Advertentie

Nadine Khouzam: ‘Ik wil gewoon dat iedereen mee is’

©Kristof Vadino

Ze leert kinderen programmeren, brengt internet naar Afrika en vertegenwoordigde België op de Olympische Spelen. ‘Als iemand zegt: je moet kiezen tussen twee dingen, dan doe ik allebei.’ Ontbijt met De Tijd.

Ontbijt met De Tijd

10 uur, Elsene. Met Nadine Khouzam praten we over de digitale kloof, getting things done (GTD), en harde hockeyballen.

Eerder dit jaar huldigde het Amerikaanse zakenblad Forbes, vermaard voor zijn lijstjes met succesvolle mensen, de Brusselse Nadine Khouzam (30) met een plekje in de jaarlijkse 30 Under 30, een selectie van 30 jonge ondernemers die het verschil maken op het vlak van technologie. ‘Khouzam kent de waarde van toewijding en mentorschap’, strooide het magazine met lof, verwijzend naar haar rol als oprichtster van CodeNPlay, een start-up die lagereschoolkinderen de eerste stapjes in programmeren en robotica leert zetten. ‘Uiteraard een hele eer’, zegt Khouzam. Alleen: het raakte bekend op dezelfde dag in maart dat België in lockdown ging, en dus kraaide er werkelijk geen haan naar. ‘Ik heb twee berichtjes gekregen of zo’, lacht ze achter haar mondmasker. ‘Laat ons zeggen dat de mensen met andere dingen bezig waren.’

We halen koffie en croissants op het Flageyplein in Brussel, en kiezen voor de nationale bezigheid van het jaar: een wandeling. Rond de vijvers van Elsene vertelt Khouzam hoe ze haar werk als sociaal geëngageerd ondernemer in één agenda gepropt krijgt met een job bij een van de grootste techbedrijven ter wereld. Ze wisselt, in normale tijden, deze buurt af met haar echte woonplaats in Londen. Ze werkt er bij Facebook in de afdeling die internetverbindingen wil bezorgen aan de 49 procent van de wereldbevolking die er nog geen heeft (maar waar ze verder niet over wil praten vandaag).

©Kristof Vadino

Ook legt ze uit hoe de topsport haar heeft gemaakt tot wie ze is. Khouzam was tien jaar lang doelvrouw bij de nationale hockeyploeg en maakte deel uit van de selectie Red Panthers die een historische kwalificatie voor de Olympische Spelen van Londen in 2012 afdwong. ‘Die carrière heeft me gevormd op meer manieren dan ik vaak besef.’

Ze houdt ervan veel verantwoordelijkheden te combineren, en het liefst van al als ze zo het ongelijk kan bewijzen van iemand die beweert dat het onmogelijk is. Veeleisende studies en 40 uur sport per week. Een eigen snelgroeiende start-up en een baan bij een techgigant. ‘Als ik niet kan kiezen tussen twee dingen en iemand me zegt dat het toch moet, wil ik absoluut beide doen.’

In 2017, met een diploma computerwetenschappen op zak, richtte ze CodeNPlay op, toen ze zich realiseerde dat het enorm moeilijk is voor volwassenen om op late leeftijd bij te benen met digitale skills. ‘Velen die het proberen, slagen daar niet in. Op de unief zag ik dat zelfs de allerslimste studenten het verplichte vak informatica niet onder de knie kregen. Programmeren is een manier van denken. Die kan je je maar beter eigen maken als kind.’

Ze trok naar haar voormalige lagere school, les Servites de Marie in Ukkel, en vroeg of ze computerlessen mocht geven. Het begon met drie kinderen tijdens de middagpauze en vijf na de schooluren. Drie jaar later telt CodeNPlay, gefinancierd door federale subsidies uit het Digital Belgium Skills Fund en met injecties van privépartners als Google, acht medewerkers. Het geeft les aan 1.500 kinderen in Brussel, Charleroi en Aalst. ‘Al snel bleek de vraag heel groot.’ En dat ondanks de weerstand bij menig schooldirecteur. ‘Sommigen zeiden dat ze toch al les gaven over Excel en Word. Er waren er ook die vreesden dat wifi slecht is voor de gezondheid van de kinderen.’

©Kristof Vadino

CodeNPlay doceert geen programmeertaal of syntaxis, wel logica, zegt Khouzam. ‘Als ik dit doe, gebeurt dat. Als ik dat doe, gebeurt dit. Zo brengen ze een kleine robot in beweging.’ Het helpt om de basics van robotica bij te brengen, en om kinderen geboeid te houden. ‘Ze zijn geamuseerd en ze leren. Je ziet hoe ze urenlang gefocust zijn, iets wat je moeilijk gedaan krijgt van een kind.’

Moet het vaste kost worden in het curriculum van het lager onderwijs? ‘Ja, absoluut. Onze leerstof is aangepast bij de industriële revolutie, en sindsdien niet meer. Nu kijken we aan tegen verschillende revoluties tegelijk, en daar handelen we niet naar. Het vraagt tijd en het is moeilijk om te veranderen, dat begrijp ik. En er is te veel om kinderen te leren dan er tijd is waarschijnlijk. Maar toch.’

‘Technologie is overal, en dat vinden we vanzelfsprekend. Maar de kennis erover zit bij een kleine groep. De onwetendheid maakt velen kwetsbaar. Zo krijg je een samenleving met twee snelheden. Dat is fundamenteel verkeerd. Ik wil dat iedereen dezelfde kansen kan krijgen, zodat je je kunt ontplooien zoals je wil. Iedereen neemt een ander pad, maar je moet wel van dezelfde kansen kunnen vertrekken. Technologie creëert die kloof, maar kan ook the great equalizer zijn.’

Het klinkt misschien dwaas, maar het belangrijkste dat sport je leert, is verliezen. Je leert wat het is om een stamp in je gezicht te krijgen, recht te staan en je ergens over te zetten.

Zelf kreeg Khouzam, die opgroeide in Beersel, als kind alle kansen die ze zich kon wensen, blikt ze terug. ‘Ik had een heel gelukkige jeugd.’ Haar ouders zijn allebei dokter, vader cardioloog en moeder anesthesist. ‘Ze hadden één regel: zo lang je het goed doet op school mag je doen wat je wil. Dat maakt je heel verantwoordelijk.’

‘Ik had talent voor wiskunde en voor zaken, denk ik. Als mijn zus geld van me wou lenen, legde ik haar uit dat het wel met x procent intrest was. Ik wist niet goed wat ik moest studeren, maar mijn ouders zeiden: als je in business wil gaan, kan dat altijd later. Als je van wiskunde houdt, kan je maar beter eerst ingenieur worden.’

Khouzam studeerde aan de ULB, maar de liefde voor de computer kwam pas later. Haar specialisaties werden eerder toevallig computerwetenschappen en AI. Ze was er de enige vrouw. ‘Ik had er blijkbaar aanleg voor, en slaagde vlot terwijl anderen erop zwoegden. Ik hield van de logica, dat moet toch ergens in mij zitten. Maar een roeping of een uitgestippeld plan was er niet. Toch niet dat ik me kan herinneren.’

Een jaar na de oprichting van CodeNPlay trok Facebook aan haar mouw, en ze hapte toe. Er zijn dagen waarin ze springt van de ene call over CodeNPlay naar het andere videogesprek met haar Facebook-collega’s in Londen of in Californië. ‘Ik krijg de ruimte van Facebook. Het maakt hen niet uit welke uren ik klop, als ik maar resultaten aanlever.’

©Kristof Vadino

De combinatie van sociaal en lokaal geëngageerd ondernemerschap met werken bij het grootste en vaak verguisde sociale netwerk, het hoeft niet zo vreemd te zijn. ‘Het heeft allebei te maken met mijn drang naar inclusiviteit. Zien dat iedereen mee is.’

Navraag in het Brusselse techwereldje levert een beschrijving van Khouzam op van drie letters: GTD. Start-upspeak, leert even googlen, voor Getting Things Done. ‘Haha, dat kan wel kloppen. Ik word er wat zenuwachtig van als mensen maar praten en praten over wat moet gebeuren. Dan denk ik: oké, doe het dan. Iedereen heeft ideeën, maar die zijn niet veel waard zonder uitvoering. Dat stoort me een beetje in de hele samenleving.’

Een voorbeeld: Khouzam stond op het punt zich kandidaat te stellen voor ‘Belgium’s 40 under 40’, een initiatief om een nieuwe generatie ondernemers met sociale impact te verenigen. Tot bleek dat de jury en de mentoren voor meer dan 80 procent mannelijk en blank zijn. ‘Als je dat aankaart, hoor je: we weten het, we werken eraan, het is niet gemakkelijk. Maar er gebeurt niks.’ (Later die dag post ze op haar LinkedIn-pagina een open brief om het gebrek aan diversiteit aan te klagen.)

‘Het komt vast van de sport’, zegt Khouzam nog over die dadendrang. ‘Je kan doen wat je wil, uiteindelijk telt maar één ding: de score. Je wint of je verliest.’

Ze keert er als een rode draad naar terug tijdens onze ontbijtwandeling. Sport was - ze stopte twee jaar geleden met spijt in het hart, sinds de verhuizing naar Londen - geen hobby, maar een deel van haar persoonlijkheid. Ze begon met hockey toen ze acht was. ‘Ik was geen natuurtalent op het veld, maar was op den duur de enige die in de goal wou staan.’ Uiteindelijk was ze tien jaar lang nationale doelvrouw, met als hoogtepunt de Spelen in 2012, en de kwalificatie ervoor, als eerste Belgische vrouwenteam in eender welke ploegsport. (Intussen plaatsten ook de basketvrouwen, de Belgian Cats, zich voor de komende Spelen.)

‘Het klinkt misschien dwaas, maar het belangrijkste dat sport je leert, is verliezen. Je leert wat het is om een stamp in je gezicht te krijgen, weer recht te staan en je ergens over te zetten.’

Klopt het dat de goed ingepakte goalies in het hockey altijd diegenen van de ploeg zijn met het grootste hoekje af? Khouzam lacht. ‘Waarschijnlijk wel. Je staat toch een beetje alleen in het team. Het is je rol om op het gevaar af te gaan in plaats van ervan weg te lopen. En geloof me, een hockeybal is hard.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie