Advertentie
interview

Ronald Gidwitz: ‘Ik zal niet de meest zichtbare ambassadeur zijn'

Lees ‘Ontbijt met De Tijd’ ook op www.tijd.be/ontbijt ©Dieter Telemans

Hij runde een shampoobedrijf en schreef een vette cheque voor Donald Trump. Sinds kort is hij de Amerikaanse ambassadeur in Brussel. Ontbijt met De Tijd.

Je moet door meerdere lagen van beveiliging, maar de beloning is navenant. In een met kroonluchters en spiegels gedecoreerde zaal van de residentie van de Amerikaanse ambassade aan de Regentlaan is een tafel gedekt met vers fruit, broodjes, beleg en minikoffiekoeken. Er is vers fruitsap, een kelner vult koffie aan. Alles ligt op met goud omrand servies voorzien van the Great Seal of the United States, compleet met de gevleugelde woorden ‘E pluribus unum’, uit velen één.

Ontbijt met De Tijd

 Brussel, 8.30  uur, in de residentie van de Amerikaanse ambassade.

Met Ronald Gidwitz praten we over de handelsrelaties tussen België en Amerika, de ‘superieure’ F-35 en de moeilijkheid om te vermageren in België.

 

Ronald Gidwitz (73), in krijtstrepen pak, blijkt een zuinige eter. De ambassadeur prikt alleen wat fruit weg . In de drie kwartier die hij voor dit gesprek heeft uitgetrokken, lijkt hij vooral te willen focussen op wat hij zegt. Het is Gidwitz’ eerste interview sinds hij in dienst trad, nota bene op de 4th of July afgelopen zomer, met de overhandiging van zijn geloofsbrieven aan koning Filip.

Eerlijk gezegd: de media helpen niet.

De voorbije maanden nam Gidwitz de tijd om zijn nieuwe woonplaats te leren kennen en zich te laten rondleiden langs enkele ‘assets’ in ons land. Maar helemaal nieuw is België voor hem niet. ‘Ik was hier voor het eerst in 1965. Sindsdien weet ik dat Belgen open en ondernemend zijn, en niet verlegen om hun mening te zeggen. En dat ze in het algemeen de Amerikanen graag hebben.’

Hij voelt enorme waardering van de Belgen voor de rol die Amerika heeft gespeeld in de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, vertelt hij. ‘Ik was onlangs op een diner ter ere van Herbert Hoover. In de Verenigde Staten zien mensen hem als een gefaalde president, omdat hij in het Witte Huis woonde ten tijde van de grote beurscrash op Wall Street en de depressie van de jaren dertig. Maar hier praten mensen over Hoover als de man die België heeft gered dankzij zijn Commission for Relief in Belgium ten tijde van de Duitse bezetting in de Eerste Wereldoorlog. Fascinerend. De eerbied waarmee mensen dat oprakelen, ook de nabestaanden, is hartverwarmend.’

Gidwitz werd door Donald Trump voorgedragen voor de post in Brussel nadat hij de president uitgebreid had bijgestaan tijdens zijn campagne in 2016. De zakenmagnaat was voorzitter van de Trump-campagne in Illinois, weliswaar een van de weinige staten in de midwest die naar Hillary Clinton gingen, vooral dankzij miljoenenstad Chicago. En hij stortte in het verkiezingsjaar 700.000 dollar aan Trump en andere Republikeinen, meldden de Amerikaanse media.

Ik ben een nieuwe kennis van Donald Trump, geen oude.

‘We zijn kennissen’, zegt Gidwitz over zijn relatie met de president. ‘Vrienden zou ik niet zeggen. Ik heb hem tijdens de campagne ontmoet en was onder de indruk van zijn intellect en zijn vermogen om beslissingen te nemen. Anders zou ik hem niet hebben gesteund. Maar ik ben een nieuwe kennis, geen oude’, zegt Gidwitz, hintend op het feit dat hij zich relatief laat achter Trump schaarde. In eerste instantie ging zijn voorkeur nog naar Jeb Bush.

Wat hij wel met zijn baas deelt, weliswaar in lichtere vorm, is een gevoeligheid voor ‘de media’. Meer dan een vraag over het beeld dat in België over de VS leeft, heeft hij niet nodig. ‘Eerlijk gezegd, de media helpen niet’, zegt Gidwitz. ‘Zowel aan de rechter- als aan de linkerkant is er vooringenomenheid en te veel opinie. Ik neem aan dat jullie zich voor een groot stuk baseren op Amerikaanse pers om het nieuws over de VS te verslaan? Ik kan je zeggen dat dat erg misleidend is. Het is niet noodzakelijk fake news zoals onze president het zou noemen, maar wel misleidend nieuws.’

Zoals niet ongebruikelijk voor een Amerikaanse gezant is Gidwitz geen carrièrediplomaat, verre van zelfs. Zijn cv speelt zich vooral af in het zakelijke en het publieke leven van zijn thuisstad Chicago. Hij maakte fortuin via het door zijn vader opgerichte familiebedrijf Helene Curtis, een producent van schoonheidsproducten en shampoos van onder meer het in de VS bekende merk Suave. Gidwitz nam het roer over in 1985 en tilde de omzet naar meer dan 1 miljard dollar. In 1996 verkocht hij Helene Curtis aan Unilever voor 770 miljoen dollar.

Daarna stuurde hij zijn loopbaan richting private equity en publieke sector. Gidwitz was jarenlang voorzitter van de Boys and Girls Club of America, een meer dan 150 jaar oude organisatie die naschoolse activiteiten organiseert voor jongeren. Eén keer smeet hij zich in de politiek, toen hij in 2005 naar de Republikeinse nominatie in de gouverneursverkiezingen van Illinois dong. Gidwitz eindigde vierde. ‘Daarvan heb ik genoten, ook al deed ik het niet bepaald goed.’

België is de tiende werkgever in de Verenigde Staten. Dat is ronduit indrukwekkend, zeker voor zo’n klein land.

‘Ik denk dat mijn achtergrond zich perfect leent om ambassadeur te zijn. Toen ik de vragenlijst ter voorbereiding van het ambassadeurschap invulde, bleek dat ik al in 120 landen ben geweest. Ik leid al heel mijn leven grote organisaties. Qua omvang en aantal mensen is dit wellicht de kleinste. In termen van maatschappelijk belang is het de grootste.’

De deur zwaait open, de kelner komt binnen met twee borden Amerikaan-se pancakes met ahornsiroop. Gidwitz bedankt. ‘Mijn vrouw schiet me neer als ik die opeet. Ik zou moeten diëten. Een van de moeilijkste dingen aan België is proberen te vermageren. Vlak na mijn aankomst lunchte ik met een meer ervaren ambassadeur. Ik vroeg hem waar ik me het meest zorgen over moest maken. ‘Dik worden’, zei die.’ Gidwitz vraagt roerei met spek in de plaats.

Of het moeilijk is een regering te vertegenwoordigen die zich in het buitenland niet altijd even diplomatisch opstelt, met een onberekenbare president die oude allianties onder druk zet? Zie onder meer de uitspraak over ‘hellhole’ Brussel. Gidwitz antwoordt ontwijkend. ‘De president is duidelijk in zijn doelstellingen: minder regulering, minder belastingen, meer jobs en een sterkere defensie. Dat is onze toetssteen.’ Maar dan toch: ‘Om eerlijk te zijn is het niet altijd meteen duidelijk hoe we sommige verklaringen van de president moeten interpreteren.’

©Dieter Telemans

Over defensie gesproken: deze zomer kwam Trump bij zijn bezoek aan de NAVO hameren op achterstallige defensie-investeringen van lidstaten, waaronder België. Het is een prioriteit die Gidwitz ook heeft meegekregen van Washington. ‘Kijk, in 2014 heeft België zich net als andere NAVO-landen geëngageerd om 2 procent van zijn budget aan defensie uit te geven, en 20 procent daarvan aan de aankoop van materiaal. Maar helaas hebben heel wat landen ondanks die verklaring geen plan opgesteld om tegen 2024 aan die cijfers te geraken. België is daarbij. Het is zoals de president zegt: wat voor partner ben je als je je engagementen niet nakomt?’

Eén opsteker heeft Gidwitz al op zak. Vorige maand koos de Belgische regering na een lange weg voor het Amerikaanse F-35-gevechtsvliegtuig als opvolger van de verouderde F-16’s. ‘Het dossier begon lang voor ik hier aankwam. Onze ambassade werkte al meer dan vier jaar met de Belgische regering om haar ervan te overtuigen dat de F-35 superieur is. Het is bovendien een basis voor de Belgische luchtvaartindustrie om de komende veertig jaar op te bouwen. Er was een open en eerlijke competitie, en het doet me plezier dat de juiste conclusie werd bereikt.’

Spek en eieren arriveren. Gidwitz praat over wat hij als zijn belangrijkste taak beschouwt: veiligheid. ‘De president, het Congres en het State Department zijn wat dat betreft consistent: de grootste verantwoordelijkheid is Amerikanen te beschermen, en bij uitbreiding iedereen. Dat betekent onder meer helpen in de strijd tegen terreur, ook in cyberspace.’

Daarna wil Gidwitz een liaison zijn voor bedrijven. ‘Dat werkt in twee richtingen. Eén: helpen met jobcreatie in de VS en dus Amerikaanse bedrijven helpen hier zaken te doen en producten te verkopen. En twee: Belgische bedrijven helpen zaken te doen in de VS. Kijk naar de respectieve investeringen. De VS en België investeren ongeveer evenveel geld in elkaar. Belgische bedrijven verschaffen in de VS werk aan ongeveer 160.000 mensen, wat van België de tiende werkgever maakt. Dat is ronduit indrukwekkend, zeker voor zo’n klein land. Omgekeerd werken 120.000 Belgen voor Amerikaanse bedrijven.’

Dat op die relatie ruis kan zitten door een sluimerend trans-Atlantisch handelsconflict, noemt Gidwitz een ‘tijdelijk probleem’. ‘Het is even ongemakkelijk en onrustwekkend voor mensen, maar kijk naar de heronderhandeling van NAFTA, het handelsakkoord tussen de VS, Canada en Mexico. De taal in de aanloop was hard, maar intussen is bijna iedereen blij met de aanpassingen. Weet je, mensen houden niet van verandering. Maar dingen veranderen met het verloop van tijd.’

‘De president wilde het akkoord updaten, en die situatie tekent zich nu ook af in Europa. Er is een handelstekort van 150 miljard dollar tussen de VS en Europa. Er zijn een heleboel subsidies en drempels vanuit Europa die wij liever zien verdwijnen. Landbouw, bijvoorbeeld. Maar langs de andere kant heb ik al veel gesprekken gehad met Belgische bedrijfsleiders die de Jones Act (bepaalt dat alle scheepvaartverkeer van en naar Amerikaanse havens via Amerikaanse schepen moet gebeuren, red.) willen zien verdwijnen zodat ze eerlijk kunnen concurreren in de VS. De president wil dat op tafel leggen. Ik moedig de Belgen aan om bij te dragen. Ik voel aan dat Belgische bedrijven en ondernemers vooral vrije handel willen.’

In het verleden had België Amerikaanse ambassadeurs van divers pluimage. Onder Obama was de erg actieve Howard Gutman heel aanwezig, op televisie en in alle uithoeken van het land. Niet het voorbeeld dat Gidwitz plant te volgen. ‘Ik wil niet de zichtbaarste zijn. Wel doeltreffend, vooral als het aankomt op het stimuleren van business en investeringen. Dat is belangrijker dan de populairste te worden.’

Lees ‘Ontbijt met De Tijd’ ook op www.tijd.be/ontbijt

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie