Advertentie

2 Recep Tayyip Erdogan

©AFP

De 62-jarige Turkse president ontpopte zich tot een Poetineske autocraat.

Recep Tayyip Erdogan heeft er een bijzonder woelig jaar opzitten, zowel op het Turkse front als in het buitenland. In eigen land stond de strijd tegen de Koerdische Arbeiderspartij PKK lange tijd bovenaan op de agenda. Maar alles veranderde op de avond van 15 juli toen een deel van het leger de macht probeerde te grijpen. Na een verwarrende nacht, waarbij ruim 300 doden vielen, kon het regime van Erdogan de orde herstellen. De president had de putsch overleefd.

Wat volgde, was een ware heksenjacht op de aanhangers van Fethullah Gülen. Die moslimgeestelijke zat volgens Erdogan achter de poging tot staatsgreep. Gülen zou een enorm netwerk leiden met tentakels in de overheid, het gerecht, het onderwijs en de media. Erdogan greep naar de grote middelen: tienduizenden militairen, leraars en rechters werden ontslagen of opgepakt, kranten kregen een publicatieverbod en sociale media verdwenen herhaaldelijk uit de ether.

Met zijn drieste aanpak botste Erdogan met de Europese Unie, die haar bezorgdheid uitte over het democratische lot van Turkije. De Turkse president reageerde gepikeerd op de kritiek en dreigde om de haverklap een einde te maken aan de vluchtelingendeal met Europa. Hij wendde de blik steeds nadrukkelijker naar Rusland.

Veelzeggend was de deal die Erdogan met president Vladimir Poetin sloot om een einde te maken aan de oorlog in Syrië, zonder daarbij de Verenigde Staten te betrekken. Het was een zoveelste signaal dat Erdogan als een nieuwe sultan zijn land resoluut een andere koers laat varen, weg van de westerse democratie, richting Poetineske autocratie.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud