Arme gezinnen kampen met meerdere welzijnsproblemen tegelijk

Welzijn en gezondheid zijn thema’s die in de context van armere gezinnen niet los van opvoeding, sociale contacten of andere aspecten van het armoedeprobleem kunnen worden gezien. Volgens de workshopvoorzitter van het Armoede-atelier kan opvoedingssteun een belangrijke hefboom vormen om het welzijn van die gezinnen op te krikken.

Dat Hilde Haerden die link sterk benadrukt, is geen toeval. Zij stond mee aan de wieg van de eerste Opvoedingswinkel in Vlaanderen, in 2000 in Genk, en staat nu aan het hoofd ervan. Dat voorbeeld krijgt binnenkort navolging in de andere Vlaamse centrumsteden.

Arme gezinnen kampen met heel wat welzijnsproblemen tegelijk. Opvoedkundige ondersteuning kan voor hen een belangrijke hefboom vormen. Zo’n multiprobleemgezin heeft met meer dan drie van de knelpunten te kampen: financiën, justitie, werk vinden en houden, behuizing, depressie en gezondheid. Vaak telt zo’n gezin drie, vier of vijf kinderen.

In een programma samen met het OCMW werkt een medewerker intensief samen met een gezin om de sterktes en zwaktes van de ouders in kaart te brengen, hen meer inzicht te bieden, hen de mogelijke hulpbronnen te leren kennen. Alle problemen zijn met elkaar verweven. De uitdagingen zijn zeer groot.’

REIKEN OM TE BEREIKEN

De uitdagingen zijn zeker niet min als Vlaanderen zijn doel wil halen om het aantal kinderen in kansarme gezinnen te halveren. Hilde Haerden ziet in haar praktijk bruikbare pistes om daartoe bij te dragen. Zij legt sterk de nadruk op wat zij ‘outreachen’ noemt. Zij heeft de opvoedingswinkel duidelijk niet opgericht om op klanten te wachten.

Om kansarme of arme doelgroepen te bereiken moet je hen zelf de hand reiken, naar hen toegaan. ‘We hebben vaak te maken met heel kwetsbare mensen, bijvoorbeeld uit een vluchthuis. We gaan zeer rustig en informeel met hen aan de slag. Een vaste medewerker gaat iedere week ’s middags in hun ontmoetingscentrum eten. De ouders kunnen dan opvoedingsvragen stellen. Zo groeit de broodnodige vertrouwensrelatie. Zij leren ook van elkaar.

’ In een wijk van Noord-Genk wierf Haerden zeven laaggeschoolde en langdurig werkloze vrouwen aan, die een vorming over opvoeding kregen. ‘Zij bezoeken ieder wekelijks tien gezinnen, met een koffer vol speelgoed. Ze helpen de ouders om hun peuters van 1 tot 2,5 jaar beter te laten ontwikkelen in hun taal, denken en in het algemeen. Onze vrouwen wakkeren er informeel de interactie tussen kind en ouder aan. Dat verbetert natuurlijk de hele relatie, maar ook de onderwijskansen. Door interactie ontwikkelt meer veerkracht.’

RISICO’S VERVANGEN DOOR BESCHERMING

Zij weet maar al te goed dat er heel wat nodig zal zijn om de Vlaamse doelstellingen te halen. ‘We moeten daarvoor heel wat scenario’s realiseren. Er moet zeker een kader voor voorschoolse educatie worden uitgebouwd. We moeten in gezinnen de risicofactoren van allerlei aard verminderen en er beschermende factoren invoeren. We kunnen in kwetsbare gezinnen bijvoorbeeld sociale netwerken voor jonge moeders bevorderen, hen kansen geven om elkaar te ontmoeten. Zij moeten met hun vragen en noden ergens terechtkunnen. Zij moeten ook genoeg kennis verwerven over onderwijs en opvoeding.

Een vraagbaak zoals onze Opvoedingswinkel is zeer nuttig. Je kan op maat van de gezinnen werken.’ Zij benadrukt ook het belang van continuïteit in de hulpverlening. ‘Veel van de hulp die nu wordt aangereikt door de ‘reguliere hulp’, wordt maar tijdelijk gesteund, voor 18 maanden. Maar vaak leer je pas na die tijd een gezin goed kennen. Soms gaat het sneller, maar die tijdslimiet maakt het moeilijk om overal resultaten te boeken.

De steun moet langere interventies op maat mogelijk maken, zoniet gaat veel potentieel effect verloren. We kunnen beter één dienst lang aanbieden, dan drie diensten kort na elkaar. Voor de uitbouw van de opvoedingswinkel is de omkadering voorlopig ook nog karig, maar het is een begin.’   

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud