Luc Van Mol: ‘Ik ben in mijn carrière al elke dag blij geweest'

ZEB is vandaag een begrip in de retailwereld, met meer dan 100 winkels die samen 224 miljoen euro omzet draaien. ©Kristof Vadino

De oprichter van de modeketen ZEB kan het niet laten. Als iets zijn nieuwsgierigheid wekt, moet hij erop af. Tot in West-Papoea. Ontbijt met De Tijd.

Luc Van Mol (55) begint gretig aan de dag. De ontbijttafel - met daaronder zijn honden Roxy en Wasco - is rijkelijk gedekt. Terwijl de oprichter van de modeketen ZEB koffie inschenkt, dist hij meteen een spannend verhaal op. Over hoe hij in de Indonesische provincie West-Papoea onder schot werd gehouden met pijl en boog. ‘Ik heb me toen even afgevraagd of het wel een goed idee was daar op vakantie te gaan.’

Ontbijt met De Tijd

Grimbergen, 8 uur, thuis bij Luc Van Mol.

Met de oprichter van ZEB praten we over zijn honger naar succes, respect en avontuur.

Maar hij kon niet anders, zegt hij. ‘Ik had gelezen dat in West-Papoea nog stammen leefden die zelden of nooit contact hadden gehad met de buitenwereld. Zoiets maakt me zo nieuwsgierig dat ik denk: zou ik er kunnen geraken?’’ Na een online speurtocht vond Van Mol een gids die een expeditie kon opzetten voor hem en zijn gezin. Met een missionarisvliegtuig vlogen ze tot bij de laatste min of meer ontwikkelde nederzetting, om van daaruit met 35 dragers de brousse in te trekken tot bij de stam die ze zochten.

‘Onze gids was er één keer geweest, met twee antropologen. Maar verder hadden de leden van die stam nog nooit blanken gezien. De vijandige ontvangst hoefde dus niet te verbazen. Maar uiteindelijk mochten we wel enkele nachten bij hen doorbrengen. Een ongelooflijke ervaring.’

Yes we can

Het verhaal zegt veel over Van Mol. Als hij zich iets in het hoofd haalt, is de kans reëel dat het lukt. Hij vindt wel een weg, en meestal loopt die gewoon rechtdoor. ‘Ik ben een doener, ja. In die mate dat ik me tegen mezelf moet beschermen. Ik stoot bij wijze van spreken elke dag wel op een idee waarvan ik denk: daar moet ik mijn schouders onder zetten. Soms doe ik dat ook. Maar ik moet erover waken dat het niet ten koste gaat van mijn bedrijf en van mijn privéleven. Er zijn jammer genoeg maar 24 uur in een dag.’

Niets weerspiegelt die yes-we-canmentaliteit beter dan het bedrijf dat Van Mol 26 jaar geleden begon. ZEB is vandaag een begrip in de retailwereld, met meer dan 100 winkels die samen 224 miljoen euro omzet draaien.

Eigenlijk is Van Mol opgeleid als leraar lichamelijke opvoeding. Maar omdat hij geen zin had in een voorspelbaar carrièrepad, ging hij aan de slag bij IBM, waar hij de eerste pc aan de man moest brengen. ‘Niet meteen mijn passie, maar goed om mijn boterham te verdienen.’ Van daaruit ging hij naar het techbedrijf Capgemini, maar ook daar vond hij zijn draai niet. ‘Ik ben niet gemaakt om voor een baas te werken, ik ben wat allergisch voor mensen die me zeggen wat ik moet doen’, grinnikt hij.

Als iedereen naar links gaat, ben ik degene die ook even rechts gaat kijken.

Toen hij hoorde dat een Nederlands merk van confectiejeans een verdeler in België zocht, zag hij zijn kans. ‘De dag dat ik van Capgemini een BMW 5 full option aangeboden kreeg, gaf ik mijn ontslag en kocht ik een derdehandsauto. Daarmee reed ik van winkelstraat naar winkelstraat, en met de jeans over mijn schouder ging ik van boetiek tot boetiek. Ik kende toen niets van die wereld. Ik stapte dus evengoed bij Armani binnen om te vragen of ze geen goedkope jeans moesten hebben. ‘Maar meneer, wij zijn Armani’, kreeg ik dan te horen.’ (lacht)

Toch verkocht Van Mol elke dag wel iets. En na enkele weken had hij het gevoel dat hij dat ook wel zelf kon, zo’n winkel uitbaten. Hij kocht een pand in Aalst dat hij samen met zijn vader verbouwde. Toen de winkel begon te draaien, volgde een tweede. En een derde. En... ‘Elke dag had ik een reden om blij te zijn. Nog altijd, trouwens.’

Groeispurt

Dik tien jaar geleden kwam er plots een groeispurt. ‘De business draaide goed, maar was me iets te stabiel geworden. Te ordelijk. Dus wilde ik of iets totaal anders doen, of groeien.’ Het werd optie twee. Via overnames bouwden Van Mol en zijn team ZEB uit tot de bescheiden kolos die het vandaag is, een bedrijf met 1.200 werknemers, verspreid over de uithangborden ZEB, Pointcarré, ZEB For Stars en The Fashionstore. En de lat ligt nog hoger. ‘We willen zo snel mogelijk nog zeventig winkels openen.’

©Kristof Vadino

Dat zijn plan gedurfd is in de aartsmoeilijke markt van fashion retail, opperen we. Van Mol knikt. ‘Ik stel mezelf elke dag de vraag of ik niet verblind ben. Of ik iets mis. Maar geen van onze winkels draait met verlies. Dan zullen we wel iets beter doen dan de rest, zeker?’

