‘Ecologie en industrie gaan samen'

©Dries Luyten

Wouter De Geest, de topman van BASF Antwerpen, is een gepassioneerd pleitbezorger van de haven en zijn industrie, maar houdt ook van het groen in de polderstreek. ‘Beide gaan perfect samen.’ Zijn pleidooi tijdens dit tandemgesprek

Vijf weken fietsen we met een tandem de Vlaamse provincies af. We gaan elke dag op zoek naar een inspirerende Vlaming die een bijzondere band heeft met zijn of haar streek, en laten ons rondfietsen naar de mooiste plekjes van het land. Het resultaat: vijfentwintig boeiende gesprekken over leven, wonen en ondernemen in Vlaanderen.

Veiligheid eerst, en dus staat Wouter De Geest ons op te wachten met twee fietshelmen. De Antwerpse BASF-vestiging organiseert regelmatig sensibiliseringscampagnes rond verkeersveiligheid voor zijn werknemers, ook voor wie met de fiets naar het werk komt. De grote baas moet het goede voorbeeld geven.

‘Dit deel van het fietspad is niet lang geleden heraangelegd. Veel veiliger’, zegt De Geest nadat we onze rit gestart zijn op de Scheldelaan, middenin de gigantische site van BASF in de haven. Vrachtwagens rijden onafgebroken voorbij. 600 per dag, alleen al voor BASF. Ze transporteren chemische producten naar heel Europa, net als de treinwagons die wat verder worden geladen, en de schepen die aan het BASF-dok aanmeren.

De Geest gelooft dat er ‘een mooie toeristische fietstocht door dit havengebied inzit’. Links van ons bevindt zich een natuurgebied - grotendeels in Nederland weliswaar en bezaaid met windmolens - rechts verrijst het BASF-woud van installaties, pijpleidingen en destillatiekolommen. ‘Ecologie en industrie gaan hier perfect samen’, verzekert De Geest. ‘De biotoop met talloze vogelsoorten heeft zich de voorbije decennia hersteld. Natuurpunt heeft zelfs een kantoor op onze site. Natuur is belangrijk: scheikunde is tenslotte gebaseerd op inzichten in de natuur.’

Het blijft een bevreemdend zicht, de silhouetten van havenkranen tussen groene polders en stille dorpjes. Zoals Zandvliet. Ooit onderdeel van de Spaanse verdedigingsgordel rond Antwerpen, vandaag ingesnoerd door de haven en de natuur. Een jongeman slentert op een boerenpaard door het dorp. ‘Alsof de tijd stil is blijven staan’, zegt De Geest.

Opofferingen

De regio heeft vanaf de jaren 50 opofferingen moeten doen voor de uitbreiding van de haven. ‘Maar dat hij niet bij de pakken is blijven zitten, bewijst de Martinushoeve hier in het dorp. Een knappe kmo, waar wij regelmatig seminaries en feesten organiseren. Veel mensen uit de streek hebben ook mee het BASF-verhaal geschreven’, zegt De Geest terwijl we even onder een boom schuilen voor een regenvlaag.

De zon breekt opnieuw door wanneer we op de dijk van het Schelde-Rijnkanaal de BASF-site aan de overkant van het water overschouwen. ‘Een wonderbaarlijk verhaal. Alles wat je hier ziet, is gecreëerd door mensen’, zegt De Geest, wijzend naar het havengebied. Volgend jaar blaast BASF Antwerpen vijftig kaarsjes uit. ‘Wat mensen in zo’n korte tijd toch kunnen realiseren.’

Al waren het misschien andere tijden. De Geest vertelt het verhaal over de begindagen in de jaren 60. ‘Een Duitse afvaardiging van BASF was op bezoek in Antwerpen. ‘Ze willen veel investeren, zorg dat ze niet terugkeren naar Duitsland zonder antwoord op al hun vragen’, klonk het bij het stadsbestuur. Het verhaal gaat dat stadsambtenaren opgesloten werden in het stadhuis totdat alle vragen beantwoord waren. Het illustreert hoe België toen de absolute wil had om een gebied waar armoede dreigde, te ontwikkelen tot een industriële haven.’

Daarmee zijn we bij een heikel onderwerp aanbeland: welke toekomst heeft de industrie nog in ons land, en doen politici genoeg om loon- en energiekosten competitief te houden? ‘We moeten het belang van industrie blijven onderschrijven’, zegt De Geest op weg naar Berendrecht. ‘Industrie staat in voor 80 procent van onze export. Diensten leven van de industrie. We moeten werk maken van een kruisbestuiving tussen de haven, de logistieke sector, de industrie en onderzoeksinstellingen. Ik geloof in de kracht dingen met elkaar te verbinden.’

We zijn intussen het doodstille dorpscentrum van Berendrecht doorgereden en in Putte-Stabroek aanbeland. Via de prachtige ‘Oud Broek’-dreef bereiken we het kasteel Ravenhof voor een drankje in ’t Koetshuis. Een eendenfamilie wandelt over het terras. ‘Het kasteel was ooit nog eigendom van een afstammeling van de Antwerpse drukker Jan Moretus’, weet De Geest. De ceo van BASF komt oorspronkelijk uit Gent, maar woont sinds 1982 in deze streek. Zijn eerste woonst was een appartement in een woonwijk in Kapellen die BASF voor Duitse medewerkers had laten bouwen. ‘Ik ben van Kapellen en de streek gaan houden’, zegt hij.

Deltaregio

We zetten de rit voort, door een straat in Putte waar de huizen links van ons in Nederland liggen en rechts in België. Als grensbewoner onderhoudt De Geest contact met de noorderburen, onder meer via het ‘Chemvision Forum’. Daarin ontmoeten Belgische en Nederlandse chemiespelers elkaar voor discussies over het versterken van de Deltaregio, ‘een uniek gebied in de wereld waarvoor we moeten samenwerken’.

Het typeert het engagement van De Geest, die in talloze bestuursraden zit. ‘Als ondernemer kan je vandaag niet aan de zijlijn blijven staan. Zo moeten we vaker onze positieve ondernemingsverhalen laten horen. Ondernemerschap is immers een kwestie van welvaart en welzijn.’

Intussen rijden we door de beboste villawijk in Kapellen waar De Geest woont en waar hij gaat joggen in het Mastenbos. De Kalmthoutse Heide is vlakbij. De laatste rechte lijn voert ons langs de spoorweg naar het station van Heide, waar een spandoek eraan herinnert dat Willy Vandersteen, die in Kalmthout woonde, 100 jaar geleden geboren werd. Een deel van het station is nu omgevormd tot een brasserie met terras. Mevrouw De Geest wacht er ons op met een frisse limonade.

Morgen fietsen we met Unizo-topman Karel Van Eetvelt in Bornem.

De vorige tandemgesprekken vindt u op www.tijd.be/tandem.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud