De rekenmeester

In de lift

Het echte verhaal achter de cijfers

Wezenlijk is er in de meer dan 200 jaar dat liften bestaan, niet veel aan veranderd. Toch zijn ze nog altijd big business, zelfs almaar meer. Door de toenemende urbanisatie en de vergrijzing van de bevolking is er een groeiende vraag naar. De producenten wrijven zich dan ook in de handen. Ze verdienen niet alleen aan de verkoop van de toestellen, maar veel meer nog aan het onderhoud en de vernieuwing achteraf.

Mooi meegenomen is bovendien dat de wereldwijde liftmarkt haast een onderonsje van vier spelers is. Opvallend genoeg komen ze bijna allemaal uit Europa: Kone uit Finland, Schindler uit Zwitserland, ThyssenKrupp van bij de Duitse buren en ten slotte het Amerikaanse Otis, voorlopig nog een onderdeel van het conglomeraat United Technologies, dat van plan is Otis af te stoten. Het kwartet heeft ruim 60 procent van de wereldmarkt in handen. De rest is voor mindere goden zoals het Japanse Hitachi.

De kans bestaat dat het kwartet op korte termijn een trio wordt. De Finnen van Kone azen al lang op de liftendivisie van de industriƫle groep ThyssenKrupp en zien hun kans schoon nu ThyssenKrupp formeel op zoek is naar een al dan niet volledige exit uit de liftenbusiness.

Met pijn in het hart: Elevator Technology, zoals het onderdeel heet, puurde vorig boekjaar 7,6 miljard euro omzet uit liften, roltrappen en aanverwante. Maar de 53.000 werknemers zijn vooral van belang omdat hun tak veruit de meest winstgevende is van heel ThyssenKrupp. Ze tekenen voor ruim de helft van de winst, terwijl ze maar goed zijn voor een vijfde van de omzet.

15 miljard
De liftendivisie van ThyssenKrupp kan minstens 15 miljard euro opbrengen.

Waarom willen de Duitsers, die ook actief zijn in staal en zelfs duikboten bouwen, dan af van hun kroonjuweel? De reden is niet ver te zoeken: ThyssenKrupp is opgejaagd wild, belaagd als het is door activistische aandeelhouders, een kwakkelende beurskoers, slechte cijfers en zware pensioenlasten. Topman Guido Kerkhoff bezuinigt om het tij te keren, maar mikt vooral op financieel soelaas door minstens een deel van zijn goudhaantje te verzilveren.

Het is nog absoluut niet duidelijk welke kant het uitgaat met Elevator Technology. Een volledige verkoop, een gedeeltelijke, een fusie met pakweg Kone of een aparte beursnotering. Kerkhoff blaast warm en koud en staat onder druk om de kool en de geit te sparen, de machtige vakbonden incluis.

Het wordt de komende weken mogelijk een bittere strijd. Zowel sectorgenoten als investeringsgroepen wetten hun messen. Dat kan de prijs alleen maar in de lift jagen. De divisie is volgens analisten minstens 15 miljard euro waard. Inclusief synergievoordelen bij een samengaan met bijvoorbeeld Kone kan dat oplopen tot 22 miljard. De beurs acht heel ThyssenKrupp maar 8 miljard waard. Van een kroonjuweel gesproken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie