'Ik heb moeite met het socialistisch kantje van Groen'

©Diego Franssens

Terug naar Poupehan met Decospan-topman Pieterjan Desmet en Groen-voorzitster Meyrem Almaci.

Hij is de CEO van de fineerproducent Decospan. Zij is partijvoorzitster van Groen. Maar aan de oevers van de Semois lijken Pieterjan Desmet en Meyrem Almaci elkaar te vinden. Zij het niet helemaal.

Terug naar Poupehan (4): Meyrem Almaci en Pieterjan Desmet.

De mist trekt stilletjes op boven het dal van de Semois als Pieterjan Desmet (35) zijn hybride zwarte Porsche bij de kerk van Poupehan parkeert. We hebben afgesproken in de pastorij.

Desmet, in een kaki donsjas, steekt zijn linkerhand uit ter begroeting. De rechterarm gebruiken is nog te pijnlijk. ‘Twee maanden geleden gebroken bij het armworstelen. Verkleed als Zwarte Piet’, verklaart hij lachend. ‘Vervelend. Maar goed, je gaat er niet van dood. Het is vooral ambetant bij het scheren.’

De CEO van Decospan, een houtfineerfabrikant in Menen met 108 miljoen euro omzet, omschrijft zichzelf als ‘een ondernemer van de nieuwe generatie’. Hij investeert in eigen windmolens en zonnepanelen, in honderd procent duurzaam hout, in een milieuvriendelijk wagenpark en in het welzijn van zijn medewerkers. Maar bij de groene partij heeft hij wat reserves. ‘Ik heb, zoals veel ondernemers, moeite met het socialistisch kantje van Groen.’

Even later arriveert Groen-voorzitster Meyrem Almaci (42). Ze wordt afgezet door een medewerkster, met een Cambio-deelauto. Almaci draagt een waterdicht wandeljack en heeft haar wandelschoenen bij zich in een plastic zak. Maar de fotograaf wil liever het dorp dan het bos in. ‘Ik had uitgekeken naar een stevige tocht. Dit wordt toch geen wussywandeling?’

Pieterjan Desmet (35) is CEO van Decospan, een houtfineerverwerker uit Menen met 108 miljoen euro omzet en fabrieken in Frankrijk en Kroatië. Zijn grootvader richtte het bedrijf op in 1978.

Na zijn studies handelsingenieur werkte Desmet eerst in de afdeling private equity van Fortis In 2009 stapte hij in het familiebedrijf.

 

Meyrem Almaci (42) is sinds 2014 voorzitster van Groen. Ze groeide op in Sint-Gillis-Waas, nadat haar ouders in 1974 uit Turkije waren gemigreerd.

Na haar studies cultuurwetenschappen werkte ze als onderzoeker. In 2001 werd ze verkozen als gemeenteraadslid in Sint-Gillis-Waas. Sinds 2007 zit ze in het parlement. Almaci woont in Deurne en is lijsttrekker voor Antwerpen voor de Vlaamse verkiezingen in mei.

We stappen langs een gezwollen Semois. Het waterpeil staat hoog door de laatste restjes smeltende sneeuw. Voor Almaci is het de eerste kennismaking met Decospan, dat dit jaar tweede werd bij de verkiezing van de Onderneming van het Jaar. ‘We zijn de efficiëntste houtverwerker van Europa’, zegt Desmet. ‘En ik heb speciaal voor jou mijn groene jas aangetrokken.’

Desmet vertelt hoe zijn carrière begon bij de bank Fortis, op de afdeling private equity. ‘Ik was 23 en schoof met bedragen die ik niet durf te noemen. Het verschil tussen mij en mijn collega’s was dat ik wist wat achter de cijfers in het Excel-bestand zat, omdat ik uit een ondernemersfamilie kwam en in de fabriek had gewerkt. Zij hadden geen idee van de realiteit achter die tabellen. Dat is een risico. Het is een van de redenen waarom ik ben vertrokken, in juli 2008, op het moment dat Jean-Paul Votron (de toenmalige CEO van Fortis, red.) ontslag nam.’

‘Dat is de dag dat ik mij met Fortis ben gaan bezighouden in het parlement’, zegt Almaci. ‘Ik heb Votron ontmoet. Voor mij was hij de vleesgeworden arrogantie. Dat geen enkele bankier is gestraft voor wat in die periode is gebeurd, vind ik trouwens nog altijd moeilijk te vatten.’

‘Pas op, ik heb meer geleerd in die twee jaar corporate banking dan in mijn vijf jaar handelsingenieur’, gaat Desmet voort. ‘Ik heb de strategie van groei en overnames leren kennen. Die pas ik nu toe in mijn bedrijf. Maar de mentaliteit stak me tegen. Tot op het laatste moment kregen wij de boodschap: ‘Komaan jongens, kopen. Het is nu het moment. Het was meteen mijn eerste financiële kater.’

Desmet en Almaci blijken fervente wandelaars. Desmet rijdt om de zes weken naar de Zwitserse Alpen. ‘In de bergen gaat mijn gsm uit. Slechts twee medewerkers hebben het nummer van mijn vrouw. Dus als er wordt gebeld, weet ik dat het echt nodig is.’ Ook tijdens de wandeling heeft de ondernemer zijn gsm niet bij zich.

terug naar poupehan

Om België uit de crisis van de jaren tachtig te helpen organiseerde toenmalig premier Martens geheime besprekingen in het Ardense dorpje Poupehan.  In het vakantiehuis van zijn kabinetschef Fons Verplaetse, de latere gouverneur van de Nationale Bank, onderhandelde hij in het grootste geheim met de top van de vakbond en de bankwereld over structurele maatregelen om de buikriem aan te halen.

Nu ons land opnieuw voor grote economische en technologische uitdagingen staat, organiseert De Tijd een nieuw treffen in Poupehan. Vier weken lang trekken we naar de Ardennen om met bedrijfsleiders, politici en economen maatregelen te bedenken die ons land klaar moeten stomen voor de toekomst.

Vandaag: Groen-voorzitster Meyrem Almaci en Decospan-topman Pieterjan Desmet

Almaci houdt haar telefoon wel voortdurend in de gaten. Hoe de politica deconnecteert? ‘Als de druk te groot wordt, ga ik lopen tot ik leeg ben. Of ik wandel een uur. Maar ik kom er amper toe. We hebben net de laatste onderhandelingen na de gemeenteraadsverkiezingen afgerond. Het was de bedoeling nu even op adem te komen, maar het klimaat staat meer dan ooit op de agenda. Ik wandel dus tegenwoordig met honderdduizend mensen door Brussel in plaats van met vrienden door de bossen.’

Desmet zegt dat hij anders is gaan leven toen hij op zijn 19de een verwittiging kreeg. Omdat hij de oudste van vier is, keek zijn vader in zijn richting om hem op te volgen als CEO van het bedrijf dat zijn grootvader in 1978 oprichtte. Op school kreeg hij het advies marketing te studeren, maar hij wilde per se handelsingenieur worden. De drang om zich te bewijzen werd hem even te veel. ‘Het begin van een burn-out, ja. Een heel goede psychiater heeft me toen begeleid. Ook later als CEO heb ik bij moeilijke beslissingen een psycholoog opgezocht. Daar ben ik open over. Het zorgt ervoor dat ik de signalen meteen herken. Als je energie voelt wegsijpelen, is het tijd om gas terug te nemen.’

Almaci herkent zich in de bewijsdrang. Ze groeide op in het Waasland in een gezin met negen kinderen en was voorbestemd de beroepsopleiding snit en naad te volgen, zoals de meeste Turkse meisjes. ‘Maar ik haatte naaien, en wilde iets anders doen.’ Achter de rug van haar ouders schreef ze zich in ‘bij de nonnen’ om talen te studeren. Ze werd lid van Greenpeace en het WWF, sloot zich aan bij Agalev, de voorloper van Groen, de partij waarvan ze nu ruim vier jaar voorzitter is. ‘Ik ben een statistische anomalie. Ik was voorbestemd om jong te trouwen, niet verder te studeren en een leven lang onderbetaalde jobs te doen. En kijk waar ik nu sta.’

Het is hard gegaan onder haar bewind. Bij de federale verkiezingen van 2014 haalde Groen nog 8 procent, bij de jongste lokale verkiezingen was dat 13 procent. In de peilingen scoort de partij tegenwoordig nog hoger. Almaci probeert een partij die groot is geworden op activisten op te schalen tot een brede beweging, waartoe ze ook ondernemers rekent. Geen gemakkelijke opdracht, geeft ze toe. ‘Een aantal mensen vindt dat we ver weg moeten blijven van ondernemers. Maar ik heb de afgelopen jaren tal van bedrijven bezocht die prachtige duurzame, groene producten maken op een innovatieve en energiebewuste manier. Ecologie en economie kunnen perfect samengaan.’

Ha, je hebt me gegoogeld. Dat klopt dus niet, hè.
Pieterjan Desmet
Ondernemer

We trekken naar de chalet, waar de kachel brandt. Almaci schopt haar schoenen uit en nestelt zich met opgetrokken benen in de zetel. ‘Wat vind je er eigenlijk van dat je in het Rijkste Belgen-lijstje staat, vraagt Almaci de ondernemer grappend. Desmet: ‘Ha, je hebt me gegoogeld. Dat klopt dus niet, hè. Ik heb geen idee waarop die mensen zich baseren. Ik heb net het bedrijf van mijn vader overgenomen, ik heb niet eens vermogen.’

Groen wil de grote vermogens belasten. Wat vindt u daarvan?

Pieterjan Desmet: ‘Ik ben geen voorstander. Dat vermogen is al eens belast. Bovendien zit vermogen vaak in familiale handen, en wordt het opnieuw in de economie geïnvesteerd. (tegen Almaci) Jullie moeten als partij eens goed nadenken over de gevolgen van zo’n belasting, want ze brengt de generatie-overdracht van familiebedrijven in gevaar.’

‘Mijn vader wilde eigenlijk blijven werken tot zijn 63ste. Omdat hij bang was voor die taks is de overdracht drie jaar eerder gebeurd. Opeens moest het snel gaan. Vandaag kan je de familiale aandeelhouders nog belastingvrij uitkopen. Ik ben daarvoor een heel zware persoonlijke lening aangegaan. Als dat ook nog eens wordt belast, open je als bedrijf de deur voor buitenlandse investeerders om te kunnen overleven. En dan wordt de familie binnen de kortste keren uit haar eigen bedrijf gezet.’

Als Marc Coucke zijn bedrijf verkoopt, moet hij daarop belast worden?

Meyrem Almaci: ‘Zijn succes is ook te danken aan de samenleving, via investeringen in infrastructuur en via loonsubsidies. Een stukje van de meerwaarde mag terug naar de samenleving vloeien. Waarom zijn mensen boos op Marc Coucke? Omdat ze het gevoel hebben dat hij alleen langs de kassa passeert. Dus wil men hem belasten op het moment dat hij verkoopt, uit een rechtvaardigheidsgevoel.’

Desmet: ‘Hij investeert wel veel in België. Kijk naar wat hij in de Ardennen doet, een vergeten regio. Marc heeft er echt impact.’

Almaci: ‘Ik pas voor filantro-kapitalisme: wie een grote portemonnee heeft, beslist. De rest moet belastingen betalen en heeft niets in de pap te brokken. Waarom zou iemand met een grote portemonnee het voorrecht moeten krijgen te beslissen hoe zijn geld terugvloeit naar de samenleving?’

Desmet: ‘Omdat het efficiënter gaat zijn.’

Almaci: ‘Dat durf ik te betwijfelen.’

Deze regering heeft krampachtige pogingen gedaan om de rijken extra te belasten: een speculatietaks, een effectentaks. Dat blijkt heel moeilijk te zijn.

Almaci: ‘Deze regering vond het vooral moeilijk om keuzes te maken. Waarom gaan we niet, zoals in Nederland, voor een vermogensrendementsheffing? Wij willen iedereen vanaf een vermogen van 1 miljoen euro 0,15 procent belasten op de opbrengst. Voor de Albert Frères van deze wereld zal dat tarief wat hoger zijn. Ik vind het totaal oneerlijk dat zo’n Frère zijn nalatenschap verdeelt zonder één cent belasting te betalen.’

Desmet: ‘Ik heb er op zich geen problemen mee om de opbrengsten uit vermogen te belasten. Je kan niet vragen dat iedereen inlevert, behalve wij.’

Voor welk economisch model staat Groen?

Almaci: ‘De bedoeling is de torenhoge lasten op arbeid te verlagen, te beginnen bij de laagste lonen. Dat willen we financieren door fiscale aftrekposten te schrappen en andere inkomstenbronnen aan te boren: via een koolstoftaks voor vervuilers, een hardere strijd tegen fiscale fraude en een vermogensrendementsheffing.’

Zou u op Groen kunnen stemmen?

Desmet: ‘Ik zal zeggen: ‘Ja, maar...’ Ik heb moeite met het socialistisch kantje. Ondernemers kijken wantrouwig naar Groen, omdat de partij staat voor socialisme en belastingen. Jullie hebben nog veel werk om dat beeld bij te stellen.’

Almaci: ‘Ik vertel hetzelfde verhaal bij de werkgeversfederatie VBO als bij de vakbonden. Maar er leven blijkbaar veel misverstanden over wat dat verhaal precies is.’

Desmet: ‘Ik heb er geen probleem mee dat bedrijven worden belast op hun uitstoot. Ik ben niet tegen een milieutaks. De industrie heeft een belangrijk aandeel in de uitstoot van broeikasgassen. Bedrijven zijn mee verantwoordelijk voor de lange termijn.’

‘Toch wil ik waarschuwen voor de gevolgen voor onze industrie. In de chemie en de farma zijn de marges hoog. Die bedrijven kunnen de enorme investeringen aan die nodig zijn om energie-efficiënt te worden. Maar denk ook aan de West-Vlaamse groente-industrie. De diepvriesgroenteverwerker Ardo is een prachtig bedrijf, maar kijk eens naar hun balans. De marges zijn flinterdun. En zij moeten al zoveel investeren.’

©Diego Franssens

‘In de sturing van bedrijven moet de overheid sector per sector bekijken wat mogelijk is. We hebben parels van groentebedrijven, laat ons hopen dat ze ook kunnen blijven. En dat ze niet overkomt wat het textiel is overkomen. Daar moeten we ons voor hoeden, ook in het klimaatbeleid.’

Kent u de uitstoot van uw bedrijf?

Desmet: ‘Als onze windmolens eindelijk worden vergund - we zijn daar al acht jaar mee bezig - kunnen wij een CO2-neutraal bedrijf worden. Vandaag wekken we 35 procent van onze energie zelf op. Daarin volg ik jouw concurrent, Bart De Wever: technologie gaat helpen richting zelfvoorzienendheid.’

Almaci: ‘Het zal een combinatie zijn van besparen en opwekken. Maar als bedrijf kan je vandaag geen energieproducent zijn, dat heb ik tijdens mijn bedrijfsbezoeken geleerd. De administratieve rompslomp is zeer groot. Bedrijven kunnen ook niet zomaar windmolens delen. Dat moet echt beter.’

Desmet: ‘Je mag ook alleen elektriciteit afnemen van een windmolen die op eigen grond staat. Ik moet nu grond bijkopen om dat mogelijk te maken. Het wordt ons niet gemakkelijk gemaakt om duurzaam te ondernemen.’

Moeten de bedrijfswagens op de schop?

Desmet: ‘Voor mij kan dat, als er meer nettoloon tegenover staat. Bij ons rijdt bijna iedereen op aardgas. Ik volg daarin Jef Colruyt, voor wie ik veel respect heb. Maar wij hebben wel bedrijfswagens nodig, want we zitten in een kleine plattelandsomgeving. Ik krijg mijn medewerkers niet in de bus, omdat er geen is. En de weg is te gevaarlijk om met een elektrische fiets te komen. Van de politiek zal het niet komen, want de weg is deels in handen van het gewest en deels van de gemeente. (droog) Ik heb al eens geïnformeerd om zelf een nieuwe weg aan te leggen, maar dat kost te veel geld.’

Almaci: ‘We betalen meer dan autoland Duitsland aan salariswagens in de vorm van fiscale aftrek dan dat we vandaag investeren in openbaar vervoer. Dat gaat gepaard met een ongebreidelde tankkaart. Dat is niet meer aanvaardbaar.’

Desmet: ‘De Franse overheid heeft diesel jarenlang gestimuleerd. En als iedereen een dieselwagen heeft, kondigt de regering aan dat ze extra worden belast. Dat is toch een klucht?’

‘Die gele hesjes hebben gelijk. Ik heb twee firma’s in Frankrijk. Ik heb nog nooit in mijn leven zo veel oude auto’s op de parking gezien. Die mensen rijden twintig jaar met dezelfde auto. Ze hebben geen geld om een nieuwe te kopen. En nu moeten ze nog eens extra betalen voor hun diesel. Frankrijk is een catastrofe. De gewone werkende mens houdt niets over.’

Almaci: ‘Als je de kaart van het openbaar vervoer in Frankrijk bekijkt en je vergelijkt die met die van twintig jaar geleden, dan zie je hoeveel lijnen er verdwenen zijn. Ze hebben geen alternatief dan zich blauw te betalen aan de diesel en de taksen. Ook bij ons is bespaard op het openbaar vervoer, tegen alle logica in.’

©Diego Franssens

De houtkachel is in iets te hoog tempo bijgevuld. Het is zo warm geworden in de chalet dat de truien uitgaan. Almaci neemt nog een slokje van haar tonic. ‘Het is toch geen gin-tonic, hè? Want dan sta ik hier zo op mijn kop. Ik heb nog nooit in mijn leven alcohol gedronken.’

Mag de kachel, een belangrijke bron van uitstoot, wel blijven branden van een groene politica?

Almaci: ‘Dit doet me denken aan mijn jeugd. We hadden een gietijzeren kolenkachel, die begon te zingen als hij heet was. Ik vond dat erg gezellig. Maar ik wil vandaag geen kolen meer stoken in mijn huis. Om op de vraag te antwoorden: van mij moet die kachel niet meteen weg. Maar we moeten wel de meest vervuilende modellen vervangen en dat moet gefaseerd gebeuren.’

Desmet: ‘Een open haard is het enige wat ze me niet mogen afpakken. Ik heb één houtkachel en dan wil ik daar nog belastingen op betalen ook. Of een filter van 500 euro steken als het moet.’

Almaci: ‘Er bestaan vandaag veel betere systemen om je huis te verwarmen dan houtkachels. Houtafval uit de eigen tuin is CO2-neutraal, maar het is beter elke vorm van verbranding te vermijden. Op windstille dagen blijft de smog hangen. Dan zou de overheid kunnen zeggen: vandaag niet stoken.’

Desmet: ‘Het frustreert me dat het debat over kachels gaat, terwijl er zoveel quick wins te halen zijn in de industrie. Straks sluiten we onze onderzeese kabel aan op een kerncentrale in het Verenigd Koninkrijk en dan zit het weer helemaal goed met die CO2-uitstoot, want kernenergie is uitstootneutraal. Komaan zeg. Uitstoot moet een Europees project worden. België is daar veel te klein voor. Waar ik moeite mee heb, zijn de zogenaamde ecologische pellets die uit Canada aangevoerd worden om in een biomassacentrale in Gent te verstoken.’

Almaci: ‘Groen was tegen, maar toen bekeek men ons raar. Intussen is het terecht afgeschaft.’

Decospan kapt bomen. Dat is ook niet echt duurzaam.

Desmet: ‘Wij doen aan bosbeheer. Ik noem ons generatielandbouwers. Landbouwers werken op basis van seizoen, wij werken op basis van generaties. Een bos dat niet wordt onderhouden, groeit minder goed.’

Zes stuks bestellen, vijf terugsturen. Dat is pas CO2-uitstoot, al die camionettes op de snelweg. Van mij mag er een e-commerce-belasting komen.
Pieterjan Desmet
Ondernemer

Het is tijd om aan tafel te gaan. Speciaal voor Almaci heeft onze gelegenheidskok een vegetarisch menu voorzien. De politica is al sinds haar zestiende vegetariër. ‘Mijn vader slachtte elk jaar een schaap tijdens het Offerfeest. We gingen dat zelf kiezen bij de boer. Maar ik zag ook soms jonge onervaren slachters die de traditie belangrijker vonden dan de boodschap erachter: je neemt een leven en doet dat met maximaal respect en minimaal leed. Toen heb ik beslist geen vlees meer te eten. Mijn ouders verklaarden me gek, voor hen was vlees een luxe. Ze konden zich moeilijk voorstellen dat je zoiets zou laten. Pas later is het voor mij een ecologisch verhaal geworden.’

Desmet: ‘Ik eet toch niets liever dan een boterham met charcuterie.’

Minder vlees eten wordt voorgesteld als een manier om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Maar als we de uitstoot van landen als China en India bekijken, wat stelt de bijdrage van Vlaanderen of België op wereldschaal dan voor?

Almaci: ’Je kan het ook anders bekijken: wat produceren die landen voor ons? Met welke uitstoot, en met welke grondstoffen? Als je dat in rekening brengt, ziet de balans er al anders uit. Onze voetafdruk is trouwens, per kop, bij de hoogste van de wereld.’

Het Poupehan-plan van Meyrem Almaci

1. Investeer 4 procent van het bbp vanuit de overheid en richt een Belgische investeringsbank op als centrale motor voor een groene transitie. Zet daarbij prioritair in op een doorgedreven renovatiebeleid, investeringen in infrastructuur, openbaar vervoer en hernieuwbare energie.

2.  Sluit de materialenkringlopen in onze economie. België is een grondstoffenverslindend land en is daarvoor afhankelijk van het buitenland. Inzetten op een circulaire economie, innovatie en ontwikkeling is essentieel en creëert duurzame jobs.

3. Hervorm de fiscaliteit. Zet in op vereenvoudiging, verschuiving van de lasten van arbeid naar vermogensrendement en vervuiling. IJver in Europa voor een Carbon Border Tax zodat onze economie wordt beschermd tegen onduurzame productie en dumping uit het buitenland.

4. Pak discriminatie actief aan. Versterk het doelgroepenbeleid (gender, SES) in het onderwijs en de arbeidsmarkt. Duaal leren verdient extra aandacht: het is meer dan simpelweg ‘leren en werken’, en mag niet verworden tot een verlengstuk van het watervaleffect. Zwitserland is daarin een voorbeeld.

Desmet: ‘Al die jonge gastjes die in de klimaatbetogingen meelopen, moeten vooral stoppen met dingen online te bestellen. Zes stuks bestellen, vijf terugsturen. Dat is pas CO2-uitstoot, al die camionettes op de snelweg. Van mij mag er een e-commercebelasting komen.’

Het klinkt Almaci als muziek in de oren. Maar het gesprek stokt, want ze krijgt een dringende telefoon. ‘Ik moet even partijvoorzitter zijn’, excuseert ze zich. Als ze weer aan tafel schuift, valt het gesprek op Ineos. De Britse chemiegroep wil 3 miljard euro in de Antwerpse haven investeren, maar staat bekend als een grote vervuiler.

Moet zo’n bedrijf met open armen worden ontvangen?

Almaci: ‘Ik zeg niet bij voorbaat nee. Maar als je zo’n bedrijf aantrekt, moet je ook stappen afdwingen richting een koolstofarme productie tegen 2050. Antwerpen huisvest de tweede grootste chemiecluster ter wereld. We kunnen hier dus wel degelijk impact hebben op wereldschaal. Wil zo’n bedrijf daar niet in meegaan, dan moet je op zoek naar andere jobs, afkomstig uit de circulaire economie. Of je moet een koolstoftaks opleggen.’

Boeten we dan internationaal niet enorm in op concurrentiekracht?

Almaci: ‘Eerst moeten we de emissiehandel op Europese schaal sluitend maken, dan implementeren we een Carbon Border Tax. Dat is een importtaks op producten uit landen die minder inspanningen doen om de klimaatverandering tegen te gaan. Zodat onze bedrijven niet plat geconcurreerd worden door goedkope, vervuilende brol uit China.’

Desmet: ‘Wat vandaag in China gebeurt in onze sector is flagrant. Het land heeft in 2017 een boomkapstop ingevoerd om de gevolgen van jaren massale ontbossing tegen te gaan. Er mag geen enkele boom worden gekapt zonder toestemming van de overheid. Dus nu halen de Chinezen hun hout massaal in Europa, de VS en Siberië. Het effect op het bosbestand is dus nul.’

‘We accepteren alles van de Chinezen. Met Decospan betalen we een bedrijf als Unilin, van de Mohawk-groep, licenties om hun producten te mogen gebruiken. Een Chinees doet dat zonder te betalen. Dat betekent voor mij wel 5 à 10 procent concurrentieel nadeel. En de consument kijkt alleen naar de prijs. Ze betogen wel voor het klimaat, maar iedereen wil parket voor 25 euro per vierkante meter.’

Almaci: ‘Europa dreigt vermalen te worden. De importheffing op staal treft Europa zwaarder dan China.’

Desmet: ‘China gaat erop vooruit, de VS gaan erop vooruit, en wij stranden in het midden. De Europese Unie is bang om te kiezen. Er is een totaal gebrek aan visie.’

Door de Chinese en de Amerikaanse koppigheid is wel een handelsoorlog uitgebroken.

Desmet: ‘Zowel in de VS als in China ligt de motor stil vanwege de onzekerheid. En de importtaksen maken onze producten erg duur. Wij zijn 10 procent gegroeid in twee jaar, inclusief overnames. Maar daarvoor groeiden we met 15 procent per jaar. En de marges slinken.’

‘De grootste bedreiging voor onze economie wordt China. Vroeger waren de Chinese producten inferieur en de prijzen laag. Die tijd is voorbij. Ik heb onlangs een machine gekocht met Chinese technologie die de Duitse fabrikant niet kon leveren. Voor 21.000 euro, inclusief importtaksen. Terwijl het Duitse toestel - dat minder kan - me 120.000 euro zou kosten.’

‘Wij openen binnenkort een kantoor in Sjanghai, omdat ik iemand ter plaatse wil die permanent de markt afschuimt. Enkel om te zien waar ze mee bezig zijn. Ik panikeer niet, maar ik vind het wel beangstigend. Als China een technologische voorsprong neemt tegen veel lagere prijzen, welk verhaal heeft Europa dan nog?’

De volgende dag is Desmet als eerste aan het ontbijt. Hij heeft kunnen uitslapen, zegt hij. ‘Dit is voor mij vakantie. Normaal ben ik om 6 uur ’s ochtends al op kantoor. Dan kan ik twee uur werken. De rest van de dag los ik problemen op. Om 18 uur ga ik weer naar huis. Mijn vader werkte 14 uur per dag, of 16, en meer nog als het moest. Ik kan ook wel een tandje bijsteken, maar ik vind het aantal uren dat je klopt niet de beste maatstaf voor geleverd werk.’

Desmet kiest boterhammen met boter en confituur. ‘Ik ben al blij dat ik geen granola met rood fruit moet eten’, lacht hij.

Almaci komt even later binnen. Ze heeft al krantenkoppen gelezen en mails verstuurd. ‘Voor mij alleen thee. Ik ontbijt eigenlijk nooit.’

De ondernemerswereld had hoge verwachtingen van de centrumrechtse regering. Bent u tevreden?

Het Poupehan-plan van Pieterjan Desmet

1. Het milieu- en klimaatbeleid moet een Europese bevoegdheid worden. Pas dan kan een duurzaam energiebeleid worden uitgewerkt.

2.  Verklein de kloof tussen netto en bruto en vereenvoudig de fiscaliteit. Zo kunnen salariswagens worden afgeschaft  zonder dat we werknemers en werkgevers penaliseren. Zorg voor een veilige infrastructuur zodat alternatief woon-werkverkeer mogelijk is.

3. Vervang de verlichting op al onze snelwegen door led. De overheid moet het voorbeeld geven. Je kan duurzaamheid prediken en je kan duurzaam handelen.

4. Belast e-commerce. E-commerce doet onze wegen dichtslibben en verhoogt de CO2-uitstoot. ‘Next day delivery’ is niet efficiënt. Het moet kunnen, maar niet gratis.

Desmet: ‘Nee. Iedereen had er veel meer van verwacht. Ik zie geen structurele veranderingen. Oké, er is wat aan de loonkosten gedaan. Maar bij de hervorming van de vennootschapsbelasting zijn opnieuw achterpoortjes gecreëerd, om te optimaliseren.’

Almaci: ‘Terwijl juist deze regering grote beloften heeft gedaan omdat ze zogezegd ideologisch op één lijn zat. Maar er is vanaf dag één gekibbeld, en de regering is gevallen over een zelf gecreëerde politieke crisis. Door het ophangen van doemscenario’s over migratie, in navolging van enkele alt-rightbewegingen in Europa.’

Begrijpt u dat de regering is gevallen over het Marrakeshpact?

Desmet: ‘Ik vind dat oprecht onverantwoord. De brexit staat voor de deur en we hebben geen regering. We staan erbij en we kijken ernaar. En ik ben er zeker van dat ook andere ondernemers er zo over denken. Als wij een probleem hebben, trappen we het ook niet af. Vecht het uit, maar niet voor de camera’s, en trek dan aan één zeel. We staan voor een moeilijke periode. De brexit is geen lachertje. Het wordt erg onderschat. Ik stel me steeds meer de vraag: kunnen we dit land blijven besturen zoals het vandaag wordt bestuurd?’

De klimaatbeweging beleeft een momentum. Wil Groen dit keer wel besturen?

Almaci: ‘We zijn meer dan ooit klaar om in de meerderheid te gaan. En om te onderhandelen over onze thema’s.’

U hebt een schot voor de boeg gegeven door te pleiten voor de blauw-groene as.

Almaci: ‘Er is maar één as, en dat is die met Ecolo. Maar voor Vlaanderen zou het verfrissend zijn om verschillende opties te hebben.’

Desmet: ‘De blauw-groene as leeft bij ondernemers. Mijn generatie denkt: why not? De as die de oudere generatie wilde, heeft niet gewerkt.’

Bent u kandidaat-premier?

Almaci: ‘Het gaat te veel over individuele carrières als je het mij vraagt.’

Desmet: ‘Durf je de verantwoordelijkheid op te nemen?’

Almaci: ‘Als je de kans krijgt, moet je dat doen.’

En u, als u premier was, wat zou u dan als eerste doen?

Desmet: (denkt lang na) ‘Ik zou de hele belastingstructuur vereenvoudigen. Tabula rasa. Arbeid stimuleren. Werken moet lonen.’

Almaci: ‘Dan staan we eigenlijk heel dicht bij elkaar.’

Bij het afscheid geeft Desmet een visitekaartje aan Almaci. ‘Ik heb jullie al een paar keer willen uitnodigen om bij ons te komen kijken. Jullie staan sceptisch tegenover bedrijven. Terwijl ik graag wil tonen: het kan ook anders.’

Almaci lacht. ‘Dat is onze slogan: het kan anders. Ik ben beducht voor greenwashing, maar ik ben er wel van overtuigd dat sommige bedrijven bewust voor duurzaamheid gaan. En ik kom graag eens kijken.’

Advertentie
Advertentie