Meer dan 13 miljoen documenten over belastingparadijzen uitgelekt

©Hidefumi Nogami, The Asahi Shimbun, JAPAN

De Tijd heeft met media over de hele wereld 13,4 miljoen documenten onderzocht over constructies in belastingparadijzen. De nieuwe ‘Paradise Papers’ bevatten ook tienduizenden links naar honderden bedrijven en personen in België.

Anderhalf jaar nadat we samen met het internationaal consortium van onderzoeksjournalisten ICIJ de ‘Panama Papers’ uitbrachten, een onderzoek dat bekroond werd met de prestigieuze Pulitzer Prize, heeft De Tijd opnieuw maandenlang onderzoek gevoerd naar een even groot gegevenslek. Liefst 13,4 miljoen vertrouwelijke documenten zijn deze keer uitgelekt. Het gros, bijna zeven miljoen documenten, komt van een internationaal advocatenkantoor, Appleby. Dat is gesticht in het belastingparadijs Bermuda. Het heeft ook adressen op de Britse Maagdeneilanden, de Kaaimaneilanden en nog meer beruchte belastingparadijzen. Het is dan ook gespecialiseerd in het opzetten van postbusvennootschappen op al die exotische locaties. En het kantoor heeft al minstens 25.000 van die exotische structuren opgezet voor mensen en bedrijven in 180 landen. Nu belanden al die geheime belastingconstructies op de straatstenen.

Er lekten ook nog een half miljoen bestanden bij Asiaciti Trust, een Aziatische specialist in het opzetten van offshoreconstructies met hoofdzetel in Singapore. Bovendien zijn ook nog eens meer dan zes miljoen documenten gelekt van de bedrijvenregisters in 19 financiële schuiloorden. Dat gaat van Antigua, de Cook- en Marshalleilanden tot het eiland Malta. Het gaat over 19 landen waar je gemakkelijk constructies verborgen kan houden. Bijvoorbeeld omdat er geen openbaar bedrijvenregister bestaat of omdat het land niet prijsgeeft wie de aandeelhouders zijn van een bedrijf.

Hoe kwam het onderzoek naar de Paradise Papers tot stand?

Codenaam Athena

In maart dit jaar trokken we samen met journalisten van over de hele wereld naar het hoofdkantoor van de Duitse krant Süddeutsche Zeitung in München om er te overleggen over project Athena. Dat was onze codenaam voor wat we later de Paradise Papers zouden noemen. Want opnieuw waren het onze Duitse collega’s die net als bij de Panama Papers de miljoenen gelekte documenten in handen kregen. En opnieuw besloot Süddeutsche Zeitung de gegevens te delen met het internationale netwerk van onderzoeksjournalisten ICIJ.

ICIJ groepeert meer dan 200 onderzoeksjournalisten in 70 landen, onder wie De Tijd-journalist Lars Bové. De organisatie voorzag voor dit project in een ongezien datanetwerk om de miljoenen gegevens vlot te kunnen raadplegen: het ‘Knowledge Center’. De databank was ook gekoppeld aan het programma ‘Linkurious’, waarmee we meteen alle links tussen personen en bedrijven konden visualiseren op basis van enkele namen of adressen. En via een zwaarbeveiligde socialenetwerksite, de ‘Global I-Hub’, konden meer dan 380 journalisten in bijna 70 landen hun bevindingen uitwisselen.

In België gingen journalisten van De Tijd, Knack en Le Soir aan de slag met alle mogelijke sporen naar personen en bedrijven in ons land. Dat was letterlijk zoeken naar spelden in een hooiberg van meer dan 13 miljoen e-mails, oprichtings- en andere akten, powerpointpresentaties, Excel-tabellen, enzovoort. Alleen al in de bijna zeven miljoen bestanden die zijn gelekt bij het advocatenkantoor Appleby geeft de zoekterm ‘Belgium’ meer dan 64.000 treffers. Maar daarbovenop vonden we nog duizenden andere links naar België, onder andere door te zoeken op gemeenten en steden, lijsten met Belgische bedrijven, politici, topambtenaren en noem maar op.

Dat leverde een waslijst op van duizenden namen uit ons land. Die moesten we dan nog eens grondig filteren omdat er soms irrelevante personeels- en andere soorten lijsten tussen zaten die het beeld vertekenden. Tot we zo’n 500 namen overhielden die we grondiger moesten uitpluizen. De komende week zullen we in De Tijd uitgebreid berichten over onze strafste Belgische ontdekkingen, die volgens ons een maatschappelijk belang hebben. U zult de komende week al onze artikels ook zien verschijnen op de dossierpagina www.tijd.be/paradisepapers. Maar ook daarna zullen we de miljoenen gegevens blijven bestuderen om eventueel nog nieuwe onthullingen te doen. Na verloop van tijd zal ICIJ zelf een databank met namen - ook Belgische - publiek maken. Daar kunnen onze belastingdiensten, politie en justitie én andere journalisten dan ook mee aan de slag.

©AFP

Tijdens de laatste maand van ons onderzoek naar de Paradise Papers verloren we een van onze collega-onderzoeksjournalisten die al meewerkte aan de Panama Papers, de Maltese Daphne Caruana Galizia. Zij is vorige maand vermoord met een autobom dicht bij haar woning op Malta, terwijl we op dat moment samen met haar zoon Matthew, een medewerker van ICIJ, werkten aan het dan nog geheime Paradise Papers-onderzoek. Daphne Caruana Galizia stond bekend om haar kritische artikels over corruptie en andere wantoestanden in haar thuisland. Dankzij de Paradise Papers vonden we in elk geval ook meer dan 1.500 links naar ‘Belgium’ in het bedrijvenregister van Malta. Ook daarover zullen we de komende week berichten.

Al 119 jaar lang

De 6,8 miljoen bestanden die zijn gelekt bij het advocatenkantoor Appleby bestrijken meer dan een halve eeuw: van de jaren 50 tot en met vorig jaar. Appleby, dat al 119 jaar geleden is opgericht op Bermuda, is dan ook een van de meest prestigieuze ‘offshore-advocatenkantoren’ ter wereld. Hoewel het geen belastingadviseur is, is het kantoor een toonaangevend lid van een wereldwijd netwerk van advocaten, accountants, bankiers en andere spelers die klanten helpen aan vennootschappen en bankrekeningen in belastingparadijzen. Doorgaans om zo veel mogelijk belastingen te ontlopen.

De constructies die Appleby opzet voor zijn klanten verschillen duidelijk van de schermconstructies die het Panamese advocatenkantoor Mossack Fonseca bedacht voor zijn cliënteel. Dat is het kantoor waar de Panama Papers uitlekten. Bij het Panamese kantoor zagen we vooral klanten, ook veel Belgische klanten, die alleen nood hadden aan een volledig inhoudsloze schermvennootschap waarachter ze zich konden verbergen. Bijvoorbeeld om in Luxemburg of Zwitserland bankrekeningen met zwart geld te verbergen. Ze zetten hun rekeningen gewoon op naam van de exotische vennootschap. Dat zijn praktijken waar de Europese Unie intussen paal en perk aan stelt door de uitwisseling van bankgegevens.

Maar bij Appleby troffen we een ander type cliënteel aan. Veel meer grote bedrijven, zoals Apple, Nike, Uber en andere multinationals. Zij willen ook postbusvennootschappen in belastingparadijzen, maar meestal niet om er zich achter te verbergen. Wel om er zo veel mogelijk winsten naartoe te laten stromen uit andere landen, ook uit België, om belastingen te ontlopen. Ze gebruiken daarvoor nog andere belastingparadijzen dan we zagen bij de Panama Papers. Het zijn belastingparadijzen ‘in een hogere prijsklasse’, zoals Bermuda en de Kaaimaneilanden. Die bieden ook meer wettelijke garanties. Maar de constructies zijn hun prijs, hooguit enkele duizenden euro’s, meer dan waard. Want de gereputeerde Franse econoom Gabriel Zucman schat dat multinationals over de hele wereld elk jaar meer dan 600 miljard euro verschuiven naar zulke artificiële constructies in belastingparadijzen.

IN BEELD: de landen en gebieden die de Belgische overheid als belastingparadijs beschouwt

Telkens kregen we dan ook als reactie van de betrokken bedrijven ‘dat ze alle belastingregels in elk betrokken land naleven’. Maar dat legt dan ook meteen de vinger op de wonde. Ondanks alle antimisbruikbepalingen die de voorbije jaren al zijn ingevoerd, zeker ook in België, blijven er achterpoortjes bestaan die vooral de grotere bedrijven de kans bieden om belastingparadijzen te blijven gebruiken. En zo verstoren ze hier de eerlijke concurrentie.

Martelinstrument

Appleby is in 1898 opgericht op Bermuda, toen nog een Britse kolonie, vandaag deel van de Britse overzeese gebieden. Stichter Reginald Woodifield Appleby - een magistraat die hield van thee, cricket en jagen - was ook parlementslid in Bermuda en werd gelauwerd om zijn 'publieke diensten' voor het land. Hij genoot zelfs zo'n hoog aanzien dat wanneer hij op zeilvakantie ging naar Engeland, de misdaad in Bermuda volgens de lokale pers de hoogte in zou schieten.

In 1940 voerde het parlement in Bermuda voor het eerst een debat over een inkomstenbelasting. Reginald Appleby schaarde zich aan de kant van de politici die 'inkomstenbelasting zien als een verfijnd martelinstrument, waar je je tegen elke prijs tegen moet verzetten', aldus verslaggeving destijds in The Royal Gazette. Ook vandaag nog blijft het Bermudaanse beleid van ‘nul procent belastingen’ lokale inwoners én buitenlanders verleiden.

Vanaf 1979 werd Appleby ook actief buiten Bermuda. Vandaag heeft het kantoren in zowat elk belangrijk belastingparadijs, van de Kaaimaneilanden in de Cariben, over het Eiland Man in Europa tot het Afrikaanse Mauritius en Hongkong.

In april vorig jaar verkocht Appleby weliswaar zijn lucratieve bedrijfstak die vennootschappen, trusts, jets en andere activa beheert voor de wereldwijde elite. Toch blijft de band tussen Estera (de nieuwe naam van die bedrijfstak) en Appleby erg nauw. Ex-werknemers van Appleby zijn nu voor Estera aan de slag, vanuit dezelfde kantoren als voorheen.

Niet onfeilbaar

Appleby antwoordde niet op de gedetailleerde vragen die het consortium van onderzoeksjournalisten ICIJ stelde. In plaats daarvan publiceerde het bedrijf een online verklaring waarin het stelt dat Appleby vasthoudt aan hoge normen. Na een grondig onderzoek, aldus Appleby, verwerpt het alle aantijgingen van onrechtmatigheden door Appleby en zijn klantenbestand.

'We zijn een offshore advocatenkantoor dat advies geeft aan klanten over legitieme en wettelijke manieren om zaken te doen. Illegaal gedrag staan we niet toe. Het klopt dat we niet onfeilbaar zijn. Maar wanneer we fouten ontdekken, handelen we snel om ze recht te zetten en lichten we de betrokken overheden in.'

Toch stelden we ook vast dat onder andere in 2012 zelfs de regulator op de Britse Maagdeneilanden waarschuwde voor de gaten in Appleby's procedures bij het omgaan met risicovolle politici. Twee jaar later was het de toezichthouder van Bermuda die tijdens een audit bij een dochterbedrijf van Appleby 'zeer gewichtige' zwakke punten ontdekte. In bijna de helft van de dossiers die het overheidsagentschap bestudeerde, bleek er te weinig informatie voorhanden over de origine van het geld dat Appleby beheerde voor zijn cliënteel, ook Belgische cliënten. En sommige cliënten blijken ook riskante profielen te hebben in landen als Iran, Rusland en Libië. Een offshorekantoor zijn en toch een kraaknet imago van jezelf ophangen? Dat blijkt dus niet zo makkelijk.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect