interview

Luc De Bruyckere ‘Ik ben geen missionaris, maar iemand moet iets doen'

Luc De Bruyckere. ©Wouter Van Vooren

41 jaar leidde hij de vleesverwerker Ter Beke alsof het zijn bedrijf was. Nu zet hij zijn schouders onder een talentatelier voor kansarme jongeren.

Luc De Bruyckere (73) is net ingehuisd in zijn nagelnieuwe woning, een luxueus penthouse op de vierde verdieping van een historisch pand op de Kouter, hartje Gent. Van aan zijn bureau heeft hij zicht op de spitsen van de Sint-Niklaaskerk, het Belfort en de Sint-Baafskathedraal. In de woonkamer, in grijs en beige en met abstract werk van Renaat Ivens en Spalletti aan de muur, staat de tafel gedekt. Op de borden ligt een stoffen serviette, in een sierlijke krul gevouwen. ‘Ik ben om acht uur om de hoek koffiekoeken, croissants en vers sap gaan halen. Te voet. In Latem neem je daarvoor de auto.’

Na jaren in de groene rand is De Bruyckere in de stad komen wonen. Het is het gebruikelijke verhaal, zegt hij. ‘De kinderen zijn het huis uit, het huis wordt te groot, de tuin vraagt veel onderhoud.’ Hij houdt van het gemak van de stad en het bruisende leven. Hoewel. ‘Binnenkort start hier op het plein Boomtown, ik denk dat we dan even naar de zee gaan.’

Ontbijt met De Tijd

Gent, 8.45 uur, bij Luc De Bruyckere thuis.

We spreken over zijn opstandige jeugd, zijn 41 jaar bij Ter Beke en zijn plannen voor Gentse tieners zonder perspectief.

De topmanager op rust oogt gebruind en ontspannen. Hij heeft een blaadje voor ons uitgeprint. ‘Beknopt Curriculum Vitae’, staat erop. ‘Het geeft een idee, ik heb er niet te veel commentaar bij gegeven.’

De A4 staat vol met mandaten en eretitels. Van zijn bestuursfuncties bij Voka, Vlerick, Sioen, Picanol en Recticel tot zijn voorzitterschap van de stichting Jef Geeraerts. Maar er is één mandaat waarmee hij levenslang zal worden vereenzelvigd: zijn positie bij Ter Beke, waar hij 41 jaar CEO en later voorzitter was. Ter Beke was zijn eerste en enige werkgever. Pas afgestudeerd bij Vlerick Business School ging De Bruyckere er meteen aan de slag. ‘Ik had concrete plannen om een eigen bedrijf op te starten, in hr en consultancy. Ik ben bij Ter Beke gaan praten op aandringen van André Vlerick. Dat gesprek heeft zes uur geduurd.’

De vleesverwerker in Waarschoot was destijds voor honderd procent in handen van de tweede generatie Coopman, de intussen overleden Daniël Coopman en zijn vrouw Edith De Baedts, die nog altijd mede-eigenaar is. ‘Er werkte op dat moment dertig man.’ Toen De Bruyckere afzwaaide, waren dat er bijna tweeduizend. ‘Het is uitzonderlijk dat de eigenaars van een bedrijf in staat zijn te erkennen dat ze niet alles zelf kunnen, en bereid zijn de macht te delen. Danny was echt een man van het vlees, hij had tot zijn veertiende schoolgelopen. Edith is een zeer sterke vrouw, met een diploma economie. Ik heb hun volle vertrouwen gekregen.’

Mede-eigenaar

De Bruyckere verwierf uiteindelijk 10 procent van de aandelen. Dat was belangrijk, het ging om de erkenning. Met de jaren verkocht hij de meeste aandelen weer. ‘Ik werd een minderheidsaandeelhouder maar ik voelde me mede-eigenaar. Bij Ter Beke kon ik een bedrijf leiden als een echte ondernemer. Daarom ben ik zo lang gebleven. Veel kmo’s blijven klein omdat ze niet in staat zijn verder te kijken dan wat ze zelf kunnen controleren. Of ze tolereren geen pottenkijkers. Dat Ter Beke voor een andere bestuurlijke aanpak koos, is de reden van het succes dat tot op de dag van vandaag duurt.’

Veertig jaar een familiebedrijf leiden, dat is veertig jaar navigeren door een emotioneel mijnenveld. Dat is de diplomatische De Bruyckere goed gelukt. ‘Na tien jaar hard groeien wilde Danny op de rem gaan staan. Het ging hem te snel, het werd hem te groot. Toen heb ik gezegd: ‘Als het zo zit, ben ik weg.’ We hebben lang gepraat en zijn er samen uitgeraakt. Kort daarna zijn we naar de beurs gegaan.’

Veel kmo’s blijven klein omdat ze geen pottenkijkers tolereren.

Vandaag is Ter Beke een internationaal opererend fabrikant van vleesproducten en bereide gerechten, met 680 miljoen euro omzet en 2.700 werknemers. De Bruyckere praat er nog altijd over in de wij-vorm, maar zegt geen schoonmoeder te willen zijn. Er is lof voor CEO Francis Kint en er zijn nog informele contacten. ‘Maar als je weg bent, ben je weg.’

De vrouw van De Bruyckere komt dag zeggen. Ze wijst haar man er discreet op dat er nog fruitsalade in de koelkast staat. ‘Oei, ik word berispt.’ Zelf heeft De Bruyckere nog geen hap gegeten. ‘Ik ben aan het praten’, zegt hij. Later zal hij toch wat in de aardbeien en de blauwe druifjes prikken.

Zijn verhuis naar Gent is ook een terugkeer naar zijn roots. De Bruyckere groeide op in Drongen, een landelijke gemeente in de rand van de stad, maar bracht zijn jeugd door in Gent. Zijn vader was een drankenhandelaar. Als derde in een gezin van zes moest ook De Bruyckere mee de ronde doen met bakken cola en bier.

Het was een tijd waarin jongens snel man moesten worden. ‘Ik zeg altijd: ik heb mezelf grootgebracht.’ De leraars op het college introduceerden hem wel in de wereld van klassieke muziek en kunst. ‘Dat was thuis niet direct de prioriteit, zeg maar.’ Zijn moeder stierf jong aan kanker, hij was nog maar 15. De Bruyckere zat op internaat in het Sint-Lievenscollege. Hij was soms wekenlang van huis.

©Wouter Van Vooren

Hij studeerde voor onderwijzer en later bedrijfspsycholoog. ‘Ik kom uit een milieu van zelfstandigen. Mijn grootvader was groenteboer. Als er dan toch moest worden gestudeerd, dan was het bedrijfsleven de evidente keuze. Als ik thuis zat te blokken en de brouwerij kwam leveren, dan kwam mijn vader me roepen: ‘Komaan jongen, het zal je deugd doen.’ Dan moest ik mee de camion lossen.’

Hij lijkt meer op zijn moeder, zegt hij. Ze tenniste in lange rokken en verbaasde heel Drongen door met de eerste auto, op houten velgen, door de straten te rijden. ‘Mijn vader was gezagsgetrouw, een brave mens. Mijn moeder was veel ondernemender dan hij.’

Kort na de dood van zijn moeder werd hij van school gestuurd. ‘Ik vind het lastig daar achteraf een psychologische uitleg voor te geven. Maar het klopt dat ik opstandig was. Ik puberde zwaar. Ik kon de betuttelende, autoritaire houding die op dat college werd aangenomen, niet verdragen. Johan Mussche en Luc Van Nevel zijn van datzelfde college gestuurd. We zijn later alle drie manager van het jaar geworden.’

Hij wordt omschreven als diplomatisch en bedaard. En zo spreekt hij ook. Hij formuleert de dingen soms ook wat plechtstatig. ‘De meeste mensen die me kennen, kunnen moeilijk geloven dat ik destijds van school ben gestuurd. Maar het zit nog altijd een beetje in mij om me te verzetten tegen het systeem. Ik probeer te mobiliseren om te veranderen en te verbeteren. Aan de knoppen zitten, dat interesseert mij. Stúren.’

Jongeren

De Bruyckere vertelt over zijn nieuwe project, het Talentatelier voor Jongeren (TAJO). Het is een zaterdagschool voor kansarme Gentse tieners uit kwetsbare milieus, geïnspireerd op succesvolle voorbeelden uit Brussel en Nederland. ‘Ik heb zelf kansen gekregen, en zo ben ik geworden wie ik ben. Ik heb mijn eigen weg gezocht. In Gent leeft 15 à 20 procent van de kinderen onder de armoedegrens. En wat erger is: zij hebben geen perspectief. Ze haken vaak af op school, er is tot 15 procent schooluitval. Het is lastig om gemotiveerd te werken voor een betere toekomst als je je daar geen beeld bij kan vormen. TAJO wil laten zien dat er wel mogelijkheden zijn. Want alleen wie kansen krijgt, kan ze grijpen.’

TAJO begint in de wijk Sint-Amandsberg in het Sint-Janscollege met een selectie van veertig kinderen uit de buurt. ‘Ze doen wel stoer, maar hebben vaak weinig zelfvertrouwen. Ze worden niet uitgedaagd door lessen piano of ballet. Pas door dingen te doen en fouten te maken leer je waar je goed in bent. Zo bouw je zelfkennis en zelfvertrouwen op.’

Ik kon de betuttelende en autoritaire houding op het college niet verdragen.

De Bruyckere stelde een raad van bestuur samen een stevig bedrijf waardig, met de ex-Bpost-topman Johnny Thijs, de voormalige UGent-rector Anne De Paepe en de professor emeritus Eric De Lembre. Met de hulp van zijn goede vriend Ivan De Witte overtuigde hij de hr-directeur van ING-bank om haar job op te zeggen en directeur te worden van TAJO. ‘Ze heeft 30 procent loon ingeleverd, en levert echt geweldig goed werk.’

Onderzoekers van de Universiteit Gent volgen het project wetenschappelijk op. ‘We willen weten wat de impact is. Op de kinderen, op hun gezin en op de wijk. In Brussel en in Nederland hebben ze aangetoond dat de ateliers school-uitval onder deelnemers kunnen terugdringen van 15 naar 5 procent. Dat is spectaculair.’

TAJO mikt op tieners, in de cruciale leeftijdsgroep van 10 tot 14 jaar. Op kruissnelheid wil de organisatie zo’n 300 kinderen per jaar begeleiden. Samen met collega’s heeft De Bruyckere 300.000 euro fondsen verzameld, en hij is al bezig met de volgende ronde. ‘We werken nauw samen met de stad, maar het eerste wat De Gentse schepen van Onderwijs Elke Decruyenaere tegen me zei, was: ‘Luc, ik heb geen geld.’ Ik heb gezegd dat ik daar zelf voor zou zorgen. Een beetje stoute taal, maar het zal lukken. Ik kan maar proberen te helpen met het netwerk dat ik al die jaren heb opgebouwd, met mijn reputatie die deuren opent om financiële middelen te verzamelen. Ik ben geen missionaris, maar iemand moet iets doen.’

Behalve in het bedrijf van zijn zoon, dat Volvo’s en Maserati’s verdeelt, heeft De Bruyckere geen mandaten meer in het bedrijfsleven. Maar hij hielp wel het opleidingscentrum voor robotchirurgie ORSI in Melle in de steigers te zetten. ‘Ik heb geen behoefte om onder een palmboom te gaan liggen. Als ik wat kan golfen, ben ik content. Als ik uit de takken kan blijven tenminste. (wijst naar zijn geschonden wenkbrauw) Een sportletsel. Er vloog een tak in mijn gezicht toen ik een golfbal probeerde op te rapen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie