analyse

Artificiële winter

©Karoly Effenberger

Silicon Valley heeft de mond vol van artificiële intelligentie. Niet iedereen is even optimistisch.

2015 was een mijlpaal in de menselijke geschiedenis: voor het eerst kon een computerprogramma met een nauwkeurigheid van meer dan 95 procent een kat op een foto herkennen. Of een hond, of een tafel, of een lantaarnpaal. Sindsdien maakte Google een digitale butler die voor u telefonisch een tafel kan boeken. Tesla bouwt auto’s die grotendeels zichzelf besturen. Facebook herkent moeiteloos uw vrienden en kennissen in de foto’s die u op het platform plaatst. Computers spelen Super Mario.

Klik hier als de grafiek niet zichtbaar is.

Na decennialang ploeteren kunnen computerwetenschappers eindelijk resultaten voorleggen. De 'winter van de artificiële intelligentie' is voorbij.

Toch is niet iedereen overtuigd dat het nu al zomer is. De autopilot van Tesla veroorzaakte al meerdere dodelijke ongevallen. IBM krijgt de technologie achter de AI-machine Watson maar moeilijk verkocht. Kleine aanpassingen aan afbeeldingen brengen beeldherkenningssoftware helemaal in de war. De nieuwste modellen vragen duizenden keren meer rekenkracht dan vroeger maar presteren amper beter.

Ook moderne beeldherkenning vergist zich nog vaak.


De Steekproef

De Steekproef gaat op zoek naar de cijfers achter het nieuws en het nieuws achter de cijfers. Elke week kiezen we een grafiek om tegen het licht te houden. 

Het is niet duidelijk of die problemen een eenvoudige oplossing hebben. Deep learning, het wondermiddel achter veel moderne artificiële intelligentie, is een zwarte doos. We begrijpen nog steeds niet echt waarom en hoe het werkt.

Misschien wordt de technologie in de toekomst exponentieel beter, zoals Tesla-bouwer Elon Musk hoopt. Ofwel rijden we onszelf vast en blijven we de komende decennia steken bij artificiële intelligentie die goed, maar net niet goed genoeg is.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content