interview

Khalid Benhaddou: ‘Ik wil geen toekomst bouwen op het verleden'

©Aurélie Geurts

In de ramadan bepaalt de klok het eten en het leven. Maar niet de activiteiten van de Gentse imam, die van lezing naar lezing trekt. Het vroegste Ontbijt met De Tijd.

At u ooit een boterham met choco om half 3 ’s nachts? Na het uitgaan, misschien. Ook in deze donderdagnacht brandt achter sommige Gentse ramen nog licht. Dat zijn studenten. Maar soms brandt er ál licht, en dan zijn het moslims. Vandaag begint de ramadan. ‘Toen je belde, dacht ik: ‘Moet ik die man nu nog uitleggen hoe de ramadan in elkaar zit?’ Maar daarom vroegen we Khalid Benhaddou net. Om vijf voor halfvier moet hij klaar zijn.

Choco staat niet op tafel. Wel dadels, warme worstjes, ei, afbakbroodjes, olijven, msemen, druiven. Er is koffie van Starbucks want Benhaddou nodigde ons uit in de Quantum Building, een glazen kantoorgebouw waar zijn gloednieuwe denktank Cirra huist. Niet thuis. ‘Ik zit met verbouwingen en daar is echt niet aangenaam’, sms’te hij vooraf. ‘Maar de lounge heeft een huiselijke sfeer.’ Mee aan tafel zitten Brahim (‘mijn broertje’) en een vriend die Samir heet. ‘Zij zorgden voor het ontbijt’, glimlacht Benhaddou.

©Aurélie Geurts

De ramadan is wat onzeker. ‘De Turkse gemeenschap kan al twintig jaar op voorhand weten wanneer die begint’, zegt hij. ‘Maar de Marokkanen in Europa volgen de Raad van Theologen van de Moslimexecutieve of de autoriteit van Saoedi-Arabië. Bij die laatste begint de ramadan als ze daar de nieuwe maan met het blote oog kunnen aanschouwen. Gelukkig vielen de beslissingen van de Raad en van Saoedi-Arabië de laatste jaren samen.’

Gisteravond at hij nog. Hij probeerde nog wat te slapen, maar dat lukte moeilijk. Na middernacht werkt Benhaddou - ‘Belg, Vlaming, Marokkaan, moslim’, lees je op zijn site, hij is dertig en imam in de Gentse El Fath-moskee - het liefst. Mails, lezen, studeren. ‘Soms spreek ik op vijf plaatsen per dag, van West-Vlaanderen tot Limburg. Dat bereid ik ’s nachts voor. Gisteren sprak ik voor leerlingen in het Heilig Hart-college in Waregem, ’s avonds voor een vrouwenclub in Zwijnaarde.

Vandaag moet ik naar het Onze Lieve Vrouw-instituut in Boom, dan is er een interview voor het webmagazine Ignis, later een afspraak met De Buren over een reeks die ‘Worstelen met God’ heet, vervolgens ga ik naar een school in Sint-Pieters-Leeuw en dan naar de voorstelling van Kristof Calvo’s boek. ‘Men nodigde me uit om vooraf ergens iets te gaan eten. Maar dat zal dus niet gaan.’

Pannenkoek

‘Msemen’ schreven we daarnet. Dat is een Marokkaanse pannenkoek, gevuld met honing. Wij kennen dat niet. We nemen ook niet vaak, zoals Benhaddou nu, een broodje met olijventapenade als ontbijt. Deze gerechten, en dit uur, zijn ons vreemd. ‘Ramadan gaat om meer dan eten. Deze maand doorbreekt het ritme van de elf andere. De rest van het jaar verzeil je makkelijk in het achternalopen van wereldse dingen en vergeet je dat die wereld eigenlijk maar het middel is naar het grote doel. En niet het doel zelf. Door jezelf te onthouden van eten en drinken voel je beheersing en zelfdiscipline, in een samenleving die zo verleidt je over te geven aan de geneugten van het lichaam.’

Op het einde wil ik niet dat de ramadan ophoudt.
Khalid Benhaddou
Imam

Gisteren dacht hij: ‘Zal het me lukken?’ Vandaag weet hij al: ‘Op het einde wil ik niet dat de ramadan ophoudt.’ ‘Soms heb je dorst. Maar je went eraan. Tijdens de ramadan eist je geest weer zijn plaats op. Ik vergelijk het met mensen die in hongerstaking gaan. Die maken een statement. Gandhi ging vasten om een bloedbad te voorkomen.’

Dat vorig jaar koning Filip bij vader Benhaddou de iftar-maaltijd - ’s avonds, bij het breken van de vasten - kwam nemen, was een eer. ‘Ik zag de koning op zijn meest menselijke manier. Hij sprak over zijn favoriete vakantie, over de examens van de kinderen, toonde empathie. Mijn vader, die ooit vanuit Al Hoceima in Marokko was gekomen om bij een bloemist in Melle te werken, was ontroerd. Nadien zei hij: ‘Khalid, de koning is altijd welkom hè. Als hij nog eens wil komen, mag dat.’ (schatert) Misschien zijn ze nu wel vrienden op Facebook!’

Twaalf was Benhaddou toen hij de Koran uit het hoofd kende. Alle 6.636 verzen. In het Arabisch. ‘We spraken thuis Berbers, geen Arabisch, en al zeker geen klassiek Arabisch. Maar ik was er gewoon goed in, ik leerde gemakkelijk uit het hoofd. En stelde me geen vragen. We werden zo opgevoed.’

Dat is vreemd, want Benhaddou - hier geboren, maar hij heeft een vreemde naam, zoals in dat liedje - was een kind dat voetbalde bij Racing Gent, bij Olympia, bij zaalvoetbalclub Kaarderij. Hij speelde met Vadis Odjidja, nu bij het Griekse Olympiakos, vroeger onder meer bij Anderlecht en Club Brugge. ‘Technisch was Khalid beter. Maar hij zat meer in de moskee’, zegt Samir.

Ik had nooit het gevoel dat ik minder kind was. Als ik klaar was met de Koran ging ik voetballen.
Khalid Benhaddou
Imam

‘Ik had nooit het gevoel dat ik minder kind was’, zegt Benhaddou. ‘Als ik klaar was met de Koran ging ik voetballen. En soms was ik een spelbreker: dan moest ik het plein verlaten om naar de moskee te gaan. Mijn vader vond dat voetbal niet al mijn tijd mocht innemen. Op een bepaald moment moest ik kiezen. ’

Had hij straks op het WK in Rusland kunnen staan? En had hij dan voor België of Marokko gespeeld? ‘Marokko was er voor het laatst bij in ’98. Ik was toen tien. België, met Leekens als trainer, ging er uit na drie gelijke spelen en wij wonnen met 3-0 van Schotland. Maar dat volstond niet. Zou ik voor België of Marokko kiezen? (glimlacht) Ik ben blij dat ik niet moet kiezen.’

Ontbijt met De Tijd

Gent, 2.30 uur, in de Quantum Building.

Met Khalid Benhaddou praten we over de ramadan, ‘Samson en Gert’ en een gemiste voetbalcarrière.

De jongen die Khalid was, was ook een Ketnet-kind. ‘Ik zag alle afleveringen van ‘Samson en Gert’, na school, net voor ik naar de moskee ging. Al die liedjes ken ik nog uit het hoofd. (zingend) ‘Ja, Samson is de liefste hond, zijn staartje kwispelt in het rond.’ Brahim kijkt nog naar de herhalingen van ‘FC De Kampioenen’. Ooit ga ik daarover schrijven. We vielen tussen twee culturen, keken tv via de satelliet, maar ook Samson kwam binnen. Hij verzoende ons met die andere cultuur. Dat is een verrijking.’

‘Vaak worden identiteiten tegen elkaar uitgespeeld en mensen trappen daarin. Ik wil niet worden gereduceerd tot die ene moslimidentiteit. Ik ben imam, ja, maar ik ben ook Europeaan en voel me dat op en top. Eigenlijk is het een verhaal van actie en reactie. Als je mensen alleen op één identiteit aanspreekt, plooien ze zich terug. Ik pleit voor een de-islamisering van het debat.’

Het is 3.20 uur. ‘Ik drink nog snel een koffie.’ Hij kijkt naar de klok. Het wordt 3.25 uur. ‘Ik ben erdoor.’ Wij mogen verder eten. ‘Maakt me niets uit.’

©Aurélie Geurts

Onlangs was Benhaddou te gast in het Radio 1-programma ‘Touché’ en ze vroegen hem voor ‘Alleen Elvis blijft bestaan’. Daar zal hij vertellen over boeken en films, over kunst die hem raakte. ‘Ik lees veel westerse filosofen, omdat ik denk dat we voor een grote opdracht staan. Wij zijn de eerste generatie die twee beschavingen verenigt. En beter dan dat als een ‘clash of the civilisation’ te zien kunnen we dat als een unieke kans zien. Protestanten en katholieken vechten toch ook niet meer om het verleden? Wel, ik wil evenmin een toekomst bouwen op het verleden.’

Dus hoopt hij dat ook hier boeken van Mohammed Abed Al Jabri, de Marokkaanse denker die ‘The Critic of the Arab Mind’ schreef, worden vertaald en gelezen. ‘Die leerde dat religie een antwoord geeft op de realiteit van die tijd. Islam ontpopte zich in een sociologische, politieke en antropologische context. Lees je dat vandaag zo, dan begrijp je dat wat IS doet enkel terugkeren is naar een verleden dat voorbij is. En dan begrijp ik niet dat de media een podium geven aan die man van de Islam-partij.’

‘Die partij is goed voor drie man en een paardenkop, opereert vanuit een garage en heeft maar één programmapunt: mannen en vrouwen scheiden op de bus. Die man neemt zijn eigen religie niet ernstig. Van een cordon sanitaire moet je niet spreken, want dat kwam er na de doorbraak van het Vlaams Blok op Zwarte Zondag. Dit stelt niets voor. Die man is bovendien een sjiiet, terwijl de grote meerderheid van de moslims in België soennieten zijn. Moet je de partij verbieden? Zolang niemand oproept tot haat of geweld niet. Ideeën verdwijnen niet door ze te verbieden. Bestrijd ze met andere ideeën.’

Of door te lezen. Hij las wél ‘Het verdriet van België’ van Hugo Claus. ‘Omdat ik de Vlaamse cultuur en strijd wilde leren kennen. Het boek leerde me dat Vlaanderen in de onderdrukking zat en dat dat sporen naliet. Ik krijg vaak de vraag of het feit dat zoveel Syriëstrijders uit Vlaanderen komen het bewijs is dat het integratiebeleid faalde. België kende drie breuklijnen. Die tussen het proletariaat en de bazen, die tussen katholieken en liberalen, en die tussen Vlamingen en Walen, goed voor zes staatshervormingen. Al het geld en de energie van die staatshervormingen en de splitsing van BHV beletten dat er aandacht was voor die vierde breuklijn: die tussen autochtonen en allochtonen. Pas na de aanslagen van 22 maart zag men dat in. Nu moet ik nog overal het ABC van de islam uitleggen.’

©Aurélie Geurts

Dat is laat, vindt hij. ‘Ik schrik van het nationalisme. Dat is niet altijd inclusief, maar soms exclusief. Zelfs over de hoofddoeken wordt gepraat vanuit de verlichtingsgedachte, terwijl die ook zei: vrijheid van godsdienst. Velen die tot voor kort met antiverlichtingsdenken dweepten, gebruiken die verlichting nu om zich te onderscheiden van de moslims. ’

Zou politiek iets voor hem zijn? ‘Nu niet. Ik ben relevant door wat ik nu doe.’

De zon is nog lang niet op. Pas rond halfzes zullen we het eerste licht zien. Toch verbiedt de ramadan nu al een uur dat Khalid nog eet. Voor zijn drukke dag begint, hij vertelt nog dit: ‘Af en toe moet ik eens alleen op reis. Dat brengt me tot rust. Ik herinner me een weekje op Gran Canaria. Ik had ‘Nietzsches tranen’ mee, en dat boek ontroerde me zo, dat ik zelf tranen begon te laten. Terwijl ik op het strand lag tussen al die toeristen. De mensen zagen mijn tranen en een oud vrouwtje kwam vragen: ‘Gaat het wel, mijnheertje?’’ Hij kijkt op. ‘Prachtig toch?’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content