interview

Topman Ahold-Delhaize: 'We moeten harder roepen over mooie Belgische bedrijven'

Frans Muller, topman van Ahold Delhaize. 'Wij investeren elk jaar 2 miljard euro. En dat moeten we allemaal verdienen met tomaten verkopen.' ©Patrick Post

De CEO van Ahold Delhaize stuurt 370.000 mensen aan. En als een klant in ‘zijn’ Albert Heijn de kaas slecht gepresenteerd vindt, stuurt hij ‘een appje’. Ontbijt met De Tijd.

Elf over acht. Mijn telefoon rinkelt. De woordvoerder van de supermarktketen Ahold Delhaize aan de lijn. ‘Ik zit hier met Frans Muller te wachten. Waar bent u?’

Er zijn weinig dingen zo vervelend als te laat komen op een afspraak, en al zeker als het er een is met een CEO van een supermarktgigant. Frans Muller (58) is verantwoordelijk voor 63 miljard euro omzet, meer dan 6.700 winkels in drie continenten en 50 miljoen klanten - per week.

Maar het blijkt een vergissing: Muller is een halfuur te vroeg. Toch zijn we niet helemaal gerust in het verdere verloop van onze afspraak. De Nederlandse topman staat bekend als doelgericht, broodnuchter en gericht op actie. En - durven we het schrijven - droog.

Ontbijt met De Tijd

Zaandam, 8.30 uur, in het kantoor van Frans Muller.

Met de CEO van Ahold Delhaize spreken we over gezond eten, cricket en zijn bewondering voor Belgische bedrijven.

Als we om 8.30 uur arriveren, staat hij ontspannen in het Engels te babbelen met een collega. Muller draagt het uniform van de corporate hotshot: blauw pak, lichtblauw hemd, fors horloge, discreet parfum. Hij vraagt meteen of we de shop AH To Go bij de hoofdingang hebben gezien. ‘Daar halen veel van onze mensen ontbijt, koffie, snacks.’ Het is ook het eerste Europese winkelconcept waar niemand meer achter de kassa zit en klanten hun zelfgescande producten veelal contactloos betalen.

Op de ronde tafel in Mullers kantoor op de negende verdieping staan bruine broodjes met gerookte zalm en oude kaas klaar. Er is yoghurt met vers fruit en cakejes van mango en limoen. ‘Dit heeft de kantine voor ons klaargemaakt. Dat doen we alleen voor bijzondere gasten. Welkom.’

Muller reist 150 dagen per jaar en werkt van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Ontbijten doet hij ‘rustig’. Hij neemt altijd hetzelfde: een kop koffie, wat yoghurt, blauwe bessen. Hij eet weinig koolhydraten, mijdt suiker. ‘Suikervrij is niet te doen. Ik eet suikerbewust.’

Minstens twee keer per week loopt hij een uur. Om zijn hoofd leeg te maken en omdat sporten gezond is. Het weekend probeert hij te reserveren voor zijn vrouw, zijn drie volwassen kinderen, vrienden en familie. Hij spreekt dan het liefst af voor de lunch. ‘Dan is iedereen nog wakker en actief. ’s Avonds vallen we na het derde glas wijn om halftien in slaap.’

Cricketwedstrijd

Muller spreekt snel en beantwoordt vragen in een hoog tempo. Soms lijkt hij kort van stof, om dan opeens lang uit te weiden. Hij begint over cricket, hoe hij er als jongen van een jaar of tien in Haarlem mee begon. Als hij over het spel vertelt, is het niet moeilijk parallellen te trekken tussen de sport en de man. Hij legt uit dat cricket draait om een bijzondere combinatie van strategie en vaardigheden. ‘Soms moet het snel gaan, maar bij wedstrijden die dagen duren, is uithouding net belangrijk. Je moet kunnen bowlen, batten, vangen. Met de blote handen. Niet zoals bij honkbal, met die grote handschoenen. De bal is nochtans even hard.’

©Patrick Post

Hij vraagt of we weten hoeveel cricketspelers er in de wereld zijn. We gokken op een paar honderdduizend. ‘Veel te laag.’ Tegen zijn persattaché: ‘Maarten, googel je even? Ik denk zeker honderden miljoenen. Hoeveel mensen wonen in Pakistan, denkt u? Ja, wie stelt hier nu eigenlijk de vragen? (lacht) Schat eens. Klein landje, Pakistan: 200 miljoen mensen. Echt waar. India: 1,2 miljard. Het zijn allemaal heel grote landen waar veel cricket wordt gespeeld. In Nederland beschouwen ze cricket als wat elitair, zoals tennis vroeger, maar daar is het echt een volkssport.’

Afgelopen zomer speelde hij een crickettornooi met Indiase medewerkers. Een ideetje van hemzelf. ‘Op het jaarlijkse bedrijfskerstfeest sprak ik wat mensen aan, er werken zo’n 200 Indiase IT’ers voor Ahold Delhaize. Ik vroeg hoe het met ze ging, en wat ze misten. ‘Cricket’, zei iemand. ‘Nou, dan gaan we dat doen’, zei ik.’ Ze speelden in vier teams, zijn ploeg werd derde. ‘Iedereen was fanatiek. Ze hebben me zeker niet laten winnen. Wat is er nou leuker dan je baas uit te vangen?’

Een dikke laag natte mist belemmert het zicht vanuit Mullers kantoor. Het ritmische geluid van de treinen die naar station Zaandam sporen, is goed te horen. De ruimte is sober ingericht, zonder souvenirs. Aan de muur hangen drie op A4-formaat uitgeprinte foto’s, speciaal opgehangen voor de komst van De Tijd: een gluten- en lactosevrije cake, bio lasagne en een vegetarische burger, allemaal exclusieve producten uit de rekken van Delhaize.

Hein Deprez

Muller kent de Belgische supermarkt goed. Hij was er drie jaar CEO, hij stuurde het bedrijf met strakke hand door een forse sanering en was een van de architecten van de overname door het veel grotere Ahold in 2015. Sinds vorig jaar staat hij aan het hoofd van de groep, die twee derde van haar omzet uit de Verenigde Staten haalt. Met bol.com is Ahold Delhaize ook een belangrijke onlinespeler.

Hij begint over de onlangs vernieuwde Delhaize Chazal in Schaarbeek en kijkt oprecht verbaasd als we bekennen niet vertrouwd te zijn met de Delhaize Shop&Go, het snelle winkelconcept voor drankjes en snacks in tankstations. ‘Nooit van gehoord? Dat meen je niet.’

Jan Boone heeft net een fabriek geopend in North Carolina, voor koekjes en speculaaspasta. Helemaal onder de radar. Uniek is dat, zeg.
Frans Muller
Topman Ahold Delhaize

Het hele gesprek zal hij blijven verwijzen naar België. Hij kent Hein Deprez goed, de topman van de groente- en fruitverwerker Greenyard. ‘We zijn samen in Oezbekistan geweest om druiven te verkopen.’ Hij spreekt bewonderend over Michel Delbaere van de groenteverwerker Crop’s. En over de industriële bakker La Lorraine. ‘Geen hond kent ze, en ze zitten over de hele wereld’. Over Jan Boone van de koekjesbakkerij Lotus zegt hij: ‘Jan heeft net een fabriek geopend in North Carolina, voor koekjes en speculaaspasta. Helemaal onder de radar. Uniek is dat, zeg.’

Als nieuwe voorzitter van de raad van bestuur van de Vlerick Business School wil hij zich inzetten om ‘wat harder te roepen over die mooie Belgische ondernemingen’. ‘Van zulke bedrijven word ik warm.’

Muller werd geboren in Amstelveen bij Amsterdam. Opgroeien deed hij in Haarlem, in een gezin van drie. Zijn vader werkte voor de vliegtuigbouwer Fokker, zijn moeder was kinesiste. Zijn eerste baan was bij de luchtvaartmaatschappij KLM. Na tien jaar trok hij naar het Duitse supermarktconcern Metro. ‘Dan zeggen ze: ‘Wat gek, opeens naar de supermarkt!’ Maar het is helemaal niet zo anders. Het is een internationaal bedrijf, no-nonsenselogistiek, korte cyclus. Niet zoals in de farma-industrie, waar ze twaalf jaar aan een patent werken. Ik hou van beweging, actie.’

Klanten bevragen

Zijn voorganger Dick Boer ging er prat op dat hij thuis de boodschappen deed. Hij shopte ook bij concurrenten en bekeek altijd de prijzen van kip, melk en eieren. Muller zegt dat hij vaak in winkels komt, om te kijken maar ook om te praten. ‘Ik spreek de klanten aan. Ik zeg: ‘Ik werk ook voor dit bedrijf.’ Onlangs veranderde de presentatie van de kaas in mijn Albert Heijn. Dan vraag ik wat ze ervan vinden. Die mensen winkelen daar drie keer per week. Zij geven de beste feedback.’

Kan hij de manager tijdens zo’n bezoek niet vinden, dan stuurt hij een mail. ‘Of een appje. Ja, dat laat ik niet hangen.’ Bezondigt hij zich dan niet aan micromanagement? ‘Nee, want voor klanten is zo’n detail belangrijk. Ik geloof niet dat je in retail alleen in de cockpit kan zitten. Je moet weten wat er leeft, bij de klanten en bij je mensen, om strategie te kunnen maken en implementeren.’

Ik geloof niet dat je in retail alleen in de cockpit kan zitten.

Vraag retailkenners Albert Heijn te typeren en ze beschrijven een koel, zakelijk bedrijf waar jobstudenten met uurcontracten de rekken vullen en goedkope Polen in distributiecentra de orders picken. Steeds vaker worden ze vervangen door zelfscans, apps en robots: de mensen gaan eruit. Dat beeld ergert Muller. ‘In Nederland werken 100.000 mensen voor Albert Heijn. We investeren in gezondheid, versheid en gebruiksgemak: dat levert andere jobs op. Het wordt bovendien steeds moeilijker mensen voor die jobs te vinden. Het gaat heel goed met Polen en Tsjechië, en steeds beter in Roemenië. Mensen vinden er goede banen, dicht bij hun familie. Maar wij hebben hier wel een operatie te draaien, dus we zoeken oplossingen. En daar hoort techniek bij.’

Algoritmen

In een interview met Het Financieele Dagblad zei Muller onlangs dat hij bij Ahold Delhaize meer experiment wil zien. En dat het dan af en toe mag misgaan. Daar wil hij wel een voorbeeld van geven. ‘In het kantoor in Boston heeft een clubje knappe studenten geprobeerd food pairing per algoritme te regelen: een mix van data zorgde voor de suggestie van wijn bij een bepaald product. Maar dat zou een sommelier beter hebben gedaan.’ Gaf de computer merlot bij kabeljauw? ‘Zoiets, ja. Ik heb eruit geleerd dat technologie ook vakkennis nodig heeft.’

Muller heeft een belangrijke taak. Het online luik - waar de klant snel en het liefst gratis wil worden beleverd, hoewel leveringen duur zijn - moet groeien. En hij moet volk naar de supermarkt blijven lokken, terwijl de kosten stijgen. Bovendien worden de supermarktreuzen uitgedaagd door kleine, soepele spelers, zoals Picnic, een snel groeiende supermarkt die alleen online werkt. Het bedrijf wordt gerund door zijn jongere broer Michel, door Muller consequent ‘mijn broertje’ genoemd.

Ik heb geleerd dat technologie ook vakkennis nodig heeft.

Heeft hij weleens bij Picnic besteld? ‘We bestuderen alle concurrentie heel goed. Er zijn andere mensen die dat al hebben gedaan. Dan hoef ik het ook niet meer te doen.’ Hij hoort zijn broer twee keer per week, zegt hij. Maar over zaken spreken ze nooit. ‘Het zou te lastig zijn.’ Zijn bijna 90-jarige ouders winkelen zowel bij Albert Heijn als bij Picnic. ‘Dan zeggen ze: ‘Nou Frans, dat was toch goed geregeld bij je broer. Zo houden we de humor erin.’

De mist is opgetrokken. We krijgen zicht op de omgeving van Ahold Delhaize, een mix van weilanden, windmolens en loodsen. Muller wijst op een hoog wit gebouw in de verte. ‘Die doos is het nieuwste verdeelcentrum voor onze winkels. Net opgestart.’ Het bijna volautomatische verdeelcentrum kan op 43.600 vierkante meter tot 400.000 pakketten per dag verwerken met 28 stapelrobots. De toren is 30 meter hoog om de dozen droge voeding automatisch te kunnen stapelen. ‘Ook dat is een experiment, een risico. Wij investeren met Ahold Delhaize elk jaar 2 miljard euro.’

Muller stopt even, kijkt ons recht in de ogen en herhaalt: ‘Twéé miljard. Dat is veel geld. En dat moeten we allemaal verdienen met tomaten verkopen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie