‘Belgische private bankers staan er beter voor dan elders’

©Peter Hilz

De Europese private banken staan voor de loodzware opdracht de komende jaren hun winstgevendheid op te krikken en de kosten te drukken. De Belgische spelers zitten in een goede startpositie om die uitdagingen aan te gaan, zegt Frédéric Vandenberghe van de consultant McKinsey.

De nieuwste editie van de studie die McKinsey jaarlijks publiceert over de Europese privatebankingsector kan je bezwaarlijk opbeurende literatuur noemen. Volgens het onderzoek zetten de belangrijkste spelers in Europa vorig jaar een gezamenlijke nettowinst neer van 13,3 miljard euro. Dat is 1,4 procent minder dan in het jaar voordien en 8 procent minder dan in 2017.

Private banking

©Pieter Van Eenoge

  • Private bankers richting hun pijlen op millenials: wil je als bankier mee zijn, dan moet je de taal van jongeren spreken.
  • In kaart: Brussel is hotspot voor vermogende Belgen
  • Aan tafel bij de familie Rotschild

Bijlage Private banking, donderdag 22 oktober gratis bij De Tijd

Bovendien was 2019 een sterk beursjaar. De Stoxx600, een graadmeter van de belangrijkste 600 Europese aandelen, en de Amerikaanse Dow Jones-index gingen respectievelijk 23 en 24 procent hoger.

Toch lukte het de branche niet de kosten in bedwang te houden. Integendeel: voor elke 100 euro inkomsten die een Europese private bank in 2019 boekte, moesten eerst 71 euro kosten worden gemaakt. Dat is het hoogste peil sinds 2012, zeggen de McKinsey-consultants.

Kostenbewuster

Het goede nieuws? In vergelijking met hun Europese tegenhangers brengen de Belgische private banken het er beduidend beter van af. ‘Als we de vermogens onder beheer als basis nemen, zien we dat de winstmarges in België hoger liggen dan het Europese gemiddelde’, zegt Frédéric Vandenberghe, die als senior partner bij McKinsey meeschreef aan de studie. ‘De gemiddelde winstmarge van private banking in België lag vorig jaar 12 basispunten hoger dan in de rest van Europa. De verhouding tussen kosten en inkomsten ligt in België een pak lager dan elders. Voor elke 100 euro inkomsten die de Belgische private banken vorig jaar boekten, maakten ze 60 euro kosten.’

Vandenberghe ziet twee belangrijke redenen voor dat betere rapport. ‘De gemiddelde klant in België stelt doorgaans een veel kleiner vermogen ter beschikking van een private bank dan elders in Europa. Ongeveer de helft van de privatebanking-klanten in Europa geeft 10 miljoen euro of meer aan zijn financiële instelling(en). In België is dat maar 24 procent. Er zijn dus meer klanten die kleinere vermogens laten beheren. Die betalen procentueel meer voor de diensten van hun bankier dan wie grotere vermogens heeft.’

De lage rente zet steeds meer private- bankingklanten ertoe aan in vastgoed te investeren. Dat deel van hun vermogen is weg voor beheer door private banken.
Frédéric Vandenberghe
Consultant McKinsey

De tweede reden is dat Belgische huizen een veel groter bedrag aan vermogens onder discretionair beheer plaatsen. Daarbij geven klanten de bank het mandaat om hun tegoeden zelfstandig te beheren nadat daar eerste duidelijke afspraken over zijn gemaakt. ‘Dat een groot deel van de activa professioneel beheerd wordt, heeft een impact op de inkomsten’, zegt Vandenberghe.

Niet immuun

Dat de Belgische private banken er relatief goed voor staan - zeker in vergelijking met hun Europese tegenhangers - wil niet zeggen dat ze immuun zijn voor de problemen waarmee zoveel financiële instellingen kampen.

Ook in het Belgische privatebankinglandschap staat de groei onder druk. ‘Er was vorig jaar nog altijd een netto-instroom van klantentegoeden’, zegt Vandenberghe. ‘Maar de groei verloopt trager dan vijf tot tien jaar geleden. Er werden minder tegoeden uit het buitenland naar België gerepatrieerd. En we horen van veel bankiers dat de lage rente klanten er steeds meer toe aanzet een significant deel van hun vermogen in vastgoed te investeren. Dat is een deel van hun portefeuille dat niet door private banken wordt beheerd. Door de lage rente dreigt die situatie nog enige tijd aan te houden.’

Terwijl de groei van de inkomsten afneemt, lopen de kosten van de digitalisering en de regelgeving op.

Terwijl de groei van de inkomsten vertraagt, lopen de kosten op omdat banken en vermogensbeheerders volop moeten investeren om de steeds snellere digitalisering en de strengere regelgeving voor de sector bij te benen. ‘Dat wil niet zeggen dat de spelers van vandaag morgen meteen verdwenen zijn. Maar we zien wel dat de private banken die in een land minder dan 10 miljard euro onder beheer hebben en maar in één land actief zijn, gemiddeld geen winst boeken en moeite hebben alle noodzakelijke investeringen te doen.’

Evenwichtsoefening

De komende jaren komt niet meteen een einde aan die trend, verwacht Vandenberghe. ‘De banken moeten blijven zoeken naar het juiste evenwicht tussen nieuwe digitale diensten aanboren en de nodige controlesystemen uitbouwen zonder dat ze hun winstgevendheid compleet kapotmaken.’

Tegelijk ligt ook op strategisch vlak nog behoorlijk wat werk op de plank. ‘Traditioneel konden private banken met hun trackrecord als belegger uitpakken om nieuwe klanten aan zich te binden’, zegt de McKinsey-consultant. ‘Nu moet nog meer worden ingezet op extra services, denk aan vormen van digitale dienstverlening of advies voor de overdracht van vermogens naar de volgende generatie. Door de hevige schommelingen op de beurs beseft de klant steeds meer dat prestaties uit het verleden geen garantie zijn op succes in de toekomst.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie