interview

Patrick Lefevere: ‘Op mijn veertigste liet ik mijn testament al opmaken'

Patrick Lefevere. ©BELGA

De dag dat hij de Duivels zag verliezen, won zijn sprinter Fernando Gaviria een Touretappe voor Quick-Step. Verdriet en vreugde, dicht bij elkaar. Ontbijt met De Tijd.

Ze hebben bij Quick-Step volk voor álles, ook jobstudenten om de auto’s te wassen. Maar ’s ochtends draagt CEO Patrick Lefevere (63) zijn valies zelf naar de camion. Renner Philippe Gilbert - een dag eerder derde in de spurt - is de eerste in de ontbijtzaal van Hotel Oceania in Quimper. Kort nadien komt Julian Alaphilippe. Het is 12 juli, die avond komt de Tour aan op Mûr-de-Bretagne, ze willen er allebei winnen. Dat ex-Quick-Stepper Dan Martin het zal halen, weet nu nog niemand.

Lefevere is terug in de Tour, na een tweedaags op-en-af’je naar Sint-Petersburg, op uitnodiging van Ghelamco. Met een privéjet ging het van Wevelgem naar Luik en dan naar het vroegere Leningrad. Wat hij zag? ‘Een andere wereld’, zegt hij. ‘Voetbal is de wereld van het grote geld, wielrennen die van het kleine geld. Dat stadion kostte 600 miljoen euro. Wij krijgen nog altijd aalmoezen om te koersen, dezelfde aalmoezen als zoveel jaar geleden. Dat is onvergelijkbaar.’

De rode draad tussen kunst, koers, interim en asbest? Ik.
Patrick Lefevere
Manager Quick-Step

‘Als ploeg krijg je van de Tour 48.000 euro startgeld. We zijn hier 25 dagen met dertig man. Na drie dagen moet je daar geld aan toesteken. Ik las dat elke Rode Duivel 435.000 euro zou krijgen als ze de finale haalden. Ik heb het al lang opgegeven me druk te maken, maar dat ASO (Amaury Sport Organisation, de Tourorganisator, red.) bijna 40 miljoen winst maakt en wij daar niets van krijgen, vind ik erg. En de arrogantie van de Tour is verschrikkelijk. Wij mogen niets.’

Haat-liefdeverhouding met Tour

‘Als ik vanuit de auto een foto of een filmpje maak tijdens de koers, krijg ik een boete. Dat loopt probleemloos tot 7.000 euro op. Waarom? In de Tour is het parcours, tussen de eerste wagen met de rode vlag en de bezemwagen, privéterrein. Niet de politie of de gendarmerie, maar de Tour is er baas. Ze mogen zelfs alcoholcontroles doen. En ze permitteren zich alles. Wij mogen geen foto maken vanuit de auto, maar zij mogen Fernando Gaviria (de Colombiaanse spurter die al twee etappes won, red.) wel in zijn blootje filmen en live op tv tonen. Voor één rit in de Alpen vroegen we vijf vippasjes voor gasten van Frans De Cock, de baas van Quick-Step. Dat kon niet, wel voor de hele ronde: 52.000 euro vroegen ze. Ik zeg al sinds 1995 dat je zonder acteurs, de renners dus, geen film kan maken. De Tour zegt: ‘Wij maken jouw acteurs groot.’’

Dat Lefevere niet bang is van het woord, is bekend. Net als zijn haat-liefdeverhouding met de Tour. En toch zit hij hier in dit eenvoudige hotel - ‘het is nog een van de betere’ - bij een eenvoudige ochtendmaaltijd: croissant, stukje baguette met confituur, twee koffies. Onder zijn linkeroksel kleeft een sensor die zijn glucosewaarden meet. Hij let dus toch op. Maar dit is geen luxehotel. Ploegleiders Tom Steels en Davide Bramati delen een kamer, alle renners doen dat (Gilbert en Terpstra zijn roommates), Quick-Step zorgt via cateraar Kookeiland wel zelf voor de warme maaltijden van de renners. Ontbijten doen de acht renners nu een tafel verder. Afspraak was om 9 uur.

Patrick Lefevere aan het ontbijt in Quimper tijdens de Tour de France. ©BELGA

Lefevere doet dit al bijna veertig jaar, nadat hij als amper 24-jarige renner is gestopt met koersen. Hij werd snel assistent-ploegleider van Walter Godefroot. Dan ploegleider. Dan manager. Ten slotte CEO. ‘Omdat ik niets anders kan’, glimlacht hij. ‘Mijn hart en mijn buik zitten vol van de fiets. En ik leid graag mensen. In 2003 stampte ik dit bedrijf uit de grond. Ik heb nu 75 mensen in dienst en die kunnen allemaal elders terecht. Maar ze willen graag blijven voor van de sfeer. Zolang ik geld vind en zolang ik geen goede opvolger vind, blijf ik dit doen.’

Asbest

Nochtans was en is er meer. Na zijn jaren als renner en toen hij al ploegleider was, deed hij ook de boekhouding van Marc Zeepcentrale. Hij runde voor hen een kunstgalerij. Er waren al die wielerteams. ‘En acht jaar geleden richtte ik Experza op, een interimbedrijf. Een dametje sprak me op Waregem Koerse aan. Ze wilde graag ‘op zichzelf’ beginnen, maar had er de fondsen niet voor. (lacht) Ik had al iets te veel gedronken en wist dat dat niet het beste moment was om over zaken te praten. Maar we spraken af en ze overtuigde me. Zij nam 25 procent van de financiering op zich, ik 75 procent. Intussen zijn er drie kantoren en heb ik mijn aandelen aan haar verkocht. (glimlacht) Dat spijt me nu al, het bedrijfje draait nu al meer dan 9 miljoen euro omzet.’

Al vlug volgt een ‘maar’. Deze: ‘Maar ik heb alweer iets nieuws in mijn kop zitten. Wat? (aarzelend) Iets met opruimen. Afvalverwerking, ja. Van een vuil goedje: asbest. Dat is een verschrikkelijk probleem in Vlaanderen, er zitten veel malafide mensen en het wordt maar gedumpt. Veel mensen worden er ziek van. Als je dat serieus doet, zit daar een business in. En dat wil ik misschien wel doen. Op mijn 63ste moet ik me niet met iets onnozels bezighouden.’

Kunst, koers, interim, asbest. Wat is in godsnaam de rode draad? ‘Me’, grijnst Lefevere. ‘Ik. Omdat ik graag business doe en dat kan een wielerploeg of iets anders zijn. Je moet zorgen dat je de beste bent. Die galerij was puur zakelijk. Ik kocht of verkocht weinig kunst, al hou ik er wel van. De Latemse School interesseert me, ik heb thuis wel wat en er staat een beeld van een leerling van Rodin. Het interesseert me wel. Nu was de tijd te kort, maar de vorige keer dat ik in Sint-Petersburg was, bezocht ik de Hermitage. Net zoals Quai d’Orsay in Parijs en het MoMa in New York.’

'Bam!'

We zitten in Quimper, hier is een Musée de Beaux-Arts, maar de Tour wacht op niemand. Daar is geen tijd voor. En straks wil hij in de bus van Quick-Step toch weer zenuwachtig kijken en, hopelijk, juichen. ‘Ik was vijf toen mijn meter en haar man me meenamen naar de koers. De Omloop Het Volk, vermoed ik. Ik was er meteen weg van. De geur van die zalf op de rennersbenen, het geruis van de tuben en die blinkende spaken. De kleine jongen zit nog in mij. En winnen is de beste elixir.’

Dat lukt in 2018 ongelooflijk. 49 wedstrijden won Quick-Step. ‘Anderen houden dat voor me bij’, zegt hij. Maar áls zijn jongens ergens in de wereld winnen, deelt hij dat heel graag met een foto en het korte ‘Bam!’ op Instagram. De Ronde van Vlaanderen en Luik-Bastenaken-Luik springen er voor hem uit. Dat zijn Belgische wedstrijden.

Was een eventuele finale van het WK voetbal mét de Rode Duivels te vergelijken met een Tourzege voor een landgenoot? Hij knikt. ‘België zou zot worden. We zijn 42 jaar na de laatste Tourzege van Lucien Van Impe en nadien kwam geen enkele Belg nog in aanmerking. Niet Johan Bruyneel, niet Frank Vandenbroucke, niet Jurgen Van den Broeck. Maar er komt wel iemand aan: Remco Evenepoel. Die jongen is 18, junior nog, zo’n talent heb ik nog nooit gezien. Ook bij Frank Vandenbroucke niet. Hij wint altijd solo met zes minuten voorsprong en ze moesten al eens een heel peloton uit koers nemen omdat hij ze gedubbeld had.’

Quick-Step

‘Maar op mijn vraag aan de Wielerbond om hem vervroegd te laten overgaan en na het Europees kampioenschap vanaf 1 augustus prof te laten worden in de ploeg van Axel Merckx, krijg ik een njet. Puur uit kortzichtigheid. Ze hopen dat hij in het najaar wereldkampioen wordt. Weet je wat ze hem vragen? Of hij niet wat trager wil rijden. Echt. Dat is de Wielerbond. In het voetbal mag je prof worden als je 15 bent, seks mag als je 16 bent, maar 18 is te jong om wielerprof te zijn.’

De renners verlaten de ontbijtzaal. Zo meteen rijden ze met de bus naar de startplaats Brest, toch 70 kilometer verderop. Lefevere krijgt nog een koffie. Straks rijdt hij met Luc Maes - van co-sponsor Latexco, dat voor elke renner een eigen matras van hotel naar hotel laat voeren - naar de finishplaats.

In het voetbal mag je prof worden als je 15 bent, seks mag als je 16 bent, maar 18 is te jong om wielerprof te zijn.
Patrick Lefevere
Manager Quick-Step

Geld vinden is Lefeveres eeuwige bezorgdheid. Van zijn 28 renners liggen er 24 ook volgend jaar nog onder contract. Quick-Step sponsort nog drie jaar. ‘Maar we hebben een goede overeenkomst ‘in good faith’. Als een ander bedrijf tussen 12 en 14 miljoen geeft, zetten zij een stap opzij. Of als ik een geldschieter voor 8 miljoen vind, willen zij cosponsor worden. Veel mensen denken dat wij als ploeg vastzitten aan die naam. Dat is niet zo, maar het bemoeilijkt de zoektocht.’

Zelfs na 15 jaar winnen? Want dat ís Lefevere: hij overwon zelfs de dood. In 2000 werd een tumor op de pancreas gevonden. Na een operatie moest hij zonder twaalfvingerige darm, zonder galblaas en met nog maar 40 procent van de pancreas verder. ‘Ik had twee keer geluk. Ze waren er op tijd bij en het was te opereren. Weinig mensen overleven pancreaskanker. Zelf besef je dat niet goed, al wist ik wel dat het mijn dood kon zijn. Ik had net een tijd in Italië gewoond en kocht een appartement in Roeselare. Een huis durfde ik in die situatie niet. Pas in 2004 bouwde ik opnieuw.’

Testament

‘Maar natuurlijk regelde ik alles. Al had ik al vanaf mijn veertigste een testament. Als je zoveel reist als ik doe, moet dat wel. (fijntjes) Het is alleen al enkele keren aangepast. Voor de behandeling stuurden ze me van Roeselare naar Leuven. Daar bleef ik één maand en ik wilde géén bezoek. Alleen Jan De Clerck (van Domo, zijn toenmalige sponsor, red.) stond twee dagen na de operatie aan mijn bed en natuurlijk mijn vrouw en kinderen. Een kok van een Italiaans restaurant in Leuven wilde me eten komen brengen, maar dat had geen zin. 24 dagen mocht ik niet eten. Ik viel 21 kilo af, maar ik overleefde het wel.’

Zit daar nog een wijze raad in? Zijn iPhone maakt het geluid van een racende brommer: de chauffeur wacht. Misschien zit die les wel in dóén en niet in wachten. ‘In het vierde leerjaar zat ik bij meester Albert, een strenge maar correcte man. Voor hem schreef ik een opstel met de titel ‘Mijn nieuwe fiets’. Op een dag ging mijn telefoon en de stem vroeg: ‘Patrick, ken je me nog?’ Meester Albert. Hij volgde me en vertelde over dat opstel en de laatste zin: ‘Nu weet ik het wel zeker, ik word wielrenner.’ Ik zei dat ik al duizend keer aan zijn huis was gepasseerd, maar nooit durfde te stoppen. En ik beloofde dat ik dat de volgende keer zou doen. Ik woonde toen in Italië. Toen ik een paar maanden later voor het eerst weer thuis was in België, vond ik in de brievenbus zijn doodsbericht. Ik had hem beloofd te komen. Maar ik wachtte te lang.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content