Trumps schaduw

©BELGA

Ze lijken een ver-van-ons-bedshow, die Amerikaanse sancties tegen Russische oligarchen en hun bedrijven. Maar soms komen ze behoorlijk dichtbij, tot in Mortsel bijvoorbeeld. Want Agfa-Gevaert, dat daar zijn hoofdkwartier heeft, riskeert de rekening te zullen betalen voor de forse stijging van de aluminiumprijs, in belangrijke mate een gevolg van de sancties tegen de Russische aluminiummastodont Rusal. Dat is een speeltje van de miljardair Oleg Deripaska, een intimus van president Vladimir Poetin.

Rusal tekent wereldwijd voor bijna een vijfde van de aluminiumproductie buiten China. Bovendien is het een sleutelspeler voor de omzetting van het erts bauxiet in aluminiumoxide of aluinaarde, het tussenproduct waaruit aluminium gewonnen wordt.

Het is dan ook geen wonder dat de markt door de sancties een nieuw evenwicht moet vinden. Gisteren was dat er alvast nog niet: de prijs voor aluminium op de richtinggevende London Metal Exchange piekte weer op zijn hoogste peil in zes jaar. Aluinaarde was al twaalf jaar niet meer zo duur, al spelen daar ook productieproblemen in Brazilië mee, bij een belangrijke raffinaderij van Norsk Hydro.

Agfa staat van oudsher bekend als een zilverslokop. Maar het concern is intussen meer afhankelijk van aluminium. Het verbruikt 100.000 tot 120.000 ton van het metaal per jaar om in de divisie Graphics digitale printplaten te maken. Guy Sips, analist van KBC Securities, berekende dat elke prijsstijging van 100 dollar voor een ton van het goedje het beursgenoteerde bedrijf uit Mortsel 10 miljoen euro bedrijfswinst voor herstructureringen (rebit) kost. Zij het met negen tot twaalf maanden vertraging, door de wijze waarop Agfa zich indekt. Bij een gelijke aluminiumprijs voor de rest van het jaar belandt die rebit in 2019 volgens Sips op zo’n 138 miljoen euro, tegen 169 miljoen vorig jaar. Netto, na herstructureringen en pensioenlasten, zal daar 50 miljoen euro van overblijven.

10 miljoen
winst
Elke 100 dollar extra voor een ton aluminium kost Agfa-Gevaert 10 miljoen euro winst.

Agfa heeft dus nog wel buffer. Pas bij een verdere stijging naar 500 dollar per ton belandt de Belgische groep in de rode cijfers. Daar moet het al lelijk voor doen, al is de recente forse klim (zie grafiek) in Londen niet bepaald bemoedigend.

Sips waarschuwt wel dat de markt zich niet blind mag staren op het aluminium. ‘Ook de zilverprijs is van belang voor Agfa, net als de evolutie van de rente voor de pensioenlasten. Per 25 basispunten hogere rente zakt de factuur voor Agfa met 80 miljoen en wordt het bedrijf dus evenveel meer waard. En de rente zal allicht eerder stijgen dan dalen.’

Viviane Dictus, de woordvoerster van Agfa, noemt de berekening van Sips een goede vuistregel, maar door een ander indekkingsbeleid kan dat volgens haar snel veranderen. Ze relativeert ook het effect van de aluminiumprijs. ‘Elke stijging is natuurlijk negatief voor ons, maar de concurrenten zoals Fuji hebben er ook last van. Dat zal het iets makkelijker maken om de stijging door te rekenen aan onze klanten.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud