interview

'Kan technologie de wereld redden? Hangt van de mens af'

©© Fred Merz | lundi13

Met technologie zouden we de grote wereldproblemen kunnen aanpakken, maar helaas laten mensen zich liever om de tuin leiden door praatjesmakers. Robert Cailliau, de Belg die mee aan de wieg stond van het internet, is sceptisch over de toekomst.

Robert Cailliau bijt de spits af van ons magazine Tijd 50, dat u dit weekend gratis bij de krant vindt. Hij wordt doorgaans in één adem met zijn Britse ex-collega Tim Berners-Lee genoemd als de uitvinder van het wereldwijde web.

Als informatici bij het Europese onderzoekscentrum CERN bij Genève, dat grensverleggend onderzoek doet naar elementaire deeltjes en het ontstaan van het heelal, ontwikkelden ze eind jaren 80 een digitaal documentatie- en communicatiesysteem dat gebruikmaakte van hyperlinks. Het werd een project op zich, waaruit enkele jaren later het wereldwijde web zou groeien.

Des te verbazender is het hoe weinig je op datzelfde web over Robert Cailliau kunt vinden. Zijn biografie op Wikipedia beslaat slechts enkele paragrafen, en naar recente interviews met de man is het ver zoeken. Het zal ongetwijfeld voor een stuk aan hem liggen. Na zijn carrière bij het CERN kwam hij nog zelden naar buiten. Hij leeft ietwat teruggetrokken aan de voet van de Jura, aan de Franse kant van de Frans-Zwitserse grens.

Bio

Robert Cailliau (70) werd geboren in Tongeren en trok voor zijn studies naar Antwerpen, Gent en Michigan (VS). Als burgerlijk ingenieur en computerwetenschapper ging hij in 1974 aan de slag bij het Zwitserse toplab CERN in Genève, waar hij tot zijn pensioen bleef. Voor zijn pionierswerk rond de creatie van het wereldwijde web kreeg hij verschillende eretitels en eredoctoraten.

Cailliau en zijn collega James Gillies vertelden de ontstaansgeschiedenis van het internet in hun boek ‘How the Web was Born: The Story of the World Wide Web’ (Oxford University Press, 2000).

Wanneer we na wat rondvragen een e-mailadres te pakken krijgen en hem vragen of hij een interview wil geven over de technologieën van de toekomst, krijgen we een verrassend antwoord. ‘Over het internet wil ik het niet meer hebben. En voor we over artificiële intelligentie en robotica praten, zouden we eerst de dringende problemen van godsdienst, traditionalisme, opkomend populisme, nationalisme en vooral overbevolking moeten aanpakken.’

Het schetst meteen hoe de gepensioneerde topwetenschapper kijkt naar de wereld om zich heen. Cailliau is belezen en geëngageerd, en gelooft heilig in het potentieel van wetenschap en techniek. Maar tegelijk toont hij zich erg somber over hoe de mensheid met haar kennis omgaat: we nemen de moeite niet meer om ons in feiten te verdiepen, en grote delen van de wereldbevolking vallen terug in religieus obscurantisme.

Alle tech-pioniers op een rijtje

Bekijk hier het volledige overzicht van de 50 Belgische tech-pioniers die De Tijd portretteert.

De technologie gaat exponentieel vooruit, maar toch grijpen veel mensen terug naar religieuze en identitaire dogma’s. Hoe verklaart u dat?

Robert Cailliau: ‘Waarschijnlijk is dat een gevolg van de eerste wet van de Britse sciencefictionauteur Arthur Clarke: any sufficiently advanced technology is indistinguishable from magic. Een voldoende geavanceerde technologie kan je niet van magie onderscheiden. Google verspreidde onlangs als aprilgrap een filmpje over een zelfrijdende fiets. Veel mensen geloofden echt dat die was uitgevonden. Zelfs onze dochters, van wie één toch een doctoraat in de wetenschappen heeft en ook wat kan knutselen.’

De zelfrijdende fiets van Google

‘In de jaren 70 en 80 knutselden mensen nog zelf aan hun auto, nu weet zelfs de garagist niet meer hoe die in elkaar zit. Jongeren weten wel op welke knop te drukken, maar ze snappen niet hoe de informatica die daarachter zit werkt. Technologische vooruitgang is dus niet meer zichtbaar, de dingen gebeuren gewoon. En dat biedt ook een voedingsbodem voor ‘alternatieve’ oplossingen voor psychologische problemen, zoals acupunctuur, homeopathie, sekten,... Van veel dingen kan je niet meer makkelijk uitleggen dat ze níét waar zijn.’

Waarom is dat een probleem?

Cailliau: ‘Omdat het deel uitmaakt van een grotere trend die ook politieke gevolgen heeft, zoals de opmars van politici als Erdogan, Trump of Le Pen. Dat zijn mensen die je willen doen geloven dat er voor alles een simpele oplossing is. Mensen weigeren in te zien dat de wereld ingewikkeld is, ze willen meteen actie. Dat is heel gevaarlijk. Men gelooft allerlei opinies in plaats van zelf feiten te verifiëren.’

Is de opkomst van populisme niet een gevolg van de ongelijkheid, die door technologie nog toeneemt?

Mensen weigeren in te zien dat de wereld ingewikkeld is, ze willen meteen actie. Dat is heel gevaarlijk.

Cailliau: ‘Dat hangt allemaal aan elkaar. En ongelijkheid is inderdaad een grote oorzaak. De Nederlandse econoom Jan Tinbergen stelde al dat in een goed functionerende maatschappij de hoogste lonen maximaal vijf keer hoger mogen zijn dan de laagste. Bij het CERN is het minder dan tien, maar in de rest van de wereld zitten we al over honderd keer.’

‘Statistiek en waarschijnlijkheid worden niet goed onderwezen en begrepen. Mensen willen zekerheid en volledige controle. Ze zijn bang van de tandarts, van vliegen en van kernenergie, ook al sterven er veel meer mensen door de uitstoot van CO2, roet, mijnongevallen, enzovoort.’

Mensen hebben ook emotionele reflexen. Ik wil geen wormen eten, ook al weet ik dat dat het klimaatprobleem kan helpen oplossen.

Cailliau: ‘Biologische reacties van tienduizenden jaren oud kan je niet zomaar omkeren. Dat is het probleem van de naakte aap (Cailliau verwijst naar een boek van Desmond Morris, over hoe oude driften de moderne mens parten spelen, red.). Artificiële intelligentie zou zich daar wel kunnen over zetten.’

Een open vraag dan maar: bent u pessimistisch of optimistisch over de toekomst van onze soort?

Cailliau: ‘Pessimistisch. Er moeten waarschijnlijk eerst enkele miljarden mensen sterven in grote catastrofes. En als we de middelen hebben om die rampen te veroorzaken, dan zal dat ooit gebeuren. Weet u, het is een geluk geweest voor de mensheid dat de Tweede Wereldoorlog met de atoombom geëindigd is. Waarom? Anders hadden we de vreselijke gevolgen ervan niet gezien en hadden we later wellicht een atoomoorlog gekregen. Ik weet nog perfect waar ik was - op de Antwerpse Groenplaats - toen de Russen tijdens de Cubacrisis van 1962 beslisten om hun atoomraketten weer weg te halen uit Cuba. Heel de bevolking leefde toen in grote angst, precies omdat we wisten wat het gevolg van een atoomoorlog zou zijn. Ik heb echt geen idee hoe de generatie van pakweg 17 tot 27 jaar daar vandaag over denkt. Het zijn nochtans zij die de wapens zullen moeten dragen als er weer een conflict uitbreekt.’

Kan technologie de wereld dan niet redden?

Cailliau: ‘Technologie kan de wereld redden, maar zal het waarschijnlijk niet doen. Hoeveel mensen kent u die echt in zonne-energie investeren? Of die weten dat een elektrische auto vervuilender is dan een gewone, tenzij je hem via zonnepanelen oplaadt?’

‘Ingenieurs en wetenschappers zoeken dag en nacht naar oplossingen voor bekende problemen. Maar dat wil niet zeggen dat die ook kunnen of zullen worden gevonden. De basistechnologie van automotoren dateert nog altijd van de jaren 1700. Als we een echt goede batterijtechnologie vinden, zijn we misschien energetisch gered. Maar vandaag bedraagt de energiedichtheid van de beste batterijen (energie per eenheid massa) nog geen tiende van die van benzine.’

Veel mensen plooien zich ook terug op hun lokale gemeenschap, terwijl de echte problemen een globale aanpak vereisen.

Cailliau: ‘Voor het eerst in de geschiedenis zijn de grote gevaren ook niet meteen zichtbaar. De stijging van de zeespiegel kan je aan de kust (nog) niet zien. Een warmere zomer wordt als iets positiefs ervaren. Overbevolking is iets van ver weg, en voor het mobiliteitsprobleem wijst men naar de regering, in plaats van naar het feit dat iedereen nu twee auto’s heeft.’

‘De media bevorderen dat nog. Een globale aanpak van de problemen lukt alleen met veel rekenwerk, maar dat mag niet in het tv-journaal komen. Zelfs eenvoudige berekeningen kunnen er bij de gewone man niet meer in, en politici misbruiken dat. Kijk naar de tegenwerking van dieselmotoren door de politiek. Een dieselmotor produceert minder CO2, gaat langer mee, en er is minder transport en kraking nodig tijdens de raffinage van de brandstof - nóg minder CO2. En tegen de uitstoot van fijnstof kunnen waarschijnlijk nanopartikelfilters uitgevonden worden. Kortom, het is niet zo zeker dat benzine milieuvriendelijker is dan diesel. Wat mij zorgen baart, is dat niemand het erg vindt dat die berekeningen niet eens gemaakt worden.’

Het zijn wel de dieselfabrikanten die hebben geknoeid met hun emissietests. Niet verwonderlijk dat mensen niet meer geloven in al die theoretische berekeningen.

Cailliau: ‘Ook daar zijn twee kanten aan. Die tests waren niet realistisch. Ik weet zelf heel goed hoeveel mijn wagen verbruikt, je kan dat perfect uitrekenen. Maar de mensen zullen het inderdaad misschien niet geloven. Ik ben sceptisch over de wil van de mens om conclusies te trekken uit wat de wetenschap zegt. Je merkt bovendien dat efficiëntieverhogingen er meestal niet toe leiden dat we hetzelfde consumeren met minder middelen, maar dat we meer gaan consumeren met dezelfde middelen.’

Overbevolking

Het brengt Cailliau op een van zijn stokpaardjes: de overbevolking, volgens hem ‘het grootste probleem waarover ook niet gepraat mag worden’. ‘Niet alleen zijn er nu ruim drie keer zoveel mensen op de planeet dan toen ik geboren werd, ze hebben elk ook een impact die vele keren groter is, vooral op energieverbruik.’

Wie zegt dat we daar niet over mogen praten? Godsdienst? Politiek?

Zelfrijdende wagens moeten niet perfect zijn, ze moeten het alleen niet slechter doen dan de mens. Maar dat betekent dus weer eens: statistiek en rekenen.

Cailliau: ‘Ik heb een tijdje voor het Wereld Economisch Forum gewerkt. Ze vroegen me daar voor een werkgroep over netwerken, en ik wilde alleen maar meedoen als ook het bevolkingsprobleem aangeraakt werd. Dan hebben ze me in de werkgroep ‘Population’ gestopt. Met enkele wereldbefaamde demografen hebben we gewerkt aan een manifest om dat punt op de agenda van de wereldproblemen te krijgen. Het is dan vernoemd in Davos, maar uiteindelijk is het weer van het programma afgevallen: politiek incorrect, taboe in vele landen, voor godsdiensten onaanvaardbaar...’

Godsdienst is een ander thema dat Cailliau niet onberoerd laat. ‘Een in de mensheid ingebouwde weigering van de werkelijkheid’, noemt hij het. ‘Verzonnen verhaaltjes, verteld door oudere mannen met baarden, eerst bij de holbewoners, later in speciaal gebouwde tempels. Na enkele millennia wordt dat dan georganiseerde godsdienst, gekoppeld aan traditionalisme. We mogen godsdienst tegenwoordig niet meer beledigen, maar godsdienst beledigt wel dagelijks alle redelijkheid en gezond verstand.’

‘Gelukkig zie ik wel twee positieve trends: de vrouwen aanvaarden de mannelijke overheid niet meer, en de gewone mens heeft te veel dagelijkse beslommeringen om zich door fanatici te laten beïnvloeden.’

Hoe kijkt u naar de problematiek rond de islam en het migratievraagstuk?

Cailliau: ‘Ik maak een grondig onderscheid tussen ras, religie en migratie. We hebben allemaal voorouders die ooit migreerden, en Europa heeft vele godsdienstoorlogen gekend. Het versmelten van ras en religie is een primair denken waar extreem-rechtse groepen zich graag aan bezondigen. Maar dat betekent niet dat het geloof in de minderwaardigheid van de vrouw - een punt in zowel de islam als het judaïsme - in het openbaar geuit mag worden. Ik voel me beledigd als iemand op een conferentie een smoesje verzint om me geen hand te hoeven geven, omdat hij anders ook de hand van mijn vrouw die naast me staat moet drukken, en zijn geloof hem dat verbiedt.’

‘Op onze vliegtuigen is het normaal dat een passagier een halal of koosjere maaltijd kan bestellen, maar hebt u al geprobeerd om op een vlucht in het Midden-Oosten een niet-halal maaltijd te krijgen? Is dat dan geen discriminatie? In hun fundamentele vorm zijn die twee godsdiensten onverdraagzaam en achterlijk. Ze moeten daar alle twee openlijk afstand van doen. Migranten die die irrationele onverdraagzaamheid achter zich laten, zijn voor mij echter welkom.’

Intelligentie

©© Fred Merz | lundi13

Met zoveel menselijke dwalingen zou je denken dat Cailliau hoopvol uitkijkt naar hyperintelligente computers die door rationeel te redeneren al onze problemen kunnen oplossen. Maar in tegenstelling tot veel technologiegoeroes wordt hij niet meteen laaiend enthousiast over een begrip als artificiële intelligentie (AI). ‘Ik hoor niet zo graag woorden als intelligentie, bewustzijn, begrijpen, mening,... Intelligentie heeft geen betekenis zonder context. Kijk naar zelfrijdende wagens: die moeten niet perfect zijn, ze moeten het alleen niet slechter doen dan de mens. Maar dat betekent dus weer eens: statistiek en rekenen.’

Toch filosofeert Cailliau graag over een toekomst waarin machines écht intelligenter zullen zijn dan mensen. ‘Is er wel plaats voor meer dan één AI? Als ze echt goed denken, gaan ze dan niet allemaal samensmelten tot één grote AI?’, vraagt hij zich af. Of nog: ‘Mensen en dieren zijn gedreven door seks (voortplanting), maar waar zou een AI zijn levensdoel halen? Of zullen ze, na het verdwijnen van de mensheid, besluiten dat het heelal geen inherente zin heeft en dan de stekker eruit trekken? Dat verklaart misschien de Fermi-paradox.’

Wat Cailliau daarmee bedoelt, is dat veel buitenaardse beschavingen misschien al op die manier aan hun einde zijn gekomen. Dat zou verklaren waarom we geen signalen van dergelijke beschavingen opvangen, hoewel er een grote statistische kans is dat die wel bestaan.

‘Zal AI ons redden of vernietigen? Ik ken het antwoord ook niet. Ik denk in elk geval niet dat we AI absoluut nodig hebben. We kunnen ook goed leven zonder een groot deel van de hedendaagse technologie. Met uitzondering van de geneeskunde. Zonder bepaalde medicijnen zou ik vandaag wellicht niet meer in leven zijn.’

Wat denkt u over projecten als Kernel en Neuralink, die een soort computerweefsel ontwikkelen om ons brein aan te sluiten op de cloud?

Cailliau: ‘Gevaarlijk. Ik ben op geen enkele clouddienst aangesloten. Maar anderzijds is het niet tegen te houden. Als het kan gedaan worden, dan zal iemand het ook doen.’

Beseft u hoe straf dat is? De mede-uitvinder van het wereldwijde web die zegt dat hij de cloud niet vertrouwt?

Cailliau: ‘Veel technologie is wel nuttig, maar niet noodzakelijk. Het internet biedt een enorme toegang tot informatie, maar het is ook een plaats die geteisterd wordt door spam, virussen en inbraken. Daarom heb ik mijn eigen cloud gemaakt, op een computertje in de kelder. Ik host daar mijn eigen mailserver, agendadienst enzovoort. Maar je moet dat dan wel allemaal zelf kopen en instellen, en een operator vinden die dat allemaal toelaat op zijn netwerk.’

‘Een Facebook-account heb ik ook niet, waardoor ik aan sommige evenementen niet meer kan deelnemen. Facebook is zo dominant geworden dat je er bijna niet meer kunt aan ontsnappen. En iedereen vindt dat maar normaal, ook al gaat het om een commercieel bedrijf waar je als gebruiker geen echte controle over hebt.’

Via Facebook komen we op het onderwerp van nepnieuws, en de rol van de media. Die zouden volgens Cailliau meer kunnen doen om mensen bewust te maken van de grote wereldproblemen. ‘Media hangen te veel af van commerciële belangen. En het is ook moeilijk om interesse op te wekken voor dingen die enige inspanning vergen.’

Wetenschappers zouden ook zelf beter en meer kunnen communiceren.

Cailliau: ‘Ze zijn daar niet goed in, en op enkele uitzonderingen na zelfs gewoon slecht. Men ziet het belang wel in, maar het heeft ook te maken met een bepaalde mentaliteit. Men vindt dat wetenschappers die vaak in de media komen niet meer echt aan wetenschap kunnen doen, omdat ze tijd verliezen of niet serieus meer genomen kunnen worden. Een spijtige zaak.’

Ontdek  de andere Belgische tech-pioniers op www.tijd.be/tijd50

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect