analyse

Dure olie

©Photo News

Een vat olie kost vandaag twintig keer meer dan in de oliecrisis van '73 en '79. Waar blijven de autoloze zondagen en de olierantsoenen?

De olieprijs gaat de laatste jaren alle kanten op. Het gevolg van speculatie, schaliegas, onzekerheid rond oliebevoorrading uit Iran en machinaties van OPEC, het kartel van de belangrijkste olieproducerende landen. Sommige economen voorspellen dat we snel opnieuw de psychologische grens van 100 dollar per vat olie zullen overschrijden. Maar hoe duur is dat nu eigenlijk, 100 dollar voor 159 liter olie? Hoe kan het dat in 1973 drie dollar per vat een ware energiecrisis ontketende, terwijl vandaag economen de schouders ophalen bij tachtig dollar?

Het voor de hand liggende antwoord is inflatie. En inderdaad, als u de olieprijs aanpast aan inflatie, dan is de grafiek niet langer een eindeloze klim.


Klik hier als de grafiek niet zichtbaar is.

Het minder voor de hand liggende antwoord is brandstofefficiëntie.

Bedenk even dat twee derde van alle ruwe olie geraffineerd wordt naar benzine, diesel en stookolie.

De Steekproef

De Steekproef gaat op zoek naar de cijfers achter het nieuws en het nieuws achter de cijfers. Elke week kiezen we een grafiek om tegen het licht te houden. 

Moderne wagens met een volle tank kunnen een pak meer kilometers afleggen dan de gas guzzlers van de jaren '70 – van gemiddeld bijna 10 liter per 100 kilometer in 1970 naar minder dan 5 liter bij nieuwe modellen. Bovendien wonen we kleiner, in beter geïsoleerde huizen, dus we verbruiken minder stookolie en aardgas om ons huis tijdens de winter warm te houden.

Er is tenslotte nog een derde reden waarom we niet panikeren bij dure olieprijzen: onze koopkracht ligt een een pak hoger dan 50 jaar geleden.

Alleen al tussen 2000 en nu is het reële bruto maandloon voor voltijdse werkers gestegen met 15%. Als u de indexkorven erop nakijkt, ziet u dat in 1976 zo’n 7,5% van ons loon opging aan brandstof en stookolie. Dezer dagen is dat minder dan 5%. Benzine en olie nemen een steeds kleinere hap uit ons budget, ondanks de stelselmatig stijgende olieprijzen en het grotere aantal wagens op de baan.

Dure olie doet nog steeds pijn, maar autoloze zondagen en rantsoenering zoals in 1973 zijn niet voor meteen. Oud-minister Willy Claes gaf trouwens in 2013 toe aan De Tijd dat die maatregelen ook toen eerder symbolisch waren.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content