Wat dat dan is? ‘Een combinatie van technologie en buikgevoel’, zegt Van Mol gedecideerd. ‘We teren als bedrijf erg op IT, op algoritmes die ons de juiste analyses helpen te maken. Een voorbeeld: als uit data blijkt dat we 20 procent zwarte kleding verkopen, weten onze aankopers dat ze geen 19 maar ook geen 30 procent zwart moeten inslaan. Dat wordt permanent gemonitord.’

Daarnaast komt het erop aan de juiste merken in huis te hebben. ‘Dat deel is het buikgevoel, daar kan je geen formule op loslaten. De Instagram-generatie wil vandaag merk A en morgen merk B. Dan moet je de mensen met de juiste voelsprieten in huis hebben. Als je de efficiëntie van IT aan een goed buikgevoel kan koppelen, ben je relevant. En als je relevant bent, zullen klanten je blijven vinden.’

Dat Van Mol een wroeter is, helpt ook. ‘Ik draai elke steen om, stel alles in vraag. Als iedereen naar links gaat, ben ik degene die ook even rechts gaat kijken. Wie weet wat mis je daar? Dat is nuttig in een sector die het moeilijk heeft en waarin je permanent op zoek moet naar manieren om je marges te verbeteren. Je komt er niet als je exact hetzelfde blijft doen.’

Het personeelsbeleid van ZEB klinkt misschien wat zweverig. Maar we zijn geen sekte, hoor.

Toen ZEB amper vijf winkels telde, reisde Van Mol al naar China om er met leveranciers te praten, ook al verklaarden collega’s hem gek. En met de grote merken onderhandelde hij een deal waarin ze mee het risico op overstock droegen. ‘Bleek dat in het buitenland al de normaalste zaak van de wereld. Had ik dat maar eerder geweten’, zegt hij lachend. ‘Als ik zo’n partnerschap vandaag aan Belgische merken voorstel, horen die het nog in Keulen donderen. Soms hebben we het gevoel dat we hier het wiel zijn aan het uitvinden.’

Sperperiode

Uit diezelfde logica volgde zijn strijd met de sperperiode voor de solden. ‘Jaar na jaar waarschuwden mijn algoritmes me dat ik te veel winterjassen had. Wel, als ik dat al in oktober weet, kan ik ze nog met een lichte korting aanbieden. Dan is de klant blij, en maak ik er zelf nog wat winst op. Maar nee, dan zou ik moeten wachten tot de solden, om ze dan met verlies te gaan verkopen. Dan voer ik een strijd, ja. Logisch toch?’

Een troep ganzen landt met veel kabaal in de vijver in de tuin. Van Mol geniet zichtbaar. ‘Ik ben bewust in het groen komen wonen. De natuur houdt me in evenwicht.’ In een serre kweekt hij sinds twee jaar Overijse tafeldruiven. ‘Ik volg een cursus.’ En verderop in de tuin grazen enkele schapen en twee mustangs. ‘Die prairiepaarden heb ik geadopteerd, omdat er in de Verenigde Staten 50.000 te veel zijn.’

Als je op je plaats zit en mag doen waar je goed in bent, krijg je een gevoel van waarde.

Het evenwicht dat Van Mol hier vindt, wil hij ook voor zijn werknemers. ‘Ik weet dat we de wereld niet verbeteren door kleren te verkopen. Maar als onze mensen graag komen werken, heb ik het gevoel dat ik mijn steentje bijdraag’, zegt hij. ‘We waken daar bij ZEB echt over. Met Insights, een test met 25 vragen waarmee je een precies beeld krijgt van de persoon die voor je zit. Dankzij dat profiel, uitgedrukt in een kleurenpalet, kan je teams evenwichtig samenstellen. Mensen leren beter om te gaan met elkaars karakter en leren ook bij over zichzelf. Zo kan je mensen in hun kracht zetten, zoals wij dat dan zeggen. Als je op je plaats zit en mag doen waar je goed in bent, krijg je een gevoel van waarde.’

Niet zwalpen

Dat betekent niet dat ze geen stress kennen bij ZEB, benadrukt hij. ‘Er wordt verdomd hard gewerkt. Maar van hard werk en stress alleen heeft nog nooit iemand een burn-out gekregen. Pas als de stress uitgaat van onzekerheid wordt ze gevaarlijk. Je mag mensen niet laten zwalpen. Daar proberen we elke dag aan te werken. Met succes, durf ik te zeggen. Hout vasthouden, maar in mijn hele carrière heb ik nog nooit iemand weten uitvallen met een burn-out. Niemand.’

Van Mol glimlacht. ‘Klinkt allemaal wat zweverig, hè? Maar we zijn geen sekte, hoor. Het is gewoon een doorgedreven manier van respectvol met elkaar om te gaan. Als we mensen uit een meer corporate cultuur aannemen, moeten ze altijd even wennen. Iemand die vraagt hoe het met hen gaat en daar een echt antwoord op verwacht, dat zijn ze niet gewend. Terwijl het zo’n belangrijke vraag is, die we gerust wat vaker mogen stellen.’

Van Mol moet ervan door, de eerste vergadering van de dag wacht. Maar eerst nog even de tafel afruimen, anders is Wasco met het eten weg. ‘Het is een schat van een hond, maar ook een onverbeterlijke dief.’ Met schuldbewuste blik volgt het dier zijn baasje tot aan de voordeur.

Lees verder

Advertentie
Advertentie