analyse

Werknemers betalen grootste stuk van sociale verzekering zelf

©Filip Ysenbaert

De sociale zekerheid is een verzekeringssysteem dat vooral door de werknemers zelf, en hun werkgevers, wordt gefinancierd. Het is een stuk van hun salaris.

Jan Peeters werkt op de marketingafdeling van een onderneming. Hij heeft een bruto maandsalaris van 3.200 euro. Als werknemer betaalt hij daarop 418,24 euro (13,07 procent) bijdragen aan de sociale zekerheid. Zijn werkgever stort voor hem 1.105 euro (34,5 procent) per maand als werkgeversbijdrage. Dat wordt ook als een deel van zijn salaris beschouwd. Per maand is dat samen 1.523,24 euro, op jaarbasis 19.800 euro. Als Jan Peeters een beroepsloopbaan van 40 jaar heeft, stort hij met zijn werkgever(s) over die periode 791.565 euro (niet geïndexeerde) bijdragen voor de sociale zekerheid.

Wat krijgt hij daarvoor terug? Een pensioenuitkering als zijn loopbaan erop zit. Recht op een werkloosheidsuitkering als hij zonder werk valt. Een vervangingsinkomen bij ziekte. De terugbetaling van een deel van de kosten voor medische verzorging en medicijnen, ook voor zijn kinderen. Een financiële tegemoetkoming als hij loopbaanonderbreking wil nemen of een beroep wil doen op het tijdskrediet. Kinderbijslag, als hij kinderen heeft.

1,5 miljoen
1,5 miljoen gezinnen ontvangen kinderbijslag.

Haalt iedereen even veel uit de sociale zekerheid als hij erin gestoken heeft? Neen. Wie werkloos is of ziek wordt, zal meer krijgen dan wie die pech niet heeft. Wie langer leeft, en dus langer een pensioen krijgt, ook.

Het is niet de bedoeling dat iedereen even veel terugkrijgt als dat hij aan de sociale zekerheid gegeven heeft. Dat is voor een groot stuk op het verzekeringsprincipe gebaseerd. Mensen betalen een premie om zich tegen een risico - zoals werkloosheid, ziekte, arbeidsongeschiktheid - te verzekeren. Manifesteert het risico zich niet, dan wordt er niets uitgekeerd.

Waarom wordt die verzekering door de overheid georganiseerd? Met een bedrag van bijna 20.000 euro per jaar kan Jan Peeters ook heel wat particuliere verzekeringen afsluiten. Is dat niet efficiënter en goedkoper?

Het debat over de so­ci­a­le ze­ker­heid barst­te op­nieuw in alle he­vig­heid los. Waar gaat al dat geld naar­toe? Waar ligt de grens tus­sen vang­net en hang­mat? Is ons sys­teem wel houd­baar? En waar kan nog wor­den be­spaard? De Tijd zoekt het in deze reeks een week lang voor u uit. 

Lees meer in ons dossier 'Sociale zekerheid'

Niet noodzakelijk. Hoe meer mensen in een verzekering stappen, hoe breder de financiering en hoe ruimer de spreiding van de risico’s. Een aantal risico’s is bovendien moeilijk te verzekeren bij een privéverzekeraar. Het werkloosheidsrisico bijvoorbeeld, hangt af van de economische conjunctuur en treft veel werknemers tegelijk.

Particuliere verzekeraars proberen de slechte risico’s te weren of rekenen er een hogere premie voor aan. Dat kan ertoe leiden dat laaggeschoolden meer betalen voor de werkloosheidsverzekering en dat mensen met een zwakke gezondheid fors hogere bijdragen betalen voor de ziekteverzekering.

En wat met de pensioenen? Is het niet beter zijn als iedereen zelf voor zijn pensioen spaart? Dat is niet zonder risico. Een beurscrash kan een flink stuk van het opgebouwde pensioenkapitaal wegvagen. Het verdelingssysteem in België, waarbij de pensioenen betaald worden uit de bijdragen van wie nu werkt, heeft ook zijn sterke kanten.

Het organiseren van de sociale verzekeringen op grote schaal houdt een grote mate van solidariteit in. Verzekeringstechnisch is dat een goede zaak. De sociale zekerheid in België is het tegelijk een mechanisme van herverdeling. De bijdragen zijn procentueel en dus gekoppeld aan de hoogte van het salaris. Maar de uitkeringen zijn in veel gevallen niet-inkomensgerelateerd en geplafonneerd.

©mediafin

Door het verplichte karakter van de bijdragen worden die vaak met belastingen gelijkgesteld. Maar dat klopt niet helemaal. De Belgische sociale zekerheid wordt nog altijd voor bijna twee derde gestijfd door bijdragen van de werknemers en de werkgevers. De overheid garandeert via een dotatie en toegewezen belastingen de rest van de financiering.

De sociale zekerheid in België is breed van opzet en daardoor enigszins een vestzak-broekzakoperatie. Gezinnen betalen bijdragen en ontvangen tegelijk geld van de sociale zekerheid. Is een selectiever systeem, met tegemoetkomingen voor wie het echt nodig heeft, niet efficiënter? Over het algemeen bestaat daar weinig enthousiasme voor. Door het ruime toepassingsgebeid van de sociale zekerheid is er ook een groot draagvlak voor.

Voordelen
  • Een sterke sociale zekerheid beschermt de economie in een recessie. Door de werkloosheidsverzekering blijven de beschikbare inkomens van de gezinnen min of meer op peil. Dat voorkomt een daling van de vraag.
  • Door de bescherming van de sociale zekerheid moeten mensen minder financiële reserves aanleggen om tegenslagen op te vangen, zodat ze meer geld hebben om uit te geven.
  • De sociale zekerheid creëert herverdelingen en leidt tot minder ongelijkheid. Minder ongelijkheid heeft een positief effect op de economisch groei.
  • Op micro-economisch niveau leidt een goede ziekteverzekering tot gezondere en productievere werknemers. Door een behoorlijke werkloosheidsverzekering kanten werknemers zich minder tegen structurele en technologische veranderingen in de bedrijfswereld.
  • Nadelen
  • Een breed uitgebouwde sociale zekerheid, gefinancierd door lasten op arbeid, jaagt de loonkosten omhoog. Dat resulteert in een loonkostenhandicap die weegt op het (internationale) concurrentievermogen van bedrijven.
  • Als de loonkosten te zwaar worden, leidt dat tot besparingen op het personeel en tot een stijging van de werkloosheid.
  • Door het systeem zetten mensen soms niet de stap naar de arbeidsmarkt, maar verkiezen ze in de sociale zekerheid te blijven. Dat gevaar bestaat als het inkomen uit arbeid niet beduidend hoger ligt dan de sociale uitkeringen.
  • De lage werkzaamheidsgraad in België wordt toegeschreven aan de genereuze sociale zekerheid. Die lage werkzaamheidsgraad ondermijnt de sociale zekerheid, omdat de last om het systeem te financieren op een te kleine groep werkenden wordt gelegd.
Eindresultaat

Wat overheerst: de positieve of de negatieve effecten? Dat hangt af van de kenmerken van de sociale zekerheid in een land. In elk geval kan geen simpel verband worden gelegd tussen de omvang van het socialezekerheidsstelsel in een land en de economische dynamiek ervan (zie tabel).

Er is ook geen direct verband tussen de omvang van de sociale zekerheid en de ontwikkeling (de gezondheid, de levensstandaard, de scholing) van de bevolking in het land.

In België liggen de publieke sociale uitgaven met bijna 28 procent van het bruto binnenlands product beduidend hoger dan het OESO-gemiddelde, dat op 21,6 procent ligt. Maar noch in de internationale concurrentieranglijst, noch in de ranglijst van menselijke ontwikkeling, scoort België bijzonder goed.

Vrijdag: Hoe houden we de sociale zekerheid betaalbaar?

Gesponsorde inhoud

Partner content