interview

Peter Janssen (Glacio-Ijsboerke): 'Innovatie? Ja, als het verkoopt'

©Jonas Roosens

De CEO van Glacio-IJsboerke was voorbestemd om in de maakindustrie te belanden. Hij kan niet anders dan er keihard tegenaan gaan. Ontbijt met De Tijd.

‘We hebben het ooit geprobeerd, ontbijtijs. In de vorm van een reep, met granen en yoghurtijs. Dat was best lekker. Maar dat soort ideeën moet je altijd even laten bezinken voor je er de markt mee op gaat. Na een tijdje beseften we dat we dat niet voldoende verkocht zouden krijgen. Je moet blijven innoveren, maar wat ben je met innovatie als je ze na een halfjaar alweer moet terugschroeven?’

Weinig profielen zijn beter geschikt voor een zomers ontbijtgesprek dan dat van Peter Janssen (53), de CEO van het roomijsbedrijf Glacio-IJsboerke. We hadden stiekem gehoopt ijs aan te treffen op zijn ontbijttafel. Niet dus. 'Ik heb niet te zot gedaan, ik leg gewoon op tafel wat er is', zegt Janssen lachend terwijl we ons in zijn keuken in de Kempense gemeente Gierle installeren. 'Doe maar gewoon, is meestal mijn devies.'

Beerse

In 2004 richtte Janssen samen met zijn kompaan Werner Van Springel Glacio op, toen ze als managers van de ijsfabriek van Nestlé in Beerse de kans kregen hun broodheren uit te kopen. Sindsdien knokken ze zich in moeilijke omstandigheden naar een toekomst, samen met 500 medewerkers.

Hoor mij hier zeuren, terwijl ik eigenlijk een positivo ben.

Zeker sinds Glacio in 2013 het bekende maar financieel zieltogende merk IJsboerke overnam, zijn de dagen bij Glacio 'pittig'. De cijfers van 2016 bevestigen dat: 1,2 miljoen euro nettoverlies op een omzet die 4 procent steeg.

'Het is niet simpel geweest', bekent Janssen, nadat hij zijn oudste zoon naar de bakker heeft gestuurd. 'Nog altijd niet, trouwens. IJsboerke maakt vandaag 25 tot 30 procent van onze business uit. De rest van onze productie draaien we voor het buitenland. We zijn een bedrijf dat op verschillende fronten moet spelen om te kunnen blijven bestaan. Dat is niet eenvoudig. Als middelgroot Kempens bedrijf vechten we tegen multinationals, die met andere wapens strijden. Wij moeten het vooral van onze creativiteit en onze innovatie hebben. Dat betekent: er elke dag opnieuw keihard tegenaan gaan, fouten maken en eruit leren. We hebben geen andere keuze.'

Graag gaan werken

Janssen neemt een slok van zijn koffie en grijnst. 'Hoor mij hier zeuren, terwijl ik eigenlijk een positivo ben. Ik doe dit werk oprecht graag. En ik verwacht van onze mensen hetzelfde: dat ze graag komen werken. Anders hou je het niet vol. Ik begrijp de mensen niet die twee levens hebben, eentje op het werk en eentje ernaast. Je spendeert het grootste deel van je tijd op je job, dan moet je toch iets zoeken waar je plezier in vindt?'

Plots klinkt een vreemd industrieel gezoem door het huis. 'De deurbel', grinnikt Janssen. 'Ik ben blij dat je opmerkt dat het geen gewone is.' Hij laat de fotograaf binnen, waarop het gezoem opnieuw door het huis schalt. Bel en deur blijken verbonden met een domotica-installatie.

©Jonas Roosens

Een hobbyprojectje van Janssen, zo blijkt. 'Ik ben altijd gefascineerd geweest door technologie. Ik wil dingen maken. Dus ik heb hier zelf met een industriële computer een domoticasysteem geïnstalleerd dat van alles aanstuurt en signalen geeft als er bepaalde dingen gebeuren.'

De ondernemer wijst in de tuin naar een waterpartij, een stenen kubus waaruit water opborrelt dat er langs de kanten weer afloopt. 'Ook zelf gemaakt. De pomp die de fontein aandrijft, is verbonden met sensoren in het huis. Als er een halfuur geen beweging is, stopt de pomp vanzelf. Dat vind ik heerlijk. In mijn veeleer beperkte vrije tijd bouw ik ook graag dingen, zoals meubels. Het is verfrissend om zulke dingen uit te denken, te tekenen en te maken. Je gebruikt je hersenen op een andere manier.'

Stokpaardjes

Janssen was voorbestemd om in de maakindustrie te belanden. Het maatschappelijke belang van die sector is een van zijn stokpaardjes.

IJs kunnen verkopen dat we zelf niet te vreten vinden. Geweldig is dat.

'Bedrijven uit de maakindustrie hebben de hele piramide van de maatschappij in dienst. Van de laagst geschoolden tot de hoogst opgeleiden, iedereen is nodig. Daarom is die sector zo belangrijk. Bij de Googles van deze wereld is die piramide er niet, hè? Logisch: niet iedereen valt op te leiden tot softwareontwikkelaar. Als we in het Westen straks alleen de Googles overhouden, wat gaan we dan met de rest van de piramide doen? Daar maak ik me zorgen over.'

'We begrijpen hier nog onvoldoende dat bedrijven de motor zijn van een maatschappij, vrees ik. Het frustreert me dat dat niet wordt onderwezen in onze scholen, dat onze kinderen in feite niet wordt verteld hoe een maatschappij sociaal en economisch draait. Dat zou nochtans iets kunnen doen aan het misprijzen dat nog bij veel mensen leeft over het ondernemerschap. Ik ga soms spreken in scholen. Dan praat ik altijd uitgebreid over hoe een maatschappij in elkaar steekt. En dan komen die jonge gasten me achteraf vertellen dat ze er nog nooit zo over hadden nagedacht. Wat mij betreft mag dat in de eindtermen worden opgenomen.'

Afhankelijk van het weer

Zoon Ruben is intussen terug van de bakker, met een zak pistolets. Janssen staat op om nog wat koffie te maken. Zijn blik dwaalt af naar de tuin. Het regent pijpenstelen. Veel ijs zal er vandaag wellicht niet worden verkocht.

Ondernemers in de politiek, dat loopt zelden goed af. Als ondernemer zie je graag meteen resultaat. En dan zit je in de politiek niet op je plaats, vrees ik.

'Mensen vragen me weleens waarom we niet gewoon ijs verkopen aan de andere kant van de wereld als het hier winter is. Maar zo simpel is het niet', zegt Janssen. 'Wij doen wel zaken in Australië, maar zo veel volk woont daar nu ook weer niet. Je hoeft maar naar de cijfers van onze veel grotere concurrenten te kijken om te zien dat de afhankelijkheid van het weer gewoon niet uit te schakelen valt.'

Gevloek achter de keukentoog. Janssen ging zo op in zijn betoog dat hij vergat een kop onder de Nespresso-machine te zetten. Hij neemt een nieuwe capsule en laat de koffie dit keer wel in een kop lopen. 'Je ziet: ik leer wel degelijk uit mijn fouten. Waar was ik gebleven? Juist ja, het weer...'

China en Japan

Het weerrisico valt weliswaar niet uit te sluiten, Glacio spreidt het wel degelijk over zo veel mogelijk landen. Het verkoopt zijn producten intussen in 39 landen, met een bijzondere aandacht voor Azië. Vorig jaar ging het met een joint venture aan de slag in China. En in Japan is België, met dank aan Glacio, de op twee na grootste leverancier van ijs.

Lees ‘Ontbijt met De Tijd’ ook op www.tijd.be/ontbijt ©Jonas Roosens

'Dat was nochtans een harde noot om te kraken', zegt Janssen. 'Japan is qua voeding nogal protectionistisch. Hun voedselveiligheidsnormen voor buitenlandse producten leunen sterk aan bij de farmanormen. Hun eisen, analyses en controles zijn vele malen strikter dan in Europa, zelfs dan in België, nochtans hét voorbeeld in de wereld als het over voedselveiligheid gaat. Neem nu onze ijspralines, die een redelijk open traject op de productielijn volgen. Om ze in Japan te kunnen verkopen moeten we daar ons hele productieapparaat op afstemmen. In het begin hingen we een rode bol aan de machines als de productie voor Japan was bedoeld. Zo van: opgelet, extra aandacht, dit is voor Japan. (lacht) Maar zo werkt het dus niet. Gevolg: nu ligt de lat bij ons permanent op Japans niveau, ook als de producten voor andere landen bestemd zijn.'

Eten ze in verre oorden ander ijs dan hier? 'Dat valt mee. Eigenlijk is de topsmaak wereldwijd dezelfde: vanille. Lokaal heb je soms wel specifieke smaken die het goed doen. Voor Japan - weer daar - hebben we een ijssmaak ontwikkeld op basis van groene thee. Ik kan je vertellen: als ik dat in België aan tien mensen aanbied, is er wellicht niemand die het opeet. Het smaakt naar gedroogd gras, vinden wij hier. Maar in Japan zijn ze er gek op. (lachend) Dat vind ik geweldig, dat wij hier ijs maken waar we zelf de smaakcontrole niet over kunnen doen, omdat we het niet te vreten vinden.'

Politiek

Janssen heeft zo veel gepraat dat hij amper één pistolet op heeft. Terwijl hij ons naar de deur begeleidt, komt hij nog even terug op de staat van het land. 'Weet je wat ik mis? Langetermijndenken. Politici zouden een kader moeten uitwerken waarin zich een gezonde maatschappij kan ontwikkelen. Maar de focus ligt vooral op de volgende verkiezingen.'

Of hij zich niet geroepen voelt het zelf te proberen? Janssen lacht. 'Ondernemers in de politiek, dat loopt zelden goed af. Als ondernemer zie je graag meteen resultaat. En dan zit je in de politiek niet op je plaats, vrees ik. Pas op, ik vind het knap wie het probeert. Want ik besef het wel hoor, dat ik sta te roepen langs de zijlijn.'

Janssen opent de deur en zwaait ons uit. Begeleid door een industrieel gezoem stappen we de regen in.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud