‘Brussel heeft alles in huis, nu nog een visie en geld'

Het ontbreekt in Brussel niet aan initiatieven om starters te ondersteunen, zoals coworkingspaces als Betacowork. ©Kristof Vadino

Brussel heeft zijn imago als ondernemersstad niet mee. Maar wie dieper graaft, ontdekt een stad die bulkt van het potentieel.

‘Van hieruit heb je een van de mooiste zichten op de buurt’, zegt Jan Manssens terwijl hij door de luchtbrug wandelt die de twee Proximus-torens verbindt, hoog boven de Brusselse Noordwijk. Aan de ingang van de tunnel hangen enkele kunstwerken, waaronder drie schilderijen van de Japanner On Kawara. In de miniatuurwereld beneden rijden de bussen af en aan.

De Proximus-torens staan in veel opzichten symbool voor de grote mentale afstand tussen de Brusselse zakenwereld en de ‘echte’ stad beneden. Maar Manssens nuanceert dat beeld. ‘De nieuwigheden die we hier ontwikkelen, overstijgen de grenzen van dit gebouw en dit bedrijf’, zegt hij. Als strategisch directeur is Manssens verantwoordelijk voor het groei- en innovatiebeleid van de telecomreus.

Proximus investeert jaar na jaar meerdere miljarden in de ontwikkeling van nieuwe glasvezelnetwerken (fiber) en draadloze 5G-netwerken, die internet aan zeer hoge snelheden mogelijk maken. Op het fiberproject alleen al werken 450 mensen, evenveel als een uit de kluiten gewassen kmo.

Het geeft een idee van hoe belangrijk de investeringen in O&O van grote ondernemingen als Proximus zijn voor het Brusselse innovatielandschap. ‘Die technologie heeft ook een enorme impact op tal van andere innovaties die de komende jaren ontwikkeld zullen worden, ook door andere bedrijven. Je kunt er medische operaties vanop afstand mee uitvoeren of zelfrijdende wagens met elkaar laten communiceren.’

Maar de innovatie van Proximus zit ook in kleinere hoekjes. Bij EnCo bijvoorbeeld, een van de paradepaardjes van het telecombedrijf. Het kleine team huist zo’n 25 verdiepingen onder de luchtbrug, in een kantoor dat bezaaid is met post-its en memes (van het internet geplukte grappen). We proeven de sfeer van een start-up in een van de grootste kantoortorens van het land.

Slimmere wereld

EnCo is een marktplaats die bedrijven in staat stelt de API’s van Proximus te gebruiken. Dat zijn stukjes softwarecode waarmee je de link kunt leggen tussen diverse toepassingen. ‘We zitten met Proximus op een enorme berg data. Via die API’s kunnen we bedrijven helpen om nieuwe toepassingen te ontwikkelen’, legt Manssens uit. Op het platform vinden ontwikkelaars stukjes code die ze kunnen gebruiken om automatisch een sms te versturen als een sensor een signaal geeft. Het is een kleine, maar belangrijke bouwsteen in de wedloop naar een ‘slimmere’ wereld.

‘Voor de haven van Antwerpen hebben we een platform gebouwd dat onder andere toelaat te traceren wat in een specifieke container zit, door die met de camera van een telefoon of tablet te scannen. Vervolgens wordt via artificiële intelligentie op het scherm de nodige informatie getoond.’

De Brusselse overheid had altijd weinig interesse en visie voor de techsector.
robin wauters
oprichter tech.eu

Het project illustreert dat innovatie ook binnen de muren van grote organisaties ontstaat, zoals Brussel er heel wat telt. Via zulke initiatieven leggen grote bedrijven de brug met het weefsel van ondernemers in de stad. ‘Een van de krachten van het EnCo-team is dat ze zo actief zijn in de buurt. Ze trekken vaak naar hackathons of leren jongeren coderen bij Molengeek (een incubator in Molenbeek)’, zegt Manssens.

Grote bedrijven speelden de voorbije jaren een steeds belangrijkere rol in het Brusselse start-uplandschap. De grote incubator Co.Station kwam er dankzij de steun van namen als Proximus en BNP Paribas. Ook de bank KBC ontpopte zich, net als in andere steden, tot een promotor van lokaal ondernemerstalent. Dat krijgt een plaats in de gebouwen aan de Havenlaan.

Volgens Wouter Rémaut van Co.Station hebben grote bedrijven en starters nood aan onderling contact omdat ze elkaars taal moeten leren spreken. Al zijn niet alle ondernemers even blij met de aandacht van de grote jongens. ‘Er zijn in Brussel veel mooie initiatieven, maar altijd moet er weer een Proximus of een ING bij zijn’, zegt een van hen. Lees: startende ondernemers moet je niet te veel bemoederen, maar vooral zelf hun weg laten vinden.

verloren in startersdoolhof

Stel: je wil in Brussel een bedrijf beginnen. Waar klop je aan? Het is geen evidente vraag in een stad die uit een gewest, twee gemeenschappen en 19 gemeenten bestaat.

De belangrijkste economische bevoegdheden liggen bij het gewest, waar tot voor kort drie grote diensten actief waren: Atrium Brussels (stedelijke ontwikkeling), Impulse Brussels (ondersteuning van ondernemers) en Brussel Invest & Export.

De drie werden op 1 januari 2018 ondergebracht in hub.brussels, het Brussels Agentschap voor de Ondersteuning van het Bedrijfsleven. ‘Het Brussels Gewest was tot de conclusie gekomen dat er te veel instellingen waren die zich op starters richten. De bedoeling is dat we voortaan de vragen en noden van ondernemers centraliseren, om ze van daaruit te dispatchen naar publieke en private spelers’, zegt directeur Tania Van Loon.

Starters met vragen kunnen voortaan terecht op het nieuwe online portaal 1819.be. Een nobel initiatief, dat evenwel nog niet helemaal op punt staat. Wie via de zoekfunctie subsidieverstrekkers wil vinden, krijgt op de ene pagina vier instanties te zien, en op een andere pagina niet minder dan 43. Of ondernemers met zo’n overweldigend subsidieaanbod echt geholpen zijn, is overigens maar de vraag.

Naast de website en een kantoor heeft 1819 ook een telefoonnummer. Dat is handig voor gehaaste ondernemers die snel een vraag willen stellen. Alleen: naar dat nummer kan je enkel op weekdagen in de voormiddag bellen. Behalve op dinsdag, want dan kan het alleen twee uurtjes ’s avonds.

Dan zijn er nog de vele websites van overheden die hun documenten en informatie maar in een van de drie talen - Nederlands, Frans of Engels - beschikbaar maken of in een gebrekkige vertaling. Kortom, de weg naar de uitgang in het Brusselse startersdoolhof is nog rijkelijk met hindernissen bezaaid.

Vrij unieke prestatie

Uit de Brusselse techscene zijn de jongste jaren enkele bedrijven gegroeid die hun weg naar de wereldmarkt hebben gevonden. Een van hen is Collibra, dat oplossingen biedt voor databeheer in organisaties. Het bedrijf helpt grote multinationals het beste te halen uit hun data en haalde al meer dan 100 miljoen dollar bij investeerders op, een vrij unieke prestatie voor een Belgisch bedrijf.

Een ander voorbeeld is Odoo, dat software en apps voor allerlei bedrijfstoepassingen maakt. De tien jaar oude scale-up telt al 350 werknemers en haalde in twee kapitaalrondes 11,5 miljoen euro op. Ook Qover gooit hoge ogen. Het Schaarbeekse bedrijf haalde 7 miljoen euro op voor zijn concept van ‘insurance as a service’: een platform dat allerlei bedrijven toelaat om hun klanten verzekeringen op maat aan te bieden.

Maar ondanks die uitschieters vertellen de cijfers een ander verhaal. Brussel hinkte de voorbije jaren achterop op andere Europese steden op het vlak van het aantal afgeleverde groeibedrijven. In de European Digital City Index, een ranglijst die weergeeft hoe aantrekkelijk Europese steden zijn als vestigingsplaats voor digitaal ondernemerschap, staat Brussel pas op de 17de plaats. Behalve bekende hotspots als Londen, Stockholm of Berlijn moet de Europese hoofdstad ook secundaire steden als Wenen, Bristol of Madrid laten voorgaan.

De onderliggende parameters van die index vatten de toestand van Brussel min of meer als volgt samen. Het is een fijne stad om te leven, met veel slimme mensen, maar ook met een zwakke ondernemerscultuur, een slechte digitale infrastructuur en te weinig beschikbaar kapitaal. Brussel heeft de voorbije jaren niet echt zijn best gedaan om internationaal imagopunten te scoren. Door de strenge stralingsnormen duurde het tot 2014 voor 4G-netwerken volop werden uitgerold. Met de nieuwe 5G-technologie dreigt de geschiedenis zich te herhalen. Ook de instortende tunnels en de negatieve berichtgeving over Brussel als de broeihaard van het terrorisme eisten hun tol.

Onderfinanciering

De ondernemers die er zijn, hebben het moeilijk om geld te vinden om hun bedrijf snel op te schalen. ‘Brussel was de jongste dertig jaar goed voor slechts 18 procent van alle opgehaalde kapitalen in ons land. Brusselse techbedrijven kampen al jaren met een dramatische onderfinanciering, met cijfers die vooral gered worden door enkele grote kapitaalrondes zoals die van Collibra’, zegt Omar Mohout van het technologische kenniscentrum Sirris.

Veel experts wijzen naar de overheid, die haar rol nooit ten volle heeft opgenomen. ‘In Brussel was er in het verleden te weinig steun, interesse en visie voor de technologische sector, in tegenstelling tot in steden als Leuven of Gent. De afgelopen 15 jaar ben ik nog nooit een Brusselse bestuurder tegengekomen’, zegt Robin Wauters, de oprichter van tech.eu, een platform dat de Europese techscene volgt.

Het ontbreekt aan visie en aan geld, vindt Mohout. In Vlaanderen heb je ongeveer evenveel start-ups als scale-ups. In Wallonië, dat vooral mature bedrijven heeft, is de overheid de jongste jaren in jong bloed gaan investeren. In Brussel heb je voldoende starters. Maar zolang de overheid niet direct of indirect investeert om die start-ups tot volwaardige bedrijven uit te laten groeien, sta je nergens.’

Het Brusselse spook van politisering en versnippering is nooit ver weg. In Vlaanderen en Wallonië spelen de investeringsmaatschappijen van de overheid - Gimv, LRM en SRIW - een centrale rol als verschaffers van risico- en groeikapitaal. Brussel heeft met de SRIB ook zijn investeringsmaatschappij, maar die is gepolitiseerd en weinig dynamisch, klinkt het. Typerend is dat het Gewest en de stad Brussel openlijk ruziën over de vraag wie het meest schuld heeft aan de digitale achterstand.

‘Vlaanderen heeft daarnaast een veel sterker ondernemersnetwerk dan Brussel’, zegt Frederik Tibau, content director bij Startups.be. ‘Mensen met ervaring zijn als investeerder aan de slag en helpen anderen om door te groeien. Brussel heeft dus initiatieven nodig om zijn talrijke start-ups beter te doen schalen. Ondernemers zouden meer grote investeringsfondsen kunnen oprichten. De overheid kan helpen door mee in die fondsen te investeren of de oprichting ervan te faciliteren.’

©Mediafin

Genoeg ingrediënten

Het goede nieuws is dat de andere ingrediënten voor succes volop in Brussel aanwezig zijn. Brussel telt in absolute cijfers meer start-ups (445) dan de Vlaamse hotspots Gent (224), Antwerpen (234) en Leuven (304), volgens cijfers van Startups.be.

Ook aan initiatieven om die starters te ondersteunen ontbreekt het niet. Denk aan coworkingspaces als Betacowork of Co.Station, en de nieuwe digitale campus BeCentral boven het Centraal Station. Een interessante nieuwkomer in de Kanaalzone is Digityser, dat een knooppunt en kweekplaats wil zijn voor ‘cutting edge’ digitale technologie zoals artificiële intelligentie, virtual reality of blockchain. Al die hubs bieden jonge bedrijven onderdak en een netwerk, maar stimuleren ook ondernemerschap met de organisatie van workshops, codeerlessen en hackathons.

3000
jobs
Volgens een studie van start-ups.be creëerden start-ups sinds 2010 3.000 jobs in Brussel.

Ook heel wat buitenlandse multinationals kunnen brandstof leveren om van Brussel de nieuwe Europese techstad te maken. De stad heeft een paar kleppers uit de financiële sector in huis, zoals het betalingssysteem Swift, het clearinghuis Euroclear en Bank of New York Mellon, dat diensten levert aan grote beleggers. Dat zijn kweekhuizen van expertise en talent voor financiële technologie (fintech), waar bijvoorbeeld het platform B-Hive van de serie-ondernemer Jurgen Ingels probeert op te kapitaliseren. Brussel huisvest ook een Microsoft Innovation Centre (MIC) waar onder meer workshops voor ondernemers worden gegeven. Google is van plan een digitale school te openen in BeCentral, waar mensen van allerlei slag zich digitaal kunnen bijscholen.

Geen diploma nodig

In Ukkel gaan enkele Brusselse ondernemers later dit jaar de codeerschool 19 openen, een spin-off van de school Ecole 42 van de Franse telecomondernemer Xavier Niel. Een diploma is er niet vereist, niet onbelangrijk in een stad die een groot reservoir aan laag- en ongeschoolde werkkrachten heeft. En dan zijn er nog de universiteiten en hogescholen. Heel wat Brusselse techbedrijven - zoals Collibra, de aan Sony verkochte 3D-visiespecialist Softkinetic en de producent van slimme sensoren Zensor - ontsprongen uit het onderzoek aan de Vrije Universiteit Brussel.

6
stralingsnorm
Brussel heeft voor gsm-netwerken een stralingsnorm van 6 volt/meter, drie keer strenger dan in Vlaanderen. Dat dreigt de uitrol van een 5G-netwerk, voorzien voor 2020, fors te vertragen.

Talent genoeg dus, maar er moet dringend nagedacht worden over de volgende stap. Hoe zorgen we dat uit die vele zaadjes enkele wereldbedrijven groeien? Zonder een paar grote successen kan het Brusselse ecosysteem zichzelf niet blijven voeden. Volgens Robin Wauters moet Brussel een voorbeeld nemen aan andere Belgische steden. In Gent ontstonden veel groeiers uit de as van het sociale netwerk Netlog. Voormalige medewerkers gebruikten hun ervaring om zelf een bedrijf te beginnen en de succesvolste ondernemers investeerden op hun beurt weer in andere nieuwkomers. (zie hiernaast)

‘Ik ben vooral benieuwd naar de impact van een bedrijf als Collibra op lange termijn. Daar werkt veel talent dat na verloop van tijd zijn vleugels zal uitslaan en met iets nieuws zal komen. Dat kan meer teweegbrengen dan een overheid kan. Daarom moet vooral een omgeving gecreëerd worden waarin zo’n bedrijf kan groeien. Niet alleen in de startfase, maar ook in alle fasen daarna.’

Als zo’n dynamiek ontstaat, kan het met Brussel wel eens heel snel vooruitgaan. Want ondanks de slechte pers van de voorbije jaren beschikt de stad over unieke troeven die niemand haar kan afnemen: de status als Europese hoofdstad, de centrale ligging, relatief betaalbare huisvesting, een grote arbeidsreserve, een bruisende culturele mix en de aanwezigheid van massa’s buitenlands talent en kapitaal. Robin Wauters: ‘Iedereen die in een bepaalde sector bezig is, passeert vroeg of laat in Brussel. Die mensen komen in eerste instantie natuurlijk niet voor de lokale start-upscene. Maar dat ze vandaag in Brussel niets doen, is toch een teken dat de stad er niet voldoende in slaagt zich op de kaart te zetten.’

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content