column

Het overige nieuws

Kurt Vansteeland

Zelfs in zijn almaar kortere kwartaalupdates vindt Tessenderlo plaats voor termen als 'overige omzet'. De Rekenmeester gruwt er normaal van, maar hier houdt het steek.

Hoe langer Luc Tack de grootaandeelhouder en CEO is van Tessenderlo , hoe korter de kwartaalupdates van de chemiegroep. Niet dat de rekenmeester daarom maalt, we zijn een koele minnaar van dat driemaandelijks tapijtcijferbombardement dat langetermijnbeleggers geen nuttige informatie oplevert.

De resultatenrekening van de update van Tessenderlo bevat welgeteld twee begrippen - de omzet en de brutobedrijfswinst (rebitda) - maar slaagt er toch in zes lijntjes te tellen. Dat zit zo: Tessenderlo trekt van de groepsomzet de rubriek ‘overige omzet’ af, om op een ‘onderliggende’ omzet uit te komen. Idem voor de rebitda.

We zeggen het als notoir hater van ‘recurrente’ omzet- en winstdefinities niet graag, maar helemaal onlogisch is de ingreep niet. Voor u nu gedegouteerd de blik afwendt, een poging tot uitleg. Tessenderlo Kerley Services, de bouwpoot van de belangrijke landbouwtak, voert op dit ogenblik een belangrijke opdracht uit voor rekening van de joint venture Jupiter Sulphur.

1,29 miljoen
Luc Tack kocht dit jaar al ruim 1,29 miljoen stuks Tessenderlo bij op de beurs.

Dat contract is dus een interne aangelegenheid die tijdelijk de groepsomzet een boost geeft, maar niet het gevolg is van ‘externe’ vraag. Vandaar dat de externe omzet over de eerste negen maanden 0,5 procent zakt, terwijl de gerapporteerde groepsomzet 1,5 procent stijgt.

Jupiter Sulphur is trouwens een boeiend beestje. Het is een 50/50-joint venture die Tessenderlo Kerley ruim een kwart eeuw geleden opzette met de Amerikaanse petroleumreus Phillips 66. Doel is al de ‘verloren’ gassen die over de hekkens van Phillips’ raffinaderijen waaien, opvangen en opwaarderen tot nuttige zwaveltoepassingen. ‘De activa van Jupiter zouden bij eender welk ander oliebedrijf als waardeloos beschouwd worden’, klinkt het op de website.

©Mediafin

Tessenderlo Kerley is het kroonjuweel van de Limburgers, die in 1995 voor het kleine Hickson Kerley uit de woestijnstad Phoenix 21 miljoen euro betaalden. Een koopje voor een afdeling die in 2015 met 40 procent van de omzet driekwart van de bedrijfswinst aanleverde.

Met Kerley speelt Tessenderlo in op de ‘vergroening’ van de economie. Kerley heeft kleine vestigingen bij grote Amerikaanse olieraffinaderijen. Die halen uit ruwe aardolie de zwavel. Daarna verwerken de zwavelfabriekjes van Kerley dat goedje tot sulfaten voor meststoffen en allerhande toepassingen voor onder meer mijnbouwers en waterzuiveraars.

Tegelijk erkennen analisten dat Kerley een moeilijk te doorgronden ‘zwarte doos’ blijft. Dat bewijst het boekjaar 2016. Een verrassende omzetdaling bij de Amerikaanse landbouwtak leek over het eerste kwartaal nog het gevolg van een trage start van het Amerikaanse zaaiseizoen. Na drie teleurstellende kwartalen op rij lijkt er eerder sprake van structurele druk op de prijzen voor meststoffen.

Logisch dus dat het aandeel wat verkoopdruk ondervindt. Wie daar niet om maalt, is Luc Tack. Die kocht dit jaar in 66 verschillende transacties al 1,29 miljoen stuks Tessenderlo, voor 37,7 miljoen euro. Een koopwoede die een stevige vloer onder de beurskoers legt.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content