'Niemand is nog normaal: ofwel ben je hoogbegaafd, ofwel gestoord'

©Wouter Van Vooren

In een nieuw boek haalt de hoogleraar psychoanalyse Paul Verhaeghe uit naar de maatschappij, omdat iedereen die niet kan volgen aan de pillen moet. Ontbijt met De Tijd.

De geur van gebakken spek komt ons tegemoet als Paul Verhaeghe (64) de deur van zijn huis in Laarne bij Gent opendoet. De tafel is royaal gedekt met frambozen, meloen, yoghurt, havermout, brood en confituur uit eigen tuin.

‘Ik heb straks een lange treinrit voor de boeg. Naar Groningen, voor een lezing over mijn nieuwe boek. Daarom is het een brunch in plaats van een ontbijt. Ik ben dan ook uitzonderlijk laat opgestaan.’ Het is 8.30 uur. Meestal is de psycholoog rond vijf of zes uur wakker en heeft hij al lang ontbeten. ‘Gewoon havermout, dat is goed voor de cholesterol.’

We installeren ons aan de keukentafel, met uitzicht op de ontwakende tuin. Verhaeghes echtgenote schenkt koffie in en klutst een ei. ‘Een goede vriend zei me onlangs: ‘Er is goed nieuws en slecht nieuws. Het goede nieuws is dat je een goed boek hebt geschreven. Het slechte is dat je alle psychiaters en therapeuten op je dak zal krijgen’’, zegt Verhaeghe lachend.

De slimste psychopaten laten zich niet vangen. Die zitten bovenaan in de maatschappij.

Het boek is eigenlijk een groot uitgevallen essay. In ‘Over normaliteit en andere afwijkingen’ bouwt Verhaeghe voort op een werk van de Franse filosoof Michel Foucault over hoe we omgaan met mensen die afwijken van de norm. Verhaeghe, die al naam maakte met boeken als ‘Liefde in tijden van eenzaamheid’, ‘Identiteit’ en ‘Autoriteit’, klaagt onze gezondheidszorg aan. Die kleeft elk kind dat wat afwijkt van de norm het etiket ADHD op, dwingt iedereen aan de pillen en doet het aantal burn-outs de pan doet uit rijzen.

Het boek raakt duidelijk een gevoelige snaar: sinds de lancering in november is het aan zijn zevende druk toe. Het zijn dus drukke dagen voor de professor klinische psychologie en psychoanalyse. ‘Ik moet twee op de drie aanvragen voor lezingen weigeren.’ Op donderdag en vrijdag is hij voltijds aanwezig op de universiteit, en op maandag ontvangt hij patiënten in zijn praktijk thuis.

'Vernietigend'

Of hij een exemplaar van de DSM heeft, vragen we. In zijn boek is Verhaeghe vernietigend over het standaardwerk dat wereldwijd wordt gebruikt om psychische aandoeningen te diagnosticeren. ‘Een papieren exemplaar heb ik niet. Ik heb wel een digitale versie, hoewel ik die zelden gebruik. Soms heb je het boek nodig voor de administratie, om ergens een label op te kunnen plakken. Maar het heeft geen enkele klinische betekenis. Ik ben er hoe langer hoe vernietigender over. Het maakt me echt kwaad.’

©Wouter Van Vooren

Verhaeghe haalt een interview aan van de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Hij stelde dat volgens de criteria van de DSM 42 procent van de Nederlanders voldoet aan de criteria van een psychische stoornis. ‘Bij elke nieuwe editie komen er vijftig tot zestig aandoeningen bij. Van 182 stoornissen in de tweede versie tot 347 in de vijfde editie. Dat is toch niet ernstig meer?’

‘Let op: als een clinicus een kind in behandeling krijgt dat heel onrustig is en aan de criteria van ADHD voldoet, wil dat niet zeggen dat er niets mis is met dat kind. Maar de reductie van de problematiek tot die klinische diagnose is vals. We willen een psychisch etiket op dat kind plakken en kijken te weinig naar de omstandigheden waarin het opgroeit.’

Boerendorp

Hij vertelt wat hij een dag eerder van een kinderpsychiater hoorde. ‘Ze had ouders op bezoek met een kind dat op vraag van de school naar de psychiater was gestuurd. De directie vermoedde dat het kind ADHD had en wilde dat rilatine werd voorgeschreven. Maar wat bleek uit het het diagnostisch onderzoek van de psychiater? De school had onlangs een nieuwe onderwijsstijl ingevoerd: co-teaching. De muur tussen de twee klassen van het tweede leerjaar was weggeklopt, zodat de kinderen nu met zestig zaten, onder de hoede van twee juffen. En dan ben je verwonderd dat een kind wat hyperactief is? De oplossing van de psychiater was eenvoudig: zoek een andere school. In een klas van een normale omvang is de kans groot dat die problemen wel goed hanteerbaar zijn.’

We beseffen niet dat we het paradijs uit handen aan het geven zijn.

De druk van de scholen om een kind te labelen wordt volgens Verhaeghe almaar groter. En dan is er nog de krachtige propagandamachine van de farmasector. ‘We geven vandaag antipsychotica aan kinderen die weglopen, in opstand komen, vechten. Of kijk wat ouderen te slikken krijgen in bejaardentehuizen: slaapmiddelen, kalmeerpillen, antipsychotica. Dat is toch niet juist.’

Hij vertelt over een belangrijk wetenschappelijk onderzoek dat uitwees dat rilatine beter werkt bij ADHD dan psychotherapie. ‘Het is miljoenen keren verspreid naar huisartsen. Maar een tweede fase van dat onderzoek, vier jaar later, leerde dat de kinderen die rilatine waren blijven nemen, last hadden van een beperktere groei, gewichtstoename en gedragsstoornissen. De kinderen die psychotherapie hadden gevolgd, staken er met kop en schouders bovenuit. Dat onderzoek is echter nooit verspreid onder de huisartsen. Als ze niet geabonneerd zijn op dat ene tijdschrijft waarin de resultaten werden gepubliceerd, weten ze dat dus niet.’

Hij heeft een diepere verklaring voor de toenemende vraag van ouders en scholen om onrustige kinderen te behandelen. ‘Ik ben nog opgegroeid in een boerendorp, waar we met 35 in de klas zaten. De meesten waren kinderen met een normaal IQ van rond de 100. Daarnaast waren er een viertal slimmeriken, en wellicht een paar jongetjes die helaas dom waren. Maar vandaag vinden de ouders van de kinderen in die middengroep dat er iets fout is met hun kinderen: ofwel ben je hoogbegaafd, ofwel ben je gestoord. Niemand is nog tevreden met een kind met een IQ van 95. Het moet meer dan 110 zijn, want je wil dat je kind succesvol wordt en kan meedraaien in onze competitieve maatschappij.’

Burn-out

Verhaeghe staat op om de poes buiten te laten en begint dan over die andere psychische aandoening die hij de jongste jaren spectaculair heeft zien toenemen: burn-out. ‘Het is een modewoord geworden, waardoor het ook wordt gebruikt voor toestanden waarop het helemaal niet van toepassing is. Dat is pijnlijk, want daardoor verliest de echte burn-out aan geloofwaardigheid. Iedereen kent wel enkele mensen met een zogenaamde burn-out die op Facebook foto’s posten terwijl ze aan het paardrijden zijn. En als dan een collega ziek wordt, zeggen de mensen: ‘Weer een met een burn-out. Dat kennen we.’’

Ontbijt met De Tijd

Laarne, 8.30 uur, in de keuken van Paul Verhaeghe.

Met de hoogleraar psychoanalyse praten we over prikkels, pillen, sociopaten en een gesloopte tussenmuur.

Maar het is een reële problematiek met een hoge frequentie, benadrukt Verhaeghe. ‘Enkele jaren geleden formuleerde de Hoge Gezondheidsraad dat goed in een advies: ‘Het gaat om een normale reactie op pathologische omstandigheden.’ En die omstandigheden betekenen niet dat je te hard moet werken. Twee factoren zijn dodelijk: het gebrek aan autonomie en het gebrek aan erkenning.’

Of hij niet overdrijft als hij in zijn boek stelt dat aan de top van multinationals sociopaten zitten die alleen met zichzelf bezig zijn? ‘Dat heb ik van de Canadese psycholoog Robert Hare, een wereldautoriteit in psychopathie. Tijdens een lezing in Gent wees hij erop dat de psychopaten op wie altijd onderzoek werd gedaan, namelijk de criminelen die in de gevangenis zaten, niet de enigen waren. Dat waren de domme psychopaten, want ze hadden zich laten vangen. De slimsten laten zich niet vangen. Die zitten bovenaan in de maatschappij. Hij zag er een systeem in. Die mensen blijven telkens vrij kort aan de top van een bedrijf en vertrekken dan naar het volgende voor ze een te grote puinhoop achterlaten.’

Prikkels

Heeft hij niet een te negatief beeld van ons systeem, omdat hij altijd met de achterkant ervan wordt geconfronteerd? ‘Ik hoop het. Daarom zeg ik aan het begin van een lezing altijd dat wij hier in een paradijs leven. Kijk naar het onderwijs, de gezondheidszorg, de emancipatie van de vrouw. Op alle vlakken zijn we beter af dan in de jaren zeventig. Maar we beseffen niet dat we dat paradijs uit handen aan het geven zijn.’

Hij verwijst naar het stijgende aantal langdurig zieken en stressgerelateerde aandoeningen. ‘We worden te veel geconfronteerd met allerhande prikkels: auditief, visueel en olfactorisch. Al sinds de jaren 1900 weten we dat trauma’s worden veroorzaakt door een teveel aan stimuli op het lichaam. Daarom is de stress in onze maatschappij maar gedeeltelijk psychologisch te verklaren: ze komt ook van alle fysieke prikkels. Mensen die naast een snelweg wonen, hebben continu een verhoogde waarde van het stresshormoon cortisol in hun bloed. Al die prikkels worden vermoedelijk ooit meetbaar, zodat we ons stressniveau kunnen verklaren.’

Verhaeghe is net terug van een stapvakantie op de Kaapverdische Eilanden en merkte hoe de fysieke rust en kalmte een weldadig effect had. ‘Ik ken een Amerikaanse collega met een drukke job aan de universiteit. Zijn vrouw was chirurg. In het Amerikaanse systeem werkten ze nog harder dan hier. Wel, zij maakten er een punt van elke morgen drie kwartier te ontbijten met hun twee tienerkinderen. Daarvoor stonden ze vroeger op. Zo bouwden ze elke dag een rustpunt in hun leven, want ’s avonds lukte dat niet.’

Ondanks zijn pessimisme over de maatschappij is Verhaeghe niet bang een oude, verzuurde man te worden. ‘Daarvoor geniet ik te veel van mijn privéleven. Ik ga op vakantie en spendeer tijd met mijn kleinkinderen. Al snap ik dat ik vaak anders word gepercipieerd, omdat ik kritiek uit en een scherpe pen heb. So be it.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie