Cameron onder druk naar onderhandelingen met Schotten

De Britse premier heeft de Britse unie gered, en vooral zijn eigen vel. Hij zal nu moeten toezien hoe zijn land drastisch hertimmerd wordt van een Verenigd naar een Federaal Koninkrijk.

Het gebeurt niet vaak dat een Brits premier op de stoep van zijn Londense ambtswoning in Downing Street 10 de pers toespreekt, laat staan om 7 uur ’s ochtends. Toen gisteren aan de ontbijttafels van Inverness tot Dover bleek dat geen Schotse onafhankelijkheid doorgeslikt hoefde te worden, stond David Cameron meteen klaarwakker die keuze te bejubelen. Dat zijn positie, die bij een ja-stem onhoudbaar dreigde te worden, veiliggesteld is tot de verkiezingen van volgend voorjaar, zal die montere morgenstond ongetwijfeld ook verklaren.

Cameron heeft weinig verdienste aan het verlengde Schotse verblijf in de 307 jaar oude Britse unie, integendeel. Als een geprivilegieerde bankierszoon met adellijke roots heeft hij weinig voeling met de Schotse arbeidersmaatschappij. Boven de muur van Hadrianus, van oudsher het hartland van de sociaaldemocratische Labour-partij, worden de Conservatieven sowieso al uitgespuwd.

Veel campagne voerde Cameron dan ook niet. Tot de peilingen twee weken geleden plots het oplaaiende separatistische Schotse vuur signaleerden. Terstond schoot Cameron, en met hem het hele Britse establishment, in een angstkramp, waarna ze als zoenoffer een verregaande autonomie voor het Schotse deelstaatparlement beloofden. Daarover moet tegen januari een wetsontwerp klaar zijn, kondigde Cameron gisteren aan. Wat de komende maanden voor zijn politieke carrière minstens even heikel maken als het Schotse referendum van eergisteren.

Veel Conservatieven - van alle Britse partijen traditioneel de meest patriottische nostalgici naar de oude Britse glorie - verwijten hun leider dat hij al te veel heeft toegegeven. Dat Schotland meer fiscale vrijheid krijgt, is zeker. Maar Labour wil Edinburgh slechts 15 procent laten afwijken van het Britse belastingbeleid. Cameron daarentegen denkt eraan de Schotten de volledige controle over hun inkomensbelastingen te geven. De druk is dan ook immens om keihard te onderhandelen met de nieuwe Schotse premier, en zelf een pak trofeeën uit het politieke mijnenveld te slepen.

Dat de Schotten een groot deel van hun miljardensubsidies uit Londen opgeven bijvoorbeeld. En vooral dat Cameron een antwoord formuleert op de controversiële ‘vraag uit West Lothian’. Die werd al in 1977 gesteld door Tam Dalyell, het toenmalige Labour-parlementslid uit het gelijknamige Schotse district. De Schotten mochten destijds stemmen of ze hun eigen parlement zouden terugkrijgen. Kan een Schots parlementslid in Londen nog wel meestemmen over Engelse kwesties, als Engelse parlementsleden geen zeg meer hebben over puur Schotse aangelegenheden, vroeg Dalyell aan zijn collega’s. ‘Neen’, vinden veel tory’s 27 jaar later. ‘Engelse stemmen voor Engelse wetten’, staat in hun recentste partijmanifest.

Dat zou een mokerslag betekenen voor Labour. De sociaaldemocraten danken 41 van hun 258 Britse zetels aan Schotse vertegenwoordigers, de Conservatieven amper één op 303. Als Labour, zoals de polls voorspellen, over een halfjaar opnieuw de grootste fractie wordt en een regering mag vormen, dreigt het in sommige kwesties toch in de minderheid te zijn omdat de Schotse partijgenoten niet mogen meestemmen. Als Cameron dat weet te bewerkstelligen, herstelt hij zijn strategische autoriteit bij de tory-achterban. Maar toont hij ook grote ondankbaarheid jegens Labour, dat door de inzet van boegbeelden als Gordon Brown en Alistair Darling de Schotse exit wist te voorkomen en zo het vel van tegenstander Cameron redde.

Het zou de ultieme consequentie zijn van het veranderde land waarin de Britten gisteren wakker geworden zijn. Dat 45 procent van de Schotten voor onafhankelijkheid heeft gestemd, doet veel politici inzien dat de toekomst van het Verenigd Koninkrijk een meer federaal model inhoudt. Cameron kondigde gisteren dan ook grote grondwettelijke hervormingen aan, die ook de deelstaatparlementen van Wales en Noord-Ierland extra vrijheden zouden bieden, net als de regio’s en steden in Engeland. Zelfs de oprichting van een Engels parlement is plots een optie, wat de ‘West Lothian question’ zou beantwoorden.

‘Geen onafhankelijkheid betekent niet geen verandering’, luidde een slogan van het Schotse neen-kamp. Cameron mag dan Brits premier blijven, zijn job lijkt op termijn onvermijdelijk aan macht in te boeten.

Advertentie
Advertentie
Advertentie