Met de eerste grote overname sinds de bankencrisis zet KBC een deeltje van zijn royale kapitaalbuffer aan het werk.

De meeste beursgenoteerde bedrijven draaien met eindejaar op een lager pitje. Niet zo bij KBC . Terwijl een steenworp verder op de Brusselse kerstmarkt liters glühwein stromen, is de Havenlaan in de tweede helft van december traditioneel druk bezig.

Eind 2013 rondde de bank haar Europees crisisdieet af met een - later afgeblazen - verkoop van de Antwerpse Diamantbank. Eind 2015 betaalde KBC alle resterende overheidssteun terug. Met oudjaar 2016 was het weer prijs: KBC realiseert zijn eerste grote overname sinds de bankencrisis. De Bulgaarse bank UBB mag 610 miljoen kosten.

Beleggers reageerden enthousiast om twee redenen. De minst belangrijke is dat de deal strategisch zinvol is: binnen ‘Internationale Markten’ (IM), het allegaartje van landen buiten de Belgische en Tsjechische thuismarkten, bokste Bulgarije onder zijn gewicht.

17%
Door de overname van UBB zal 17 procent van de winst van KBC’s divisie Internationale Markten Bulgaars zijn.

Met 3 procent marktaandeel op de lokale bankenmarkt leverde Bulgarije over de eerste negen maanden 6 procent van de nettowinst van de afdeling aan, tegenover 37 procent voor Hongarije, 31 procent voor een herboren Ierland en 26 procent voor Slovakije. Verkopen of aansterken was de boodschap voor CEO Johan Thijs.

Het is dat laatste geworden: met UBB zal 17 procent van de winstbijdrage Bulgaars zijn. Op groepsniveau is de impact klein, de bijdrage van IM gaat van 17 naar 18 procent. Toch kan een snel groeiende en relatief ‘ondergebankierde’ Bulgaarse economie de komende jaren een winstmotortje vormen.

De belangrijkste reden is dat KBC een deel van zijn surpluskapitaal aan het werk zet. We huiveren van de Engelse term ‘excess capital’. Vanuit maatschappelijk oogpunt kan een bank nooit ‘overtollig’ kapitaal hebben. Dat kapitaal dient als buffer voor het feit dat een bank die haar kernmetier ernstig neemt zichzelf illiquide maakt door via de recyclage van kortlopende deposito’s in langlopende kredieten de economie gesmeerd te laten lopen.

©Brecht Vanzieleghem

Maar vanuit het standpunt van de aandeelhouders zet een bank met (te) veel surpluskapitaal een rem op de rendabiliteit. Elke euro die te veel in de buffer zit, is een euro die niet echt rendeert.

Eind september telde KBC 89 miljard euro risicogewogen activa. Daar stond 14 miljard kernkapitaal tegenover, goed voor een kernkapitaalratio van 15,28 procent. Dat cijfer is ‘fully loaded’, met toepassing van het ‘Deens compromis’.

Het eerste wil zeggen met onverkorte toepassing van alle kapitaalregels die in principe pas vanaf 2022 integraal gelden. Het tweede zou Frans-Duits compromis moeten heten, omdat onder Frans-Duitse druk de Deense voorzitter van de Europese Unie in 2012 een compromis uitwerkte met een aantal substantiële uithollingen van de internationale kapitaalregels.

Vóór de UBB-deal lag het kernkapitaal van KBC een stevige 4,88 procentpunten boven het regelgevend minimum van 10,4 procent, goed voor een surpluskapitaal van 4,3 miljard euro.

UBB vermindert dat surplus met 54 basispunten, tot een kleine 4 miljard. Enkele analisten rekenen er daarom op dat Thijs volgende maand samen met de jaarcijfers belooft een groter deel van de nettowinst naar de aandeelhouders te laten vloeien. Nu is dat ‘minstens 50 procent’.

Lees verder

Gesponsorde inhoud