De rekenmeester

Lichtere molensteen

Het echte verhaal achter de cijfers

Krijgt uw spaargeld straks een Europese verzekering? Het leek er afgelopen week even op, toen de Duitse minister van Financiën Olaf Scholz de deur op een kier zette voor een gemeenschappelijke Europese depositogarantie die spaarders uit de wind helpt te zetten als hun bank zou omkantelen.

Een hoopvol signaal, want zo’n gemeenschappelijk garantiesysteem wordt gezien als het sluitstuk voor een Europese Bankenunie, het project waarmee de EU na de crisis het vertrouwen in de banksector wil herstellen. Maar wie Scholz’ opiniestuk er nog eens goed op naleest, merkt dat zo’n gemeenschappelijke verzekering niet voor meteen is.

Scholz eist onder meer dat de banken van de eurozone eerst het aantal probleemkredieten verder afbouwen.

Cijfers daarover die de Europese bankenregulator EBA gisteren publiceerde, leren dat de banken nog veel werk hebben. De 150 banken uit de eurozone die de EBA in zijn onderzoek opnam, zitten nog opgezadeld met 636 miljard euro aan ‘non performing loans’ (NPL’s). Dat zijn kredieten aan gezinnen of bedrijven die niet of laattijdig worden terugbetaald.

2%
procent
Bij de Belgische banken vertegenwoordigen probleemkredieten 2 procent van het totale kredietvolume.

Het goede nieuws: die molensteen is de jongste jaren wel beduidend lichter geworden. In vier jaar slonk het volume probleemkredieten in de eurozone met de helft. In 2015 torsten de Europese banken 1.150 miljard euro aan NPL’s.

De EBA klopt zich op de borst dat de toezichthouders en ‘politieke standvastigheid’ een belangrijke rol hebben gespeeld. Maar de sterkere economische groei van de jongste jaren en de lage rente waren wellicht doorslaggevender. Neem KBC: omdat de Ierse economie beter dan verwacht presteerde, moest de bank daar minder verliezen op zijn probleemkredieten slikken dan gevreesd.

De Belgische banken hebben samen 17 miljard euro aan probleemkredieten in de boeken. Dat is 2 procent van het totale aantal leningen en een derde minder dan vier jaar geleden.

De grootste puinruimers waren evenwel de Italiaanse banken. Sinds 2015 hebben ze al 145 miljard euro aan probleemkredieten afgestoten, waardoor de teller op 137 miljard euro staat of 8 procent van hun totale kredietvolume.

De Grieken hebben het meeste werk voor de boeg: 39,2 procent van de kredieten die de banken daar hebben uitstaan, zijn NPL’s.

Wie die probleemdossiers overkoopt van de banken? Doorgaans internationale investeerders of incassobureaus die de probleemkredieten in brokken opkopen voor een lagere prijs, in de hoop er later toch nog winst uit te puren.

Recent drong de EBA er nog op aan de regels voor die kopers te versoepelen. Al kan je je afvragen of zo de risico’s niet gewoon naar een andere, nog minder transparante sector verschuiven.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie