent fasting. Zestien uur lang eet hij niet, een vorm van diëten die onder anderen sp.a-voorzitter Connor Rousseau aanhangt. ‘Normaal sla ik dus het ontbijt over. Dat is beter voor mijn systeem, ik ben nogal een bourgondiër. Maar voor die confituur wil ik wel zondigen.’

Ontbijt met De Tijd

Drongen, 8.30 uur, in het hoofdkwartier van Durabrik. Met Joost en Claudia Callens praten we over verkavelingen, zoekende mensen en confituur.

Aan Claudia zijn diëten en voedingshypes niet besteed. ‘Ik probeer gewoon redelijk sober te eten’, zegt ze. ‘Ik lees in uw krant dat het ontbijt in deze rubriek vaak onaangeroerd blijft. Ik ben wel een ontbijter, dus ik ga zeker iets eten.’

Broer en zus vullen elkaar goed aan. Joost is een idealist, een zoeker en een ideeënmachine, zeggen de mensen die hem goed kennen. Iemand die graag knuffelt en op restaurant met flair afdingt, voor de sport. Claudia is zijn klankbord, zeggen diezelfde bronnen. Nuchter, voorzichtiger, voeten op de grond.

Samen leiden ze het bedrijf dat hun vader in 1966 samen met een partner oprichtte. Hij is CEO, zij directeur gronden. In 2003 namen ze de aandelen van hun vaders zakenpartner over en werden ze volledig eigenaar. Het bedrijf groeide van 17 miljoen naar 130 miljoen euro omzet. De grote motor achter die groei is de verkaveling. ‘Mijn vader heeft eind jaren negentig het licht gezien’, zegt Claudia. ‘We waren enkel een bouwbedrijf dat voor particulieren werkte. Maar hij zei: ‘We hebben gronden nodig.’ Wij zijn verkavelaar én bouwer, dat maakt ons uniek.’

©Wouter Van Vooren

Het waren de gouden jaren voor projectontwikkelaars: er was volop grond, de goesting van de Vlaming om zelf hamer en truweel te hanteren kalfde af. De komst van het door de overheid opgelegde E-peil en de bijbehorende energiezuinige technieken maakte van zelf bouwen een complexe en steeds duurdere opdracht.

Vandaag staan we opnieuw op een kantelpunt, zegt Claudia. ‘De bouwshift in 2040 (wanneer niet meer op open ruimte mag worden gebouwd, red.) is niet meer veraf. Grond wordt een immens schaars goed. Ik voel het bij de concullega’s: iedereen wil zijn reserves vastleggen.’

Sociologisch zijn mensen nog niet klaar om allemaal in de stad te gaan wonen.

Ze ziet het ook in haar eigen werk. ‘Als we gronden zoeken, kammen we de gewest- en structuurplannen uit. Vroeger met de borstel, tegenwoordig met de luizenkam. Er komt nooit grond bij. Elk stuk dat wordt ontwikkeld, is weg van de markt. Tot een paar jaar geleden zei ik: ‘Er zit genoeg vis in de zee.’ Nu voel ik een bepaalde ongerustheid over de impact van de bouwshift. Een schaars product is een veel duurder product. Bouwen mag niet iets voor de happy few worden.’

De lockdowns hebben de drang naar een huis met een tuin sterk aangewakkerd. Durabrik beleefde een topjaar. Het heeft zich maar aarzelend gewaagd aan de ‘appartementisering’, de shift van villa’s naar flats die vooral de Vlaamse dorpen en kleinere steden de afgelopen tien jaar in zijn greep had.

‘Door corona is de behoefte aan privacy helemaal terug’, zegt Joost. ‘Voor het eerst zijn weer wat minder appartementen gebouwd ten voordele van woningen. De drang naar een stukje groen is volgens mij een blijver. Sociologisch zijn mensen nog niet klaar om allemaal in de stad te wonen.’

‘Of allemaal in een appartement’, zegt Claudia. ‘De vorige Vlaamse bouwmeester heeft dat debat nogal scherp geopend, zal ik maar zeggen. Ik vind het jammer dat de verkaveling een pejoratieve bijklank kreeg. Het heeft ook ons getriggerd: moeten we niet meer inzetten op appartementen? Ik ben trots dat wij trouw zijn gebleven aan onze doelgroep. Draai of keer het zoals je wil: tussen 30 en 50 jaar hunkeren veel mensen naar een eengezinswoning.’

Die woning zal in de niet zo verre toekomst minder vaak in de rand van de stad of het dorp liggen. Daar spelen de Callensen al op in. Ze zoeken historische panden op grote percelen om er een miniverkaveling te maken, of naar een buurt waar aanpalende sloopklare woningen plaats kunnen maken voor nieuwbouw. Camino Group, de koepel boven Durabrik, heeft bedrijven in huis die totaalrenovatie doen, een schrijnwerkerij, een ramen-en-deurenmaker, een bouwer van slimme energietechnieken. Camino Group wil ook zelf nieuwbouw verhuren.

©Wouter Van Vooren

‘We zijn meer poten onder onze stoel aan het zetten om de gevolgen van die bouwshift op te vangen’, zegt Claudia. Joost vult aan: ‘Driekwart van de Belgen is vandaag eigenaar. Mogelijk is het plafond bereikt. Wie met deze lage rente niet in staat is een woning te kopen, moet wel huren.’

Claudia snijdt nog een dikke snee krakend vers brood af en neemt een lepel confituur. Zij drinkt koffie, hij thee, ‘altijd’. Over andere smaken zijn ze het nochtans eens. ‘Geen geitenkaas, geen lever, geen schapenvlees.’

Broer en zus lijken het eigenlijk over alles eens, ze spreken uit één mond. Onder hun leiding ontpopte Durabrik als een duurzaam bedrijf dat pioniert met zonnepanelen, thuisbatterijen en milieuvriendelijke materialen. Maar vooral de aaibare bedrijfscultuur maakt van Durabrik een buitenbeentje in de wereld van betonboeren en ruwe bouwvakkersbonken. Er is een meditatieruimte op kantoor en er wordt al eens met paarden gewerkt. Een functioneringsgesprek is bij voorkeur een wandeling - ‘we gaan samen op weg’. En een vergadering begint met een rondje check-in: hoe voel jij je echt?

Joost: ‘Stel dat er tussen mij en Claudia een spanning hangt. Dat zou voor iedereen voelbaar zijn. Dus benoemen we het even: ‘Claudia en ik hebben een moeilijk moment gehad.’ Zonder er dieper op in te gaan, maar dan is het geparkeerd in het veld en dan is de eerste emotie eraf.’

Voor die manier van werken is haar broer een grote inspiratiebron, zegt Claudia. Joost: ‘Merci. Ik denk dat veel ondernemingen vandaag nog erg focussen op het economische. Wij willen uiteraard ook goede resultaten neerzetten, maar het mensgerichte staat echt centraal. We hebben 290 mensen in dienst, en die kan je maar meekrijgen als ze hier kunnen groeien en zichzelf kunnen zijn.’

Is dat een breuk met het verleden? ‘Toen wij het bedrijf overnamen, zat het in een overlevingsfase. Het móést anders’, zegt Claudia. ‘We hadden zelfs geen hr-afdeling’, zegt Joost. Hij benadrukt dat hij ook echt een zoekende mens is. ‘Ik wilde meer mezelf kunnen zijn in het bedrijf. En dat wilde ik vervolgens ook voor anderen die hier werken. Het keerpunt was een persoonlijk opleidingstraject waar me grote vragen werden gesteld: wie ben je echt, wie ben je in groep, wie wil je zijn in de wereld?’

We vragen of zijn zus dan ook op cursus is gestuurd. Claudia lacht. Joost lacht nog harder. En dan zegt de zus: ‘Die opleiding heb ik niet gevolgd. Maar ik ga binnenkort wel een cursus ‘ontdek je eigen frequentie’ volgen. Ik ben altijd met veel enthousiasme meegegaan in zijn ideeën , maar ik heb minder moeite met kiezen dan Joost. Ik ben ook behoudsgezinder. Maar ik ben blij dat ik zijn klankbord mag zijn. De manier waarop wij het doen, ligt in de bouwsector zeker niet voor de hand. We zijn trots op onze aanpak.’

Het bedrijf dat het best de connectie met zijn werknemers kan behouden, wint straks.

Daadkracht is even belangrijk als verbinding, zegt Claudia nog. Joost: ‘We werken ook met KPI’s (Key Performance Indicators, red.), weliswaar geformuleerd per afdeling. We waren al een rendabel bedrijf, maar de rentabiliteit is nog een stuk gestegen omdat mensen bevlogen en betrokken zijn. Als bouwbedrijf heb je geen recurrente inkomsten, de meeste mensen bouwen maar één keer. Ze moeten aan die samenwerking een goed gevoel overhouden, want dan worden ze onze ambassadeurs. Zo krijg je een opwaartse spiraal.

‘Als je echt in persoonlijke ontwikkeling investeert, levert het ook iets op. Dat is minder eenvoudig dan het klinkt. Wij werken ook tegen deadlines, gebouwen moeten worden opgeleverd. Maar er zijn intussen al zo’n veertig caminotochten georganiseerd waarbij teams in de natuur twee dagen rondtrekken of een cursus mindfulness volgen. We merken dat onze cultuur ons aantrekkelijk maakt als werkgever.’

‘Zeker in tijden van corona, met het vele telewerk, is het belangrijk de connectie met je mensen te behouden’, zegt Joost. ‘In de voetbalwereld zijn al drie trainers spontaan vertrokken, zonder druk van supporters. Ik verwacht dat dit effect op een bepaald moment ook in het bedrijfsleven zal spelen, en dat het een en ander in beweging zet. Het bedrijf dat het best de connectie met zijn werknemers kan behouden, wint.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie