interview

Schrijfster Lale Gül: 'Fortuyn was niet extreemrechts: hij had gelijk'

©© Els Zweerink

Ontbijt met De Tijd. Sinds haar boek over haar streng islamitische opvoeding een bestseller werd, leeft de Nederlandse ondergedoken en verbrak haar Turkse familie elk contact.

Een taxi heeft Lale Gül (23) van het safehouse voor dissidente schrijvers, waar ze tijdelijk woont, naar het statige grachtenpand van haar uitgeverij gebracht. De kennismaking verloopt moeizaam. De schrijfster van de omstreden bestseller ‘Ik ga leven’, over haar strenge islamitische jeugd, lijkt wat op haar hoede.

Ontbijt met De Tijd

Amsterdam, 11 uur, in de tuin van Uitgeverij Prometheus. Met de Nederlandse Lale Gül praten we over haar orthodox- islamitische opvoeding, hoofddoeken en schrijven als reddingsboei.

De croissant met pesto, mozzarella en tomaten die we van de bakker meenamen, wijst ze af. Of ze gespannen is voor het interview? Gül lacht. ‘Nee, helemaal niet. Lijkt het zo? Ik ben gewoon nog niet goed wakker. Ik ben iemand die laat werkt en laat opstaat. Vannacht heb ik aan mijn tweede boek gewerkt en een column voor Elsevier geschreven. Wil je de column horen? Ik ben er best tevreden over.’ Ze grijpt naar haar telefoon. ‘Wacht, ik lees hem even voor.’

Güls vierde column voor het conservatief-liberale opinieweekblad gaat over het besluit van de Nederlandse regering om de Syriëstrijdster Ilham B. en haar kinderen naar Nederland te halen, ondanks een gebrek aan berouw over haar daden. Gül vindt dat de Nederlandse overheid te omzwachteld omgaat met teruggekeerde IS-strijders. ‘De overheid moet natuurlijk rekening houden met mensenrechten en internationale verdragen. Ze denkt dat het rechtvaardig is haar terug te halen. Maar die vrouw heeft geen spijt, en wat als ze over drie jaar vrij komt? Hoe veilig is het Westen voor haar?’

In haar vorige column voor Elsevier verdedigde Nederlands nieuwste opinieschrijfster Pim Fortuyn. Ze was vijf toen de islamkritische politicus werd vermoord. ‘Fortuyn was niet extreemrechts. Hij had gewoon gelijk destijds: in de islamitische gemeenschap is het moeilijk homo te zijn, vrouwen hebben gewoon minder rechten. Dat is nog altijd zo. Ik heb alles over hem zitten uitpluizen en kwam geen extreme standpunten tegen. Het extreemste was dat de islam een achterlijke religie is. Maar ja, elke religie is achterlijk.’

Thematisch liggen de columns in het verlengde van haar autobiografische debuut, dat sinds februari 140.000 keer werd verkocht. Vier productiehuizen staan te dringen om het te verfilmen. ‘Ik ga leven’ is een afrekening met het strenge islamitische milieu waarin Gül opgroeide en dat ze twee jaar geleden de rug toekeerde. Ze schrijft hoe verstikkend het was op de Koranschool, waar ze tussen haar achtste en zeventiende zat.

©© Els Zweerink

De verwijten die Gül haar soennitische Turkse ouders - die ze afstandelijk ‘de verwekkers’ noemt - en vooral haar moeder naar het hoofd slingert, zijn niet mals. Het zijn bekrompen godsdienstwaanzinnigen die hun dochter klein hielden terwijl de jongens in haar familie een vrijpostiger leven mochten leiden. Eén hoofdstuk beschrijft hoe Gül haar menstruatie twee jaar verborgen hield voor haar moeder, omdat ze bang was anders een hoofddoek te moeten dragen.

Naast lof en een groot lezerspubliek leverde haar cri de coeur Gül ook doodsbedreigingen op. Van 74 deed ze aangifte bij de politie. Twee bedreigers zijn opgepakt. In augustus wordt de zaak behandeld van de 19-jarige jongen die zeven foto’s van geweren en IS-filmpjes naar de afvallige moslima stuurde, en de tekst ‘Sharia for Holland’.

‘Er stond niet: ‘Ik ga je vermoorden.’ Dat maakt de zaak juridisch heel moeilijk’, zegt Gül, terwijl ze onze Griekse yoghurt en honing dooreenroert en uit haar plastic bekertje lepelt. ‘Juridisch is dat geen bedreiging, terwijl het effect natuurlijk hetzelfde is. Als jij morgen kogels in je brievenbus vindt, is dat even bedreigend als een foto met vuurwapens te zien krijgen op je smartphone.’

Hoe slaapt ze in het safehouse dat de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema voor haar vond? Tegenwoordig valt het mee, de dreigementen zijn al even gestopt. ‘Maar wat als die jongen straks vrijkomt zonder straf? Of alleen met een taakstraf, en zonder strafblad? Gaat hij dan weer frivool in het rond fladderen en mijn leven ontwrichten? Ze vergelijken mijn zaak met die van een zwarte Nederlandse journaliste die bedreigingen kreeg na een anti-Zwarte Pietartikel. Een stomme vergelijking: hoeveel mensen werden al vermoord voor hun mening over Zwarte Piet, en hoeveel voor hun mening over de islam? Die vrouw kreeg een schadevergoeding van 100 euro. Welk signaal geef je dan als land aan de bedreigers van je opiniemakers? ‘Ga gerust jullie gang, dit is toch een zwak land.’’

Güls bedreigers hebben nu al een beetje gewonnen. Over het onderwerp religie zal ze blijven schrijven, maar in de theologie van de islam duiken, zoals ze in haar boek af en toe doet, niet meer. ‘Een van mijn grote heldinnen, Franca Treur, schreef een boek waarin ze zich losvecht uit haar gereformeerde kring. Dat boek werd een bestseller. In haar volgende boek onderzoekt ze de Bijbel op verhalen rond incest en moord. Ik was van plan hetzelfde te doen met de Koran. Helaas heb ik niet de vrijheid die zij als christen wel heeft.’

We moeten veel meer durven te zeggen waar onze westerse waarden voor staan.

Ze ziet dat niet snel veranderen. Kijk naar de milde reacties in een deel van de moslimgemeenschap op de dood van Samuel Paty, de Franse leraar die vorig jaar op straat werd onthoofd omdat hij karikaturen van de profeet Mohammed aan zijn leerlingen toonde. In maart werd in Birmingham na protesten van woedende islamitische ouders een leerkracht geschorst door zijn schooldirectie. Ook hij had het aangedurfd Mohammedcartoons te tonen. ‘We moeten veel meer durven te zeggen waar onze westerse waarden voor staan en de conservatieve islam bestrijden en alles ontheiligen wat haar belijders heilig vinden.’

Welke rol speelt de hoofddoek in de discussie over de plek van religie in vrije samenlevingen als de onze? In ‘Ik ga leven’ laat Gül geen spaander heel van de benauwende kledingvoorschriften van haar soennitische ouders.

De titel van het boek is een verwijzing naar het moment dat ze beslist haar hoofddoek voorgoed af te leggen. Met die moedige daad begon het proces naar afvalligheid. Toch is ze hier, op het zonovergoten terras in de achtertuin bij haar uitgever, een stuk milder voor het lapje textiel. ‘De hoofddoek is niet de oorzaak. Voor mij was het een juk, maar voor veel andere vrouwen en meisjes is dat niet zo.’

‘Hoofddoekendebatten zijn zinloos’, vervolgt ze. ‘Je moet eerst de ideeën bestrijden. De kledingstukken komen later. De oorzaak van alle problemen zijn de conservatieve Koraninternaten en de weekendscholen. Daar leren moslims hoe ze zich moeten gedragen en denken. Hun gedachten worden in strenge dogma’s gewikkeld, hun kritische geest wordt uitgeschakeld.’

‘Waarom subsidieert de overheid religieus geoormerkte scholen? Ik snap dat niet. De meeste westerse overheden zeggen: ‘Ja, maar we subsidiëren toch ook christelijke scholen?’ Maar dat is niet hetzelfde. Mijn zusje van tien gaat in de week naar een islamitische school, en in het weekend naar de Koranschool. Ze moet meedoen aan de ramadan. Ze draagt verplicht een hoofddoek, heeft gescheiden zwemlessen en een vak ‘het leven van de Profeet’. Dat vloekt met de westerse waarden. Om de wetenschapsfilosoof Karl Popper te citeren: moeten we tolerant zijn tegenover intoleranten?’

Haar zusje ziet ze overigens niet meer. De hele familie brak met haar, nadat haar spraakmakende boek was verschenen. Ook haar ‘verwekkers’ dus. Is dat moeilijk? ‘Nee. Ik voel me gelukkig en vrij. Ik kan gaan en staan waar ik wil, ik kan dragen wat ik wil. Ik mis ze niet. Alles was toch altijd ruzie en gezeik. Mijn ouders en ik hadden weinig raakvlakken. Zij leven zo in die Turkse wereld. Niemand in mijn familie is intellectueel bezig. Mijn moeder werd boos als ik een boek of de krant las.’

De enige om wie ik me zorgen maak, is mijn zusje. Mijn ouders hebben de teugels bij haar nog strakker aangehaald.

‘Als het aan mijn ouders lag, was ik nu verloofd of zwanger, uiteraard samen met een man die zij voor me hadden uitgezocht. Ofwel pasten zij zich aan, maar dat kon dus niet. Ofwel paste ik me aan hen aan. Dat heb ik zo veel gedaan dat ik er helemaal klaar mee ben. De enige om wie ik me zorgen maak, is mijn zusje. Mijn ouders hebben voor haar de teugels nog strakker aangehaald dan voor mij. Eén dochter die het verknald heeft, vinden ze genoeg.’

‘Ik voel me soms wel schuldig dat ik het leven van mijn ouders op zijn kop heb gezet. Het leven in hun gemeenschap is grimmiger geworden door mij. Ze komen minder in de moskee, omdat iedereen hen over mij aanspreekt. ‘Kijk eens wat die slet, die nestbevuiler, nu weer heeft gezegd.’ Ze rekenen hen erop af dat ze me slecht hebben opgevoed. Dat is dan weer typisch moslims. De islam is een heel collectivistische cultuur die weinig belang hecht aan individueel bewustzijn.’

Een familie is toch ook een soort safehouse. Gül lijkt een hoge prijs te betalen, zeker omdat ze nog zo jong is. Maar ze kreeg er iets wonderbaarlijks voor terug: het schrijverschap. Haar tweede roman, waaraan ze vannacht schreef, wordt opnieuw autobiografisch. Hij gaat over de nasleep van ‘Ik ga leven’. Over de dreigementen en de last van het vrije woord, over haar gesprekken met schrijvers.

Wat daarna komt, weet ze niet. ‘Ik blijf zeker columns schrijven. Als ik een stellige mening heb, moet die eruit. Dat hoeft niet altijd over de islam te zijn. Wat fictie betreft: ik zie mezelf geen roman schrijven over pakweg een dierenarts in de Verenigde Staten. Het liefst schrijf ik over dingen die me bezighouden. Het hoofdpersonage moet op mij lijken.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie