Advertentie
interview

Van Branteghem: ‘Wil niet met records in de geschiedenisboeken blijven staan'

©Dieter Telemans

Hij combineerde een topcarrière als 400 meterloper met allerlei functies in zijn vaders IT-bedrijf, en werd zo de geknipte man om de Memorial te leiden.

Het is vijf over negen als Memorial-organisator Cédric Van Branteghem (40) de ontbijtzaal van het Brusselse hotel Crowne Plaza komt binnengewandeld. Hij oogt nog even scherp als toen hij atleet was, maar het paardenstaartje is verdwenen. Hij wijst op zijn smartphone. ‘Sorry, deze staat al de hele ochtend roodgloeiend.’

Het is de rush richting de 43ste editie van de AG Memorial Van Damme, een van ’s werelds grootste en meest prestigieuze atletiekmeetings. Vrijdag 6 september is het D-Day. Nationale vedetten als Nafi Thiam, Jonathan Sacoor en de broers Borlée zijn de publiekstrekkers in het Koning Boudewijnstadion. Ook enkele internationale toppers geven present. Van Branteghem is als matchmaker druk in de weer met hun agenten.

Spelletje

Ontbijt met De Tijd

Brussel, 9.05 uur, ontbijtzaal Crowne Plaza.

Met Cédric Van Branteghem praten we over zijn digitale ambities voor de Memorial. 

Van Branteghem, die in 2017 Memorial-bezieler Wilfried Meert opvolgde, zet zijn smartphone op sluimer en schuift aan tafel. Het ding blijft trillen. ‘Sommige agenten spelen een spelletje. ‘Mijn atleet komt niet’, zeggen ze dan, in de hoop een startpremie uit de brand te slepen. Maar daar doen we niet aan mee. De winnaar van de finale krijgt in elke discipline 50.000 dollar mee naar huis. Dat moet volstaan. We betalen atleten graag een faire prijs, maar we proberen ook op een eerlijke manier naar vraag en aanbod te kijken. Dus moet je soms hard zijn, en dat is niet altijd leuk.’

De Memorial-directeur heeft trek. ‘Ik ga een omeletje eten’, zegt hij opgewekt. ‘Mijn ontbijt is niet zo sober als je zou denken. Aan het begin van de dag probeer ik altijd genoeg energie binnen te krijgen: een kom yoghurt met muesli, en als het kan eieren met groenten en ham. Ik leef in een hoog tempo, en dan is voeding belangrijk. Net als in de topsport.’

De week die eraan komt, wordt voor Van Branteghem de drukste van het jaar. Net als bij de vorige edities is het viersterrenhotel aan het Rogierplein het zenuwcentrum voor de aansturing van de logistiek achter de atletiekmeeting. ‘We kamperen hier een volle week met een team van 15 tot 20 mensen. In totaal zullen hier zo’n 180 topatleten, al dan niet met hun coach of fysiotherapeut, logeren.’

Als topsporter moet je je geest prikkelen, anders wordt je wereld veel te eng.

Creatief met zitjes

We vragen hoe de verkoop van de tickets loopt. ‘Goed’, zegt hij. Maar van een uitverkoop is geen sprake. Op meer dan tien dagen voor de meeting zijn nog zowat 9.000 kaartjes beschikbaar. Van Branteghem maakt zich geen zorgen. ‘Op dit moment is dat wellicht mijn grootste aandachtspunt: hoe we die laatste stoelen gevuld krijgen.’ Het stadion telt 44.000 zitjes. In het post-Usain Bolt-tijdperk moet je creatief zijn om volk naar de piste te lokken.

De jongste tien jaar is de concurrentie voor de Memorial ook enorm gegroeid. ‘Vroeger staken we er als evenement in België bovenuit. We introduceerden het vipdorp, muziekoptredens, vuurwerk. Maar nu duiken die formules ook in andere sporten op. We moeten dus blijven innoveren. En dat doen we ook, onder andere met de Urban Series. Daarbij zetten we de sport buiten het stadion in de kijker, met polsstokspringen aan de Vismarkt of kogelstoten op het de Brouckèreplein.’

Maar Van Branteghem is ambitieus en wil nog verder gaan. ‘We willen de fanbeleving digitaliseren. Als we van de smartphone van 44.000 atletiekliefhebbers in het stadion een tweede scherm kunnen maken, is dat een gigantische win-win. Stel: je zit aan één kant van de piste en hebt een sprong gemist. Dan kan je terugspoelen op je smartphone en de beelden met verrijkte data herbekijken. Of je wordt verwittigd zodra iets live te zien is.’

©Dieter Telemans

Dankt hij die ideeën aan zijn ervaring als 400 meterloper? Of aan het ondernemerschap dat hij met de paplepel heeft meegekregen? Van Branteghem nipt van zijn caffé crema terwijl hij even het schermpje van zijn iPhone checkt, en vertelt dan hoe hij in 2006 als profatleet in het IT-bedrijf van zijn vader aan de slag ging. ‘De beste beslissing ooit. Mensen zeggen altijd: ‘Een gezonde geest in een gezond lichaam.’ Maar het omgekeerde geldt ook. Als topsporter moet je je geest prikkelen, anders wordt je wereld veel te eng. Die job heeft mijn carrière een nieuwe boost gegeven, na een zware blessure.’

Hij doorliep in die periode niet alleen diverse functies in het bedrijf van zijn vader, dat softwareoplossingen aan de fruit- en groentesector leverde. Hij legde ook mee de basis voor het succes van de Belgian Tornados, de 4x400-estafetteploeg met de broers Jonathan en Kevin Borlée, die amper twintig jaar waren.

Dankzij die ervaringen kreeg Van Branteghem later de leiding van de Memorial. Toen Meert op 20 april 2015 in De Tijd las dat de Limburgse IT-groep Cegeka het bedrijf van de Van Branteghems wou overnemen, belde hij diezelfde dag nog de ex-atleet. Of hij niet bij Golazo, het sportmarketingbureau dat de Memorial organiseert, wilde beginnen, om hem op termijn op te volgen als meeting director?

‘Na een lunchgesprek met Wilfried en met Bob Verbeeck, de CEO van Golazo, heb ik geen seconde geaarzeld. Sport en zakendoen zijn mijn passie. En voor digitale projecten heb ik een zwak’, zegt Van Branteghem. Hij is ervan overtuigd dat data het nieuwe tijdperk van de atletiek zullen bepalen.

Werkgroep

Maar dan moet het Koning Boudewijnstadion wel grondig worden gerenoveerd. En dat was lang niet zo evident. Tot voor kort dreigde de Memorial nog uit zijn thuishaven te worden gedreven, omdat het Eurostadion, op de nabijgelegen Parking C, de voorkeur kreeg als nieuwe voetbaltempel. Maar dat project stierf een stille dood. Vandaag staat de vernieuwing van het complex op de Heizel weer bovenaan op de agenda.

‘We zitten met de voetbalbond in een werkgroep om van het stadion een multifunctioneel project te maken, met plaats voor onder meer voetbal en atletiek. Dat wordt een prioriteit voor 2020 en 2021.’

Data

Het is nu of nooit, zegt Van Branteghem. ‘Data zullen de sportbeleving vergroten. De modale fan beseft niet wat het betekent als iemand op de 10.000 meter een tijd van 26 minuten neerzet. Hoe snel is dat? Als je weet dat je dan 25 rondes lang 23 kilometer per uur loopt, wordt de prestatie tastbaarder. Sommigen denken: ‘Dat kan ik zelfs met de fiets niet.’ Dat Eliud Kipchoge op de marathon twee uur lang 21 kilometer per uur loopt, dát spreekt tot de verbeelding. Of dat Usain Bolt meer dan 40 per uur haalde in de sprint, vindt iedereen: ‘Wow!’’

Ik wil de fanbeleving op de Memorial digitaliseren.

Dat klinkt allemaal mooi. Maar geen data zonder sterren. Topmeetings als de Memorial, met een budget van ruim 4 miljoen euro, werden groot dankzij de uitstraling van wereldvedetten à la Willie Banks, Carl Lewis, Mike Powell of Michael Johnson. De vraag is dan ook: wie vult de leemte die Bolt heeft nagelaten? Is de 25-jarige Belgische meerkampster Nafi Thiam daartoe in staat?

Van Branteghem antwoordt genuanceerd. ‘Een ster word je dankzij een combinatie van topprestaties, charisma en looks. Nafi heeft het allemaal. Daarom ook is ze een van de grote uithangborden van Nike. Maar om een onbetwiste wereldster te worden legt ze zich mogelijk na een tweede olympische titel in Tokio volgend jaar beter toe op één discipline - zoals het hoog- of verspringen - en gaat ze daar absoluut in uitblinken. Want de zevenkamp is lang niet zo populair als individuele sprint- of springnummers.’

Machtige managers

Maar commerciële toppers als Bolt, die goed zijn voor een verkoop van 5.000 tot 10.000 extra tickets op een meeting, zijn niet noodzakelijk een zegen voor het atletiekcircuit. ‘Kleinere meetings hebben zich daar al zwaar op miskeken. Ze zijn diep in de schulden gegaan om zo’n ster binnen te halen. Dat leverde aanvankelijk goede recettes en stevige sponsors op, maar jaren later is daar weinig van overgebleven. Sommige van die meetings bestaan zelfs niet meer.’

De topatleten deden ook de macht en de invloed van de agenten en managers groeien. ‘Het is zoals bij de makelaars in het voetbal. Ze zijn de spinnen in het web. De manager van Usain Bolt was een jonge gast (Ricky Simms, eigenaar van het sportbureau Pace Sport Management, red.) die het goed deed in de atletiek, maar met Bolt plots een kruispunt werd in de sport. Sommigen van die makelaars denken nog altijd dat ze in het Bolt-tijdperk zijn, en stellen onredelijke eisen.’

Van Branteghems smartphone trilt voor de zoveelste keer. Op het schermpje staan meerdere mails en WhatsApp-berichten te wachten. ‘Nog vlug even een koffie tappen en dan aan de slag’, zegt hij.

We vragen of hij zijn Belgisch record op de 400 meter indoor - 46,18 seconden - nog lang ziet standhouden. Het staat intussen 16 jaar op zijn naam. Van Branteghem lacht. ‘Het is het enige record dat ik nog heb. Ik verwacht dat de 19-jarige Jonathan Sacoor het snel breekt. Het kan, als hij het kopje fris houdt en aan zijn snelheid werkt. Ik wil niet met records in de geschiedenisboekjes blijven staan. Ik wil de sport zien evolueren. Daar wordt de Memorial alleen maar beter van.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie