Trots zei de moeder: ‘Ik ga de kleine naar de muziekles brengen’

Wie moet wroeten om aan de basisbehoeften van zijn gezin te voldoen, heeft volgens het stigma amper recht op vrije tijd. Maar loskomen van de problemen van alledag, je netwerk verruimen, cultuur en sport beleven, en vooral ze aan je kinderen laten beleven zijn een recht, ook voor (kans)arme gezinnen. Deelnemen aan vrijetijdsactiviteiten creëert op meer dan één manier het gevoel erbij te horen.

Een kind groeit op in drie pedagogische omgevingen. Voor alle drie moet genoeg aandacht bestaan, stelt workshopvoorzitter Jan Vanhee. ‘In het gezin moeten kwaliteitsvolle omstandigheden worden gecreëerd. In het onderwijs moet zo vroeg mogelijk op de talenten worden ingespeeld, zodat die niet ondergesneeuwd raken. En in de vrije tijd moeten andere relaties ontstaan dan die met hulpverleners, politiemensen en deurwaarders.

Voor kinderen moet er in de vrije tijd meer worden gefocust op contacten met jeugdbeweging en speelpleinwerking, zodat ze minder afhankelijk worden van hulpverlening.’ Het is voor gezinnen niet vanzelfsprekend om die afhankelijkheid te aanvaarden. ‘Niemand geeft graag toe dat hij moet aankloppen bij het OCMW’, weet Vanhee. ‘Je doet pas een beroep op zo’n hulp als je met de rug tegen de muur staat. Dat moet ook voor de kinderen een pijnlijke ervaring zijn. Om de vrijetijdsparticipatie te verbeteren moeten er meer investeringen in buurten komen, moet er langs die weg meer toegang tot sociale netwerken worden uitgebouwd voor mensen in armoede. Dan kunnen zij, die het vaak met een heel beperkte leefwereld moeten stellen, ook eens ervaren wat bijvoorbeeld vriendschap is.’

HULP IN DE BUURT

Dat beaamt ook de UA-onderzoeker en ViAexpert Danielle Dierckx. ‘Vooral de buurt is van groot belang voor (kans)arme gezinnen. Zij leven immers klein behuisd, vaak met velen in een heel kleine ruimte. Hun mobiliteit is zeer beperkt. Zij leven intensief in de buurt, daar socialiseren ze het meest. Vlaanderen moet erover waken dat het hen veilige en creatieve buurten biedt, met genoeg publieke ruimtes, groene zones en speelvoorzieningen, en met een creatief aanbod van jeugd- en speelpleinwerking.’ De onderzoekster stelt vast dat de vrijetijdsparticipatie bij (kans)arme gezinnen veel lager ligt dan bij andere gezinnen.

‘Van alle Vlamingen participeert gemiddeld 8 procent weinig aan vrijetijdsactiviteiten. Van de laaggeschoolden loopt dat aandeel op tot meer dan 20 procent. Bepaalde initiatieven in Vlaanderen geven nu wel het goede voorbeeld. Veel van hun steun is financieel, om mensen toegangstickets en vervoer te helpen betalen. Dat is zeer belangrijk, maar er zijn ook immateriële drempels. Die mensen weten vaak niet zo goed hoe ze aan informatie over evenementen en bezienswaardigheden kunnen komen of voelen zich onzeker over hoe ze zich er horen te gedragen. Zij moeten zelf beseffen dat vrije tijd ook voor hen een volwaardig recht is.’

GEEN STIGMA

(Kans)armen moeten loskomen van de stigmatisering dat ze aan hun vrije tijd helemaal geen middelen of tijd mogen spenderen omdat hun basisbehoeften volledige voorrang moeten krijgen.

‘Vaak hebben mensen in armoede zo weinig geld dat alles wat zij niet aan basisbehoeften besteden, overbodige luxe lijkt’, merkt Marja Hermans van het Fonds Vrijetijdsparticipatie op (zie kader). ‘Dat idee wordt hen ook wel eens aangepraat. Daarbij gaat het soms om activiteiten die amper vijf of zes euro kosten. Toch vragen ze zich dan af: ‘Kan ik dat wel doen? Ben ik daar op mijn plaats? Ben ik zo met de verkeerde dingen bezig?’’

Marja Hermans merkt dat de vrijetijdsparticipatie bijdraagt tot een hogere levenskwaliteit. ‘Het is belangrijk dat mensen in armoede kunnen en mogen genieten, dat ze nu en dan eens loskomen van hun problemen. Het verruimt ook hun blik en hun netwerk, het vergroot hun anders vaak heel beperkte leefwereld. Op die manier krijgen zij het gevoel erbij te horen.

Een moeder zei me onlangs dat ze zo blij was dat ook zij aan de schoolpoort kon zeggen: ‘Ik ga de kleine naar de muziekles brengen.’ Zij hoorde nu bij de andere mama’s, want zij kon haar kind de kansen geven die andere kinderen krijgen.’     

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud