analyse

Het aandeel: het koningsstuk van de beurs

Traders op de New York Stock Exchange. ©Bloomberg

Reeks: Van spaarder tot belegger (4/4). Op lange termijn bent u nergens beter af dan op de beurs. Want ondanks de nukken, paniekgolven en ongevallen zijn aandelen in het schaakspel van de markten dé troef om uw koopkracht te verhogen.

Wall Street breekt dezer dagen het ene record na het andere. Ook de groeimarkten zijn opnieuw in topvorm, en in Europa pieken indexen als de Duitse DAX. De financiële crisis die de beurzen in 2008 op hun grondvesten deed daveren, lijkt daarmee vergeten. Toch staan veel spaarders nog aan de zijlijn voor aandelen. ‘Ik stop nooit nog geld in een aandeel’, vertrouwde een lezer ons onlangs toe. ‘Want ik heb veel geld verloren aan Lernout & Hauspie, Dexia en Fortis. Zo goed als alles kwijt.’

De debacles die af en toe voorvallen, bewijzen het nut van de belangrijkste les voor de aandelenbelegger: diversifieer!

Met aandelen kan u inderdaad geld verliezen. U wordt immers mede-eigenaar van een bedrijf. U profiteert wanneer het goed gaat, via stijgende koersen en meestal riantere winstuitkeringen: de dividenden. Maar u deelt ook in de klappen wanneer uw onderneming een mindere periode moet doorworstelen. Of nog erger, wanneer die failliet gaat. De debacles die af en toe voorvallen, bewijzen het nut van de belangrijkste les voor de aandelenbelegger: diversifieer! Leg niet al je eieren in één mand, en koop verschillende bedrijven, in verschillende sectoren, en uit verschillende landen. Wanneer er eentje de mist in gaat, bent u niet al uw centen kwijt.

Zo leert u beleggen

Omdat hun spaarboekje bijna niets meer opbrengt, overwegen veel spaarders met beleggen te beginnen. Wij lijsten de alternatieven op in de vierdelige reeks 'Van spaarder tot belegger'.

Aflevering 1: Hoe het spaarboekje kloppen zonder risico?

Aflevering 2: Hoe beleggen met de reuzen van de beurs?

Aflevering 3: Baksteen in de maag en in de portefeuille

Aflevering 4: Het aandeel: het koningsstuk van de beurs

Bekijk ook de tiendelige videoreeks 'Start To Invest' met Gert Bakelants, hoofdredacteur van De Belegger. 

Maar voor wie geduld heeft en niet meteen in paniek slaat wanneer de markten een dip kennen, bieden de aandelenmarkten veruit de beste rendementen. De professoren Elroy Dimson, Paul Marsh en Mike Staunton van de London Business School doen al jaren onderzoek naar de langetermijnopbrengsten van verschillende activa, en dat sinds 1900 in 23 landen. Periodes als de Grote Depressie, de twee wereldoorlogen en revoluties zitten dus mee in de cijfers. Aandelen scoren veruit het best met een reëel rendement van 5,1 procent boven op de inflatie. Overheidsobligaties brachten in diezelfde periode gemiddeld 1,8 procent per jaar op. Gewoon spaargeld amper 0,8 procent.

Andere historische studies leveren gelijkaardige conclusies op. De bekende professor Jeremy Siegel van de universiteit van Pennsylvania deed de oefening voor Wall Street. Daarbij moeten we de kanttekening maken dat de VS de meest succesvolle aandelenmarkt ter wereld is. In 1900 vertegenwoordigden Amerikaanse bedrijven 15 procent van de wereldwijde beurswaarde, nu is dat 53 procent. Het belang van de Brusselse beurs verschrompelde van 3,5 procent begin vorige eeuw, toen België nog een grote industriële natie was en wereldwijd trein- en tramlijnen aanlegde, tot minder dan een halve procent van de globale beurswaarde vandaag. Amerikaanse aandelen brachten de voorbije twee eeuwen gemiddeld 7 procent per jaar op, mits de dividenden telkens geherinvesteerd werden. ‘Wie gediversifieerd op Wall Street belegde, zag zijn koopkracht om de tien jaar verdubbelen’, besluit Siegel.

5,1%
Sinds 1900 leveren aandelen gemiddeld 5,1 procent per jaar op boven op de inflatie.

Soms moet u wel lang wachten tot u uw geld terugziet. Op Wall Street duurde de langste periode met een negatief rendement 16 jaar. In Frankrijk heeft het ooit eens 53 jaar geduurd vooraleer beleggers, rekening houdend met de inflatie, opnieuw tegen winst konden aankijken. De lessen die we hieruit trekken zijn: beleg wereldwijd, én: beleg niet met centen die u snel nodig denkt te hebben voor een grote aankoop. Deze eeuw, met drie beurscrashes en de grootste economische crisis sinds de jaren dertig, is trouwens niet zo gunstig voor aandelen. Een korfje wereldwijde aandelen leverde sinds 2000 2 procent op boven op de inflatie.

De juiste namen

De juiste namen kiezen kan uw rendement fors doen oplopen. Wie geen tijd en zin heeft om zich daarmee bezig te houden of een te klein bedrag bezit om meerdere individuele aandelen te kopen, kan vanzelfsprekend terecht bij aandelenfondsen, of trackers die een aandelenindex volgen. Ook via een holding bent u meteen goed gediversifieerd. Maar voor veel beleggers is een individueel aandeel kiezen een boeiende en leerrijke ervaring, die extra voldoening schenkt wanneer u persoonlijk de juiste naam eruit pikt.

Maar hoe wapent u zich het best met voldoende kennis en inzicht om een goed bedrijf te kiezen? In de eerste plaats moet u zich informeren over wat het bedrijf doet, wie de sectorgenoten zijn en welke staat van dienst de onderneming kan voorleggen. Via beleggingsbrieven, kranten of websites kan u dat vaak goed in de gaten houden.

De juiste timing om op de beurs te beginnen beleggen kunnen we u niet geven. De beurs is weliswaar duurder geworden. Bovendien is een correctie lang geleden, zodat de kans op een zwakkere periode toeneemt. Maar zware dips bieden instapgelegenheden.

U kan ook beleggen in wat u kent. Misschien zijn er interessante bedrijven in de sector waarin u werkt? En u shopt toch ook wel eens bij Colruyt, Ahold Delhaize of Carrefour? U drinkt toch wel eens een biertje van AB InBev, Haacht of een buitenlandse genoteerde brouwer? Of u eet wellicht af een toe een koekje van Lotus, pikt een film mee bij Kinepolis, of huurt er thuis eentje bij Telenet of Proximus? Bij al die Belgische bedrijven kan u als aandeelhouder uw licht opsteken op de algemene vergadering, de ideale tip voor een dagje uit als belegger. Dat vraagt een beetje werk, maar u kan er het management ontmoeten en meestal krijgt u ook een hapje en een drankje achteraf.

Om een aandeel eruit te pikken, kijkt u het best ook naar een aantal financiële criteria. Zelfs het beste bedrijf kan oninteressant zijn omdat het te duur is. Een populaire maatstaf om een aandeel te waarderen, is de koers-winstverhouding. Die zet de beurskoers af tegenover de winst per aandeel: hoe minder u voor die winst moet betalen, hoe goedkoper. De Bel20-index met de 20 belangrijkste aandelen op de Brusselse koerslijst, noteert tegen 16 keer de verwachte winst voor dit jaar. Dat is iets duurder dan het langetermijngemiddelde.

Kies echter niet zomaar de ‘goedkoopste’ bedrijven, want vaak zijn die wegens een terechte reden goedkoop. De winst kan bijvoorbeeld tijdelijk hoger liggen dan normaal omdat de onderneming actief is in een cyclische sector zoals de scheepvaart of de grondstoffen. Het bedrijf of de hele sector kan ook met toekomstige tegenwind kampen, zoals het wegvallen van patenten voor een farmabedrijf of de opmars van een nieuwe concurrerende technologie.

Goedkoopste aandeel

Het goedkoopste aandeel in Brussel is de Nationale Bank, maar daar staat tegenover dat de Belgische overheid met het gros van de winst aan de haal gaat en de kleine aandeelhouders niet gelijk behandeld worden. Het nummer twee, Campine, is dan weer erg afhankelijk van de metaalprijzen. Nummer drie, Agfa-Gevaert, kreunt onder de pensioenverplichtingen die de toekomstige winst zullen opsouperen.

Een hoge koers-winstverhouding betekent ook niet noodzakelijk dat een aandeel te duur is, want de maatstaf houdt geen rekening met de groei. Bedrijven als Melexis, dat chips maakt voor de autosector, of internetreuzen als Facebook, Amazon.com en Google noteren aan hoge koers-winstverhoudingen maar zijn toch populair bij de analisten.

De koers-winstratio zegt ook niets over de schulden op de balans. Een ratio die daar wél rekening mee houdt, is de EV/ebitda: die zet de ondernemingswaarde (Enterprise Value, of de beurswaarde plus de nettoschulden) af tegenover de bedrijfscashflow (ebitda). Hoe lager de ratio, hoe goedkoper. De Bel20 kan een relatief gezonde EV/ebitda-ratio van 10,3 voorleggen.

Moury Construct is volgens deze maatstaf het goedkoopste bedrijf in Brussel, maar de Waalse bouwgroep bestaat dan ook voor bijna driekwart uit cash. De telecombedrijven scoren in deze lijst dankzij hun riante en voorspelbare cashflows erg goed. Toch is het oppassen geblazen: minder florissante en risicovolle bedrijven zoals zinkgroep Nyrstar of warmedrankenbedrijf Fountain zien er volgens deze ratio goedkoop uit, terwijl ze naast bedrijven met supergezonde balansen prijken als petflessenmaker Resilux of holding D’Ieteren.

Correctie

Het is dus cruciaal meerdere criteria te gebruiken. Het dividendrendement kan daarbij helpen. Terwijl Nyrstar en Fountain niet de middelen hebben om een coupon te betalen, is die bij Resilux of D’Ieteren zo goed als verzekerd. Het dividend is het deel van de winst dat naar de aandeelhouders vloeit. ‘Op lange termijn zijn dividenden, die je herinvesteert, goed voor ruim de helft van het rendement van aandelen’, stelt professor Paul Marsh. Bedrijven die slechts een beperkt deel van hun winst naar de aandeelhouders laten vloeien, zullen meer speelruimte hebben om niet in de coupon te moeten snijden wanneer het eens slechter gaat. Bij bedrijven die hun volledige winst, of zelfs nog meer, als dividend uitkeren, is de coupon minder zeker.

Het dividendrendement van 2,5 procent netto voor de Bel20 steekt schril af met de schamele 0,11 procent op een spaarboekje.

Wie tuk is op dividenden, moet zeker enkele vastgoedbedrijven in zijn portefeuille opnemen. Zij maken het gros van de coupontoppers in Brussel uit. Maar ook bedrijven met hoge cashflows als Proximus, Elia, AB InBev of Solvay horen in een dividendenportefeuille thuis. De Bel20 levert een dividendrendement op van 3,6 procent bruto. Daar blijft na de roerende voorheffing van 30 procent nog netto 2,5 procent van over.

Dat dividendrendement steekt schril af met de schamele opbrengst van 0,11 procent op een spaarboekje en toont aan dat de risicoschuwe, spaarboekjesminnende Belgen nog altijd mooie kansen laten liggen om hun vermogen te laten groeien.

Beursrally

Leer de beurs kennen met de Beursrally van De Tijd, een virtuele beleggerswedstrijd.

Schrijf u in op beursrally.be.

De juiste timing om op de beurs te beginnen beleggen kunnen we u niet geven. De beurs is weliswaar duurder geworden. Bovendien is een correctie lang geleden, zodat de kans op een zwakkere periode toeneemt. Maar zware dips bieden instapgelegenheden. U koopt dan hetzelfde tegen een lagere prijs, en dat terwijl de economische motor nog geen tekenen van vermoeidheid vertoont.

Let erop dat u uw portefeuille vooral stoffeert met sterke bedrijven met een goede staat van dienst, stevige balansen en een degelijk dividend. Kleine kmo’s of namen uit risicovolle sectoren als biotechnologie kunnen wel, maar slechts voor een klein deel van uw vermogen. Anders zijn ongelukken gauw gebeurd.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content