Advertentie
reportage

Paris s'éveille: hoe Frankrijk weer durft te ondernemen

©Antonin Weber

De jeugdwerkloosheid in de banlieues en de bureaucratie blijven grote uitdagingen voor onze zuiderburen. Maar in veel Franse steden - niet het minst in Parijs - wordt in stilte gewerkt aan een economisch réveil. Op stap door een stad die weer durft te dromen.

Noem vijf dingen die u associeert met Parijs, en de kans is groot dat ze iets te maken hebben met cultuur, geschiedenis of mode. Maar technologie en start-ups, die zitten toch vooral in Londen en Berlijn, niet?

Het moet zijn dat de Fransen zich - op dat punt toch – niet zo goed weten te verkopen, want de cijfers vertellen een ander verhaal. In de stad werd tussen 2008 en 2014 meer dan 1 miljard euro geïnvesteerd in innovatie en onderzoek. ‘Dat heeft ons in staat gesteld een groot aantal onderzoekers, studenten, innovatieve plekken en bedrijfsprojecten bijeen te brengen’, horen we bij Paris & Co, het ontwikkelings- en innovatieagentschap van de stad Parijs. ‘Vandaag hebben we 100.000 m² ruimte om start-ups te huisvesten, en elke dag komen er nog plekken bij.’

Neutrale waarnemers bevestigen dat de Franse hoofdstad de voorbije jaren een toppositie veroverd heeft in het Europese ondernemerslandschap. ‘Parijs is lang onderschat geweest, maar eigenlijk is de Franse hoofdstad de echte uitdager van Londen, meer nog dan Berlijn’, zegt Omar Mohout, onderzoeker aan het technologische kenniscentrum Sirris, dat de Europese start-upscene van dichtbij volgt.

Station F

Mohout wijst onder meer op de actieve rol van de overheid, die met het fonds BPI France de actiefste investeerder van Europa geworden is. Ook staatsbedrijven zoals het spoorwegbedrijf SNCF ondersteunen het lokale ecosysteem. Dat Parijs als start-upstad minder bekendheid geniet dan Berlijn of Amsterdam, komt volgens Mohout onder meer door de grotere focus op bedrijfstoepassingen. ‘Frankrijk is een land met een grote ingenieurstraditie.’

Silicon Europe

Europa ontpopt zich in relatieve stilte tot een regio waar het broeit van de technologische ontwikkelingen en innovaties. De Tijd bezocht vijf boeiende Europese ‘innovatiehubs’ en ging er op zoek naar inspirerende verhalen. U leest ze vanaf vandaag in onze reeks Silicon Europe.

7 oktober: Parijs

10 oktober: Stockholm

11 oktober: Lissabon

12 oktober: Londen

13 oktober: Tallinn

14 oktober: Slot

Lees meer over de Europese techscene op www.tijd.be/siliconeurope

‘De Franse regering heeft de voorbije jaren massaal geïnvesteerd in incubatoren, co-working spaces en de financiering van start-ups’, zegt ook Anne De Kerckhove, een business angel die goed thuis is in het ondernemersmilieu van de Franse hoofdstad. ‘Je mag het gerust een totale ommekeer noemen.’

De Kerckhove noemt Parijs zelfs ‘een van de beste plaatsen ter wereld’ om een bedrijf te beginnen. ‘De risicoappetijt is in Londen groter, wat het mogelijk maakt om daar grotere bedragen op te halen. Maar Parijs beschikt vandaag over de meeste steunmaatregelen voor startende ondernemers.’

Nergens is dat duidelijker dan in Station F, een oude opslagloods in hartje Parijs, 34.000 m² groot, die nog maar pas helemaal gerenoveerd werd en nu dienst doet als een broedplaats voor jong ondernemerschap. ‘Welkom in de grootste start-upcampus ter wereld’, klopt de organisatie zich op de borst. Alles ademt hier innovatie: van het duizendtal start-ups dat op zoek is naar oplossingen voor de problemen van morgen, tot de ‘maker space’, een ruimte waar een batterij 3D-printers opgesteld staat.

Zelfs de koffiehoek is hier anders. In het ‘Anticafé’ betalen de jonge ondernemers niet voor hun drankjes, maar wel voor de tijd die ze er doorbrengen. Het café speelt met die formule in op de gewoonte van jongeren om op café te werken omwille van de gratis internetverbinding en de ruimte die ze er ter beschikking hebben, in plaats van hun centen aan drankjes uit te geven.

De Tijd ging op bezoek in de Franse 'start-upcampus' Station F.

‘Met dit gigantische project willen we een soort verbeterde versie van Silicon Valley maken’, zegt Xavier Niel, de Franse miljardair-ondernemer die fortuin maakte met de telecomoperator Free. Niel heeft voor dit project niet op een euro gekeken. Hij pompte 250 miljoen euro in Station F. ‘Zelfs voor hem is dat veel geld’, zegt een kennis van Niel uit het Belgische financiële milieu.

Hoe verbluffend de ruimte ook is, het zou natuurlijk weinig zin hebben om al dat jonge talent gewoon in een bokaal te stoppen en aan zijn lot over te laten. Daarom vind je in Station F niet alleen de obligate poefzeteltjes, voetbaltafels en computergames. Ondernemers kunnen er ook 26 acceleratietrajecten en allerlei opleidingsprogramma’s volgen in domeinen als e-commerce, artificiële intelligentie en digitale reclame.

Station F trekt ook heel wat grote namen aan uit de internetsector. Onder meer Facebook en Microsoft, maar ook de Franse reclamereus Havas en het e-commercebedrijf Vente-Privée (eigenaar van het Belgische Vente-Exclusive) zijn er aanwezig om talent op te sporen en op zoek te gaan naar interessante partners.

Le Sentier

Misschien staat Macron eerder symbool voor een Frankrijk dat zijn oude economische model wil veranderen.

Ook de openbare sector vaardigde meerdere ambtenaren af naar de start-upcampus. Zij moeten het aanstormende talent helpen met hun overheidsadministratie, en hen wegwijs maken in de steunmechanismen voor (binnen- en buitenlandse) ondernemers. Zo zien we ook een kantoor van French Tech, het merk waaronder de Franse overheid sinds 2013 alle initiatieven rond start-ups bundelt.

Kortom, Station F heeft het allemaal in huis. In die mate zelfs dat je je kan afvragen of deze nieuwe gigacampus op steroïden geen bedreiging vormt voor het bestaande ecosysteem rond start-ups. Station F is een te duchten concurrent voor bestaande co-working spaces, incubatoren en acceleratoren. Veel zorgen lijken onze Parijse gesprekspartners zich daar evenwel niet over te maken. Het bestaande aanbod is doorgaans sterk gericht op bepaalde sectoren, waardoor de overlap met Station F klein is, zeggen ze.

Ook Facebook heeft een plekje in Station F. ©REUTERS

Toch dwingt de nieuwe speler de bestaande initiatieven om over hun positionering na te denken. Een teken aan de wand is dat nu ook Numa een eigen kantoor heeft geopend in Station F. Numa is al jaren het boegbeeld van Le Sentier, een wijk in het tweede arrondissement (in de buurt van het Gare du Nord), die vroeger bekend was voor haar confectiewerkplaatsen, maar waar de voorbije 20 jaar tal van internetbedrijven en digitale start-ups werden opgericht.

Door die nieuwe activiteit heeft Le Sentier een ongeziene gedaanteverandering ondergaan, zegt iemand die de wijk goed kent. ‘De wedkantoren en de boekwinkeltjes hebben er plaats geruimd voor hippe restaurants.’ En inderdaad: trendy Parijzenaars kunnen er kiezen uit een scala van hipstercafés en eethuizen uit de vier windstreken. Een aanbod dat overduidelijk inspeelt op de vraag van de ondernemers die de wijk hebben ingepalmd.

Waar vroeger winkels waren, huizen nu allerlei innovatieve projecten. Uitgevend op een grote binnenplaats in de Rue de Paradis vinden we Lafayette Plug and Play, een accelerator die zich specifiek richt op mode en e-commerce, met steun van de warenhuisgroep Galeries Lafayette en andere grote retailers. Zij hopen hier nieuwe inzichten te krijgen over de toekomst van hun sector, die helemaal op zijn kop wordt gezet door digitale technologie. Alles passeert er de revue: big data, artificiële intelligentie, chatbots,…

Zelfs de koffiehoek is hier anders. In het ‘Anticafé’ betalen de jonge ondernemers niet voor hun drankjes, maar wel voor de tijd die ze er doorbrengen.

Iets verderop in de straat vinden we het prominente kantoor van het crowdfundingplatform KissKissBankBank. Het gebouw werd in november vorig jaar geopend, met de bedoeling er een soort etalage en kenniscentrum rond crowdfunding van te maken. De tijd dat dat een beetje een schimmige praktijk voor insiders was, ligt duidelijk al enkele jaren achter ons.

Als onze wandeling door Parijs iets duidelijk maakt, dan is het dat het economische weefsel in de lichtstad aan het veranderen is. Parijs was vroeger de stad van kunst, cultuur, lifestyle en hoogstaand onderwijs, en het hoofdkwartier van de grote industriële groepen die de trots van Frankrijk uitmaken. Vandaag is het ook een broedplaats van innovatie.

Sommigen aarzelen niet die nieuwe wind te associëren met een ‘Macroneffect’. De Franse president Emmanuel Macron, hoewel pas enkele maanden aan de macht, toont zich al langer een voorstander van start-ups en ondernemerschap.

Moeilijk te zeggen of er echt zo’n effect speelt. Misschien staat de verkiezing van de Franse president eerder symbool voor een bredere beweging, van een Frankrijk dat zijn oude economische model wil veranderen. Een Frankrijk dat niet meer zo’n belang hecht aan een klassieke opleiding aan een ‘grande école’, gevolgd door een carrière bij een grote Franse multinational. Het ondernemerschap heeft zelfs bij onze zuiderburen de wind in de rug.

Veel doorgroeiers

Een indicatie van het verbeterende ondernemersklimaat is het aantal ‘scale-ups’ dat Frankrijk aflevert. Dat zijn bedrijven die de opstartfase al voorbij zijn en kapitaal ophalen om hun zakenmodel ‘op te schalen’.

Volgens het rapport On The Rise van de onderzoeksinstellingen tech.eu en OpenUp waren er in de 18 maanden tot einde juni 164 kapitaalrondes van Franse scale-ups (met minstens drie jaar op de teller), met een gestaag stijgende trend. In totaal werd er 2,8 miljard euro in de bedrijven geïnvesteerd, waarmee Frankrijk alleen het VK en Duitsland moet laten voorgaan. In aantal deals deed alleen het VK nog beter.

De actiefste sectoren waren de medische technologie (25 deals), fintech (17) en transport (15).

Enkele van de grootste Franse kapitaalrondes waren die van de audioproducent Devialet (100 miljoen euro) en van SigFox (150 miljoen), een pionier in het ‘internet der dingen’.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud