Advertentie
reportage

Het rusthuis van de toekomst is onzichtbaar

©prof

Vergeet het beeld dat ouderen in de toekomst vooral aan apps en ingewikkelde toestellen hangen. Het rusthuis van de toekomst gaat vooral over zorg die onzichtbaar in onze samenleving is genesteld. Na de zorgfabriek, de zoektocht naar de menselijke schaal.

Een plein, wat gebouwen er omheen, een vijver met waterlelies. Daar wandelt Maria. Ze geniet van de laatste zonnestralen en van de fijne middag die ze doorbracht bij haar overbuurvrouw. Maria kijkt op de grote klok boven de apotheek. Over tien minuten komt de verpleegster langs voor haar bad. Zo kan ze fris gewassen aanschuiven voor het avondeten in het restaurant. Misschien kan ze straks nog aanschuiven bij de quiz. Dat is goed voor haar hersenen, zegt haar buurvrouw.

Dit is het rusthuis van de toekomst. Gaat dat dan niet over technologie en gadgets? Natuurlijk wel. Woonzorgcentra experimenteren volop met tablets voor het personeel, met domotica en met medicatie die in verdeelcentra wordt gedoseerd. In onze tocht langs de Vlaamse rusthuizen zagen we fancy kamers met verstelbare wanden, technische snufjes aan of rond het bed en hier en daar ook designmeubilair.

Mensen pikken het niet dat ze allemaal door dezelfde molen gedraaid worden.

Maar eigenlijk gaat het daar niet om. Het oude model van steeds meer bedden in steeds grotere instellingen is uitgeleefd. Het botst tegen financiële limieten. En belangrijker misschien: het is niet meer wat mensen willen. Wie zorg nodig heeft, wordt vandaag weggestopt in zorgfabrieken, die draaien rond efficiëntiedenken. Een beeld waar velen, zeker als de jaren beginnen te tellen, van gruwen. Uit studies blijkt dat de schrik voor de oude dag, voor vereenzaming en voor het woonzorgcentrum de grootste reden is voor zelfdoding bij ouderen.

Onzichtbaar

Zorg moet uit zijn cocon. In opdracht van Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) ging de Vlaamse Bouwmeester nadenken over innoverende zorgarchitectuur. ‘Zorg wordt onzichtbaar’, zegt projectleider Stijn De Vleeschouwer van Team Vlaams Bouwmeester. ‘Het gaat op in de maatschappij. Geen rusthuizen aan de rand van de stad met een hek errond, maar sites waar wonen en zorg door elkaar vloeien.’

Op de tekentafel liggen vijf pilootprojecten: in Sint-Truiden, Kortrijk, Dilbeek, Wuustwezel en Geel. Ze zijn vooruitstrevend omdat ze de redenering omdraaien: de bewoner blijft waar hij is en zijn woning evolueert mee. De patiënt is een klant geworden, die niet ‘afgewerkt’ wordt in een zorgfabriek, maar zo lang mogelijk thuisblijft.

Wie betaalt de rekening van de rusthuissector? Hoe is het om te wonen en te werken in een rusthuis? En wat brengt de toekomst? Lees ons dossier over de Vlaamse rusthuizen.

Die situatie levert winsten op voor iedereen. ‘Doordat de schotten tussen zorg aan huis of in een instelling worden doorgebroken, komt financiële ademruimte vrij’, zegt Christel Van Langenhove van het Agentschap Zorg en Gezondheid. ‘Je kan familieleden of buren bij de zorg betrekken. Je spaart dure ‘bedden’ in een instelling uit.’

Die invalshoek zie je hier en daar al opduiken. Sint-Elooi in Lochristi is een instelling die aandacht heeft voor mensen met dementie. Naast de gewone leefgroepwerking heeft het een uniek concept: zes inleunflats, waar mensen met dementie kunnen samenleven met hun partner die nog gezond is. De demente persoon heeft een rusthuiskamer, die aansluit op de assistentiewoning van zijn of haar partner. De deur ertussen kan open of dicht. De bewoners kunnen samen slapen, of apart. De demente persoon kan overdag naar de leefgroep, maar het koppel kan ook gewoon de hele dag samen zijn.

‘Voor ons is dit de redding.’ Aimé Vandenbroecke woont met zijn demente vrouw Irène in een inleunflat. ‘Thuis kon ik het alleen niet meer aan. Hier ben ik op mijn gemak. Ik kook voor mezelf en op zondag ook voor Irène. We slapen apart, maar meestal staat de deur open. Soms roept ze ’s nachts ‘Aimé!’ Dan roep ik terug. ‘Slaap maar! Het is nog maar drie uur.’ Dan wordt ze rustig.’

De uitdaging bij deze aanpak is een vormgeving waarbij het niet opvalt dat je in een zorgcontext woont. ‘Op woonzorgsites leven mensen van alle generaties door elkaar’, klinkt het bij de Bouwmeester. De projecten in Sint-Truiden, Kortrijk, Geel en Dilbeek gaan daar ver in: het zijn stukken stad waar zorgbehoevenden gewoon tussen de andere mensen wonen. Waar mensen van diverse leeftijden elkaar ondersteunen. Met cruciale diensten, zoals een dokter, winkels of een apotheek binnen handbereik.

Die filosofie, waar ook de Vlaamse overheid op inzet, gaat heel hard uit van de beschikbaarheid van omwonenden. Terwijl we net allemaal aangespoord worden om meer en langer te werken. Is dat geen paradox? ‘We moeten die omschakeling naar collectieve woonformules maken, omdat het niet anders meer kan’, zegt Stijn De Vleeschouwer. ‘Het is goedkoper en efficiënter. Ook mensen die werken, hebben er baat bij, bijvoorbeeld wanneer bejaarde buren inspringen bij de kinderopvang. En het past binnen de nieuwe visie op zorg om schotten te doorbreken en mensen zo lang mogelijk thuis te houden.’

Bekijk alle Vlaamse rusthuizen op deze kaart.

Waar is een relatief overschot aan rusthuisbedden? En waar knelt het schoentje? Klik de verschillende regio's op deze kaart aan voor de cijfers van iedere gemeente.

Een mooi voorbeeld daarvan vind je in Wervik, dat tien jaar geleden begon te experimenteren met een woonzorgzone. Het idee kwam overwaaien uit Nederland en Denemarken. De wijk is het rusthuis geworden, waardoor mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven. ‘Er zijn aangepaste woningen en een loket dat 24 uur per dag bemand is’, zegt Myriam Deloddere, de OCMW-secretaris van Wervik en bezielster van het project. ‘In de zone kunnen bejaarden alarm slaan als iets misloopt. Een verpleegster komt binnen de tien minuten ter plaatse. Er zijn maaltijden aan huis, thuiszorg én een klusjesdienst. Om vereenzaming tegen te gaan organiseren we dansnamiddagen of lezingen.’

Dit soort projecten zijn gamechangers. Voor zware zorg zullen altijd gespecialiseerde instellingen nodig blijven, maar dit is de richting waar het uitgaat. Alleen bots je door hokjes te doorbreken op een muur van regels. Hoe organiseer je zorg op het niveau van een woning, en niet langer van een instelling? Erkenningen voor zorgsubsidies hangen vast aan bedden in rusthuizen, niet aan personen. Om dit te doen slagen, moet de regelgeving op de schop.

Rugzakje met geld

Dat is ook de bedoeling. ‘De pilootprojecten dienen als een stormram om de regelgeving aan te vallen’, zegt De Vleeschouwer. Het voordeel is dat de overheid mee aan tafel zit. Jo Vandeurzen onderzoekt een systeem naar Scandinavisch model waarbij de burger een rugzakje met geld krijgt waarmee hij zorg kan inkopen. Hij kiest uit een waaier van diensten, van zorg aan huis tot de laatste fase in een rusthuis. De gehandicaptenzorg werkt al op die manier.

Oplossingen op maat. Dat is wat de aankomende generaties eisen. ‘Mensen gaan het niet pikken dat ze allemaal door dezelfde molen gedraaid worden’, zegt Serge De Kerf van Sodexo, een cateraar die samenwerkt met heel wat rusthuizen. ‘Via formules als private zorgverzekeringen gaan we naar een systeem waar meer keuze mogelijk is. Een extraatje in de vorm van een leukere kamer of een glaasje wijn bij het eten. Naar een meer persoonlijke aanpak ook. Babyboomers gaan op het internet op zoek naar recensies van zorgaanbieders. Instellingen gaan uit hun oevers treden en diensten aanbieden voor omwonenden. Het wordt allemaal wat diffuser. En dat is maar goed ook.’

Morgen: Interview met minister van Welzijn Jo Vandeurzen

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud