Zwevende kiezers laten niet in hun kaarten kijken

(tijd) - Na een bittere campagne oefenen de Amerikaanse kiezers vandaag hun democratisch grondrecht uit. Alle fraude, onbenul en intimidatie ten spijt geven ze straks in de beslotenheid van een stemhokje aan of ze de Republikeinse president George Bush nog vier jaar gunnen of hem vervangen door de Democratische senator John Kerry.

De kandidaat met de meeste stemmen wordt niet automatisch president. In elk van de 50 staten en de federale hoofdstad, het District of Columbia, wordt een winnaar uitgeroepen. Afhankelijk van de bevolkingsomvang van een staat levert dat 4 tot 55 stemmen op in een kiescollege dat de president aanwijst. Het magische getal is 270 stemmen. De televisiezenders hebben laten weten dat ze na het debacle van 2000 geen staat meer zullen toewijzen aan een kandidaat als de winnaar met de hakken over de sloot komt. Dat kan betekenen dat de uitslag dagen of misschien wel weken op zich laat wachten.

In 2000 gingen 105 miljoen Amerikanen naar de stembus. Beide partijen hebben miljoenen kiezers opgejut om zich voor het eerst of opnieuw in te schrijven. Als jongere kiezers ook komen opdagen verwacht opiniepeiler John Zogby dit jaar 112 tot 115 miljoen kiezers, een opkomst van 55 procent. In Florida, waar al sinds vorige week maandag gestemd mocht worden, zijn al 1,5 van de 10,3 miljoen mogelijke stemmen uitgebracht.

Beide partijen claimen succes bij het ronselen van kiezers. In Pennsylvania hebben de Democraten een half miljoen meer nieuwe kiezers weten te registreren. Volgens Zogby wint Kerry bij een hoge opkomst.

Het zijn de eerste verkiezingen sinds de aanslagen van 11 september 2001 in New York en Washington en in Irak woedt nog steeds een bloedige oorlog. Het partijdige optreden van de aftredende president George Bush na zijn krappe en volgens veel Democraten ongeldige overwinning in 2000, heeft kwaad bloed gezet. Volgens Peter Hart, die voor NBC en The Wall Street Journal kiezers ondervraagt, vindt 74 procent deze verkiezingen van het 'allerhoogste' belang. Het vorige record was 55 procent.

De organisatie van verkiezingen is partijgebonden, omdat Amerikanen geen vertrouwen hebben in ambtelijke neutraliteit. Democraten klagen erover dat minderheden en armere kiezers via formalistische regeltjes worden uitgesloten. Voordat de rechter tussenbeide kwam, accepteerde Ohio, met een Republikeinse gouverneur, alleen aanvraagformulieren van een bepaalde papierkwaliteit. In Florida en New Mexico is er onenigheid over de legitimatie die kiezers op tafel moeten leggen om een biljet te ontvangen. Republikeinen weten zeker dat het aantal Democratische kiezers in sommige districten het inwonertal meerdere malen overtreft. Ze zetten in Ohio duizenden medewerkers in om het stemrecht van kiezers met twijfelachtige papieren ter plekke aan te vechten. De problemen spitsen zich toe op Florida, Ohio en Pennsylvania. De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) heeft dit jaar 55 waarnemers gestuurd, onder wie vier Belgen.

Zal het Hooggerechtshof opnieuw de knoop doorhakken?

Het Hof heeft duidelijk gemaakt dat het daar geen zin in heeft, maar alles hangt af van de uitslag. Als de winnaar de 'marge van betwisting' overschrijdt, heeft niemand belang bij kostbare procedures. Bij kleine verschillen zijn rechtszaken bijna onvermijdelijk. Het valt na het precedent van 2000 moeilijk in te zien hoe die niet bij het Hof zouden uitmonden. Beide partijen houden duizenden advocaten paraat om de uitslag aan te vechten. Een federale commissie bepaalde afgelopen week dat ze daar ook onbeperkt geld voor mogen inzamelen.

Van belang zijn de stemmen die worden uitgebracht in staten die de status-quo in het kiescollege - waar Bush in 2000 271 en Gore 255 stemmen kreeg - kunnen veranderen. Begin dit jaar waren dat er 17. Van begin af aan gold als vuistregel dat winst in twee van de drie grootste 'slingerstaten' (Florida, Ohio en Pennsylvania) het presidentschap zou opleveren. Maar tegen de verwachting in zijn de marges in andere staten nog steeds zo klein dat ook alternatieve combinaties de zege kunnen brengen. Bush zou een rist 'Gore-staten' (staten waar in 2000 de Democratische kandidaat Al Gore won) in het midwesten (Michigan, Wisconsin, Minnesota en Iowa) plus New Mexico kunnen wegkapen. Kerry bedreigt Bush in Nevada, Colorado, New Hampshire en zelfs Arkansas. Campagnematig is dat ongunstig, want ze leveren per saldo minder op en liggen verder uit elkaar.

In werkelijkheid zijn er nog maar heel weinig twijfelaars, volgens Zogby niet meer dan 4 of 5 procent. Maar ze twijfelen oprecht en intens. De rest van het electoraat is opgedeeld in twee even grote groepen van circa 47 procent. Een heel dun plakje gaat naar onafhankelijke kandidaten. Als Minnesota de doorslag moet geven, kan Ralph Nader Kerry de overwinning kosten.

Dezelfde overwegingen die de andere kiezers al in twee onverzoenlijke kampen hebben gedreven. Ze vinden Bush een besluitvaardige leider in de oorlog tegen terrorisme, maar de oorlog in Irak onverstandig. Ze achten Kerry competent en delen zijn standpunten over onderwijs, zorg en werk. Maar ze wantrouwen zijn opportunisme. Laat zwevende kiezers gaan meestal naar de uitdager, maar de Republikeinse kreet 'flip-flopper' is aan Kerry blijven kleven, meent Zogby. Anders dan bij eerdere verkiezingen zijn zwevende kiezers goed op de hoogte en weten ze zeker dat ze hun stem wel zullen uitbrengen. We zullen alleen pas na de telling van de stemmen weten op wie.

Rik WINKEL

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud