reportage

Welkom in de zorgfabriek

©siska vandecasteele

De onderfinanciering van de rusthuizen is niet onschuldig. Rusthuizen dreigen zorgfabrieken te worden, waar elke cent wordt omgedraaid en te weinig personeelsleden te veel bejaarden moeten ‘afwerken’. ‘Mevrouw Janssen wordt kamer 5. Een lichaam waar eten en drinken ingegoten moet worden.’

Door Ine Renson en Jasper D'Hoore

Hij zit in zijn zetel en kijkt door het raam. Hij wacht. Zo brengt André, 95, het gros van zijn dagen door. Rechtstaan kan hij niet, een plateau over de armleuningen, een voorzorgsmaatregel, verhindert dat. Door het vele zitten kan André nauwelijks nog wandelen. En om te vermijden dat hij valt, zit hij vast. Dat is vooral handig voor het rusthuis. Als te veel bewoners vallen, krijgt het een slechte evaluatie. André draagt ook een luier. Dat frustreert hem, want hij beseft maar al te goed dat hij naar het toilet moet. Als hij echter moet wachten op een verzorger is het gegarandeerd te laat.

Wie betaalt de rekening van de rusthuissector? Hoe is het om te wonen en te werken in een rusthuis? En wat brengt de toekomst? Lees ons dossier over de Vlaamse rusthuizen.

Rusthuizen zijn zorgfabrieken aan het worden, waar bejaarden onder het juk van besparingen ‘afgewerkt’ worden en het personeel op het tandvlees zit. De Vlaamse woonzorgcentra zoeken een uitweg voor de financiële strop die rond hun nek hangt. Dat doen ze door de dagprijzen op te trekken, en door hun organisatie zoveel mogelijk te stroomlijnen. De meeste rusthuizen hebben tussen de 10 en de 20 procent meer personeel in dienst dan wettelijk verplicht, maar zelfs dat volstaat niet als de bewoners mensen zijn zoals André die veel zorg nodig hebben. Bovendien is dat een cijfer op papier. ‘Zieke personeelsleden of werknemers die een opleiding krijgen, worden meestal niet vervangen. In de praktijk doen veel instellingen het met minder volk dan de norm oplegt. En dat is niet eens illegaal’, zegt Kristien Merckx van de socialistische bediendevakbond BBTK.

Kamer 5

‘Wij draaien altijd op zondagbezetting.’ Renée van Driel werkt als zorgkundige in het woonzorgcentrum Koala in Deurne, eigendom van de private groep Zorggroep Corasen. ‘Er moet niet veel gebeuren om het in de soep te laten draaien. Normaal zijn we met vijf om 120 mensen te helpen met het eten. Onlangs waren we maar met twee, doordat enkele collega’s ziek vielen. Dat is eigenlijk niet te doen. Gelukkig konden we rekenen op stagiairs.’

Vooral de commerciële spelers hebben de perceptie tegen: ze zetten gemiddeld minder personeel in dan de vzw- of de OCMW-rusthuizen. Uit de controles van de Vlaamse Zorginspectie blijkt dat ze ook vaker zondigen tegen de personeelsnormen. Sommige besparen op het aantal nachtverzorgers of hebben geen verpleegkundige op de vloer. Al leidt dat volgens de Zorginspectie niet tot een slechtere zorgkwaliteit: op dat vlak halen de commerciële spelers min of meer dezelfde score als de andere.

©Filip Ysenbaert

Onderbezetting is een kanker die de volledige sector aantast. De personeelsnormen die de overheid oplegt en financiert, liggen te laag, waardoor de verzorging neerkomt op bandwerk - tot grote frustratie van het personeel én de directie. Linda Van der Schoepen staat op de dementenafdeling van vzw-rusthuis De Mick in Brasschaat, waar 60 mensen wonen. ‘We moeten de bewoners wekken en aankleden, wat vreselijk moeilijk is. Als we hun sokken en schoenen aandoen, hebben ze hun trui alweer uitgetrokken. In principe doen we dat met zeven, maar vaak zijn we met minder.’

Door de tijdsdruk dreigen de bewoners nummers te worden: mevrouw Janssens wordt kamer 5. ‘Een lichaam waar eten en drinken ingegoten moet worden’, merkt Ronald De Buck, gedelegeerd bestuurder van het WZC De Foyer, cynisch op. ‘Het doet er niet toe wie dat lichaam is, wat het heeft meegemaakt. Dat is de grootste fout die sector kan begaan: dat bewoners zorgobjecten worden.’ De Buck leidt drie rusthuizen in het Gentse, maar werkte voordien 25 jaar in de sector als consultant en interim-manager. Hij zag dingen die hij liever niet wilde zien. ‘Mensen die al om 5 uur gewekt werden om gewassen te worden, omdat het personeel de wasronde anders niet rondkreeg tegen het ontbijt. Of omgekeerd: om 16 uur al in bed, om de nachtploeg te ontlasten. Dat gebeurde met demente personen - die protesteren niet. Dat soort toestanden wil ik hier niet.’

Om met te weinig personeel alles gedaan te krijgen wordt het werk op veel plaatsen in routines gegoten. Vaste toiletrondes, iedereen op hetzelfde moment aan de ontbijttafel. Voor een bad is het meestal wachten tot het weekend. ‘Maximaal 16 minuten per bewoner, of we geraken niet rond’, zegt een hoofdverpleegster van een Armonea-rusthuis die liever anoniem blijft.

We moeten dagelijks zo’n 60 bewoners behandelen. Als we niet voltallig zijn, lukt dat niet.
Sofie Zwanckaert
kinesiste in het WZC Sint-Jozef in Gent

Zelfs met alle routines krijgt het personeel niet alles gebolwerkt. ‘We moeten dagelijks zo’n 60 bewoners behandelen’, zegt Sofie Zwanckaert, kinesiste in het WZC Sint-Jozef in Gent. ‘Als we niet voltallig zijn, lukt dat niet. Maar zorgbehoevenden die niet elke dag kine krijgen, worden stram.’f

Sneller dood

Om wantoestanden tegen te gaan, zet Vlaanderen zwaar in op kwaliteitscontroles, met verslagen die tegenwoordig ook openbaar worden gemaakt. Alleen maken die controles het vaak alleen maar erger. ‘Een terreur’, noemen veel directies ze binnenskamers. ‘Het schiet soms te ver door’, zegt Lynn Cools, directeur van Sint-Carolus in Kortrijk. ‘We zijn meer bezig met de processen dan met de mensen. ’

Neem de valpreventie: die doet vaak meer kwaad dan goed. ‘We zien mensen die op korte termijn erg achteruitgaan omdat ze in het rusthuis worden vastgebonden’, zegt Hilde Baeyens, geriater in het AZ Alma in Eeklo. ‘Ze verleren het lopen. Als ze dan toch rondlopen, vallen ze sneller en breken ze een heup. Bij bejaarden zijn complicaties bij heupfracturen een grotere doodsoorzaak dan tumoren. Mensen die altijd stilzitten, krijgen ook meer blaasontstekingen, infecties, de spieren gaan achteruit... Ze gaan gewoon sneller dood. Maar uit schrik om slecht uit de valstatistieken te komen, gaan sommige instellingen veel te snel over tot fixatie. Of omdat er geen tijd is om met de mensen bezig te zijn.’

Gedegradeerd zijn tot een zorgrobot, voor verzorgers is het soms te veel.

Het gevoel gedegradeerd te zijn tot een zorgrobot, voor de verzorgers is het soms te veel om dragen. Uit cijfers van hr-dienstverlener SD Worx blijkt dat gemiddeld 6,5 procent van de werknemers ziek is. Het aantal zieken stijgt jaar na jaar en ligt hoger dan in de rest van de economie, waar het ziekteverzuim rond de 5 procent hangt. Naar een reden is het niet lang zoeken: uit de Vlaamse Werkbaarheidsmonitor blijkt dat slechts de helft van de werknemers in de woonzorgcentra zijn job werkbaar vindt, terwijl dat in de gehandicaptenzorg haast 70 procent is. Er wordt geklaagd over een problematisch hoge werkstress.

Het werk kruipt onder de huid. Het gaat om kwetsbare mensen, in hun laatste maanden of jaren, met wie verzorgenden ondanks alles vaak een hechte band opbouwen. Over afscheid nemen, ook. ‘Dat is nog het ergste van alles: voor mensen die sterven, kunnen we nauwelijks tijd vrijmaken’, zegt Linda Van der Schoepen. ‘De palliatieve zorg in het ziekenhuis is van topkwaliteit. In een rusthuis sterven de meeste mensen alleen. We hebben geen tijd om mensen in hun laatste uren bij te staan. Laat staan om daar achteraf bij stil te staan. De belletjes blijven gaan, je moet gewoon voort. En twee dagen later zit al een nieuwe bewoner in die kamer. Dat vreet aan ons.’

Natte luiers

Om kosten te besparen, draaien woonzorgcentra elke cent drie keer om. Enkele jaren geleden deden verhalen de ronde over bejaarden die de hele dag nat in hun luier zaten, of over eten dat tot op de gram werd afgewogen. Een rondvraag in de sector leert dat sindsdien veel verbeterd is, al loopt het nog af en toe mis.

‘Een luier mag bij ons pas worden weggegooid als hij 75 procent nat is. De fabrikant beweert dat mensen dat niet voelen, dus moeten we de bewoners in natte luiers laten liggen’, zegt een werkneemster van een commercieel rusthuis die liever anoniem wil blijven. Of er worden quota op gezet. ‘Een bewoner krijgt per week vijftien pampers voor overdag en vijftien voor ‘s nacht’, zegt Anja Hellemans van WZC De Varen, een rusthuis van Senior Living Group in Reet. ‘Als dat niet volstaat, gaan we er halen bij iemand die er wel nog genoeg heeft.’

Hellemans treft vaak luiers aan die in de badkamer liggen te drogen, zodat ze de volgende dag opnieuw gebruikt kunnen worden. ‘Ik gooi die weg’, zegt ze. Soms kappen collega’s er een glas water over, om bij controles niet berispt te worden.’ Volgens de rusthuisdirecties is het luierbeleid het gevolg van de beslissing van de overheid om luiers op te nemen in het forfait van de dagprijzen.

Ook het eten is een populaire besparingspost. Veel rusthuizen hebben de keuken uitbesteed. ‘Sommige gaan best ver in hun eisen, bijvoorbeeld door te zeggen dat een maaltijd per bewoner maar een goede 4 euro per dag mag kosten’, zegt Serge De Kerf van Sodexo, dat maaltijden voor heel wat rusthuizen aanlevert. ‘Daar gaan we niet op in: voor dat budget kun je geen evenwichtige voeding op tafel zetten. Vijf euro is al realistischer, maar ook dan kun je je geen fantasiekes permitteren. Geen ontbijtbuffet, maar een boterham met kaas. En één kop koffie in plaats van een kannetje.’

Veel rusthuizen komen terug op de beslissing om de keuken uit te besteden. De volledige Armonea-groep kookt weer zelf. ‘We zijn overgeschakeld naar een warme keuken, om met meer variatie en flexibiliteit te kunnen koken’, zegt operationeel directeur Geert Uytterschaut.

Zonder eigen keuken is er weinig manoeuvreerruimte. Neem De Buurt, een vzw-rusthuis in Zoersel. Het is net middag wanneer we er rond lopen. Er speelt klassieke muziek, de bewoners zitten in het salon. Ze wachten, roerloos, tot een verzorger hen aan tafel zet. In de leefgroep hebben 17 van de 20 bewoners hulp nodig bij het eten. Op het menu vandaag staat kip met curry in de wok, aangeleverd door een cateringfirma. Veel tafelgenoten maken misbaar. ‘Niet lekker’, zegt iemand. ‘Dit is geen kip maar oude haan.’ De helft van de curryschotels gaat na de maaltijd de vuilnisbak in. Meerdere mensen verlaten de tafel zonder een hap gegeten te hebben.

Onschuldig is dat niet. ‘Ze kunnen vermageren en snel achteruitgaan. Als je meer begeleiding hebt en dus meer tijd uittrekt, eten de bewoners meer’, zegt woonassistente Wendy. ‘Soms geven we Fortimel - drinkvoeding - omdat het gemakkelijk binnengaat’, geeft directeur Johan Herrebosch toe. Ook voor hem is het behelpen. Omdat de financiering uitblijft, runt hij zijn instelling met de helft van het personeel waarop hij recht heeft.

Witte raven

Directeurs van woonzorgcentra lopen op de tenen. Wie routines wil doorbreken en de bewoner centraal stelt, botst vaak op een muur van weerstand. Dat ervaart Lynn Cools in Kortrijk. Bewoners worden er gemobiliseerd, Cools zet in op de livingwerking en op gezonde verse maaltijden. Maar vooral: ze spoort haar medewerkers aan op een verantwoorde manier af te wijken van regels en procedures. ‘Stel dat je mevrouw Janssens, die dringend naar het toilet moet, moet zeggen dat ze nog een half uurtje moet wachten op de volgende ronde. Dan weet je toch dat je niet goed bezig bent?’

En toch. Routines doorprikken lijkt makkelijker dan het is. ‘Veel van de tijdsdruk legt het personeel zichzelf op, door alles in shifts te gieten. Moet iedereen gewassen worden vóór half tien ‘s ochtends? Moet iedereen sowieso elke dag gewassen worden? Natuurlijk krijg je stress als je iedereen door dezelfde molen probeert te duwen.’

In de nieuwe uurroosters plande Cools tijd in om met de bewoners bezig te zijn. Ze stelde voor tussen 14 en 16 uur een ‘care free zone’ in te bouwen. ‘Maar dat willen de medewerkers niet. Dat is mijn taak niet, hoor ik dan. Niemand wil uit zijn hokje.’

Ze zucht. ‘Weet u, mensen kiezen met hun hart voor deze job. En dan komt de realiteit. Het besef te moeten meedraaien in het systeem. Dan zijn er drie mogelijkheden. Je krijgt eelt op je ellebogen en je wordt een zorgrobot. Zo reageren de meesten. Of je krijgt een burn-out - helaas zijn dat er steeds meer. Of je wordt een witte raaf die zich blijft verzetten tegen dingen waar hij niet achter staat. Die weigert de bewoners om 18 uur in bed te steken omdat het hier nu eenmaal altijd al zo werd gedaan. Ik pleit voor meer witte raven. Medewerkers die durven zeggen: zo doen we het niet meer.’

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect