De rekenmeester

D'Ieteren met focus

Het echte verhaal achter de cijfers

Veel mist en een koffer geld. Dat schreef De Tijd bijna een jaar geleden over D’Ieteren, de twee eeuwen oude Belgische autogroep. Intussen is de hoofdzetel aan de Maliestraat in Brussel nog altijd in nevelen gehuld en is de buidel nog wat meer gevuld. Twee jaar na de verrassende overname van de Italiaanse schriftjesmaker Moleskine blijft het wachten welke vis D’Ieteren aan de haak slaat. Het is niet bepaald duidelijk welke richting de gelijknamige familie en CEO Axel Miller (ex-Dexia) precies uit willen met de groep. En dat is een understatement van jewelste.

Geef de Rekenmeester dan maar een bedrijf met een focus zo helder als een pas bij Carglass geplaatste en opgeblonken voorruit. Stijl Pon Holdings, zeg maar het D’Ieteren van onze noorderburen.

De twee zijn goed vergelijkbaar. Ze voeren beide wagens van het Volkswagen-concern in en hebben een marktaandeel van ongeveer 20 procent. In beide gevallen trekt de oprichtersfamilie aan de touwtjes en zelfs de financiële resultaten lijken op elkaar.

Maar terwijl D’Ieteren met de verkoop van de autoverhuurder Avis en een stuk van de autobeglazingsdochter Belron en de inlijving van Moleskine steeds minder een autospeler wordt, gaat Pon Holdings verder op de ingeslagen weg, met de focus op alles waaronder wielen staan.

75 miljoen
Pon Holdings kan zich met een investering van 75 miljoen euro incontournable maken bij Accell Group.

Dat bleek gisteren nog eens met de verrassende instap in de Nederlandse fietsenreus Accell Group, bekend van merken als Batavus, Sparta, Koga en Raleigh.

Toegegeven, helemaal kaarsrecht is de weg die Pon volgde niet. Het conglomeraat ontstond in 1895, toen Mijndert Pon in Amersfoort een winkel van zeep, tabak en naaimachines opzette. Vijf jaar later mocht hij als enige Opel-fietsen invoeren in Nederland en twee decennia later kwam daar de handel in auto’s en banden bij. Zoon Ben Pon lag zelfs aan de basis van het iconische Volkswagen-busje, de Transporter.

Vandaag grossiert Pon niet alleen in personenwagens, maar ook in trucks, bussen, heftrucks, graaf- en wegenbouwmachines, banden en assen. Daarnaast zijn er aanverwante activiteiten, zoals allerlei systemen voor de scheepvaart, stroomgeneratoren, industriële motoren en kleppen.

Vanuit het niets is Pon de jongste jaren ook teruggekeerd naar zijn roots: de tweewielers. Vooral door overnames fietste het in zeven jaar tien premiummerken bij elkaar, goed voor 800.000 stuks per jaar.

De nazaten van Mijndert Pon houden duidelijk niet van half werk. Nadat ze eerder het oeroude Nederlandse fietsmerk Gazelle hadden binnengehaald - het bedrijf daarachter mocht zich Koninklijke noemen - belaagden ze vorig jaar het beursgenoteerde Accell. Die Nederlandse groep is goed voor 1,3 miljoen verkochte fietsen en een omzet van meer dan 1 miljard euro. Maar Accell gaf niet thuis: het wees het bod af als te laag. Samen zouden ze nochtans de grootste rijwielenfabrikant ter wereld worden.

Pon bleef op de loer liggen. Het kon via de achterdeur 5,1 procent van Accell in handen krijgen en mikt nu via een nieuw bod op een belang van 20 procent. Tegen 19 euro per aandeel. Dat is goed voor een premie van een kwart tegenover de beurskoers van Accell. Die is sinds het eerste bod van de concurrent zowat gehalveerd door allerlei problemen.

Pon kan nu met een investering van amper 75 miljoen euro gaan wegen op het beleid van Accell en andere bieders afschrikken. Om dan mogelijk in een latere fase de prooi helemaal op te slokken en te saneren. Het dwong de top van Accell al aan tafel te gaan zitten. Focus loont.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie