reportage

Het kan ook anders

In Ten Kerselaere in Heist-op-den-Berg wonen de bewoners per acht in een huisje, met één zorgkundige per woning. ©RVR

Birger loopt in de gang. Hij doolt rond, zonder goed te weten waarheen. De wereld buiten zijn hoofd lijkt één groot doolhof. Daarbinnen is het al niet veel beter. Een verzorger pakt hem bij de arm. ‘Niet weglopen, hé man.’ Hij voelt dat hij moet plassen. Te laat. Gelukkig heeft hij een luier om. Hij trekt zich los en loopt weg. Schaamte, dat voelt hij wel nog.

Birger is niet echt dement. Hij is een jonge verzorger, die aan den lijve ondervindt hoe het voelt om afhankelijk en kwetsbaar te zijn. De gangen waardoor hij doolt, zijn die van sTimul in Moorsele, een inleefmodule waar verzorgers in de huid van een rusthuisbewoner kruipen. Ze brengen twee dagen en een nacht door in een nagebouwd woonzorg-centrum, waar studenten verpleegkunde hen verzorgen .De plas in de luier was overigens wel echt. ‘Verschrikkelijk confronterend’, zegt Birger achteraf.

STimul wil verzorgenden confronteren met de gevolgen van hun vaak routineuze aanpak. ‘Met hoe het voelt om waardige zorg te krijgen, of net niet’, zegt coördinator Claude Vandevoorde. ‘Hoe het voelt om afhankelijk te zijn, of soms weer als een kind behandeld te worden. Wat ze hier ervaren, is vaak erg beklijvend. Wij hopen dat mensen daardoor gaan nadenken over hun eigen rol.’ Sinds de oprichting in 2008 doorliepen al een kleine 2.200 personen de sessie.

In Ten Kerselaere in Heist-op-den-Berg wonen de bewoners per acht in een huisje, met één zorgkundige per woning. ©RVR

STimul organiseert ook trajecten binnen de muren van onze rusthuizen. Kleine experimenten om de zorgroutine te doen kantelen. In de praktijk blijkt echter dikwijls meer nodig. Soms moet de hele werking op de schop. Zoals bij Ten Kerselaere in Heist-op-den-Berg, waar alles vanaf een wit blad opnieuw werd uitgetekend.

Het resultaat mag er zijn. Geen gangen meer, maar ‘huisjes’ per acht bewoners. De huisjes, met elk een eigen voordeur, liggen rond een gemeenschappelijke binnentuin en zijn met elkaar verbonden door een gang voor het personeel. Per woning is er één zorgkundige, die voor het schoonmaken en het eten hulp krijgt van een woningassistente. ‘De verzorgers kunnen aandacht geven aan een kleine groep mensen’, zegt directeur Veerle Nys. Ze plannen hun dag helemaal zelf en ondervinden niet langer de druk van de collega’s, wat je wel hebt als je mensen in lange gangen naar elkaar toe laat werken.’

Die kleinschalige aanpak is veel intuïtiever. Bewoners kunnen uitslapen en eten op verschillende tijdstippen. Ze zijn rustiger en bouwen een hechte band op met hun verzorgers. ‘Aanvankelijk had het personeel schrik voor de verantwoordelijkheden die het zou krijgen’, zegt Nys. ‘Maar nu wil niemand nog terug naar het oude systeem.’

Dezelfde aanpak bij Menos in Genk, een nieuwe instelling die zich vooral concentreert op bewoners met dementie. Kleinschaligheid draagt ertoe bij dat de bewoners niet gaan ronddwalen. Ze zien ook altijd hun verzorgende, die zich niet kunnen verstoppen in een verpleegpost. ‘Als ze een bewonersdossier invullen, zitten de bewoners bij hen. Zo zien ze ook de mensen over wie ze schrijven’, vertelt de zorgverantwoordelijke, Sigrid Haenraets.

De aanpak van Menos en Ten Kerselaere doet ogen opengaan. Van overal in Vlaanderen komen directies kijken. Alleen is het niet evident dezelfde principes toe te passen in klassieke instellingen. ‘Uiteindelijk loop je vast op de infrastructuur’, zegt Nys. ‘Visie en architectuur gaan samen.’

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud