interview

Karen Boers: ‘Godmiljaar, het kan eenzaam zijn'

'Je hoeft geen expert te zijn om gepassioneerd met een project bezig te zijn. Mijn job is niet programmeren, wel goed uitleggen waarom het een goed idee is om iemand om te scholen.' ©Wouter Van Vooren

Met haar codeerschool leidt ze elk jaar 500 drop-outs op tot gegeerde programmeerders. Karen Boers weet heel goed wat het betekent om niet welkom te zijn. Ontbijt met De Tijd.

Ontbijt met De Tijd

Om 7 uur, in de wagen van Merelbeke naar Evere. Met Karen Boers, de CEO van BeCode, spreken we over trauma, de noden van het onderwijs en koken voor de Chiro.

‘Ik ontbijt altijd snel snel in de auto’, heeft ze gezegd bij het eerste contact. Dus staan we om zeven uur voor de deur van de CEO van BeCode, tussen een steenweg en een maïsveld in Merelbeke. Corona en telewerk hebben haar werk een pak efficiënter gemaakt, zegt Karen Boers (42), in een mouwloze jurk met grote bollen. ‘Precorona probeerde ik voor half zes te vertrekken. Elk kwartier later betekende een half uur langer file.’ Alleen in de wagen zitten noemt ze me-time. ‘In mijn hoofd schrijf ik speeches en businessplannen. Maar op den duur zat ik 15 uur per week in de auto. Zoveel me-time hoeft ook weer niet.’

Boers is misschien wel de grootste vrouwelijke experte van de Belgische techscene. Ze werkte voor iMinds, de voorloper van het techonderzoeksmekka Imec, en zat op de eerste rij bij het kiemen van het start-upveld in ons land. Ze was de oprichter en roerganger van de lobbyorganisatie startups.be en stampte drie jaar later, in 2016, BeCode uit de grond, een programmeerschool met vestigingen in Gent, Antwerpen, Brussel, Luik en Charleroi. In zeven maanden worden schoolverlaters, werklozen en nieuwkomers gratis opgeleid tot website- en appbouwers. Bijna negen op de tien vinden meteen een baan bij bedrijven als de telecomspeler Telenet, de treinbouwer Alstom en het adviesbureau Accenture.

Haar netwerk reikt van de Nederlandse prins Constantijn tot in de techhubs Dublin en Silicon Valley. ‘Mijn kinderen lachen altijd omdat ik koning Filip al een paar keer heb ontmoet, en dat ik Constantijn goed ken omdat hij voorzitter is van de Nederlandse start-upvereniging. Maar Constantijn kent zijn vak en de industrie echt door en door.’

©Wouter Van Vooren

We stappen in haar zwarte Ford S-Max en zetten koers naar Brussel, waar ze om 9 uur een afspraak heeft bij het telecombedrijf Orange. Dat ‘snel snel’ ontbijten beperkt zich tot een blikje Cola Zero, blijkt als we de E40 oprijden. ‘Ik eet nooit ’s morgens. Gisteren heb ik om half drie geluncht. Ik kan daartegen. Ik had als tiener een eetstoornis en mijn hongerprikkel is nog altijd verstoord. Ik kan mij ’s avonds echt overeten. Als ik vermoeid ben en mentaal minder controle heb, moet ik zeggen: Karen, stop.’

Automutilatie

Anorexia stak de kop op toen ze als 13-jarige plots haar moeder verloor aan baarmoederhalskanker, haar stiefvader met zijn twee zonen met de noorderzon verdween en Boers en haar zus plots bij haar vader en zijn tweede vrouw moesten intrekken. ‘Van de Brusselse rand verhuisden we naar mijn vader in Deinze. Die man was niet klaar om opeens voor twee dochters te zorgen, zijn vrouw had zelf twee jonge kinderen. Ik werd op internaat gestuurd. Toen begon ik te zwerven, veel te roken en te drinken. Ik stond op het randje van de marginaliteit en de criminaliteit. Ik deed aan automutilatie. Ik sneed mezelf om pijn te voelen en andere pijn te onderdrukken. Het had niet veel gescheeld of mijn leven had er helemaal anders uitgezien. Daarom zeg ik altijd tegen werkgevers: beoordeel mensen niet op hun omstandigheden. Daar kunnen ze zelf niks aan doen.’

De kentering bleek de beslissing van haar vader om over te schakelen op een afstandsrelatie met zijn partner, en haar opnieuw in huis te nemen. ‘Ik was zo blij met dat dak boven mijn hoofd en de geborgenheid dat ik het hele huishouden heb overgenomen. Wie anders? Mijn vader, een workaholic die elke dag naar Luik pendelde, ging het niet doen.’

Ze kreeg haar leven weer op de rails, de psychische klachten verdwenen. ‘Zelfs toen ik al op kot zat - mijn studies heb ik zelf betaald - kwam ik in het weekend de boodschappen doen, poetsen en eten maken voor mijn jongere zus. (laconiek) Ik denk dat mijn drang naar efficiëntie te maken heeft met de ervaring om als kind al zoveel tegelijk te moeten doen.’

Ik stond op het randje van de marginaliteit en de criminaliteit. Daarom zeg ik tegen werkgevers: beoordeel mensen niet op hun omstandigheden.

Gaan, vallen, opstaan. Weer gaan. Het is de rode draad. Bij startups.be was het zodanig ploeteren dat ze ooit, de organisatie was een jaar oud, tegen haar vijf kinderen moest zeggen dat een trip naar de frituur er niet in zat wegens geen geld op de rekening. ‘Mijn partner en ik hadden zwaar geïnvesteerd in zijn schrijnwerkbedrijf. Ik had nog 20 euro in mijn zakken. Toen heb ik 20.000 euro bij mijn vader geleend. Ik denk niet dat ik ooit nog zo all-in zou gaan. Het heeft mij veel slapeloze nachten gekost. Nu, we hadden zwaar geïnvesteerd in eigendommen. We konden die altijd verkopen en opnieuw beginnen. Het was vooral lastig om aan de kinderen uit te leggen zonder hen bang te maken. Tegelijk wil ik hen meegeven: als je geen risico neemt, bougeert niks. En als je ergens in gelooft, moet je ervoor gaan.’

Geen examens

Met haar codeeropleiding ligt ze dan weer in de clinch met de arbeidsbemiddelaar VDAB. ‘Wij hebben geen curriculum, geen examens. Iedereen volgt een eigen parcours en onze coaches beoordelen dat een student iets ‘kan’ op basis van continue feedback. Bedrijven aanvaarden dat, maar voor de VDAB is het niet genoeg. Ik begrijp dat: als iemand er komt klagen over de opleiding, moet de dienst verifiëren of dat terecht is. De VDAB wil een checklist afvinken. Maar als wij onze tijd moeten steken in alles standaardiseren en uitschrijven, is er geen tijd meer voor begeleiding, onze sterkte. Dan merk je dat een overheid 80 procent van haar tijd steekt in zich indekken, en 20 procent in wat ertoe doet.’

Het was ooit haar droom leerkracht te worden, zoals haar moeder. Maar ze knapte af op wat ze ‘de rigiditeit’ van het onderwijs noemt. ‘Ik moest tijdens mijn stage ‘Egidius, waar bestu bleven’ doceren aan lassers en schrijnwerkers. Dat was niet onderhandelbaar. Ik heb dat creatief opgelost, maar ik zag het niet zitten elke keer zoveel energie te steken in het relevant maken van al die verplichte onzin.’

Ik werd geen leerkracht, omdat ik niet elke keer zoveel energie wilde steken in het relevant maken van al die verplichte onzin.

Is het succes van programmeerscholen - BeCode neemt slechts een op de drie kandidaten aan - ook het falen van het onderwijs? ‘Deels. Er zijn kinderen en jongeren die baat hebben bij het traditionele lesgeven. Maar er is ook een groep die meer begeleiding nodig heeft, en een andere groep die net meer zelfstandigheid en vrijheid wil.’

‘De shift is door corona ingezet, daarvoor ging het heel moeizaam. Nu pas ontdekt het onderwijs de leervormen die het mogelijk maken om niet continu met 20 leerlingen bezig te zijn. Als je de uren vrijmaakt waarin leerkrachten declameren wat je - met alle respect - op YouTube kunt vinden, kom je al een heel eind. Wat je niet kunt vervangen, is het persoonlijk contact, het aanvoelen van wat een kind nodig heeft. Laten we daar tijd in steken, en laten we hen de rest zelf ontdekken.’ Ze ziet het beroeps- en technisch onderwijs al sterk inzetten op ‘leren leren’. ‘Nu nog het aso, het lager onderwijs en de universiteiten meekrijgen.’

Always on

Boers spreekt ongeremd over haar angsten en fouten. Ze zette er de erg succesvolle campagne Failing Forward over op, waarin ondernemers getuigen over mislukken. ‘Ik krijg vaak te horen: je bent zo goed bezig. Maar heb je enig idee hoe vaak ik om drie uur ’s nachts wakker schiet van de adrenaline, hoe vaak ik moet janken als de volgende aanval op mij afkomt? Een rechtszaak, een klacht, iemand die jouw positie probeert te ondermijnen. En ik bedoel het zo goed (lacht). Godmiljaar, het kan zo eenzaam zijn.’

‘Als je dat niet kunt slikken, raak je niet vooruit als ondernemer. Ik merk dat mannelijke collega’s gemakkelijker zeggen: ‘Ik heb gedaan wat ik kon, en nu ga ik joggen. Of op vakantie.’ Ik wil niet te zeer veralgemenen, maar vrouwen staan vaker always on en hebben dus ook een groter risico om te crashen. Ik heb zelf geflirt met de grens.’

Heb je enig idee hoe vaak ik om drie uur ’s nachts wakker schiet van de adrenaline, hoe vaak ik moet janken als de volgende aanval op mij afkomt?

Haar partner grijpt in als dat nodig is, zegt ze. ‘Desnoods haalt hij medicatie zodat ik toch slaap. Hij heeft ons vijf jaar geleden zonder enig overleg ingeschreven als kookouder voor de Chiro. Dat is mijn redding geweest: twee weken per jaar kàn ik niet aan mijn werk denken. Je bent van ’s morgens tot ’s avonds bezig met ballekes voor de soep draaien, en verse vol-au-vent maken. We eten hier beter dan thuis, zeggen die gasten soms (lacht). Dat zal wel, wie heeft nu zoveel tijd om te koken?’

De eerste twee jaar op kamp stond ze op de wei te bellen met Piet Colruyt over sponsoring, en om Orange en Telenet te overtuigen een duit in het zakje te doen. ‘Intussen kan ik zeggen: laat mij twee weken met rust. Als je gedwongen afstand neemt, zie je het pas: wat is het ergste dat kan gebeuren? Als BeCode over de kop gaat, hebben we 1.000 mensen een opleiding en de meesten ook een job gegeven. Het kan nooit meer een mislukking zijn.’

We staan al 20 minuten te praten op de parking van Orange in Evere. Kan ze zelf eigenlijk programmeren? ‘Nauwelijks. Het geeft aan dat je geen expert hoeft te zijn om gepassioneerd met een project bezig te zijn. Mijn job is niet programmeren, wel goed uitleggen waarom het een goed idee is om iemand om te scholen. Of waarom onze mensen geweldige werknemers zijn.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie