interview

Till-Holger Borchert: ‘Van Eyck blijft een enigma'

Lees ‘Ontbijt met De Tijd’ ook op www.tijd.be/ontbijt. ©Wouter Van Vooren

Hij wilde muzikant worden, maar ging Japans leren en oosterse kunst bestuderen, om dan via de Vlaamse meesters in Brugge te belanden. Ontbijt met De Tijd.

Stipt om 9 uur schudden we elkaar de hand. Hij is met de fiets gekomen, zegt hij. ‘Mijn huis en mijn kantoor zijn vlakbij.’ Kunsthistoricus Till-Holger Borchert (53), geboren in Hamburg, is onlangs verhuisd naar de oude binnenstad van Brugge. Hij is al 17 jaar hoofdconservator van het Groeningemuseum en leidt sinds 2014 de instelling die de 14 musea in de stad overkoepelt. Daarnaast is hij betrokken bij de Triënnale Brugge, het driejaarlijkse festival rond hedendaagse kunst.

Ontbijt met De Tijd

Brugge, 9 uur, bij Nomad.

Met Till-Holger Borchert praten we over de kracht van Jan van Eyck, de druk van bezoekersaantallen en de mysteries van eeuwenoude doeken.

‘Een huurling in de kunst’, noemde de Duitse Bruggeling zichzelf ooit. Omdat hij prestigieuze tentoonstellingen cureerde die de wereld rondreisden. Zijn expositie ‘Memling Portretten’ was in de periode 2004-2005 eerst te zien in het Thyssen-Bornemisza Museum in Madrid, daarna in Brugge en dan in de Frick Collection in New York. En met ‘Memling: Rinascimento fiammingo’ leverde hij zijn visitekaartje af in Rome.

‘Het klinkt misschien vreemd, maar ik kan niet navertellen hoe ik in dit vak ben gerold.’ Eerst wilde Borchert muzikant worden, tot hij in een vlaag van ‘gezonde zinsverbijstering’ Japans begon te leren. Toen hij besefte dat hij eigenlijk meer geïnteresseerd was in het culturele aspect achter de taal, ging hij zich in oosterse kunst en theater verdiepen. Vervolgens stelde hij - ‘beter laat dan nooit’ - vast dat in de westerse cultuur ook nog een en ander te ontdekken viel, en ging hij naast kunstgeschiedenis onder meer musicologie en literatuur studeren.

Beetje bij beetje kwam de passie voor schilderijen. Vooral voor panelen van oude Vlaamse meesters, zoals Jan van Eyck, Hans Memling en Rogier van der Weyden, die in de 15de en 16de eeuw in het zog van de Bourgondische vorsten furore maakten tot in Italië. ‘Ik studeerde in Bonn, en België lag niet zo ver. Voor ik het doorhad, was ik in Brugge.’ Hij publiceerde talloze studies, catalogi en monografieën, en groeide uit tot een van de grootste kenners van de Vlaamse Primitieven in de Lage Landen.

Enorm aanbod

Borchert bestelt een cappuccino. ‘De juiste koffie en een stevig ontbijt. Dat is het beste ritueel om de werkweek te starten’, zegt hij monter. Na een blik op de menukaart kiest hij voor een ‘farm style’-broodje met twee bio-eitjes, spek en avocado.

Gevraagd naar zijn favoriet onder de Vlaamse Primitieven zegt hij zonder nadenken: ‘Ik heb veel onderzoek aan Memling gewijd, maar Van Eyck is een stukje beter. Omdat hij in meerdere opzichten aan het begin van een nieuwe evolutie stond. Lang voor Caravaggio introduceerde hij het licht in de schilderkunst. Met het subtiele contrast tussen een belicht gelaat en de donkere achtergrond creëerde hij de illusie van driedimensionaliteit.’

‘Veel zaken die we bij Van Eyck zien, ervaren we als normaal. Als je naar het portret van zijn echtgenote Margareta kijkt, denk je aan de doeken van Rembrandts vrouwen en ga je ervan uit dat zulke afbeeldingen toen de gewoonte waren. Maar eigenlijk is het een van de eerste vrouwenportretten in de cultuurgeschiedenis en weten we nog altijd niet in welke context het precies is gemaakt. Haar zelfbewuste blik in de ogen van de toekijker lijkt te bevestigen dat het werk voor de privésfeer van de schilder was bedoeld. Hing het bij hem thuis boven de schouw? Dat is lang niet zeker. Zo heeft het paneel een beschilderde achterkant die rood marmer imiteert. Dat doet vermoeden dat het niet aan de muur werd gehangen, maar werd opgesteld. Het blijft een enigma.’

Nog altijd worden nieuwe hypotheses geformuleerd. Borchert hoopt dat ‘Van Eyck. Een optische revolutie’, de expo die op 1 februari in het MSK Gent opent, extra inzichten oplevert. Borchert is er lid van het wetenschappelijk comité en een van de gangmakers. ‘Er zijn in de hele wereld nog zo’n twintig schilderijen van Jan van Eyck overgebleven. Minstens de helft zal te zien zijn in Gent, samen met een honderdtal andere topstukken uit de late middeleeuwen, verspreid over 13 zalen.’

Ik kan nog altijd uren in vervoering naar een schilderij staan kijken.

De ambities zijn groot. Toerisme Vlaanderen geeft 2,1 miljoen euro subsidie, de stad Gent investeert 2,9 miljoen euro. De rest, circa 4 miljoen, moet van de ticketverkoop komen. Er wordt gerekend op 250.000 bezoekers in drie maanden. Zo’n 40.000 mensen boekten al een ticket. Is dat niet wat mager? ‘De meesten kopen pas kaartjes als de deuren openen’, sust Borchert. En toch. Minister van Toerisme Ben Weyts (N-VA) wees er al op dat de Vlaamse regering 6,5 miljoen investeert in het hele Van Eyck-jaar. Dat is een half miljoen meer dan in het Antwerpse Rubens-jaar, en dat lokte 1 miljoen bezoekers, van wie 55 procent buitenlanders. Gent moet dus beter doen.

‘We moeten een kat een kat noemen’, zegt Borchert. ‘Het was Toerisme Vlaanderen dat na het succes van 14-18 heeft gezegd dat het belangrijk is de internationale bekendheid en reputatie van onze Vlaamse meesters te verzilveren. Met een Rubens-jaar in Antwerpen, Bruegel die 450 jaar geleden overleden is en de restauratie en terugkeer van het Lam Gods naar de Sint-Baafskathedraal bleek 2018-2020 de ideale periode om Vlaanderen in de markt te zetten. Ik vind dat deze promotie van onze regio als culturele topbestemming losstaat van de concrete successen die je met een expo beoogt.’

In Gent zullen alleen de buitenpanelen van het ‘Lam Gods’ te zien zijn, omdat de restauratie nog niet volledig is afgerond. ‘Ergens een gemiste kans’, zegt Borchert, maar hij gaat er liever niet te diep op in. ‘Het is vandaag gewoon minder evident om voor een Van Eyck-expo 300.000 tot 400.000 bezoekers te halen. Tien jaar geleden was dat nog een ander verhaal. De Memling-expo in Brugge haalde in 1994 meer dan 400.000 betalende bezoekers. Zo’n recordaantal is alleen nog voor de heel grote musea weggelegd. Het aanbod is enorm, hè. Vorig jaar had je Leonardo da Vinci in Parijs, Verrocchio in Firenze en Fra Angelico in het Prado. Zelfs voor iemand die alleen in de Italiaanse renaissance is geïnteresseerd, was er keuzestress.’

Mecenassen

Expo’s met werk van oude meesters zijn per definitie heikel. Bruiklenen van zulke fragiele werken zijn risicovol, en al zeker als het over houten panelen gaat. ‘Kanunnik Joris van der Paele in aanbidding voor Maria met het Kindje Jezus’ is zo’n werk. Het werd in 1434-36 door Van Eyck geschilderd en is van onschatbare waarde voor de uitstraling van het Groeningemuseum.

‘We kunnen het niet meer transporteren.’ Borchert tekent met balpen enkele lijnen op het papier onder zijn bord. ‘Je hebt hier een paneel dat uit diverse houten planken is samengesteld. Als je dat verplaatst, komt er speling op die eeuwenoude verbindingen en gaat de verflaag barsten.’ Ook stofdeeltjes en de hete adem van de talloze bezoekers stellen die kunstwerken op de proef. Daar komt bij dat de verzekeringspremie voor zulke panelen fors is gestegen. Het maakt van grote expo’s peperdure ondernemingen.

Gelukkig valt het met de marktwaarde van middeleeuwse werken nog mee. Ze halen geen recordprijzen zoals hedendaagse kunst op veilingen van Christie’s en Sotheby’s. Of hij vaak tips krijgt over oude Vlaamse meesters die te koop staan? Borchert frunnikt aan het koordje van zijn leesbril. ‘Zeer interessante vraag. Meestal, als ik in mijn netwerk word getipt over iets, dan is het al te laat.’

Een uitzondering was het 15de-eeuwse schilderij ‘Heilige Veronica’ van de Meester van de Ursula-legende, dat hij vorig jaar voor 650.000 dollar van een privéverzamelaar in New York kocht. ‘Een koopje. Ik was er erg blij mee, vooral omdat de beslissing op heel korte termijn moest gebeuren, net op het moment dat er een nieuw stadsbestuur kwam.’

Het expo-aanbod is enorm. Zelfs wie alleen van Italiaanse renaissance houdt, heeft keuzestress.

Ooit stond hij op het punt ‘een Vlaams topstuk’ te kopen in het Verenigd Koninkrijk, maar het ging naar een andere bieder. Die bleek bereid het schilderij langdurig in bruikleen te geven aan het Groeningemuseum, maar dat mocht niet van het Waverley Committee, dat in Engeland over de export van kunst waakt. ‘Het kwam in de collectie van het Engelse Bowes museum terecht. Toen was ik echt pissed off.’

Het steekt dat hij met zijn beperkte overheidsbudget af en toe wordt overtroefd door mecenassen en kunstverzamelaars uit de privé. In België botst hij soms op de dikke portefeuille van Katoen Natie-baas Fernand Huts en een captain of industry als Thomas Leysen. ‘Maar zo zit de wereld in elkaar. It’s a free market.’

Al zou hij het goed vinden dat geen btw moet worden betaald voor kunstwerken die in buitenlandse handen zijn en terugkeren naar het land van oorsprong. ‘We zijn bezig drie Brugse doeken van de 16de- en 17de-eeuwse kunstenaar Antoon Claeissins terug te halen uit de Verenigde Staten. Het dossier zit in een embryonale fase. Maar stel je voor dat we met overheidsgeld twee van die doeken kopen en het derde via een schenking met de King Baudouin Foundation in New York ter beschikking krijgen. Zo kan de privéverkoper de fiscale lasten recupereren. Het kan een interessante piste zijn.’

Kan oude kunst hem nog verwonderen? ‘Zeker weten. Ik kan nog altijd uren vol vervoering naar een schilderij staan kijken. En elke keer als ik dat doe, zie ik andere dingen. Enkele jaren geleden was ik in het Louvre en bekeek ik ‘Rolin Madonna’ van Jan van Eyck. Het was me nooit eerder opgevallen, maar in het tafereel achter de Madonna zag ik een schuur exploderen. Daar brandde een huis af! Verbazend toch, dat een werk dat al eeuwen bestaat en door miljoenen ogen is bekeken nog altijd geheimen prijsgeeft? (lacht) Hoewel, het is niet omdat er nooit over is geschreven, dat nog niemand het heeft opgemerkt.’

Hij werpt een blik op de klok, drinkt zijn cappuccino leeg en verontschuldigt zich. ‘Zoals u merkt, ik kan er uren over vertellen. Maar ik moet echt aan het werk.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie