Drie staten spelen hoofdrol in verkiezingen

(tijd) - Nationale tv-debatten en mondiale belangstelling voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen versluieren een constitutionele realiteit. De verkiezingen worden uitgevochten volgens een in 1787 bedachte formule, die de wens van de kiezer gebrekkig uitdrukt. De uitkomst is een optelsom van de resultaten in afzonderlijke bondsstaten. De rampzalige schipbreuk van vier jaar geleden in Florida heeft dat niet veranderd.

De winnende kandidaat is niet degene die landelijk de meeste stemmen krijgt, maar de man die op minstens 270 stemmen kan rekenen in een fictief orgaan met 538 afgevaardigden, die kiesmannen worden genoemd. Elk van de vijftig staten en het federale District of Columbia roepen een winnaar uit. Afhankelijk van de bevolkingsomvang levert dat per staat drie tot 55 kiesmannen op. Landelijke peilingen geven slechts een indirecte indruk van de stand van zaken in dit kiescollege, waar de echte verkiezingen plaatsvinden.

De grote staten leggen dus meer gewicht in de schaal dan de kleine. Maar de aandacht die een staat in de campagne ten deel valt, is omgekeerd evenredig aan de mate van politieke homogeniteit. Californië levert 55 kiesmanen, 20 procent van het totaal dat nodig is om president te worden. Maar het stemt al jaren consistent Democratisch. Afgezien van de verplichte rondjes langs geldschieters in Beverly Hills krijgen de kiezers de kandidaten hier zelden te zien. Laat staan dat ze op deze waanzinnig dure markt tv- en radiozendtijd kopen.

John Kerry heeft de 55 Californische stemmen op zak, net als de 31 van New York en de drie van Delaware. Op dezelfde manier kan George Bush blindelings vertrouwen op de 34 stemmen van Texas en de drie van Wyoming.

Kiezers in het uitgestrekte maar dunbevolkte Iowa, met niet meer dan zeven kiesmannen, zijn daarentegen doodgegooid met reclamespotjes. Ze kregen ook vrijwel dagelijks campagnemedewerkers op bezoek. Die wilden weten of hun kandidaat nog steeds op hun stem kon rekenen en of ze misschien vervoer nodig hadden naar het stemlokaal.

De verklaring is simpel: in 2000 was Iowa na Florida en New Mexico de staat met de kleinste marge voor de winnaar. Peilingen geven aan dat het krachtsverschil dit jaar opnieuw miniem is. De drie behoren tot de 17 staten die zowel de partijen als de onpartijdige waarnemers al in een vroeg stadium aanwezen als de 'slingerstaten' of de 'slagveldstaten' waar de verkiezingen worden beslist.

Ook reclamedollars zijn een betrouwbare indicator voor het relatieve belang van een staat. In de laatste week van de campagne kochten de campagnes de meeste zendtijd in Florida, Ohio en Pennsylvania, gevolgd door Iowa, Wisconsin, New Hampshire, New Mexico, Nevada en Minnesota. Afgaande op dat ranglijstje heeft Kerry Colorado afgeschreven en Bush Maine.

Als teken van vertrouwen op de goede afloop geeft Kerry ook minder uit in Michigan en Oregon. Bush voelt zich kennelijk veilig in West-Virginia. Arizona, Missouri en Washington waren al eerder van het radarscherm verdwenen. Maar in Arkansas werd de afgelopen dagen weer druk geadverteerd.

Tegenstanders van een grondwetswijziging voeren altijd aan dat kandidaten zich alleen nog maar op grote bevolkingscentra zouden concentreren als het kiescollege wordt afgeschaft. Het huidige stelsel garandeert dat ook dunbevolkte plattelandsstaten aan bod kunnen komen.

Toch gaan de meeste tijd en aandacht naar de slingerstaten die het meeste gewicht in de schaal kunnen leggen. Politicologen hanteren dit jaar als vuistregel dat de kandidaat die twee van de drie in het rijtje Florida, Pennsylvania en Ohio - met respectievelijk 27, 21 en 20 stemmen - op zijn naam schrijft, zich president kan noemen.

De vroede vaderen uit toen nog 13 staten bedachten het stelsel in 1787. Volgens Thomas Neale, constitutionele specialist van de onderzoeksafdeling van het Congres, wilden zij vermijden dat de aanwijzing van een staatshoofd in handen zou komen van het Congres. Scheiding der machten stond voorop. De meesten schrokken echter terug voor de gedachte het gepeupel een directe stem te geven. Rhode Island en New Hampshire zochten garanties tegen dominantie door Virginia en Pennsylvania.

Bij wijze van compromis werd het aan de wetgevende vergaderingen van iedere staat overgelaten hoe ze hun kiesmannen aanwijzen. De verkiezing van de president is daardoor een optelsom van 50 afzonderlijke verkiezingen, elke met zijn eigenaardigheden, die maar ten dele worden overtroefd door de federale wetgeving.

Zo moeten ex-criminelen in Florida nog altijd een soort examen afleggen voordat ze in hun stemrecht worden hersteld, terwijl dat in andere staten automatisch gebeurt. De bepaling werd in 1868 bedacht om zoveel mogelijk voormalige slaven van het stemrecht uit te sluiten en treft nog steeds veel meer zwarten dan blanken.

Kiezers brengen hun stem uit op een lijstje met kiesmannen, die tevoren door de partij zijn aangewezen om op hun kandidaat te stemmen. Dat gebeurt op de maandag na de tweede woensdag in december (dit jaar de 13de), in iedere hoofdstad afzonderlijk. De constitutionele noodzaak om de definitieve uitslag zes dagen daarvoor op te maken, zette in 2000 tijdsdruk op de rechtszaken in Florida. Zonder 'veilige haven' had het Congres de rechtmatigheid van Florida's kiesmannen kunnen betwisten.

Het nieuwgekozen Congres komt elke vier jaar op 6 januari bijeen om de stemmen uit de hoofdsteden formeel te tellen. Als de stemmen staken op 269, kiest het Huis van Afgevaardigden de president. De Senaat wijst de vice-president aan. Bush lijkt tamelijk zeker van een Republikeinse meerderheid in het Huis. Maar het is niet uitgesloten dat een Democratische Senaat hem zou opschepen met John Edwards als vice-president.

Volgens een nog fantastischer scenario zou Bush in het Huis, waar een meerderheid van staatsdelegaties is vereist, toch minder dan 26 stemmen halen. Edwards wordt dan fungerend president.

Vrijwel overal krijgt de winnaar alle kiesmannen uit die staat. Uitzonderingen zijn Maine en Nebraska, waar de mogelijkheid bestaat kiesmannen van verschillende politieke kleur aan te wijzen. In de praktijk is dat nog nooit gebeurd.

Colorado stemt vandaag over een initiatiefvoorstel dat dit jaar een bizarre draai kan geven aan de presidentsverkiezingen. Het voorstel luidt om de negen kiesmannen van de staat op basis van evenredige vertegenwoordiging te kiezen, en wel met onmiddellijke ingang.

Als dat voorstel wordt aangenomen, en als het er morgen opnieuw om zou hangen wie de verkiezingen heeft gewonnen, moet het Hooggerechtshof de knoop allicht doorhakken. Helemaal denkbeeldig is dat niet. Als Colorado in 2000 evenredige vertegenwoordiging had gekend, zou Al Gore de voorbije vier jaar president geweest zijn.

RW

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud