interview

Hind Fraihi: ‘Dit is slechts voorgerecht van terreur die ons te wachten staat'

©Kristof Vadino

Toen ze tien jaar geleden undercover ging in Molenbeek en het oprukkende, gewelddadige moslimradicalisme blootlegde, werd Hind Fraihi beschimpt, weggelachen en uitgespuwd. Vandaag kan niemand haar grote gelijk ontkennen. ‘Ik zet er mijn geld op in dat we weer niets geleerd hebben. En dat maakt me bitter, ja.’

Brussel haalt een beetje adem nu het extreemrechtse ‘Génération Identitaire’ zijn geplande betoging vandaag heeft afgeblazen. De agressieve tegenreactie op de aanslagen, zoals de rellen op het Beursplein in Brussel vorige zondig, zijn voor Hind Fraihi geen verrassing. ‘We dachten het op te kunnen lossen door om de tafel te gaan zitten en muntthee en couscous te delen. Als dat onze visie op multiculturalisme is, hebben we de strijd verloren. Het speelveld wordt steeds meer ingenomen door de uitersten, zowel moslimradicalen als extreemrechts. Daardoor is de onderstroom rot aan beide kanten. Je krijgt racisme tegen racisme, geweld tegen geweld. Omdat de verlichte, intellectuele, seculiere stemmen zelf het licht hebben uitgedaan.’

Er zijn zoveel fouten in ons systeem. En wat krijgen we? Een zoveelste draaimolen van opiniestukken, waar een lange wachtrij mensen op en af springt.

Fraihi - zelf moslima van Marokkaanse afkomst - weet waar ze het over heeft. Ze was tien jaar geleden zelf de inzet van een hevige polarisatie door haar boek ‘Undercover in Klein Marokko’, de neerslag van maanden onderduiken in radicale moslimkringen in Molenbeek. Prompt was ze een collaborateur van rechts. Een sensatiegeile overdrijver. Een nestbevuiler. Ze was kop van Jut voor de politiecommissaris, voor de lokale politici met de Molenbeekse burgemeester Philippe Moureaux (PS) op kop en voor media en opinieschrijvers uit linkse hoek. Ook vanuit de Marokkaanse gemeenschap waren de reacties vernietigend.

©Kristof Vadino

Nu hangt ze al een week aan de lijn met journalisten uit de hele wereld. Tot in Australië en China. Om nog maar eens uit te leggen waarom ze toen al gelijk had. ‘Toch heb ik op een bepaald moment mijn telefoon uitgezet. En heb ik de meeste aanvragen van de Belgische pers geweigerd. Waarom? Omdat ik echt stil word van wat er vorige dinsdag gebeurd is. Natuurlijk wisten we allemaal dat die dag zou komen. Maar dat het na de arrestatie van Salah Abdeslam zo snel zou gaan, daar is mijn mond echt van open gevallen.’

Nochtans had u iedereen tien jaar geleden in uw reportages en boek gewaarschuwd: een deel van de moslimgemeenschap in Molenbeek radicaliseert en zal zich tegen ons keren.
Hind Fraihi: ‘Ik heb aan de alarmbel getrokken, tegen de schenen gestampt, maar bijna niemand wilde luisteren. Dat deed pijn, ja. Rechts recupereerde mijn boodschap voor zijn eigen gelijk. En links kon er niet mee om dat ik hun zeemzoete bubbel van het multiculturalisme kapotschoot.’

We zitten met een gigantisch maatschappelijk probleem. En dan schuiven we alles af op één verbindingsofficier? Dat kunnen we toch niet pikken, verdomme.

Ook uit uw eigen gemeenschap kreeg u bakken kritiek.
Fraihi: ‘Tussen vier muren gaven de meesten me wel gelijk. Maar, zeiden ze erbij, we hebben het al zo zwaar en we worden al zo vaak gestigmatiseerd. Het is toch niet omdat er verkeerde dingen gebeuren dat je het niet over andere wantoestanden mag hebben? Dat is het probleem van de Marokkaanse gemeenschap en breder, de Belgische moslims: we worden gesandwicht. Langs de ene kant is er inderdaad racisme. Maar net daarom blijven we gevangen zitten in tradities en taboes.’

Sinds dinsdag kan niemand meer zeggen dat u ongelijk had.
Fraihi: ‘Er is tien jaar lang vooral op de vrouw geschoten. Dinsdag dacht ik: dit is de dag die we hebben weggelachen. Maar tegelijk had ik het gevoel: die dag is er nu, maar wat met de andere dagen die nog komen? Dit is nog maar het begin. Gaan we doen zoals we altijd gedaan hebben: zwartepieten, de hete aardappel doorschuiven, zoals naar de verbindingsofficier in Turkije? Ik zet er mijn geld op in dat we hier weer niets uit zullen leren. En dat maakt me bitter, ja.’

©Kristof Vadino

Zijn we dan niet wakker geschoten?
Fraihi: ‘Kijk naar wat de jongste dagen gebeurd is. Het gekakel op de sociale media. Politici die elkaar zwartmaken. Het land is in shock. Daar hebben we recht op. Maar misschien hebben we het verleerd om zo’n shock te beleven. Dat betekent: even stil zijn, bekomen, tijd voor reflectie. In plaats van meteen elkaar met de vinger te wijzen.’

Kan dit een catharsismoment zijn?
Fraihi: ‘Ik hoop van wel. Dat is het mooie aan mijn bitterheid: er zit ook een randje hoop aan, dat de dingen zullen veranderen. Maar ik mis de jongste dagen een globale kijk op wat fout gelopen is. We zitten met een gigantisch maatschappelijk probleem. Op het vlak van onderwijs, tewerkstelling en politieke structuren. Ik verwacht daar een rechtlijnig en krachtdadig antwoord op. Niet een reactie die alles afschuift op één man, verdomme. Dat pikken we toch niet?’

Geen hoofddoeken, oké, maar dan ook geen kerststalletjes in het publieke leven meer.

‘Er zijn zoveel fouten in ons systeem. En wat krijgen we? Een zoveelste draaimolen van opiniestukken, waar een lange wachtrij mensen op en af springt. Wat maakt het uit, als we te maken hebben met politici die de schuld bij één man in Turkije leggen?’

Gelooft u dat een politieke onderzoekscommissie veel zoden aan de dijk brengt?
Fraihi: ‘Misschien wel. De schuldvraag cirkelt in en boven onze hoofden. Dat is menselijk. We kunnen niet om die vraag heen. Zo’n commissie kan daar zeker een rol in spelen. Maar of ze ver genoeg zal gaan? In feite hebben we een soort waarheidscommissie nodig, zoals in Zuid-Afrika na de Apartheid. Omdat er doden gevallen zijn, omdat er zoveel ellende veroorzaakt is, omdat we totaal geen toekomstproject hebben. We moeten van die schuldvraag echt een onderzoeksproject maken. Dat moet een startpunt zijn. Om de zaken echt te veranderen, zodat we internationaal geen lachertje meer zijn, maar uitgroeien tot een voorbeeld van hoe je de zaken grondig kan aanpakken.’

Hadden de ministers Koen Geens en Jan Jambon ontslag moeten nemen?
Fraihi: ‘Ik kan begrijpen dat de premier hun ontslag geweigerd heeft. We hebben helaas de luxe niet om op ons gat te gaan zitten. Immobilisme is het laatste wat we ons kunnen permitteren. We zitten in een oorlogssituatie. Een begrotingstekort of niet, we hebben maar één oplossing: meer mensen en middelen inzetten voor onderwijs, tewerkstelling en veiligheid.’

Werkt als ghostwriter en als researcher/journalist voor vooral buitenlandse media, zoals ABC News.

Coördineert het postgraduaat Arabische wereld en Midden-Oosten bij de hogeschool Thomas More.

Dook in 2005 maanden onder in radicaal-islamitische kringen in Molenbeek. Haar boek ‘Undercover in Klein-Marokko’ leidde tot een karaktermoord op Fraihi.

Schreef vorig jaar een boek over haar autistische zoon.

U zei het zelf al, we zijn het lachertje van de wereld geworden. En toen bestormde een groep extreemrechtse hooligans de herdenking op het beursplein.
Fraihi: ‘Ik doe voor een Amerikaanse zender onderzoek naar Radicals Rising: de opmars van twee extremen die erg op elkaar lijken, het moslimextremisme en extreemrechts. De rellen in Brussel waren een perfect voorbeeld van hoe zich dat op het terrein manifesteert. Helaas is dat voorval maar een amuse-gueule, een voorgerecht van wat ons te wachten staat. Uit een misplaatst gevoel van schroom hebben we het terrein vrijgelaten aan twee uitersten.’

Het debat is toch helemaal losgebarsten? De draaimolen van opinieschrijvers, zoals u het noemt, durft de problemen toch meer te benoemen dan vroeger?
Fraihi: ‘Dat is zo en dat is positief. Maar op politiek vlak zie ik toch vooral immobilisme.’

U gelooft niet dat minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon Molenbeek zal opkuisen?
Fraihi: ‘Ik vond die uitspraak heel straf. Want kuisen we dan ook ons internationaal beleid op? Onze alliantie met Saudi-Arabië. Hun petrodollars, waarmee ze hun radicale interpretatie van de islam in onze contreien verspreidden, hebben de boel hier verziekt. Ik hoor graag dat de boel opgekuist wordt, maar dan moet je met de bezem door alles. Je kan niet inzetten op deradicaliseringsprogramma’s en tegelijk een bondgenoot van de Saudi’s blijven. Het zijn hypocriete dubbele standaarden die een deel van de bevolking niet meer pikt.’

©Kristof Vadino

België kan dat toch niet alleen oplossen?
Fraihi: ‘Dat klopt, je moet het op Europees niveau aankaarten. Het is niet het probleem van Molenbeek of België alleen. We laten ons te veel op onze kop zitten als ‘jihadi-bastion van Europa’. Dat gaat niet alleen over Brussel, maar ook om de rekrutering van duizenden Syriëstrijders in Marokko en Tunesië en over de aanslagen in Ankara, Bagdad en Lahore. We spreken over een aanslag op de westerse vrijheid. Maar wat met alle aanslagen in de moslimwereld zelf? Het gaat niet enkel over onze waarden. Als we dat discours gebruiken, stappen we mee in het discours van IS. Dan is het wij tegen zij. In die val mogen we niet trappen.’

Toen u over Molenbeek schreef, waren er tientallen geradicaliseerde jongeren. Nu zijn er honderden Syriëstrijders en een entourage ‘fans’. Heeft de aantrekkingskracht van IS en het kalifaat alles in een stroomversnelling doen belanden?
Fraihi: ‘Het is een mix. Er zijn socio-economische factoren waar je niet naast kan kijken: werkloosheid, racisme, onderwijs. De doorstroming naar het hoger onderwijs is bijvoorbeeld nog steeds te verwaarlozen bij Marokkaanse Belgen.’

©Kristof Vadino

‘Maar we mogen die problemen niet als excuus blijven gebruiken. De aantrekkingskracht van IS is vooral een ideologische kwestie. Het heeft een duidelijk verhaal over identiteit, terwijl het westen er enkel nog in slaagt materiële dromen te verkopen. IS verkoopt het eeuwige leven via een apocalyptische doodscultus. In feite strijden we dus tegen de dood. Dat is een gevecht dat we niet kunnen winnen, tenzij we genoeg perspectief bieden in het hier en het nu. IS profiteert van het Westen dat op zijn limieten botst, niet meer begeestert en geen alternatief biedt voor hun verheerlijking van het leven na de dood. Denk maar aan de vele burn-outs, depressies en zelfdodingen bij ons. Mensen kunnen de ratrace niet meer aan. Het neoliberalisme is evengoed gewelddadig. Er is veel meer aan de hand dan een religieuze strijd.’

Is het toeval dat IS islamitisch is? Zit er meer geweld in de islam dan in andere godsdiensten?
Fraihi: ‘Er is op dat vlak een probleem met elke religie. Die hoort thuis in de privésfeer, niet in het publieke leven, en hoort ook niets anders dan het spirituele leven te regelen. Er zijn nu geweldexplosies uit één bepaalde hoek, maar dat is ook omdat radicale predikers onze hypocriete houding tegenover de islam uitbuiten tegenover jongeren die gevoelig zijn voor hun boodschap. Neem onze zogenaamde scheiding van kerk en staat of de neutraliteit, waarmee we ons zo graag op de borst kloppen. Niemand heeft een probleem met kerststallen en -bomen in de winkelstraten, terwijl moslima’s scheef bekeken worden voor hun hoofddoek, Je moet consequent zijn. Geen hoofddoeken, oké, maar dan ook geen kerststallen of paaseieren in de publieke ruimte. We moeten daar rechtlijniger in worden, of we geven een vrijbrief aan extremisten langs beide kanten.’

De terroristen voelen zich vrome moslims. Dat valt toch niet te ontkennen?
Fraihi: ‘De islam speelt zeker een rol als bindmiddel, maar dat is te eng als verklaring. Jonge moslims zijn vaak losgekoppeld van onze samenleving en voelen zich daardoor verbonden met alle leed en onrecht in het Midden-Oosten. We zijn in shock door Parijs en Brussel, maar de Levant is elke dag in shock door aanslagen. Die bereiken tot in de gruwelijke details via de schotelantennes en het internet jonge moslims bij ons. Politici moeten dat geopolitieke aspect aanpakken, hoe moeilijk ook. Ze zullen er stemmen mee verliezen, maar wel levens mee winnen.’

‘We moeten ze ook niet te veel eer geven. Het zijn zelfmoordterroristen, met een minimale kennis van de islam.’

Twee van die jongens, de broers Abdes-lam, stonden negen maanden voor de aanslagen in Parijs nog te feesten en drinken in een Brusselse nachtclub. Wat is er in godsnaam gebeurd?
Fraihi: ‘Dat is op korte tijd meerdere bruggen oversteken. Ik heb niet de pretentie dat ik alle antwoorden heb. Maar ik zie het als een extremisme dat zich snel ontwikkelt en helemaal explodeert, ook omdat het alle ruimte gekregen heeft door de implosie van justitie, onderwijs en politiek. Jongeren zoals de Abdeslams,voelen het aan alsof ze eindelijk iets zijn, nadat ze jarenlang zijn uitgelachen, vernederd en bekeken als nietsnutten. Niet dat het een excuus mag zijn, maar het is een verklaring.’

Waarom is er niet veel meer tegenreactie? De politiecommissaris van Molenbeek klaagt dat hij amper Arabisch sprekende agenten vindt.
Fraihi: ‘Het wantrouwen tegenover de politie, veiligheidsdiensten en ook media zit erg diep. Vanuit de gemeenschap worden Marokkaanse agenten door velen nog altijd als verraders beschouwd.’

Gelooft u dat iedereen in Molenbeek wist waar Salah Abdeslam zat?
Fraihi: ‘Daar geloof ik niets van. Dat blijft beperkt tot de criminele jihadistische netwerken waar die gasten op terugvallen. De gewone moslim kent die evengoed als u en ik. Voor elke Abdelhamid Abaaoud is er ook een Adil El Arbi (de jonge succesvolle regisseur, red.) en een heel spectrum van doodgewone mensen daartussen.’

Anders dan vroeger vertrekken er ook heel wat meisjes naar het Kalifaat. Hoe verklaart u dat?
Fraihi: ‘IS verkoopt niet alleen een apocalyptische illusie. Het zet ook hard in op sociale orde en natievorming. Daarvoor zijn vrouwen, kinderen en gezinnen cruciaal. Het is fascinerend te zien hoe vrouwelijke jihadi’s westerse vrouwen uitlachen. De IS-vrouwen kiezen bewust voor een ondergeschikte rol, maar gaan er creatief mee om. Ze vervangen het in hun ogen tegennatuurlijke feminisme van het Westen - waarin ‘vrouwen mannen moeten zijn’ - door hun eigen variant. Het zijn ook salonrevolutionairen, die islamitische propaganda vertalen of heroïsche gedichten schrijven om de jihad aan te vuren. Ze hameren op de traditionele rol van de vrouw, maar geven er toch een update aan.

U schetst een duister beeld. Valt IS te verslaan?
Fraihi: ‘Maar ik ben ook optimistisch. Ik zie het als een mondiale oerknal - er zitten minstens 20.000 buitenlandse strijders in het kalifaat - waar iets ongelooflijk kwaadaardig uit is voortgekomen. Maar dat is geen reden tot fatalisme. We hebben het zelf in handen, maar een radicale transitie betekent ook dat de tijd van het zwartepieten en het compromis voorbij is.’

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content