Research piekt, maar levert weinig techbedrijven op

De Belgische researchbudgetten komen grotendeels van de farmasector. ©Anthony Dehez

De Belgische investeringen in onderzoek en ontwikkeling (O&O) zitten op een record. Maar die research levert nog te weinig groeibedrijven op.

De Belgische investeringen in O&O piekten in 2016 op een record van 10,5 miljard euro of 2,49 procent van het bruto binnenlands product. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van Belspo, de federale overheidsdienst voor wetenschapsbeleid. Ons land heeft zich na tien jaar groei opgewerkt van een Europese middenmoter tot een koploper. Alleen Duitsland, Oostenrijk en de Scandinavische EU-landen doen het nog beter.

Maar aan de mooie cijfers zit een keerzijde. België blijft voor zijn research erg afhankelijk van de investeringen van enkele grote bedrijven, die dan nog vaak in buitenlandse handen zijn. Vooral de farmasector weegt erg zwaar door.

Daar zijn historische redenen voor. ‘Het beleid focuste decennia op het aantrekken van multinationals. Vandaag trekken die bedrijven naar andere regio’s zoals Azië’, zegt innovatiespecialist Leo Sleuwaegen (KU Leuven, Vlerick). ‘Bij die bedrijven kon België zich vroeger onderscheiden als een heel open land, maar daarmee maak je niet langer het verschil.’

DIRV

De innovatie moet voortaan dus meer van eigen bodem komen. In de traditionele sectoren lijkt dat goed te lukken. Vlaanderen plukt nog altijd de vruchten van het zogenaamde DIRV-programma (Derde Industriële Revolutie) van wijlen minister-president Gaston Geens, dat in de jaren 80 kennistransfers organiseerde van universiteiten naar het bedrijfsleven.

‘De DIRV is nog altijd de moeder van veel innovatie’, zegt Koenraad Debackere, de algemeen beheerder van de KU Leuven die ook het innovatie- en spin-offbeleid van de universiteit aanstuurt. ‘Er werden toen accenten gelegd rond energie en materialen die mee de basis vormden voor de transformatie van bedrijven als Umicore en Bekaert. Ook in de chemie en de voeding zit veel innovatie die er niet zou zijn zonder onze kennisinstellingen.’

Als je een paar Microsofts wilt, heb je nu geen tien, maar 10.000 start-ups nodig.
koenraad debackere
algemeen beheerder ku leuven

Maar tegenover de innovatie in de ‘oude’ industrie valt het gebrek aan snelgroeiende techbedrijven op. In domeinen als ICT, telecom en elektronica heeft België in het vorige decennium de trein gemist. Terwijl Scandinavië wereldspelers had als Ericsson of Nokia, slaagde ons land er niet in van het Antwerpse telecombedrijf Alcatel Bell een sterke innovatiepool te maken.

Jobs

De nieuwe digitale sectoren zijn nochtans belangrijk omdat ze de basis vormen voor innovatie in de rest van de economie en omdat ze een motor zijn voor nieuwe jobs. ‘In België leveren innovatieve groeibedrijven maar 5,9 procent van de jobcreatie, veel minder dan het EU-gemiddelde van 9,1 procent’, staat in een nog niet gepubliceerd rapport van het Joint Research Centre (JRC), de onderzoeksarm van de Europese Commissie. België krijgt daarin de raad om de kennisoverdracht van kennisinstellingen naar bedrijven nog meer te stimuleren.

Er worden wel initiatieven ontplooid, zoals het beschikbaar stellen van extra kapitaal voor groeiende techbedrijven. Vlaanderen verwacht ook veel van de fusie van Imec met de Gentse incubator iMinds, al blijft het daar nog wachten op grote successen. ‘De opportuniteiten voor Imec 2.0 zijn groter dan vroeger. We krijgen eindelijk een voldoende kritische massa aan nieuwe bedrijven’, zegt Debackere. Maar hij tempert ook de verwachtingen. ‘Als je een paar Microsofts wilt, heb je nu eenmaal geen tien, maar 10.000 start-ups nodig.’

Silicon Belgium In de nieuwe reeks ‘Silicon Belgium’ gaan we een hele week op verkenning in de Belgische techscene. Wat bloeit er, waarin blinkt ons land uit? U leest het vanaf dit weekend in de krant en op www.tijd.be/siliconbelgium

Een andere kanttekening bij het goede Belgische O&O-rapport is dat we ook hier een land met twee snelheden zijn. Het Belgische gemiddelde van 2,5 procent van het bbp voor O&O wordt omhooggetrokken door Vlaanderen, dat met 2,7 procent in de Europese subtop zit.

Ook de sterke inhaalbeweging in de overheidsbudgetten (van 6% van het bbp in 2000 naar 9% in 2015) blijkt vooral een Vlaams fenomeen. Het Vlaams Gewest krikte zijn O&O-investeringen de voorbije tien jaar met een half miljard euro op, dubbel zoveel als alle andere beleidsniveaus (federaal, Waals Gewest, Franstalige Gemeenschap en Brussel) samen. Vlaanderen levert nu 55 procent van de overheidsbudgetten, tegenover 50 procent in 2005.

©Mediafin

‘Wallonië is, nog meer dan Vlaanderen, afhankelijk van traditionele industrieën’, zegt Sleuwaegen. ‘En Vlaanderen heeft het voordeel van zijn geografische ligging.’

Maar ook het beleid schoot er tekort. Het zuiden van het land mist in grote mate de clustervorming die je in Vlaanderen ziet. Niet alleen rond kennisinstellingen, maar ook rond succesvolle groeibedrijven, zoals in Gent gebeurde rond de softwarebedrijven Netlog en Showpad.

‘Wallonië is aan een inhaalslag bezig, maar het is er twee decennia later aan begonnen dan Vlaanderen’, zegt Debackere. ‘En de middelen worden te veel versnipperd over tientallen projecten. In een volgende fase moeten de Waalse beleidsmensen durven een meer geconcentreerd DIRV-achtig beleid te voeren. Dat is de enige manier om voldoende schaalgrootte te krijgen.’

Debackere en Sleuwaegen beklemtonen dat er meer nodig is dan innovatiebeleid in de strikte zin van het woord. Dé uitdaging van de komende jaren zit in het opleiden en aantrekken van het nodige talent: meer studenten in wetenschappelijke STEM-richtingen, meer bij- en omscholing van werknemers, minder files en minder bureaucratie. ‘Dat is de beste manier om de beperkte overheidsbudgetten nog beter in te zetten.’

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content