Paul Van Tigchelt: ‘Ik ben steeds meer een optimistische radicale democraat'

©Kristof Vadino

De man die het terreurniveau in ons land bepaalt, is bezorgd over de toenemende polarisering. Toch blijft hij geloven in de goedheid van de mens. Ontbijt met De Tijd.

Leuven, 9 uur. Het Italiaanse eethuis Zoff oogt nog leeg en verlaten. Paul Van Tigchelt (46) zit in de donkerste hoek op zijn smartphone te tokkelen. De Antwerpse magistraat is een topexpert voor de veiligheid van ons land. Als chef van het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (OCAD) bepaalt hij het risico op terroristische aanslagen. Zo weinig mogelijk opvallen is wellicht een natuurlijke reflex.

Ik heb me ingesteld op een moeizaam gesprek met een zwijgzame ambtenaar. Onnodig, blijkt al snel. Van Tigchelt schudt ons joviaal de hand. ‘Ik heb niet lang moeten nadenken over een ontbijt met De Tijd. We kunnen niet transparant genoeg zijn over de publieke veiligheid. De burger heeft het recht te weten waarmee we bezig zijn. Maar uiteraard gooien we geen geheime informatie te grabbel.’

©Kristof Vadino

Hij is bijna gegeneerd om het te zeggen, maar doet het toch. ‘Volgend jaar zullen we met het OCAD eindelijk een eigen website hebben. (lacht) Hoe modern kunnen we zijn!’ Van Tigchelt wil er op een directe manier communiceren met het publiek. ‘Het is een gouden regel in het publieke debat: neem zelf het heft in handen, zeker in tijden van crisis. Anticiperen is communiceren. Voor mij is dat een evidentie, maar in de wereld van de veiligheids- en inlichtingendiensten ligt het niet voor de hand. We werken met organisaties die niet altijd die cultuur van openheid en transparantie hadden. Het wordt een evenwichtsoefening.’

‘Als ik van iets het nodige denk af te weten, dan is het van communicatie’, zegt Van Tigchelt. ‘Ik ben van Antwerpen, hè, bescheidenheid is niet altijd mijn grootste kwaliteit’, lacht hij bij het doornemen van de ontbijtkaart. We kiezen voor de ‘uova all Tirolese’, een Italiaanse specialiteit van gebakken spek met spiegelei en geraspte Alpenkaas uit Tirol. ‘Graag met een grote kop koffie en melk, en een mandje met brood.’

Als jonge parketmagistraat werd Van Tigchelt in 2003 gedetacheerd naar het kabinet van minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (Open VLD), waar hij vijf jaar adjunct-kabinetschef was. Hij hield er de pen vast voor het plan om het OCAD op te richten, en was ook drie jaar woordvoerder.

Er is bijna geen plaats meer voor een fatsoenlijk en genuanceerd debat.

Toen hij daarna naar het parket van Antwerpen terugkeerde, profileerde hij zich als de cokemagistraat bij uitstek. Lang voor de Antwerpse burgemeester Bart De Wever (N-VA) de term lanceerde, voerde de substituut al zijn ‘war on drugs’ in de Antwerpse haven. In de pers maakte hij van de gelegenheid gebruik om de resultaten van het parket in de verf te zetten.

Maar wat zou hij als OCAD-topman op de website willen zetten? ‘Er worden geregeld rapporten of analyses gemaakt die maatschappelijk relevant zijn, maardie vroeg of laat dreigen te lekken. Zo was er twee jaar geleden een lijvige en uitstekende nota over het gevaar van de snelle verspreiding van het wahabisme en salafisme. Zulke nota’s moeten we sneller beschikbaar maken voor het publiek in een opgekuiste versie. Dan hoeft niemand ze nog te lekken.’

Proactief communiceren voorkomt dat anderen informatie kunnen misbruiken, zegt Van Tigchelt. ‘Dat was altijd mijn credo op het parket van Antwerpen. Het gerecht en de media hebben vaak tegenstrijdige belangen. Er is de traagheid van het gerechtelijk onderzoek dat zijn beloop moet hebben, en waarbij het vermoeden van onschuld en het geheim van het onderzoek gelden. Terwijl de pers bij wijze van spreken al de dag nadien haar bericht in de krant wil hebben. Die belangen staan diametraal tegenover elkaar.’

©Kristof Vadino

Dat moet er volgens hem niet toe leiden dat media en gerecht een conflictueuze relatie hebben. ‘Je kan elkaar daarin verstaan. Het begint met rond de tafel te schuiven en afspraken te maken. Als je die stap op een professionele manier zet, werpt dat vroeg of laat vruchten af. Justitie heeft een slecht imago, maar is dat te wijten aan het feit dat we slecht werken of ligt dat eerder aan onze gebrekkige communicatie? Perceptie is alles in deze moderne maatschappij. Misschien moeten we dus beter aan onze perceptie werken.’

De in Weelde geboren bakkerszoon staat bekend als een doorzetter. ‘Geldingsdrang is me niet vreemd, nee. Ik sport graag, en daar mag wat competitie bij zijn.’ Hij smijt zich, of het nu op zijn werk is of als jeugdtrainer-bestuurder bij KFC Lille, de voetbalclub van zijn zoon. Als hij ergens aan begint, gaat hij er vol tegenaan. Maar zijn overstap naar het OCAD was een aanpassing, bekent hij.

‘Op het parket deed ik aan repressie, repressie, repressie. Alle middelen werden ingezet om de drugscriminelen hun verdiende loon te geven: hun geld afpakken en hen in de bak steken. En dan kom je op het OCAD terecht, een tweedelijnsdienst die niet operationeel actief is maar helpt als terroristen moeten worden gearresteerd. Plots moest ik minder impulsief en meer bedachtzaam zijn. Informatie onder de loep nemen, zoeken naar een naald in een hooiberg, rustig blijven en afstand nemen van de waan van de dag. Dat is onze job.’

Veel tijd om zich in te leven in die nieuwe rol, kreeg Van Tigchelt niet. ‘Ik begon op 1 januari 2016, en op 22 maart kwamen bij de aanslagen in en rond Brussel 35 mensen om het leven. Het was meteen alle hens aan dek. Ik moest het OCAD door die woelige terrorismewateren zien te loodsen. Een enorme uitdaging.’

We kunnen niet transparant genoeg zijn over de publieke veiligheid.

Op de dienst leerde hij alle mogelijke experts kennen, analisten met de meest uiteenlopende beroepsprofielen. ‘Daar zijn islamologen bij, criminologen, filosofen, juristen, noem maar op. Zij hebben mijn kijk op de wereld fundamenteel verbreed. Ik durf nu stilaan te zeggen dat ik een wijs man ben.’ (lacht)

Hij leerde ook dat repressie niet alles is. ‘Eigenlijk doe je daarmee vooral aan symptoombestrijding. Met preventie of het voorkomen van radicalisering bereik je zoveel meer. Iemand heeft ooit gezegd: ‘Een school openen is een gevangenis sluiten.’ Ik ben het daar volmondig mee eens. Het is van cruciaal belang werk te maken van goed onderwijs voor kans-arme jongere.’

Het is Van Tigchelts ambitie om de gapende kloof - ‘zeg maar canyon’ - tussen diensten met een veiligheidslogica en diensten met een welzijnslogica te overbruggen. Daarom zat hij dit jaar zo vaak samen met justitiehuizen, organisaties voor jongerenwelzijn en centra voor geestelijke gezondheidszorg. ‘Het besef is gegroeid dat terrorisme zich niet afspeelt in een vacuüm. Het vindt meestal zijn voedingsbodem in maatschappelijke problemen. Om de basis van die problemen aan te pakken heb je ankerpunten nodig. Daarom brengen we die diensten met elkaar in contact. We coördineren en faciliteren.’

Dat lijkt een hele klus. Is zijn team daarop voorzien? Over hoeveel mankracht beschikt het OCAD? ‘We zijn met 11 miljoen Belgen ‘, antwoordt Van Tigchelt gevat. Om er met een kleine knipoog aan toe te voegen: ‘Mijn directe team bestaat uit negentig medewerkers. Maar er mag altijd volk bijkomen, hoor.’

©Kristof Vadino

Heeft hij het gevoel dat structureel vooruitgang is geboekt in de strijd tegen het terrorisme? ‘Het zou triest zijn als ik nee moest antwoorden. Ik ben niet pessimistisch, al maak ik me wel zorgen. De polarisering en de onverdraagzaamheid in onze maatschappij nemen toe. Sociale media spelen de nefaste rol van echokamers en filterbubbels. Er is bijna geen plaats meer voor een fatsoenlijk, genuanceerd debat. Die hele discussie over de kinderen van Belgische IS-strijders in Syrië was zo verhit dat er amper ruimte was voor degelijke argumenten.’

Op sociale media krijgt hij vaak bagger over zich heen. ‘Dat hoort erbij. Hoge bomen vangen veel wind.’ Toch blijft hij - ‘eigenaardig genoeg’ - geloven in de fundamentele goedheid van de mens. ‘Mijn vrouw noemt me naïef. Ik noem mezelf liever een optimistische radicale democraat. Ik ben met de jaren, en zeker nu, steeds meer overtuigd geraakt van onze democratische en verlichte waarden van vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Ons model van een warme samenleving staat onder druk. Maar TINA: there is no alternative.’

Was zijn beslissing om op 22 januari 2018 het dreigingsniveau in België te verlagen geen gigantisch risico? Van Tigchelt was een van de eerste Europese veiligheidschefs die dat aandurfden. Stak hij zijn nek niet te ver uit?

‘Natuurlijk stak ik mijn nek uit. Die avond kwam ik thuis en kreeg ik te horen dat een Afghaan in Gent twee politiemensen had aangevallen met een mes. Ik dacht: ‘Oké, nu is het gedaan. Mijn mandaat als OCAD-topman stopt hier en nu.’ Het was de ergste nachtmerrie: ik had het dreigingsniveau laten zakken, en dat was schijnbaar een vergissing. Achteraf bleek het gelukkig dat het niet om een terroristisch incident ging.’

Hij zou het opnieuw doen, zegt hij zonder aarzelen. ‘Ik ben ervan overtuigd dat de maatregel een indirect, psychologisch effect had. Het was een forse streep door de rekening van IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi. Op 22 januari heeft die ongetwijfeld geroepen: ‘Godverdomme, die Belgen verlagen het dreigingsniveau. Dat is niet de bedoeling, hè.’ Logisch, want we verbraken het klimaat van angst waar IS op drijft.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie