reportage

‘We hangen niet meer aan het overheidsinfuus'

©siska vandecasteele

Wie al even niet meer op de Antwerpse Linkeroever is geweest, in de schaduw van de beruchte ‘blokken’, weet niet wat hij ziet. Waar ooit gebouwen stonden te verkrotten, verrees de voorbije maanden een fonkelnieuwe zorgwijk. Er is een crèche, een dienstencentrum, een gebouw met serviceflats en een woonzorgcentrum. Dat laatste is opmerkelijk modern, met betonnen muren, bleke gietvloeren, gezellige meubels en veel licht. Aan het binnenplein een Lidl en binnenkort ook een artsenpraktijk en een café.

Linkeroever is het paradepaardje van het Zorgbedrijf Antwerpen, een zelfstandige vennootschap die de 17 voormalige Antwerpse OCMW-rusthuizen beheert. Het telt 6.000 woongelegenheden, assistentiewoningen inbegrepen, en 4.000 personeelsleden. Het Zorgbedrijf werd opgericht in 2008, na het debacle met de Antwerpse openbare ziekenhuizen. Antwerpen wachtte veel te lang om die te hervormen, waardoor de operatie in dramatische omstandigheden moest gebeuren. Het was de hakbijl erin, of failliet gaan.

Dat nooit meer, dachten ze bij de stad, en dus kozen ze voor de rusthuizen voor de vlucht vooruit. Ook daar was een put van 62 miljoen euro, deels veroorzaakt door allerhande sociale kortingen. Antwerpen legde 25 euro per bewoner per dag bij. Er volgde een grondige modernisering en reorganisatie. De prijzen werden opgetrokken volgens de marktnormen en de arbeidsvoorwaarden aangepast. ‘We grepen hard in, onder meer in het personeelsstatuut’, vertelt directeur Johan De Muynck, die destijds ook de operatie van de ziekenhuizen mee begeleidde. ‘Maar er zat wel een verhaal van groei achter.’

Het OCMW en het Zorgbedrijf spraken af dat het verlies in vijf jaar tijd moest worden afgebouwd. Dat lukte. ‘We hangen niet meer aan het overheidsinfuus’, zegt De Muynck. ‘De stad past alleen de extra kosten bij voor wie nog onder het oude statuut werkt. En voor de kortingen die ze wil geven aan bepaalde doelgroepen.’ Maar verder zijn klantgerichtheid en efficiëntie de codewoorden. Dat gaat van 15.000 maaltijden aankopen per dag, tot uurroosters die optimaal op elkaar zijn afgesteld. De klant kan kiezen tussen een waaier van diensten, aan huis of in een instelling.

Op het terras zitten enkele dames te keuvelen in zon, een schaal met koekjes in de aanslag. Veel bewoners zijn nog opvallend fit. ‘Onze zorggraad ligt lager dan in de gemiddelde instelling’, beaamt De Muynck. ‘Dat is typisch voor openbare rusthuizen: we mikken niet alleen op de zware profielen, maar ook op mensen voor wie het gewoon beter is dat ze niet langer alleen leven. Voor hen krijgen we minder subsidies, maar op deze schaal kun je dat best bolwerken.’

Het doel is een magneet zijn in de buurt, waar mensen en functies zich vermengen. Buren komen naar de cafetaria, of nemen tegen 1 euro een bad met sauna. ‘Het blijft gedurfd om dat hier te doen, in wat vroeger een probleembuurt was’, zegt De Muynck. ‘Een commerciële speler zou hier nooit komen zitten. Maar we zitten ook op toplocaties. Dat moet, we laten de kersen niet langer aan de andere spelers.’

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud