Groene beleggers maken zich op voor lenteschoonmaak

Beleggers hechten niet langer alleen belang aan mooie rendementen. Bij massaal protest enkele jaren geleden tegen de plannen om een oliepijpleiding te bouwen door een Sioux-reservaat, zagen grote geldschieters zich verplicht af te haken. ©AFP

Nu zowat iedere private bank of vermogensbeheerder inzet op groen en duurzaam beleggen, wordt het voor klanten soms moeilijk het overzicht te bewaren.

Bepalen de Sioux-indianen mee hoe uw beleggingsportefeuille eruitziet? De vraag is minder vergezocht dan ze klinkt. Toen twee jaar geleden massaal protest uitbrak tegen de plannen om een oliepijpleiding te bouwen door een Sioux-reservaat in de Amerikaanse staat North Dakota, zagen grote geldschieters zich verplicht af te haken. De druk van de publieke opinie was zo groot dat grootbanken als ING en BNP Paribas zich terugtrokken uit het pijplijnproject.

De anekdote zet nog eens in de verf dat beleggers niet langer alleen belang hechten aan mooie rendementen. Ze verwachten van hun bank, private bank en vermogensbeheerder dat die ook bewust omspringen met de centen die ze krijgen en dat geld investeren in duurzame en ecologisch verantwoorde initiatieven. Nu de klimaatkwestie actueler is dan ooit, neemt de interesse in duurzame beleggingen gestaag toe.

Lange weg

Dat valt ook af te lezen uit de cijfers die de Belgische bankenkoepel Febelfin eerder dit jaar presenteerde. Hadden de Belgen eind 2013 zo’n 7 miljard euro in dit soort beleggingen gepompt, dan was dat eind 2017 al opgelopen tot 24,1 miljard euro. Een indrukwekkend bedrag dat de komende jaren allicht nog fors zal toenemen. Al blijft er nog een lange weg af te leggen. Uit recente cijfers van de Nationale Bank blijkt dat Belgen zo’n 910 miljard euro van hun vermogen hebben gestopt in beleggingsfondsen in aandelen, andere soorten fondsen, obligaties en levensverzekeringen.

24,1
duurzame beleggingen
Eind 2017 hadden de Belgen voor 24,1 miljard euro in duurzame beleggingen gepompt, tegenover zo’n 7 miljard euro eind 2013.

Steeds meer financiële instellingen spelen in op die groeiende ‘groene’ interesse en komen met steeds duurzamere producten en diensten op de proppen met focus op het respect voor het milieu en goed bestuur. Maar daar wringt het schoentje, want het begrip ‘duurzaam’ wordt door iedereen anders ingevuld. Voor de ene vermogensbeheerder kan duurzaam investeren betekenen dat je simpelweg niet belegt in bijvoorbeeld schaliegas of tabak. Bij de andere private banker krijgt u misschien te horen dat die als aandeelhouder wel aan boord blijft om die bedrijven in de juiste richting te duwen.

Kwaliteitslabel

Wie als klant de juiste beleggingsbeslissingen wil nemen, moet zijn huiswerk maken. Om dat probleem van de baan te helpen lanceerde de Belgische bankenkoepel Febelfin in februari een nieuw kwaliteitslabel voor duurzame financiële diensten. Wie met zijn beleggingsproduct dat label wil halen, moet voldoen aan een aantal criteria. Bedrijven die bekendstaan als corrupt of die in opspraak kwamen omdat ze belastingen ontweken, worden gemeden. Ook ondernemingen actief in de tabaksindustrie, kernenergie en steenkool zijn uit den boze.

Opmerkelijk is dat ondernemingen in olie en gas niet worden gemeden, als ze maar voldoen aan de klimaatdoelstellingen van Parijs. Ondernemingen in schalieolie, dat wordt geproduceerd via het erg vervuilende proces van fracking, kunnen ook nog door de beugel. Al benadrukt Febelfin dat die overgangsmaatregel tot eind 2020 duurt.

Europa grijpt in

Niet iedereen zit evenwel op dezelfde lijn. De ethische bank Triodos onderschreef het charter van Febelfin niet omdat de lat volgens haar te laag ligt. Andere instellingen nemen een afwachtende houding aan. Argenta-topman Marc Lauwers liet eerder deze maand verstaan dat hij wacht op de nieuwe Europese regelgeving rond duurzaamheid, die in de maak is. ‘Die wordt toonaangevend voor wat we als duurzaam mogen bestempelen, en wat niet.’

Nu de klimaatkwestie actueler dan ooit is, neemt de interesse in duurzame beleggingen gestaag toe.

De Europese Commissie lanceerde vorig jaar een ‘actieplan voor duurzame investeringen’. Belangrijk daarbij is te vermijden dat financiële instellingen geheel vrijblijvend ‘groene’ en ‘duurzame’ investeringen lanceren zonder daar volledige verantwoording over af te leggen. Een ‘taxonomie’, een oplijsting van zaken waarvan Europa meent dat ze bijdragen tot een duurzamer klimaat en maatschappij, moet vermijden dat financiële instellingen zich nog bezondigen aan ‘greenwashing’.

Eerder deze maand nam het Europees Parlement al enkele standpunten in over hoe zo’n taxonomie eruit kan zien: kernenergie en stroomproductie op basis van steenkool worden als niet-duurzaam beschouwd, wind- en zonne-energie wel. Zo krijgen investeerders eindelijk een instrument in handen - een spiekbrief, zeg maar - waarmee ze kunnen inschatten of de groene bedoelingen van hun bankier wel zo oprecht zijn als die beweert.

Lees verder

Advertentie
Advertentie