Steven Defour | Investeerders pokeren met voetbaltalent

Steven Defour ©Photo News

Zijn transfer van FC Porto naar Anderlecht is niet louter een degradatie voor Steven Defour. De terugkeer van de middenvelder zegt veel over de voetbalwereld van vandaag, waar voetballers en hun clubs de lijfeigenen zijn van pokerende investeringsgroepen.

Als een stoere leider met een groot tactisch inzicht, tonnen techniek en een grote mond. Zo leerde de Belgische voetballiefhebber Steven Defour in 2005 kennen toen hij als 17-jarige debuteerde bij Racing Genk. Een jaar later kwam daar het predicaat ‘ruziemaker’ bij. Opgehitst door zijn schraapzuchtige entourage zette de ambitieuze middenvelder de Limburgse club voor het blok en trok naar erfvijand Standard. In Luik werd hij kapitein én kampioen. Zijn ambitie leidde Defour naar FC Porto, maar hij vond nooit echt zijn draai bij de Europese subtopper.

Na drie mooie jaren in de Portugese zon spoelde de Rode Duivel deze week terug aan in de Belgische competitie. Vroeger dan voorzien, want Steven Defour is nog altijd maar 26 jaar. Anderlecht wordt gezien als een degradatie voor de middenvelder. Tijdens het jongste WK zaten slechts drie spelers uit de Belgische competitie in de kern van de Rode Duivels.

De vraag is: had Defour een andere keuze? Of beter: had hij zelf iets te beslissen over zijn toekomst als voetballer? Achter de retour van de getatoeëerde Standard-vedette van weleer schuilt een economisch spel waarbij voetballers investeringsvehikels zijn. De geboren Mechelaar werd bij zijn verkoop aan FC Porto in 2011 ingeschakeld in een businessmodel dat de jongste jaren opgang maakt in de mondiale voetballerij: het Third Party Ownership. Meteen na zijn transfer verkocht de Portugese topploeg een derde van de transferrechten van de Belgische middenvelder aan de holding Doyen Sports, geleid door de Portugese topmakelaar Jorge Mendes. Doyen werd zo mede-eigenaar van de Gouden Schoen uit 2008.

Officieel is Doyen een makelaars- en managementbureau, maar in de praktijk treedt het bedrijf op als een investeringsfonds dat met jonge voetbaltalenten pokert als zijn het beleggingsproducten. Als ze onvoldoende opbrengen, is Mendes ze liever kwijt dan rijk. En laat de Zuid-Europeaan deze zomer nu net behoorlijk rijk zijn geworden als tussenpersoon bij toptransfers van James Rodriguez (voor 80 miljoen euro van AS Monaco naar Real Madrid), Diego Costa (40 miljoen van Atletico Madrid naar Chelsea) en ex-Standard-speler Eliaquim Mangala (40 miljoen van FC Porto naar Manchester City).

Maar zoals het een investeerder past, begon de puissant rijke Portugees ook met de minder renderende beleggingsproducten uit zijn portefeuille te schuiven. Dus mocht ‘zijn’ Steven Defour van club veranderen. Onze landgenoot stond immers voor een nieuw jaar van stilstand bij FC Porto, dat hem al uit zijn selectie voor de Europese competities had geweerd. Bij Anderlecht kan Defour zich opnieuw bewijzen. Volgens Anderlecht-manager Herman Van Holsbeeck is de club meteen ook 100 procent eigenaar geworden van de transferrechten van Defour. Daarmee zou de club niet alleen de 57 procent van FC Porto hebben overgenomen, maar ook het aandeel van 33 procent dat Doyen zou aanhouden. Naar verluidt zou ook de gewezen sterke man bij Standard, Luciano D’Onofrio, zijn resterende deel van 10 procent hebben verkocht aan Anderlecht.

De wereldvoetbalbond FIFA verbiedt het Third Party Ownership niet. In Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk mag het niet van de nationale voetbalbonden. Maar dat houdt de opmars niet tegen. In 2012 maakte al zo’n 15 procent van de Europese clubs gebruik van het systeem. Voor de clubs is het op korte termijn een interessant systeem. De financiële lasten van inkomende transfers worden gedeeld tussen het team en de investeringsmaatschappij. Het is dan ook geen toeval dat het Third Party Ownership erg populair is in Zuid-Europese voetballanden, waar veel clubs een grote schuldenberg torsen. De voetballers zelf worden er evenmin slechter van. De investeringsmaatschappijen zijn immers meesters in het afdwingen van hoge lonen en interessante sponsordeals voor hun klanten.

Voor de voetbalwereld is het systeem op lange termijn echter allerminst een cadeau. De financiële transparantie van het voetbal wordt erdoor aangetast, zeggen tegenstanders. Geld blijft kleven aan de grijpgrage handen van vaak schimmige tussenpersonen, en stroomt niet naar de clubs die het op hun beurt ook niet kunnen herinvesteren in hun jeugdopleiding of infrastructuur.

Steven Defour zal het allemaal worst wezen. Hij kan weer voetballen, als een stoere leider in een kaboutercompetitie.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud