reportage

‘We mogen de markt niet overlaten aan cowboys'

©siska vandecasteele

Op de bordjes naast de kamerdeuren hangen foto’s van dertigjarigen. Trouwfoto’s doorgaans, uit de oude doos. De mensen in de kamers zijn ruim de tachtig voorbij, maar in gedachten vaak weer die pronte man of vrouw van toen. We zijn in De Zilvermolen, een van de rusthuizen van WZC De Foyer, een vzw die in het Gentse drie rusthuizen uitbaat. Er hangt een aangenaam parfum van etherische oliën. Er staan vintage zeteltjes in de inkom, hier en daar wordt geëxperimenteerd met fel oranje wanden en de meubels zijn afgewerkt in donker hout. Tegen de muren grote foto’s van Michiel Hendryckx, die tachtigplussers in hun volle glorie laat zien.

Rusthuizen zijn niet altijd synoniem voor kleine kamers en lange kloostergangen. Het kan ook anders. En opvallend: ondanks de financiële problemen zijn er nog lokale ondernemers die zich met frisse ideeën op de markt gooien. Ze koppelen de uitdaging van de vergrijzing aan formules van sociaal ondernemerschap.

Ronald De Buck, gedelegeerd bestuurder van De Foyer, is een oude rot in het vak. Als consultant begeleidde hij ruim 25 jaar rusthuizen in hun management en in ‘het optimaliseren van de overheidsinkomsten’. Hij weet hoe het moet en vooral hoe het niet moet. Er is nog ondernemerschap mogelijk in deze sector. ‘Maar dan moet je van bij het ontwerp van het gebouw je concept en de organisatie haarfijn uitdokteren.’

De Foyer bouwt de helft goedkoper dan de meeste collega’s in de sector, onder meer door niet met één aannemer te werken en kostenbewust te bouwen. Het gaat ook over kleine dingen. Het personeel geen stap te veel laten zetten, waardoor ze meer tijd overhouden voor de bewoners. De mensen stimuleren te voet naar de eetzaal te komen in plaats van op hun kamer te eten. Dat geeft extra oefening boven op het programma van de kinesisten. En ook: de dagprijs hoog genoeg leggen. Op 62 euro, wat 20 procent meer is dan het gemiddelde, maar daar ook meer voor teruggeven.

Een gelijkaardig verhaal in het Hageland, waar OASE met drie nieuwe vestigingen en twee in aanbouw op weg is de grootste regionale speler te worden. OASE zet in op een ‘huiselijke hotelsfeer’, waar bewoners geruisloos met hun rollator over het vast tapijt rollen, waar gegeten wordt op ‘de plaza’, gedronken in een bruine kroeg en waar op de badkamerdeuren ’s avonds een warme zonsondergang aan zee oplicht. Net zoals bij De Foyer ook hier een wellnessruimte en een moderne fitness. ‘Een mooie kleur kiezen kost geen geld’, zegt voorzitter Rudy Mattheus. En donker laminaat is niet duurder dan een ordinaire afwerking. Mensen betalen hier wat meer, maar ze krijgen er veel beleving voor in de plaats.’

Toch voelen ook de nieuwe spelers de financiële druk. ‘Ondernemen in de zorg is alleen houdbaar als je de gebouwen uitbesteedt aan een vastgoedspeler’, zegt Mattheus. ‘En inzet op assistentiewoningen, waar je relatief veel aan overhoudt. Dan zit je op winstmarges van 3 euro per bewoner per dag. Dat is aanvaardbaar, het zijn geen woekerwinsten. Het is niet zo dat wij grof geld verdienen op de kap van ouderen, zoals sommige cowboys in de sector wel doen.’

Het is goed dat er nog ondernemerschap is in de ouderenzorg, vindt Mattheus. ‘We mogen de markt niet alleen overlaten aan de grote groepen of aan de traditionele spelers waar de tijd soms is blijven stilstaan. Caritatieve of openbare rusthuizen kijken soms neerbuigend naar ons, omdat we winst willen maken. Maar het geld moet wel van ergens komen. De overheidsmiddelen zijn beperkt, sprookjes blijven niet duren.’

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud