interview

Pieter Abbeel, de man die robots laat denken

©Dominic Verhulst

Sinds de komst van de computer droomt de techwereld van geavanceerde kunstmatige intelligentie. ‘Tot voor kort was dat gewoon interessant’, zegt Pieter Abbeel, een Belgische topresearcher in Californië. ‘Maar nu gaat het echt vooruit.'

Twee letters domineren sinds enkele jaren de technologiewereld: AI. Computers worden in een ongezien tempo capabeler en de doorbraken volgen elkaar op. Na decennia van vallen, opstaan en dromen lijkt de revolutie in artificiële intelligentie echt aan de gang. De heilige graal - een machine die de intellectuele capaciteiten van mensen benadert - doemt op aan de horizon en wordt misschien nog wel deze generatie werkelijkheid.

©Dominic Verhulst

Op de zevende verdieping van een gebouw op de campus van de universiteit van Berkeley, aan de overkant van de baai van San Francisco, ligt een van de hyperinnovatieve frontlinies van die omwenteling. De Belgische onderzoeker Pieter Abbeel leidt er een labo dat robots helpt om intelligent te denken.

Zijn proefkonijn luistert naar de naam Brett, kort voor de ‘Berkeley Robot for the Elimination of Tedious Tasks’. Abbeel en zijn doctoraatsstudenten slaagden er de voorbije jaren onder andere in om de robot te trainen in het opplooien van was en in het plaatsen van legoblokken op elkaar.

Voor ons lijken dat misschien babystapjes, maar het zijn grote sprongen voorwaarts in AI-land. De robot werd namelijk niet geprogrammeerd om telkens dezelfde repetitieve taak uit te voeren, zoals de machines in autofabrieken. Hij kan zich aanpassen aan nieuwe situaties.

Abbeel paste een methode toe die bekendstaat als ‘reinforcement learning’: de robot probeert via trial-and-error een taak tot een goed einde te brengen. Net zoals een peuter leert lopen, leert de robot een nieuwe vaardigheid onder de knie te krijgen. ‘Dat is het soort AI waar we naar op zoek zijn: technologie die kan nadenken over situaties die een computer nog nooit gezien heeft en toch goede beslissingen maakt.’

In het labo van Pieter Abbeel leren robots voor ons eenvoudige maar voor machines complexe taken als de was opplooien.

‘Een van de voornaamste experts in de wereld’, zo omschreef het magazine Rolling Stone de naar Californië uitgeweken academicus uit Brasschaat. Dat een rockblad zich bezighoudt met een reeks reportages over AI, zegt alles. ‘Tegenwoordig is AI overal. Techinvesteerders vertellen me dat ze nooit meer een pitch van een start-up te zien krijgen zonder dat de term AI valt. Google heeft twee AI-afdelingen, Facebook drie. Drie jaar geleden hadden we 300 studenten die kandidaat waren voor een doctoraat in AI hier, dit jaar meer dan 2.000. Het hele veld groeit, dat merk je aan hoeveel slimme mensen er zich op storten.’

Verbeterwerk

Net omdat zijn domein in een stroomversnelling zit, nam de 38-jarige Abbeel er vorig jaar een tweede job bij. Hij werkt ook voor Open AI, een organisatie met als missie artificiële intelligentie te ontwikkelen die de mensheid ten goede komt. Elon Musk, de meest gevierde aller tech-CEO’s, zette er 1 miljard dollar voor opzij, hoewel hij bekendstaat om zijn scepsis tegenover AI. Aanvankelijk was Abbeel adviseur, maar vorige zomer werd hij werknemer.

Alle tech-pioniers op een rijtje

Bekijk hier het volledige overzicht van de 50 Belgische tech-pioniers die De Tijd portretteert.

Abbeel is ook samen met enkele ex-studenten de stichter van een start-up die AI ontwikkelde om leerkrachten te verlossen van eindeloos verbeterwerk. De software van het bedrijfje, Gradescope, wordt in enkele honderden scholen gebruikt en verbeterde al meer dan 20 miljoen pagina’s aan taken. ‘Zo hebben leerkrachten meer tijd voor hun echte taak: zich bezighouden met studenten.’

Data en computerkracht’, luidt het antwoord op de vraag waarom we nu op een punt zitten waarop AI écht van de grond komt. ‘Steeds krachtigere computers kunnen veel sneller onderzoek verwerken dan vroeger. Enkele jaren geleden moest je weken of zelfs maanden wachten op resultaten. Dan gaat het niet vooruit. En de data die we met z’n allen massaal uploaden op het internet, zoals de foto’s op Facebook of Google of de spraakcommando’s aan Apple en Amazon, maken het mogelijk algoritmes te voeden. AI is heel datahongerig.’

De hypecyclus rond AI heeft sinds de jaren 60 al vaker pieken en dalen verkend, met meerdere ‘AI-winters’, waarin het hele onderzoeksdomein op apegapen lag. Waarom is het deze keer wel prijs?

Mijn werk aan artificiële intelligentie is niet zomaar een theoretische oefening. Elke vooruitgang kan veel levens beïnvloeden in de zeer nabije toekomst.

Pieter Abbeel: ‘Het grote verschil is dat AI voor het eerst veel geld oplevert. Het genereert omzet. Bedrijven gebruiken AI voor gerichte advertenties, voor het opsporen van kredietkaartfraude,... En hoe meer computerkracht, hoe meer kansen om nieuwe experimenten aan te gaan en nieuwe vragen te stellen. Chipbedrijven als Nvidia en Intel zijn sinds kort gefocust op de ontwikkeling van chips specifiek voor AI. Hoe meer kracht, hoe groter de experimenten. Zo geraak je vooruit. Plus, voor het eerst voelt het aan alsof de resultaten echt werken. Voordien was het gewoon interessant. Nu kunnen we beelden interpreteren of spraak herkennen.’

Als we de ontwikkeling van AI vergelijken met een mensenleven, waar staan we dan in de evolutie? Kinderjaren?

Abbeel: ‘Dat is moeilijk te zeggen. Er moet nog heel veel vooruitgang geboekt worden, mensen zijn nog veel sneller in het leren van dingen en hebben veel meer capaciteit in hun hersenen. Maar we hebben ook al talrijke verrassingen gezien. Vijf jaar geleden had niemand verwacht dat we beelden en spraak en vertalingen gingen aankunnen. We staan in 2017 veel verder dan we in 2012 verwacht hadden. Als we de komende vijf jaar even hard gaan en evenveel vooruitgang blijven boeken, kunnen we misschien wel heel dicht bij het moment komen waarop computers even intelligent worden als mensen.’

Welke recente doorbraken hadden op u het grootste woweffect?

Abbeel:Generative adversarial networks. Dat is een specifieke techniek om neurale netwerken, de onderliggende architectuur voor AI, te trainen. Je geeft het netwerk enkele duizenden beelden van gezichten en vraagt om een totaal nieuw gezicht te creëren dat er heel realistisch uitziet. Het netwerk begrijpt wat een gezicht is en genereert waardes voor elke pixel. Of onze resultaten rond reinforcement learning. Vroeger was het dagen of weken programmeerwerk, maar we zijn erin geslaagd een robot in 20 minuten ongeveer een nieuwe vaardigheid aan te leren, zoals met een hamer op een nagel slaan. We hebben een computersimulatie van een robot ook geleerd te lopen. We geven de robot niet het commando ‘Je moet lopen’, maar we zeggen: ‘Ga richting noorden’. Via trial-and-error leert hij te lopen. Hetzelfde met navigatie door een doolhof. Nadat de gesimuleerde robot een eerste keer zijn weg naar buiten heeft gezocht, vindt hij volgende keer meteen de uitgang. Ze hebben iets geïnternaliseerd.’

Ze herinneren het zich?

Abbeel: ‘Daar lijkt het op. We trainen ze zodat ze zich dingen kunnen herinneren. We trainen niet om goed te zijn in één bepaald doolhof, maar om hun weg te vinden in om het even welk doolhof waar hij in belandt. De computer leert dus wat een doolhof is en wat nodig is om de uitweg te vinden. Amazing. Bijna scary.’

‘We hebben robots ook geleerd om met elkaar te communiceren in een eigen uitgevonden taal. Het is één ding voor computers om mensentaal te begrijpen en een conversatie te kunnen voeren, maar daarmee weet de computer nog niet hoe taal zich verhoudt tot de echte wereld. Wat die robottaal is, weten we niet, maar ze passen zich aan aan elkaar. Dat doet vermoeden dat, als er ook een mens in het spel zou zijn in de toekomst, ze zich aanpassen aan Engels omdat dat de efficiëntste manier is.’

Naar welke concrete toepassing van AI in ons dagelijks leven kijkt u het meest uit?

Bio

Pieter Abbeel studeerde burgerlijk ingenieur aan de KU Leuven en doctoreerde aan Stanford University onder het mentorschap van AI-expert Andrew Ng (ex-Google, ex-Baidu), waar hij erin slaagde een autonome helikopter complexe stunts te laten uitvoeren. Hij is sinds 2008 professor aan UC Berkeley, waar hij ‘deep learning’ toepast op robots. Hij is sinds 2016 ook onderzoeker bij OpenAI, een researchcollectief opgericht en gefinancierd door Elon Musk. Abbeel richtte mee de start-up Gradescope op, die slimme software maakt om verbeterwerk voor leerkrachten te automatiseren.

Pieter Abbeel was een van de meest getipte namen voor de Tijd 50, onder meer aanbevolen door techkenner Peter Hinssen en door Google. Zijn werk komt regelmatig aan bod in gespecialiseerde en algemene media, zoals CNBC, Daily Mail en Rolling Stone.

Abbeel: ‘Op korte termijn: het einde van auto-ongelukken en de dodelijke gevolgen ervan. AI gaat ervoor zorgen dat kleine momenten van afleiding, de typische oorzaak van een ongeval, niet meer zullen leiden tot ongelukken met grote gevolgen voor andere mensen in het verkeer. Als auto’s zelf rijden, worden ze veel efficiënter en zijn er amper nog redenen om een auto te bezitten. In principe zou een auto altijd in gebruik kunnen zijn: je vraagt hem als je hem nodig hebt, en anders werkt hij voor anderen. Op transport gaat AI een enorme impact hebben.’

‘Maar ook: automatisering in de productie. Dingen die voorlopig heel moeilijk te automatiseren zijn, worden dat wel. De hoop is natuurlijk dat dat ons allemaal vooruithelpt en onze levenskwaliteit verhoogt. Robots en AI kunnen dingen goedkoper maken zodat we toegang krijgen tot meer zaken die we willen en die we nodig hebben. In de landbouw bijvoorbeeld: precisiemonitoring, een overzicht over enorme velden, efficiënter watergebruik. Veel arbeid in de landbouw is zwaar en inefficiënt, AI kan dat oplossen.’

Wat trok u aan in de ambitie van OpenAI, het researchcollectief van Elon Musk en YCombinator-stichter Sam Altman?

Abbeel: ‘De missie is AI te bouwen die goed is voor de wereld waarbij de voordelen zo goed mogelijk verspreid zijn. Wat is het alternatief? Dat een kleine groep mensen de dominante technologie bouwt en die in hun voordeel laat werken. Zo wordt macht te veel geconcentreerd, en dat is nooit goed. De eerste stap voor ons is erop toe te zien dat we leiders zijn in de ontwikkeling van AI, want hoe gaan we er anders voor zorgen dat mensen naar ons luisteren? Voorlopig lukt dat aardig, zou ik zeggen. We hebben enkele van de meest prominente researchpapers van het voorbije jaar gepubliceerd.’

Hoe is dat combineerbaar met een positie als professor aan een topuniversiteit als Berkeley?

©Winni Wintermeyer

Abbeel: ‘Voor mij kwam de kans op het ideale moment. Ik wil geen afleiding, ik wil gewoon aan AI werken. Vandaar ook de combinatie met mijn post hier in Berkeley. Mijn enige verantwoordelijkheid dit en volgend jaar is research, net als bij OpenAI. Ik geef geen les en doe geen administratie. Ideaal, want het domein gaat zo snel vooruit en er zijn zo veel kansen om dingen te versnellen.’

Helpt een figuur als Musk om gehoord te worden?

Abbeel: ‘Uiteraard. Hij is wellicht de stem in technologie en in de zakenwereld waarnaar mensen het meest luisteren. Dat is niet zomaar. Hij denkt diep na over de dingen en hij weet waarom hij iets wil bereiken. Hij heeft een langetermijnvisie. Het is niet gewoon: ‘O, we houden van Elon!’ Nee, hij legt zijn visie telkens uit en het houdt allemaal steek. En hij heeft veel ervaring in het succesvol runnen van organisaties om grote missies na te streven.’

Is hij zelf nauw betrokken? Hij runt veel bedrijven tegelijkertijd.

Abbeel: ‘Hij komt een of twee keer per maand naar OpenAI, maar steekt er veel geld in, dus uiteraard trekt hij het zich aan. Hij wil up-to-date blijven, erop toezien dat het de goede richting uitgaat. Hij kijkt hoe dingen op lange termijn gaan uitdraaien. Neem Tesla, zijn bedrijf dat elektrische wagens bouwt. Via de klimaatverandering doet de mens de planeet pijn, en Elon Musk wilde daar iets aan doen. Tegelijk vinden mensen het ook fijn om mooie dingen te hebben. En dus heeft hij iets bedacht om duurzame dingen te kunnen hebben die ook hernieuwbaar zijn. Dat is fenomenaal. Tesla is niet gewoon een autobedrijf, het is een manier om goed te zijn voor de planeet. Transport is een van de grootste vervuilers.’

Is het niet onvermijdelijk dat technologie uiteindelijk ook in de handen van mensen met slechte bedoelingen komt?

Abbeel: ‘Het is altijd zo met technologie. Maar AI gaat sneller dan andere technologieën in het verleden, en het gaat ook een centraal deel uitmaken van wie we zijn. Onze intelligentie is de reden van onze positie in de wereld. We zijn niet de sterkste soort, wel de slimste. De opkomst van AI heeft daar rechtstreeks betrekking op. Nu bouwen we dingen die ons nog slimmer maken, dus dat is cruciaal. Het is niet zomaar een grote machine die niet misbruikt mag worden. Daarom moeten we er op tijd over nadenken.’

Musk staat bekend om zijn terughoudendheid tegenover AI en waarschuwt regelmatig dat de mensheid met vuur speelt. Andere invloedrijke stemmen zijn dan weer grenzeloos optimistisch. Wat is uw standpunt?

Abbeel: ‘Er is veel onzekerheid over de timing wanneer AI menselijke capaciteiten zal krijgen. Maar we zijn beter goed voorbereid op alle scenario’s in plaats van ervan uit te gaan dat het allemaal nog heel lang duurt. Het is goed nu al na te denken over hoe we ermee willen omgaan. Is het pas over honderd jaar, dan zijn we tenminste voorbereid.’

Je nu al zorgen maken over te ver geavanceerde AI is hetzelfde als nadenken over de overbevolking van Mars: het is nog lang niet aan de orde. Dat zegt Andrew Ng, een van uw collega’s van Stanford.

Abbeel: ‘Zijn standpunt is: er zijn belangrijkere dingen intussen. Maar op basis van wat ik zie, heb ik er minder vertrouwen in dat het moment waarop AI volwassen wordt zo ver weg is.’

Vaak hangen de media en de populaire cultuur een doembeeld op van AI, van machines die de wereld gaan besturen. Wat vindt u daarvan?

Artificiële intelligentie zal op korte termijn leiden tot het einde van auto-ongelukken en de dodelijke gevolgen ervan.

Abbeel: ‘Er is inderdaad wel vaak een foto van de Terminator (een robot uit een sciencefictionfilm waarin machines de mensheid willen uitroeien, red.). En niet elke doorbraak wordt correct ingeschat. Het probleem is dat we vooruitgang niet kunnen meten. Dat zou het veel gemakkelijker maken. Stel dat we bij elk nieuws over AI kunnen zeggen: we zitten aan 1 op een schaal van 100, waarbij 100 AI van menselijk niveaus is. Maar we weten niet hoe we dit moeten kwantificeren. In sommige gevallen kan het wel. Voor de computerherkenning van foto’s kan je de foutengraad meten. Als computers nog maar 3 procent fouten maken, is dat duidelijk beter dan 10 procent.’

‘Wat de apocalyptische toon betreft: het is niet slecht om een beetje sceptisch en bezorgd te zijn. Maar dat mag ons niet tegenhouden om goedaardige ontwikkelingen na te streven. Als mensen te bezorgd worden, gaat het ons misschien beperken. En we kunnen zoveel goede dingen doen. Het zou triest zijn mocht het doembeeld van de Terminator ertoe leiden dat we nog lang met auto-ongelukken moeten leven omdat we bang zijn dat intelligente zelfrijdende auto’s de wereld gaan overnemen.’

Voor veel mensen in de techwereld is sciencefiction een grote bron van inspiratie. Vanwaar komt bij u de vonk?

©rv

Abbeel: ‘Mijn motivatie en passie zijn intrinsiek, ik wil van alles dat ik zie begrijpen hoe het werkt. Hoe bouw je een brug? Hoe werkt een insect? Een computer? Een auto? Pure nieuwsgierigheid dus. Dat is allemaal superintrigerend voor mij. De culminatie daarvan is: hoe werkt intelligentie? Het helpt ook om te weten dat je domein een enorme praktische impact gaat hebben. Dat het niet zomaar een theoretische oefening is. Elke vooruitgang kan veel levens beïnvloeden in de zeer nabije toekomst.’

Veel experts in uw vak hebben de academische wereld geruild voor een toppositie bij Facebook, Google, Baidu of andere techgiganten. Bedrijven zijn bereid evenveel te betalen aan AI-experts als footballteams aan quarterbacks, wordt gezegd. Komt u niet in de verleiding om aan de slag te gaan bij een bedrijf met bijna onbeperkte financiële middelen?

Abbeel: ‘OpenAI is daar een alternatief voor. Het is een pure researchorganisatie met eindeloos veel middelen, bij wijze van spreken. De experimenten vergen heel veel computerkracht, en dat is dan ook de grootste kostenpost voor dit werk. Maar door de cloudinfrastructuur van Amazon, Google en Microsoft kunnen we zonder beperkingen werken bij OpenAI. Net zoals collega’s bij Google en Facebook dat ook kunnen, denk ik.’

‘Alleen is de missie van OpenAI dingen te bouwen die goed zijn voor de wereld. De missie van Google en Facebook is dingen te bouwen die goed zijn voor de aandeelhouders. Daar is niks mee, dat is hoe bedrijven werken. Maar wij zijn een non-profitorganisatie met een andere missie, waarin gelukkig voldoende mensen met diepe zakken in geloven.’

Kijk voor de andere Belgische tech-pioniers op www.tijd.be/tijd50

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect