MR-talent Alexia Bertrand: ‘Veel geleerd door toiletten te poetsen in de Quick'

‘Ik ben geboren in de VS, woonde als kind ook een tijdje in Londen, maar groeide uiteindelijk vooral op in Brussel.' ©Saskia Vanderstichele

Door zwaar uit te halen naar de falende Brusselse begroting maakt Alexia Bertrand haar rol waar als aanstormend politiek talent bij de MR. Ontbijt met De Tijd.

‘Laat het ons eerst eens over u hebben’, steekt Alexia Bertrand van wal terwijl ze van haar koffie met melk nipt. Het is geen vanzelfsprekende vraag voor een journalist die gewend is het gesprek te sturen, maar de vriendelijke blik is zo dwingend dat er niets anders opzit dan de rollen de eerste vijf minuten om te draaien.

Het typeert de 40-jarige MR-fractieleidster van het Brussels Parlement. Ze wordt als een innemende persoon beschouwd, een politiek talent dat veel aandacht toont voor degene met wie ze in gesprek gaat. Dat leverde een mooi compliment op van Theo Francken (N-VA), die ze leerde kennen in zijn periode als staatssecretaris, toen zij kabinetschef was van minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders. Ze lacht als ik vraag of ze zich de lofbetuiging herinnert. ‘Hij noemde mij intelligent en charmant. Dat is toch fijn, niet?’

Ontbijt met De Tijd

Brussel, 8 uur,  café Leopold, Tervurenlaan.

Met Alexia Bertrand praten we over vluchtelingen, de nieuwe generatie politici en de band met haar vader Luc, de topman van Ackermans & van Haaren.

 

Na het vertrek van de N-VA uit de regering-Michel is het minder kies voor een liberaal om bloemetjes te gooien naar de Vlaams-nationalisten, maar Bertrand is niet te beroerd om Francken op haar beurt een goede politicus te noemen. ‘Hij kent zijn dossiers en is binnenskamers veel genuanceerder dan hij naar de buitenwereld laat uitschijnen. Al betreur ik het dat die laatste kant de jongste tijd de bovenhand genomen heeft.’

Harvard

Naast justitie en buitenlandse zaken is asiel en migratie een van de onderwerpen die Bertrand na haar carrière als advocaat bij Linklaters naar de politiek dreef. ‘Ik ben net ‘The Ungrateful Refugee’ aan het lezen van de Amerikaans-Franse schrijfster Dina Nayeri. Aan de hand van haar eigen vlucht uit Iran vertelt ze over hoe lastig het is voor vluchtelingen om na alle ontberingen uit hun thuisland en tijdens hun vlucht ergens aan te komen, en dan zich per se dankbaar te moeten opstellen. Het is wat provocerend, maar ik vind het belangrijk andere standpunten te horen.’

We zitten in café Leopold op de Brusselse Tervurenlaan, een modieuze en gezellige bar waar passanten binnenlopen om een meeneemkoffie te bestellen, enkele zakenmensen achter een laptop zitten te werken en een mama met baby in een draagzak de krant leest. ‘Ik heb dit uitgekozen omdat het me sterk aan mijn tijd in New York doet denken, waar ik een tijdje woonde na mijn studies aan Harvard. Er hangt een losse, creatieve sfeer. Ik kom graag onder de mensen, en daarom ligt deze plek me wel.’

Ik ben geboren in de VS, woonde als kind ook een tijdje in Londen, maar groeide uiteindelijk vooral op in Brussel.

Vader Luc, de sterke man van de investeringsmaatschappij Ackermans & van Haaren, is een Franstalige Antwerpenaar die als bankier veel in het buitenland heeft gewerkt. ‘Ik ben geboren in de VS, woonde als kind ook een tijdje in Londen, maar groeide uiteindelijk vooral op in Brussel. Zo voel ik me ook vooral: een Brusselse, met een ruime blik op de wereld. Maar de connecties met Antwerpen blijven heel goed: ik vind het een fantastische stad.’

Haar moedertaal is Frans, maar ze spreekt vrijwel perfect Nederlands. Slechts heel sporadisch moet ze eens naar het juiste woord zoeken. ‘We sturen ook onze kinderen naar een Nederlandstalige school.’ Na haar carrière in de advocatuur, waar ze onder meer op het Fortis-dossier werkte, sprak ze MR-boegbeeld Didier Reynders aan na een conferentie. Ze werd eerst beleidsmedewerkster, later chef op zijn kabinet.

Faillissement

Nu is ze als topvrouw van de MR in het Brussels Parlement het gezicht van de oppositie in Brussel. Haar uithaal naar de manke nieuwe begroting ging niet ongemerkt voorbij. ‘Brussel staat aan de rand van het faillissement’, zegt ze. ‘De regering schermt met het argument dat het gaat om strategische investeringen. Die zijn inderdaad te verantwoorden. Maar een deel van het tekort wordt veroorzaakt door lopende uitgaven, zonder enige ambitie om tot een begrotingsevenwicht te komen.’

Als aanstormend talent bij de Franstalige liberalen volgt ze ook de federale onderhandelingen op de voet. Ze begrijpt de demarche van haar Vlaamse confraters van Open VLD om extra druk op de ketel te zetten door openlijk te suggereren dat de N-VA voor de oppositie kiest. ‘We zitten in een belangrijk momentum. Ofwel krijgen we relatief snel een doorbraak, ofwel zijn we voor nog veel langer vertrokken. En niemand wil toch nieuwe verkiezingen?’

Daarmee vertolkt ze ook het dilemma dat leeft in de hoofden van de Franstalige liberalen. Enerzijds heeft Charles Michel bij zijn vertrek uit de Wetstraat de deur ferm gesloten voor nieuwe communautaire stappen. Anderzijds beseft men dat een regering zonder de N-VA kan leiden tot een verdere opgang van het Vlaams Belang, dat misschien samen met de Vlaams-nationalisten aan een meerderheid zou kunnen geraken.

Ik denk dat wij vrouwen beter voorbereid zijn om een nieuw soort leiderschap te belichamen.

‘De bal ligt niet in ons kamp’, zegt Bertrand. ‘We beseffen heel goed dat het uitsluiten van de N-VA niet zonder gevolgen is in deze tijden van oprukkend extremisme. Maar een nieuwe communautaire ronde heeft nu geen zin omdat we nog niet klaar zijn met de implementatie van de vorige. Bovendien is al herhaaldelijk gebleken dat institutionele hervormingen zo veel politieke energie vergen dat je in zo’n periode de echte problemen van het land niet kan aanpakken.’

Als zijn gewezen kabinetschef wordt ze tot het kamp-Reynders gerekend in de machtsstrijd in de MR. Maar die kloof met de groep rond Michel is achter de rug, zegt ze kordaat. ‘Ik steun Georges-Louis Bouchez als voorzitter, omdat het tijd is dat een nieuwe generatie politici het voortouw neemt die het verleden achter zich laat.’ Denkt ze dan ook aan de jonge sp.a-voorzitter Conner Rousseau en CD&V-voorzitterskandidaat Sammy Mahdi? ‘Absoluut. En ook aan Thomas Dermine, het nieuwe hoofd van de PS-studiedienst.’

Rutten

Waar staat die nieuwe generatie voor? ‘We doen vooral veel pragmatischer aan politiek. Daardoor kunnen we beter de ideologische verdeeldheid overstijgen om samen naar oplossingen te zoeken. De mensen liggen lang niet meer wakker van het onderscheid tussen links en rechts.’

Ze noemt de 39-jarige Nieuw-Zeelandse premier Jacinda Ardern haar grote voorbeeld. Die maakte onlangs indruk met een filmpje op sociale media waarin ze overtuigend in twee minuten de verwezenlijkingen van haar regering opsomde. ‘Ik denk dat wij vrouwen beter voorbereid zijn om een nieuw soort leiderschap te belichamen, waarin we veel meer op basis van overleg en empathie werken dan de brute macht toe te passen.’

Zou Open VLD-voorzitster Gwendolyn Rutten, wiens naam de jongste dagen expliciet genoemd wordt, een goede premier zijn? ‘Het is niet aan mij daarover te beslissen. Maar het zou in elk geval fantastisch zijn mocht het een vrouw en een liberaal zijn.’ Zit hier op de langere termijn een toekomstige premier van België voor mij? ‘Zeg nooit nooit’, luidt het politieke antwoord. ‘Een paar jaar geleden had ik misschien nog overtuigender ja geantwoord. Maar ik besef intussen dat je ook op een andere manier kan wegen op het beleid. Ik wil zitten waar ik het meeste impact heb.’

Saoedi-Arabië

Dat ze de dochter is van Luc Bertrand, een van de belangrijkste spelers in ondernemend België, levert haar soms verwijten op. Zoals onlangs nog in het Brussels Parlement, waar de PTB in een discussie over de slimme kilometerheffing naar de rijkdom van bepaalde parlementsleden uithaalde. ‘Dat soort kritiek raakt me niet meer. Maar ik vind zoiets schadelijk voor onze democratie en onze maatschappij. Waarom in godsnaam? Wat heeft dat te maken met hoe ik aan politiek doe? Mijn ouders hebben er net op gehamerd iedereen te beoordelen op basis van wat hij doet, niet op basis van wie hij is.’

©Saskia Vanderstichele

Toen ze kabinetschef van Reynders was, doken mediaberichten op over belangenvermenging. Toen de Belgische ambassadeur bij de Verenigde Naties de controversiële beslissing steunde om Saoedi-Arabië hoofd te maken van het comité voor de mensenrechten, werd daar de hand in gezien van Bertrand. Ze is ook lid van de raad van bestuur van Ackermans & van Haaren, dat er als hoofdaandeelhouder van de baggeraar DEME belang bij zou hebben dat land gunstig te stemmen voor contracten.

Bertrand reageert ferm op die aantijgingen. ‘Ik vond het ongelooflijk dat sommige media dat bericht de wereld instuurden. Terwijl ze de mails hadden die aantoonden dat ik helemaal geen stem had in die beslissing, die onafhankelijk door de diplomatie gemaakt werd. Bovendien hadden we op dat moment geen enkel zakelijk belang in Saoedi-Arabië.’

Huisbezoeken

Hoewel haar vader al een paar keer zwaar uitgehaald heeft naar het beleid, gaat ze politieke discussies met hem uit de weg sinds ze de advocatuur vaarwel gezegd heeft. ‘We zijn het af en toe wel oneens’, glimlacht ze. Op de vraag waarover, denkt ze even na. ‘Als politica kom ik vaak onder de mensen, bijvoorbeeld tijdens huisbezoeken. Ik besef nu veel beter dan vroeger wat het betekent rond te moeten komen met een loon van 1.600 euro.’

Haar ouders vroegen haar als tiener jarenlang een vakantiejob te kiezen, om voeling te krijgen met de dagelijkse realiteit. Ze koos er onder meer voor in de Quick te gaan werken. Weliswaar in Knokke, maar het was toch een enorme leerschool. ‘Het voordeel van werken in een hamburgerrestaurant is dat je alles moet doen: bedienen, in de keuken staan en boze klanten te woord staan als je bijvoorbeeld het deksel van een beker cola niet goed dichtgedaan hebt. Ik moest er ook de toiletten schoonmaken. Daar heb ik geleerd hoe weinig respect sommigen hebben voor hardwerkende mensen in zo’n restaurant. Nu ik erover nadenk, is die periode heel bepalend geweest in mijn opvoeding.’

Als ze bij het afscheid nemen haar telefoon weer aanzet, heeft ze vier gemiste oproepen, zeven sms’en en 27 WhatsApp-berichten. ‘Zo zie je, ook in de Brusselse oppositie is het nooit saai’, lacht ze.


Lees ‘Ontbijt met De Tijd’ ook op 
www.tijd.be/ontbijt

Lees verder

Advertentie
Advertentie