analyse

Er is iets raars aan de hand met de schoolverlaters

©Wouter Van Vooren

Schoolverlaters uit kleine opleidingen zijn het vaakst én het minst vaak op zoek naar werk. Hoe kan dat?

Vorige week publiceerde de Vlaamse arbeidsbemiddelingsdienst VDAB zijn jaarlijkse schoolverlatersrapport, dat bekijkt hoeveel schoolverlaters één jaar na afstuderen aan het werk zijn. Maar er klopt iets niet helemaal met de cijfers. De kleinste opleidingen zijn oververtegenwoordigd in zowel de lijst met het hoogste percentage werkzoekenden als de lijst met het laagste percentage werkzoekenden. Zo was in het rapport van vorig jaar (PDF) geen enkele bachelor wijsbegeerte werkzoekend terwijl de master wijsbegeerte met 7,2 procent werkzoekenden onderaan het klassement bengelt.

De uitschieters in de cijfers van de kleine opleidingen zijn merkwaardig, maar niet onverwacht. Hoe kleiner het aantal afgestudeerden, hoe moeilijker om met zekerheid iets te zeggen over hoe goed of hoe slecht een opleiding het nu echt doet op de arbeidsmarkt.

Klik hier als de grafiek niet zichtbaar is.

Eén extra werkloze schoolverlater in een richting met 5 studenten duwt de werkloosheidsgraad onmiddelijk omhoog met 20 procentpunten. Grotere steekproeven schommelen veel minder. 

Het magische getal 30

De VDAB weet dat kleine opleidingen minder betrouwbare cijfers opleveren en kijkt daarom in zijn rapporten enkel naar richtingen met minstens 30 afgestudeerden.

De Steekproef

De Steekproef gaat op zoek naar de cijfers achter het nieuws en het nieuws achter de cijfers. Elke week kiezen we een grafiek om tegen het licht te houden. 

Waarom 30? 30 is wereldwijd de laatste toevlucht van leerkrachten statistiek. De prof zou graag chi-kwadraat en analysis of variance uitleggen, maar het blijkt allemaal wat te wiskundig? Tijd om de vuistregels uit de kast te halen, waaronder deze: heb je een steekproef met minder dan 30 observaties, dan zwijg je beter.

Vertrouw niet blindelings op die vuistregel. Ook statistieken van een afstudeerrichting met 50 of 100 studenten neemt u best met een korrel zout. Tegelijkertijd kunnen we met een snuifje statistiek probleemloos aan de slag met opleidingen van twee of drie afgestudeerden.

Het kan beter

Neem nu de richting koelinstallaties in het beroepsonderwijs: precies drie afgestudeerden in 2016, van wie er één geen werk vond. Een werkloosheidscijfer van 33 procent, dus. Dat is te weinig informatie om veel uit te concluderen... maar we weten veel meer.

We weten dat 1.470 van de 12.249 afgestudeerden in het beroepsonderwijs een jaar na afstuderen geen werk had: 12 procent. De werkloosheid in populaire richtingen die goed lijken op koeltechniek, zoals centrale verwarming en koeltechnische installaties, ligt op minder dan 10 procent. Verwerk die informatie tot een gewogen gemiddelde, en de kans dat iemand met een diploma koelinstallaties een jaar na afstuderen geen werk heeft, zakt van 33 naar een meer realistische 20 procent.

Ook die 20 procent blijft een schatting. De echte werkloosheid bij afgestudeerden uit de richting koelinstallaties ligt tussen 2 en 31 procent, nauwkeuriger valt het niet te berekenen. Meer nog, jammer genoeg is zelfs zo’n betrouwbaarheidsinterval maar negen op de tien keer correct. En toch, dat is vaker dan de lijstjes uit het VDAB-rapport.

Klik hier als de grafiek niet zichtbaar is, of bekijk de volledige grafiek met alle 504 opleidingen die de VDAB opvolgt.

Nieuwsgierig naar onze berekeningen? De analyse staat online.

Gesponsorde inhoud

Partner content